Het glazen muiltje van Assepoester

De sprookjes van Grimm die wij allemaal zo goed kennen – Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje – zijn niet zelf bedacht door de twee broers, maar zijn oude volksvertellingen die zij op schrift hebben gesteld. Het zijn verhalen die vaak ook op andere plekken van de wereld rouleerden, soms in een iets andere vorm, maar met frappant veel dezelfde symboliek. Hieruit mogen we afleiden dat er sprake is van een esoterische kennis, die in alle tijden en culturen een ondergronds bestaan heeft geleid, en die via volksverhalen aan elkaar werd doorgegeven.

Ik vermoed dat de gebroeders Grimm zich er niet van bewust zijn geweest dat veel van de sprookjes die in hun boeken zijn terecht gekomen, gaan over een kundalini-ontwaken. Een woord dat in de 19e eeuw ook nog niet was doorgedrongen in de westerse wereld. In het januarinummer van Paravisie konden we lezen dat het sprookje Sneeuwwitje één grote metafoor is voor het kundalini-proces. Deze keer zal ik laten zien dat ook het verhaal van Assepoester gaat over spirituele transformatie met deze mysterieuze energiebron in de hoofdrol.

De boom, de duif, het vuur en het huwelijk

Dit sprookje maakt gebruik van een aantal universele symbolen die we steeds weer terug zien als het kundalini-proces wordt uitgedrukt in beelden: de boom, de witte duif, het vuur en het huwelijk. De boom symboliseert de wervelkolom waardoor de goddelijke energie (vuur) van het bekken naar de kruin stroomt. De duif symboliseert een voltooid proces. Het huwelijk staat voor het versmelten van het mannelijke en vrouwelijke in de mens tot een eenheid, ter hoogte van het zesde chakra, waardoor de deur naar het goddelijke opengaat.

Deze beelden zien we – in een gestileerde vorm – ook terug bij de caduceus, het klassieke kundalini-symbool uit de Griekse godenmythologie. De staf van de caduceus staat voor de wervelkolom van de mens en de twee vleugels voor de bewustzijnsverruiming die het resultaat is van een kundalini-ontwaken. De twee slangen staan voor de twee energiebanen in ons lichaam die ons verbinden met de dualiteit, waaronder het mannelijke en het vrouwelijke (yin en yang in het taoisme). De versmelting van deze energiebanen ter hoogte van ons voorhoofd wordt ook wel het heilige huwelijk genoemd.

Laten we kijken hoe dit alles terugkomt in het verhaal over Assepoester. Net als in het sprookje van Sneeuwwitje, sterft de moeder van Assepoester en haar vader hertrouwt met een kreng van een vrouw. Een boze stiefmoeder staat in sprookjes meestal voor ‘de materie’. Deze interpretatie wordt bevestigd door de etymologie (taalafkomst): het woord materie is afgeleid van het Latijnse mater en betekent moeder. We worden hier op aarde geboren, maar ons werkelijke thuis is in de goddelijke dimensies, is de onderliggende boodschap van het sprookje.

Slapen bij de open haard

Assepoester wordt door haar stiefmoeder opgesloten in de keuken en moet daar zwaar werk doen:

Als ze ’s avonds moe gewerkt was, mocht ze niet naar bed, maar moest naast de haard in de as liggen. Daardoor was ze altijd stoffig en vuil; en zo noemde ze haar Assepoester.

De letterlijke betekenis van haar oorspronkelijke Duitse naam Aschenputtel is ‘zij die in de as blaast om het vuur aan te wakkeren’. Poesten is oud-Nederlands voor blazen. Een prachtige, treffende naam die ons meteen al op het spoor zet van de diepere betekenis van het sprookje. Het haardvuur is het sluimerende kundalini-vuur in ons bekken.

Het beeld van de opgesloten Assepoester, slapend bij de smeulende haard, symboliseert de kundalini-energie die niet meer vrij stroomt door onze wervelkolom, maar ‘slaapt’ ter hoogte van het heiligbeen, als gevolg van onze incarnatie op aarde.

De gemene stiefzusters

Assepoester heeft twee stiefzusjes. Zij verbeelden de twee energiebanen (nadi’s) in ons lichaam, die in de yogatraditie ida-nadi en pingala-nadi worden genoemd, en die ons de materie en haar dualiteit laten ervaren. ‘De stiefzusjes hadden mooie blanke gezichtjes, maar ze waren lelijk en zwart van hart’, zegt het sprookje. Een leven gericht op de materie lijkt misschien mooi aan de buitenkant, maar is zielloos en leeg.

De boomtak en de hoed

Assepoester gaat dagelijks naar het graf van haar moeder en huilt daar bittere tranen omdat ze zo ongelukkig is.

Toen gebeurde het, dat de vader eens op reis moest, en hij vroeg de twee stiefdochters wat ze wilden, dat hij voor hen meebracht. “Mooie kleren,” zei de eerste; “Parels en edelstenen,” de tweede. “En jij Assepoester,” zei hij, “wat wil jij hebben?” – “Vader, als op uw terugreis een takje tegen uw hoed stoot, breng dat voor me mee.” Hij kocht voor de beide stiefzusters mooie kleren, parels en edelstenen. Op de terugweg reed hij door een bos, daar zwiepte een tak van een hazelaar tegen zijn hoed en stootte die af; die tak brak hij af en nam hem mee. Bij zijn thuiskomst gaf hij de stiefdochters wat ze voor zichzelf hadden gewenst, en aan Assepoester gaf hij de hazeltak. Assepoester bedankte hem, ging naar haar moeders graf en plantte de tak daarop; ze schreide zo, dat haar tranen erop neerkwamen en de aarde vochtig maakten. Het takje sloeg daardoor aan en groeide en werd een
mooie boom. Assepoester ging er elke dag driemaal heen, schreide en bad, en elke keer kwam er een wit vogeltje in de boom, en als ze iets wenste, dan gooide het vogeltje alles wat ze vroeg, naar beneden.

Prachtig hoe de boom als metafoor voor het kundalini-proces in het verhaal is verwerkt! Assepoester vraagt als geschenk het takje dat tegen de hoed van haar vader stoot, een verwijzing naar de ‘kundalini-boom’ die groeit tot in ons hoofd. De hoed die wordt afgestoten, staat voor de opening van het kruinchakra.

Assepoester plant het takje op het graf van haar moeder. De kundalini-energie wordt in veel spirituele tradities gezien als vrouwelijk; als een godin, of als ‘God de Moeder’. Ons bekken is het graf waarin deze energie ligt ‘begraven’. Door de tranen van het bedroefde meisje gaat de boom groeien. Wat nodig is om de kundalini wakker te maken is een oprecht verlangen naar God; heimwee naar de plaats waar we vandaan komen. Verdriet om het leven op aarde – hoe wrang dit ook klinkt – is voeding voor de ‘kundalini-boom’.

Het witte vogeltje in de boom staat voor een voltooid proces. Alles wat Assepoester vraagt gooit het vogeltje naar beneden: we krijgen alles wat ons hart begeert, als we doorzetten en het spirituele transformatieproces tot een goed einde brengen.

De koningszoon

Ook het huwelijk met de prins waar het sprookje mee eindigt zit vol met prachtige symboliek. Assepoester wil graag mee naar het feest dat de koning geeft om een bruid voor zijn zoon te zoeken. Zij mag echter pas mee als zij de linzen uit de as heeft gesorteerd die haar stiefmoeder erin gooit. Assepoester roept de vogels om hulp:

Het meisje ging door de achterdeur naar buiten en riep: “Lieve duifjes, tortelduifjes, alle vogeltjes onder de hemel, kom eens helpen! de goede in het kopje de slechte in je kropje!” Daar kwamen door ’t keukenraam twee witte duiven aanvliegen en dan de tortelduifjes, en eindelijk warrelden en dwarrelden daar alle vogeltjes uit de lucht en ze streken allemaal in de as neer. En de duiven knikten met hun kopjes en begonnen pik, pik, pik, pik en toen begonnen de andere vogels ook pik, pik, pik, pik, en alle goede linzen kwamen in de grote schotel.

Dit uitsorteren van de ‘goede linzen’ staat voor de innerlijke reiniging die nodig is voor het heilige huwelijk. Een zuivering die tot stand wordt gebracht door de kundalini-enerige (de vogels).

Dan zegt de stiefmoeder dat ze toch niet mee mag naar het bal, omdat ze geen geschikte kleren heeft. Assepoester gaat naar het graf van haar moeder, waar ook dit keer de witte vogel haar helpt door een prachtige goud met zilveren baljurk, met bijpassende schoentjes, naar beneden te gooien. Deze jurk staat voor het ‘lichtkleed’ dat wordt gevormd onder invloed van het kundalini-proces. Door dit onvergankelijke lichtlichaam verwerven we onsterfelijkheid, de ultieme spirituele bestemming van de mens.

De verliefde prins

De prins is zeer gecharmeerd van Assepoester, maar tot drie keer toe (het feest duurt drie dagen) weet zij te ontsnappen aan zijn pogingen om haar naar huis te brengen. De eerste keer door in een duiventil te klimmen en de tweede keer door zich te verbergen in een perenboom. Zowel de duiventil als de perenboom verwijst naar de wervelkolom, met daarin stromend de kundalini-energie. De derde keer verliest Assepoester tijdens haar vlucht een van haar schoentjes:

De prins nam de schoen; klein en sierlijk en van zuiver goud. De volgende morgen ging hij naar de koning en zei: “Niemand wordt mijn vrouw, dan wie dit schoentje past.”

De schoen van Assepoester moet ons iets zeggen over haar ego: klein en van goud. In een andere versie van het sprookje, opgetekend door de Franse schrijver Perrault, is het schoentje van glas. Dit verwijst naar een ‘transparant’, uitgezuiverd ego (net als de glazen kist van Sneeuwwitje).

Wie past de kleine schoen?

De prins gaat op zoek naar degene die het schoentje past. De voeten van de stiefzusters van Assepoester blijken veel te groot. De ene stiefzuster snijdt haar teen af en de ander haar hiel om de prins om de tuin te leiden, maar ze worden verraden door de witte duiven bij het graf van Assepoester’s moeder: “Roekedekoe, roekedekoe, er is bloed in de schoen, deze schoen is veel te klein, ’t zal de echte bruid niet zijn.”

Als blijkt dat Assepoester het schoentje wel past, neemt de prins haar verheugd mee. Op dat moment komen twee witte vogels aangevlogen en gaan op de schouders van Assepoester zitten: ‘…de ene rechts, de andere links, en daar bleven ze zitten.’ De duiven links en rechts naast het hoofd van Assepoester symboliseren de twee vleugels bovenaan de caduceus: het kundalini-proces is voltooid. Dan lezen we tot slot:

Toen de bruiloft gehouden werd, kwamen de twee stiefzusters, ze wilden meedelen in haar geluk. Toen de bruidsstoet naar de kerk ging, ging de oudste rechts en de jongste links van de bruid zitten; daar pikten de duiven van elk een oog uit. En toen ze weer uit de kerk kwamen, pikten de duiven ieder het andere oog uit. Zo werden ze voor hun lelijk gedrag en hun valsheid voor hun leven met blindheid gestraft!

De stiefzusters gaan tijdens het huwelijk links en rechts van Assepoester zitten. Dit moet bij ons het beeld oproepen van de twee energiebanen – de ida-nadi en pingala-nadi – die aan weerszijde van de wervelkolom stromen. De zusters worden blind gemaakt door de witte duiven: de ontwaakte mens wordt ‘blind’ voor het aardse.

De moraal van het verhaal

Als de stiefmoeder en de stiefzusjes in ons aan de macht zijn, blijft Assepoester opgesloten in de keuken. Oftewel: als wij een leven leiden gericht op de materie en de verlangens van het ego, dan blijft de kundalini-energie ‘slapend’ bij ons heiligbeen.

Copyright Anne-Marie Wegh 2017
Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (maart ’17)

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)
2018-08-09T14:55:47+00:00