De spirituele weg van ontlediging

De gemiddelde westerse mens zit ‘vol’: vol met gedachten, gevoelens, prikkels, onrust, stress, en vooral ook vol met ego. Wij zijn vol van onszelf. En in wie vol is van zichzelf is geen plaats voor God.

De weg naar God is een weg van leeg worden, in vele opzichten: ontstressen, onthechten, het moeras van het onbewuste droogleggen, en het ‘uitkleden’ van je ego. Alleen naakt kunnen we God zien van aangezicht tot aangezicht(1)

Meestal wordt het dit proces van ontlediging niet expliciet toegelicht in spirituele tradities, maar worden slechts metaforen gebruikt waaraan de spirituele zoeker zelf geacht wordt een invulling te geven. Voorbeelden hiervan zijn de metafoor van onthoofding, van gezichtsbedekking, van onzichtbaarheid, en van een grote schoonmaak.

Onthoofding

Een prachtig voorbeeld van een onthoofding met een spirituele betekenis is de hindoegod Ganesha. Deze populaire god met het olifantenhoofd belichaamt de verlichte mens. Ganesha wordt volgens de mythes in zijn jonge jaren onthoofd door zijn vader, de god Shiva, tijdens een woede-uitbarsting. Vol berouw plaats deze daarna een olifantenhoofd op de schouders van zijn zoon.

Het hoofd is de zetel van het ego. De spirituele aspirant die bevrijd is van het ego ervaart een geestelijke wedergeboorte. Het olifantenhoofd, met zijn grote oren en hersenen, staat voor de verscherpte zintuigen en het verruimde bewustzijn van deze verlichte mens.

De hindoegod Ganesha. Met slechts één voet staat hij op de aarde, symbool voor het overstijgen van de dualiteit: hij heeft het goddelijke verwezenlijkt.

David met het hoofd van Goliath.

In de hindoe-iconografie ligt vaak een doorkliefde kokosnoot aan de voeten van Ganesha (zie illustratie). Een van de rituelen in het hindoeïsme is het breken van een kokosnoot voor Ganesha. De harige kokosnoot lijkt enigszins op het hoofd van een mens. De achterliggende symboliek van het ritueel is het kraken van de ‘harde noot’ van ons ego voor God.

Een ander voorbeeld is het Bijbelverhaal van de onthoofding van Goliath door de jonge schaapherder David (2). De enorme reus Goliath staat symbool voor het ego van David dat moet sneuvelen, wil hij koning van Israel (een Bijbelse metafoor voor godsrealisatie) kunnen worden. Met een steen uit zijn slinger treft David tijdens een tweegevecht zijn tegenstander Goliath precies tegen het voorhoofd; energetisch de plaats in de mens waar het ego sterft. Daarna onthooft hij hem met zijn zwaard.

Gezichtsbedekking

Het laten verdwijnen van een gezicht is ook een vorm van beeldtaal om het verdwijnen van het ego uit te drukken. De profeet Mozes heeft een indrukwekkende ontmoeting met God op een berg (symbool voor bewustzijnsverruiming). Veertig dagen en nachten (symbool voor een periode van transformatie) verblijft hij op de berg. Als hij weer naar beneden komt bedekt hij zijn gezicht met een doek op de momenten dat hij de Israëlieten toespreekt(4). Hiermee willen de Bijbelschrijvers aangeven dat Mozes niet meer spreekt vanuit zijn (verdwenen) ego, maar vanuit God.

Ook het gezicht van de profeet Elia verdwijnt na een ontmoeting met God op een berg. In een grot, op de top van de berg, voelt Elia eerst een sterke wind voorbijkomen die de bergen splijt en rotsen breekt; daarna volgt een aardbeving en tot slot een vuur (5). Deze indrukwekkende beelden beschrijven een innerlijke ontlediging: Elia die wordt ‘opengebroken’, gezuiverd en getransformeerd.

En na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte.
En het gebeurde, toen Elia dat hoorde, dat hij zijn gezicht met zijn mantel omwikkelde, naar buiten ging en in de ingang van de grot bleef staan. En zie, een stem kwam tot hem, die zei: Wat doet u hier, Elia?(6)

Na het natuurgeweld is het stil. Dit is de innerlijke stilte die de mens ervaart na de voltooiing van het proces van ontlediging. Elia wikkelt zijn mantel om zijn gezicht: zijn ego is ‘onzichtbaar’ geworden door het zuiveringsproces. Het is nu volledig transparant, als een schoongewassen raam. Het goddelijke licht kan er ongehinderd doorheen stromen. Net als bij Mozes stelt dit Elia in staat om de stem van God te horen.(7)

Medusa door Caravaggio, 1592–1600.

Onzichtbaarheid

Onzichtbaarheid is ook een metafoor voor egoloosheid. De Griekse god Hermes bezit een helm die hem onzichtbaar kan maken; de zogenaamde Helm van Hades. Hermes leent zijn helm uit aan Perseus als deze de confrontatie aangaat met de beruchte gorgo Medusa. Perseus wordt op pad gestuurd om het hoofd van Medusa te bemachtigen; een levensgevaarlijke taak want ieder die haar in de ogen kijkt versteent. Door de Helm van Hades lukt het Perseus om Medusa ongezien te benaderen en haar hoofd af te hakken.

Ook deze onthoofding gaat over ontlediging. Medusa heeft slangen op haar hoofd in plaats van haren; dit staat voor ‘giftige’ gedachten die voortkomen uit het ego, en die contact met God in de weg staan.

Verstening is een prachtige metafoor voor de innerlijke wereld van een mens die ‘vast zit’ in zijn verleden: in ingesleten patronen, oude pijn en valse overtuigingen. Het ego is als het ware ‘versteend’. Het is bewegingloos en levenloos.

Deze mythe gebruikt zowel de metafoor van onzichtbaarheid als die van onthoofding voor haar spirituele boodschap: de noodzaak van ontlediging voor de verwezenlijking van het goddelijke. De vleugels op de Helm van Hades staan voor een bewustzijnsverruiming.

Perseus met het afgehakte hoofd van Medusa, een beeld van Cellini (1545–54).

Een uitbeelding van het Magnum Opus (metafoor voor godsrealisatie) van de alchemist. De Helm van Hades maakt het gezicht onzichtbaar. (Uit het alchemistische traktaat Wasserstein der Weysen van Johann Ambrosius Siebmacher, 1619)

Een grote schoonmaak

Ontlediging wordt soms ook verbeeld door een proces van zuivering. Een bekend voorbeeld is de zondvloed van Noach. De enorme watervloed waar mens en dier in omkomen, staat voor het ‘schoonspoelen’ van de spirituele zoeker (Noach). Al het oude (het ‘zondige’) wordt uitgezuiverd. Als het water weer gaat zakken, strandt de ark van Noach op een bergtop (symbool voor een bewustzijnsverruiming).(8)

Een tweede voorbeeld is de schoonmaakklus waar de Griekse halfgod Herakles voor komt te staan: het uitmesten van de stallen van koning Augias. Deze taak is de vijfde van de twaalf ‘werken’ (opdrachten) die Herakles in opdracht van koning Eurystheus moet uitvoeren. De twaalf werken staan voor de uitdagingen waarvoor de mens geplaatst wordt die het goddelijke wil verwezenlijken.

Koning Augias bezat 3000 runderen en de stallen waren al 30 jaar niet schoongemaakt. Een gigantische klus dus, die ons moet vertellen dat spirituele ontlediging geen eenvoudig karweitje is. Het getal 3 verwijst naar de drie aspecten van de mens, die allen moeten worden uitgezuiverd: lichaam, hoofd (denken) en hart (gevoel). Deze mythe heeft zijn weg gevonden naar onze spreekwoorden en uitdrukkingen: een ‘Augiasstal’ staat voor een enorme hoeveelheid vuil.

Johannes de Doper

Het ultieme voorbeeld van een mens die erin is geslaagd om zichzelf volkomen te ontledigen, en waarvan dit tot de rest van de wereld is doorgedrongen, is Johannes de Doper.

Johannes wordt gezien als degene die de komst van de Messias eerst voorspelt en vervolgens Jezus als ‘het Lam van God’ herkent bij zijn doop in de Jordaan. Zo wordt hij in de Bijbel gepresenteerd, en Johannes paste daarmee in het verwachtingspatroon van de Joden die er, op basis van de profetieën in het boek Maleachi, van uitgingen dat de komst van de lang verwachte Messias zou worden voorafgegaan door een grote profeet.

Johannes de Doper was echter niet slechts de aankondiger van Jezus. Hij was Jezus. Hij werd een Christos, een gezalfde, na een lang proces van godsrealisatie, een moment dat in alle evangeliën symbolisch wordt weergegeven als de doop van Jezus door Johannes in de Jordaan.

Omdat Johannes niet voldeed aan de verwachtingen die de Joden hadden over de Messias, geven de evangelisten hem postuum een nieuwe naam en een nieuwe identiteit, die verwijst naar een figuur uit het Oude Testament: Joshua de zoon van Nun, hetgeen, vrij vertaald, de zoon van God betekent.

De evangeliën staan vol met subtiele aanwijzingen die deze stelling onderschrijven. Hiervoor moet je soms wel terug naar de Griekse bronteksten. Ik heb hierover het boek geschreven Johannes de Doper die Jezus de Christus werd.

Onthoofding Johannes

Eén van deze aanwijzingen is dat Jezus begint met zijn openbare leven vanaf het moment dat Johannes de Doper wordt onthoofd door koning Herodes:

Toen Jezus gehoord had dat Johannes overgeleverd was, keerde Hij terug naar Galilea… Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.(9)

Jezus predikt in het bovenstaande citaat met exact dezelfde woorden als Johannes deed. Ook de Doper zegt tegen zijn toehoorders: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen(10).

Johannes wordt gevangen genomen en onthoofd door Herodes vanwege de kritiek die hij openlijk op hem heeft. Dat deze onthoofding ten diepste een feestelijke gebeurtenis is, wordt onderstreept doordat deze plaatsvindt tijdens de viering van de verjaardag van Herodes. Het Griekse bronwoord voor verjaardag is genesios: geboortedag. De geboorte die wordt gevierd is die van de nieuwe mens Jezus, mogelijk gemaakt door de onthoofding van de oude mens Johannes.

Als Herodes enige tijd later hoort over de rondtrekkende Jezus die bijzondere genezingen verricht, legt hij een verband met de dood van Johannes:

En koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was bekend geworden) en zei: Johannes die doopte, is uit de doden opgewekt en daarom zijn die krachten werkzaam in Hem. Anderen zeiden: Hij is Elia; en weer anderen zeiden: Hij is een profeet, of Hij is als een van de profeten. Maar toen Herodes het hoorde, zei hij: Dit is Johannes die ik onthoofd heb; die is uit de doden opgewekt.(11)

Duidelijker kan het bijna niet. Herodes zegt met een verbazingwekkende stelligheid, alsof opstandingen uit de dood aan de lopende band voorkwamen in Judea: Jezus is Johannes die uit de dood is opgewekt.
De mens die zich volledig met zijn ego identificeert wordt in de Bijbel gezien als ‘dood’, in spiritueel opzicht. Met het afleggen van het ego (hoofd) vindt een ‘opstanding uit het dodenrijk’ plaats. De apostel Paulus spoort ons allen hiertoe aan: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.(12)

De volheid van God

Na een jarenlang proces van zuivering en ontlediging neemt God zijn intrek in Johannes/Jezus: …in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.(13) Hij is de ‘volmaakte’ mens. Een staat van spirituele heelheid en voltooiing, die de goddelijke dimensies kenmerkt: Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.(14) Het Griekse teleios, uit dit citaat, betekent volmaakt in de zin van: vervolmaakt, voleindigd, volgroeid, voltooid. Deze volmaaktheid verwijst ook naar ‘eenheid’. Johannes/Jezus is innerlijk niet langer verbonden met de dualiteit; het heilige huwelijk van de tegenstellingen heeft in hem plaatsgevonden.

In de Bijbel wordt deze goddelijke eenheid (het samengaan van) ‘de Alfa en de Omega’ genoemd: Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.(15) Alfa en omega zijn respectievelijk de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. Ze symboliseren in de Bijbel de tegenstellingen (de uitersten) van de schepping.

Jezus maakt het ‘teken van het heilige huwelijk’. Naast hem staan de Griekse letters Alpha en Omega (Sant Climent de Taüll-kerk, Spanje, circa 1123).

Het teken van het heilige huwelijk

In de christelijke iconografie wordt Jezus vaak afgebeeld met zijn wijs- en middelvinger opgestoken. Dit handgebaar wordt doorgaans uitgelegd als zijnde zegenend, maar de oorsprong en betekenis ervan zijn volledig onduidelijk.

Er is door de eeuwen heen altijd een groep ingewijden geweest die wist dat Jezus niet was geboren als de Zoon van God, maar onder de naam Johannes de Doper een spiritueel proces had doorgemaakt. In de iconografie, de kunst, en de vroeg-christelijke catacomben in Rome zien we het bewijs hiervan terug.(16) Het handgebaar van de twee opgestoken vingers drukt de vereniging van de tegenstellingen uit: Jezus van de twee één heeft gemaakt. In hem heeft het heilige huwelijk plaatsgevonden. De alfa en de omega, het mannelijke en vrouwelijke, de zon en de maan, in hem zijn versmolten tot een eenheid.

Aan de slag

Wat gebeuren moet om God te vinden is terug te vinden in alle belangrijkste religies en spirituele tradities. Spirituele zoekers kunnen dus ophouden met zoeken. Het is een kwestie van aan de slag gaan. De handen uit de mouwen, en beginnen met het uitmesten van je eigen Augiasstal…!

Voetnoten: (1) 1 Korinthe 13:12, (2) 1 Samuël 16, 17, (3) Voor een uitgebreide analyse van de symboliek in het Bijbelverhaal over het gevecht tussen David en Goliath zie mijn boek Kundalini-ontwaken, (4) Exodus 34:29-35, (5) 1 Koningen 19:9-13, (6) 1 Koningen 19:12-13, (7) Voor een volledige analyse van de ontmoeting die Elia heeft met God op de berg Horeb, zie mijn boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd, (8) Voor een analyse met onderbouwing van de diepere betekenis van het zondvloedverhaal zie mijn boek Kundalini-ontwaken, (9) Matt. 4:12 en 17, zie ook Marcus 1:14-15 en Lucas 3:19-21, (10) Matt. 3:2, (11) Marcus 6:14-16, zie ook Matt. 14:1-3 en Lucas 9:7-9, (12) Efeziërs 5:14, (13) Kol. 2:9-10, (14) Matt. 5:48, (15) Openb. 22:13, zie ook Openb. 1:8, (16) Zie mijn boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie Magazine (jan ’19)
Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van o.a. het boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd.

2018-12-21T22:53:28+00:00