De onwettige tweeling van Doornroosje

Het sprookje Doornroosje heeft door de eeuwen heen een aantal interessante wijzigingen ondergaan. Van een verhaal voor volwassenen, inclusief een verkrachting van de prinses terwijl ze slaapt, is de variant van de gebroeders Grimm een feelgood-sprookje, geschikt voor kinderen geworden. Laten we eerst kijken naar de gekuiste versie van Grimm, om daarna de symboliek van de obscure, oudere versie onder de loep te nemen.

De verhaallijn is eenvoudig en de betekenis is niet moeilijk te duiden. Een jonge prinses prikt zich aan een spinnewiel en valt in slaap. Iedereen in het paleis – de koning, de koningin en de hele hofhouding – valt ook in slaap. Na honderd jaar wordt Doornroosje wakker gekust door een prins. Het verliefde stel trouwt en ze leven nog lang en gelukkig.

De koningsdochter

Een koning en zijn koningin staan in een sprookje vrijwel altijd voor het goddelijke: het Koninkrijk van God. De plek waar de mens vandaan komt en waarnaar onze ziel nog altijd heimwee heeft. Wij worden allen geroepen om, nog tijdens ons leven op aarde, de verbroken verbinding met ons echte thuis te herstellen. Sprookjes laten ons het spirituele groeiproces zien dat hiervoor nodig is.

In ons bekken bevindt zich een sluimerende energiebron van goddelijke herkomst: de oosterse tradities noemen haar de kundalini-shakti, in de Joodse mystiek heet zij de Shekinah en het christendom spreekt over de Heilige Geest. Veel spirituele tradities zien deze krachtbron als het vrouwelijke aspect van God. In mythes en legendes is zij vaak een godin, een koningin of een prinses.

Zolang de mens gericht is op de aardse genoegens en zintuiglijke bevrediging, leidt deze krachtbron een ‘slapend’ bestaan. Een verlangen naar God en een zuivere leefwijze doet deze energie ontwaken, waarna een intensief reinigingsproces op gang komt, dat uiteindelijk leidt tot een versmelting van het innerlijk mannelijke en vrouwelijke: het zogenaamde heilige huwelijk. De deuren van het Koninkrijk van God gaan open en de mens wordt herenigd met zijn Schepper.

De slapende kundalini-shakti hebben we in vorige Paravisies teruggezien als Sneeuwwitje die in coma lag (januari ’17) en als Assepoester die opgesloten zat in de keuken, bij het smeulende haardvuur (maart ’17). Dit keer wordt zij verbeeld door de in slaap gevallen prinses Doornroosje.

Het spinnewiel

Op een dag loopt de prinses wat te dwalen in het paleis:

Om iets te doen, liep zij ’t hele paleis door, bekeek alle zalen en alle kamers, net zoals ’t haar inviel.
Tenslotte kwam ze bij een oude toren. Een nauwe wenteltrap ging daar omhoog, ze beklom die en ze kwam bij een smalle deur. In het slot stak een roestige sleutel; die draaide ze om: de deur sprong open. Daar zat in een klein kamertje een oude vrouw met een spinnewiel en ze spon ijverig haar vlas. “Goedendag, oud moedertje,” zei de prinses, “wat doe je daar?” – “Wel, ik ben aan ’t spinnen,” zei het oudje en knikte haar eens toe. “En wat is dat voor een ding dat zo grappig uitsteekt?” vroeg het meisje en ze wilde ook eens proberen te spinnen. Nauwelijks had ze ’t spinrokken aangeraakt of de toverspreuk ging in vervulling: ze stak zich in de vinger. Op ’t zelfde ogenblik dat ze gestoken was, viel ze neer op het bed dat er stond, en ze lag meteen in een vaste slaap.

De toren van het paleis staat voor de wervelkolom van de mens. De wenteltrap staat voor de spiraalbeweging die de kundalini-energie maakt als deze ontwaakt en opstijgt. Dit wordt in veel tradities verbeeld als een slang die omhoog kronkelt langs de wervelkolom.

Het oude vrouwtje met het spinnewiel staat voor ‘moedertje tijd’ die de ‘draad van het leven’ spint. De prik aan het spinnewiel is een metafoor voor de incarnatie van de mens in de materie. De verbinding met het goddelijke wordt op dat moment verbroken: de goddelijke prinses in ons bekken valt in slaap.

De 100-jarige slaap

Als de kundalini slaapt, verkeert de gehele mens in een ‘slaaptoestand’, oftewel een staat van spirituele onbewustheid. Dit wordt in het sprookje verbeeld door alle mensen en dieren in het kasteel die ook in slaap vallen. Zelfs het haardvuur (lees: het kundalini-vuur) slaapt in.

Rondom het slot begon een doornenhaag te groeien. Elk jaar werd hij hoger, eindelijk omringde hij
het hele paleis en sloot het in, en groeide er boven uit. Er was niets meer van te zien, zelfs niet de vlag op de toren.

Het paleis wordt aan het zicht ontrokken: het goddelijke verdwijnt uit beeld. Vele prinsen proberen de slapende prinses te bereiken, maar slagen er niet in door de doornenhaag te komen. Dit symboliseert dat het goddelijke zich niet makkelijk laat heroveren. De kundalini ontwaakt pas als de tijd hiervoor rijp is; als de spirituele zoeker het nodige voorbereidende werk heeft gedaan. In het sprookje zien we dat na precies 100 jaar (het getal 1 staat voor het goddelijke), de zoveelste prins die het probeert, dit keer moeiteloos door de haag heen loopt:

De prins naderde de doornhaag, maar het waren mooie, grote bloemen die van zelf uiteen weken en hem ongehinderd doorlieten. Achter hem sloten ze zich weer volkomen. Hij ging verder: hij kwam in de grote zaal; daar lag de hele hofstoet, ze sliepen allen; en naast de troon lagen de koning en de koningin. Verder ging hij, alles was zo stil dat hij zijn adem kon horen; eindelijk kwam hij bij de toren, hij liep de wenteltrap op en opende de deur en kwam in het kamertje waar Doornroosje sliep. Daar lag ze; zij was zo mooi dat hij zijn ogen niet van haar afwenden kon, en hij bukte zich, en hij kuste haar. Toen hij haar met een kus had aangeraakt, sloeg Doornroosje de ogen op, werd wakker en keek hem allerliefst aan.

De kundalini-symboliek is onmiskenbaar: boven in de toren (de wervelkolom) vindt de versmelting van het mannelijke en vrouwelijke plaats (de kus), waarna het heilige huwelijk volgt:

Toen werd de bruiloft gehouden van de prins met Doornroosje, vol pracht en praal, en zij leefden nog lang en gelukkig tot het einde van hun dagen.

De x-rated versie

De oudste geschreven versie van Doornroosje stamt uit 1632, en draagt de naam ‘Zon, maan en Talia’. In dit verhaal legt de vader van prinses Talia het slapende lichaam van zijn dochter in het bos. Een merkwaardige gang van zaken, maar symbolisch gezien sluit het naadloos aan bij de bovenstaande interpretatie van het sprookje. Het donkere bos staat voor ‘de wereld’; het spirituele duister, waarin de mens incarneert.

Een edelman vindt tijdens de jacht de slapende prinses en hij verkracht haar. Negen maanden later krijgt zij een tweeling genaamd Zon en Maan. Deze bizarre verhaallijn staat voor het energetische proces in de mens na zijn geboorte op aarde. Zon en maan staan voor de twee energiebanen die in de yogatraditie ida-nadi en pingala-nadi worden genoemd. Deze energiebanen stromen langs onze wervelkolom en vertegenwoordigen de dualiteit in de mens: het mannelijke en het vrouwelijke, warm en koud, licht en donker, enzovoorts. De zon en de maan (het actieve en het passieve) zijn twee klassieke symbolen die deze dualiteit uitdrukken.

Bosfeeën leggen de tweeling ieder aan een borst van Talia. Dit beeld laat ons zien dat de kundalini-energie wegvloeit via de ida- en pingala-nadi, in plaats van op te stijgen door de wervelkolom, en de mens daarmee gevangen houdt in de dualiteit. In feite is het de mens zelf die een ‘tweeling’ wordt.

Ook nu komt het echter allemaal goed. Als de edelman na een paar maanden terug keert naar het bos om nog een keer seks te hebben met Talia, treft hij haar wakker aan. Talia trouwt met hem (het heilige huwelijk) en ze leven nog lang en gelukkig, samen met de tweeling. Ze zijn nu één gezin; symbool voor het overstijgen van de dualiteit.

Rapunzel

Wie de vertaalslag van de symboliek in sprookjes eenmaal te pakken heeft, ziet veel overeenkomsten in de verhalen wereldwijd.

Het sprookje Rapunzel, bijvoorbeeld, vertoont veel gelijkenis met Doornroosje. Rapunzel is door een heks opgesloten in een toren. Een smachtende prins klimt omhoog via de vlechten van het meisje, die zij uit de torenkamer naar beneden laat hangen. Een prachtige metafoor voor de kundalini-energie die omhoog stroomt door de wervelkolom en leidt tot een versmelting van het mannelijke en vrouwelijke ter hoogte van het voorhoofd (het zesde chakra).

Als de heks achter deze geheime ontmoeting komt, knipt ze het haar van Rapunzel af (de kundalini verdwijnt in het bekken) en ze verbant haar naar een woestenij; een beeld dat, net als het donkere bos, het leven op aarde symboliseert.

De heks wacht de prins op in de toren en laat hem schrikken, waardoor hij in een doornstruik valt en blind wordt. Hij dwaalt de wereld rond tot hij Rapunzel weer vindt. Ze heeft inmiddels een tweeling van hem gekregen.

De blindheid van de prins staat voor het blind worden voor de verlokkingen van de wereld. Een voorwaarde voor het kunnen plaatsvinden van het heilige huwelijk. De tweeling die Rapunzel heeft gekregen, heeft dezelfde diepere betekenis als bij het verhaal over Talia.

Ook dit keer eindigt het verhaal met een koninklijk huwelijk en een lang en gelukkig leven (verbonden met God).

De moraal van deze verhalen

De mens is een slaapwandelaar, die het aardse leven veel te serieus neemt en sprookjes niet. Hoog tijd voor het omgekeerde!

Dit artikel is verschenen in Paravisie magazine (mei 2017)
Copyright Anne-Marie Wegh 2017

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)
2017-11-24T11:03:24+00:00