De Alchemie van Liefde

De alchemisten wisten dat de godin Venus de sleutel in handen had tot het innerlijke goud waar ze zo gepassioneerd naar zochten. De liefde als de weg naar het Magnum Opus, naar Godsrealisatie. Een weg met vele hindernissen en valkuilen. Maar dat zal niemand verbazen, dat weet eenieder wiens levenspad zich met Venus heeft gekruist!

Innerlijk transformatieproces

De alchemie is een relatief onbekende spirituele traditie. Het algemene beeld dat men heeft van een alchemist is dat deze zich bezig hield met het veranderen van lood in goud. Echter, voor de meeste alchemisten was dit slechts een metafoor voor een innerlijk transformatieproces dat zij het Magnum Opus (het Grote Werk) noemden.

Zij waren volledig op de hoogte van spirituele kennis die wij als ‘oosters’ beschouwen. Ze wisten dat zich in ons bekken, bij het heiligbeen, een mysterieuze energiebron bevindt, die voor de mens de poort kan openen naar het goddelijke: de kundalini-shakti genoemd door de yogi. De alchemist zag deze transformerende energie als Venus, de Romeinse godin van de liefde.

Deze associatie is zo vreemd nog niet, want mystici weten: God laat zich ervaren als een brandende, allesverzengende liefde. Een liefde, zo zuiver en overweldigend, dat lichaam en geest van de mens grondig moeten worden voorbereid om hiervoor een kanaal te kunnen zijn. En deze voorbereiding is waar de alchemisten zich in het verborgene mee bezig hielden.

Symbooltaal

Zij moesten hierbij hun kennis verpakken in symbolen en metaforen, want alles wat inging tegen de leer van kerk was strafbaar, en de consequenties waren in die tijd niet misselijk. Excommunicatie (verbanning uit de kerk) was al gauw het gevolg, en in het ergste geval eindigde je op de brandstapel.

Illustratie 1 (rechts) is een voorbeeld van alchemistische symbooltaal. De drie hazen die achtervolgd worden door honden verbeelden de wervelende beweging van de kundalini, vanaf het bekken omhoog naar de kruin. De oren van de hazen vormen een driehoek; het symbool voor vuur. Dit is het (liefdes-)vuur van Venus.

De dubbele cirkel is het alchemistische symbool voor de eenheid van het goddelijke. Deze wordt ervaren als de dualiteit (twee cirkels) versmelt. Deze innerlijke éénwording wordt ook wel het heilige huwelijk genoemd, en is een onderdeel van het proces van kundalini-ontwaken. In de tekst van het embleem worden de zeven klassieke planeten van ons zonnestelsel genoemd. Deze staan in de alchemie voor de zeven chakra’s die door het kundalini-vuur worden uitgezuiverd en geactiveerd.

1. Uit een alchemistisch manuscript van Basilius Valentinus, 15e eeuw.

2. De extase van Theresia, door Bernini, circa 1650.

De pijl die door het hart gaat is één van de universele symbolen voor de kundalini. Illustratie 2 (links) is het beroemde meesterwerk van Bernini: De extase van de heilige Theresia van Ávila. In haar boek Mijn Leven (1565) beschrijft Theresia het visioen van een engel die haar hart met een gouden lans doorboorde, waarna zij achterbleef ‘vervuld van vurige liefde tot God’.

Dat deze extase een beeldend verslag is van de kundalini-energie, die met volle kracht door het hart van de heilige stroomde, heeft Bernini verwerkt op een wijze die ‘ingewijden’ onmiddellijk herkennen. Met haar linkerhand maakt Theresia het geheime teken van het heilige huwelijk (twee vingers tegen elkaar).

Venus versus Cupido

Een belangrijke speler in het spanningsveld tussen het aardse en het goddelijke is Cupido, de zoon van Venus. Cupido (Eros bij de Grieken) is de veroorzaker van de erotische verlangens die opgewekt worden door verliefdheid, en deze vormen een valkuil op de weg naar de Godservaring. Seksuele activiteit zorgt ervoor dat de kundalini, na haar ontwaken, blijft ‘hangen’ in de buik en niet verder opstijgt naar het hoofd.

Een belangrijk deel van het Magnus Opus is ervoor zorgen dat de kundalini niet afvloeit via de buikchakra’s. Een opdracht die aanvoelt als een spirituele spagaat: de liefde tussen twee mensen is een krachtige katalysator in het laten ontwaken van de kundalini/Venus, maar de pijlen van Cupido moeten hierbij worden ontweken. Met andere woorden: seksuele onthouding is een voorwaarde voor Godsrealisatie.

Dit is wat de romantische setting van illustratie 3 (rechts) in beelden duidelijk maakt. De godin Venus zit innig omarmd met de god Mercurius, de Romeinse god met de caduceus: de slangenstaf die het klassieke symbool is voor een kundalini-ontwaken (naast hem in het gras).

Caduceus

Als paar symboliseren Venus en Mercurius op deze afbeelding de liefde én de versmelting van het mannelijke en het vrouwelijke (de dualiteit).

Boven het godenpaar zien we het resultaat van dit heilige huwelijk: een androgyne mens, in de alchemie Rebis genaamd. Rechts op de illustratie zien we Cupido. Hij houdt zijn pijlenkoker, die associaties oproept met een penis, naar beneden gericht. De boodschap van dit embleem: romantiek is bevorderlijk voor het Magnum Opus, als de kleding maar aan blijft…

3. Embleem 38 uit het alchemistische manuscript Atalanta Fugiens, 1617.

Ken Uzelf

Illustratie 4 (hieronder) laat zien dat de energie die door Cupido in de onderbuik wordt opgewekt, naar het hoofd moet worden gebracht. Cupido staat op een weegschaal (de dualiteit): hij vormt de ‘versmelting’ tussen de tegenstellingen, en trekt zichzelf omhoog. Het vuur van de begeerte brandt op zijn hoofd. Deze energie moet omhoog gebracht worden, zegt de kunstenaar. De twee linten naast Cupido staan voor de twee energiebanen die ons verbonden houden met de dualiteit. Deze ida-nadi en pingala-nadi versmelten tijdens het kundalini-proces, ter hoogte van het zesde chakra (illustratie 5). De gekruiste palmtakken verwijzen naar deze versmelting. De inscriptie onder de afbeelding is Nosce te ipsum (‘Ken uzelf’). Een uitnodiging om de spirituele weg van de zelfkennis te gaan.

4. Een houten paneel uit de basiliek van Santa Maria Maggiore in Bergamo (1524).

5. Een schematische weergave van een kundalini-ontwaken.

Ook Illustratie 6 (rechts) is beeldtaal voor de sublimatie (omhoog brengen) van de seksuele energieën. Eros zit op de arm van zijn moeder Aphrodite (de godin van de liefde bij de Grieken), ter hoogte van haar hoofd. Onder Eros hangt een koord met een tandwiel eraan. Dit is een metafoor voor de wervelbeweging van de kundalini, omhoog naar het hoofd. Het wiel heeft zes spaken; een verwijzing naar het hexagram (zespuntige ster). Een hexagram is een universeel symbool voor de versmelting van de tegenstellingen (twee driehoeken).

Hexagram

De staf van de oppergod Zeus, zittend naast Aphrodite, heeft aan de bovenkant een dennenappel. Deze staf met spiraalmotief staat voor de wervelkolom met erin de kundalini-energie, die in het hoofd de pijnappelklier (de dennenappel) activeert.

6. Oude vaas met Zeus, Aphrodite en Eros (circa 350-340 v. Chr.)

Veelzeggend is ook illustratie 7 (onder). De godin Aphrodite weert de erotische avances van de half-god Pan af met haar sandaal. Ze houdt één hand voor haar kruis. Pan heeft het onderlichaam en de hoorns van een geit. Hij staat voor lust en begeerte. De kunstenaar heeft hem afgebeeld met een erectie. Eros houdt lachend een hoorn van Pan vast: beiden vertegenwoordigen de verlangens van de onderbuik.

7. Marmeren beeld van Aphrodite, Eros en Pan (circa 100 v. Chr.)

8. Venus en Cupido, Benjamin West, 1787.

Illustratie 8 (hierboven) is een 18e eeuws schilderij van Venus en Cupido. Twee vingers van Venus – het teken van het heilige huwelijk – liggen op het voorhoofd van Cupido, de plaats waar de seksuele energieën, die hij aanwakkert, naartoe moeten. Ook Cupido maakt het teken van het heilige huwelijk. Zijn hand ligt hierbij op het hart van Venus: de plek waar God zijn woning maakt, als de mens hier klaar voor is.

Wie oog krijgt voor alchemistische symboliek zal deze in vele kunstwerken herkennen. Ook esoterische groeperingen als de Vrijmetselaars en Rozenkruisers – kringen waar kunstenaars zich graag ophielden – wisten over de bron van goddelijke energie in ons bekken.

9. Maria Magdalena in extase, Michelangelo Merisi da Caravaggio, 1606.

De vereniging met God

Illustratie 9 (links) is een schilderij van Caravaggio: Maria Magdalena in extase. De symboliek die hierin is verwerkt is eenvoudig en krachtig. Rood en wit zijn in de alchemie de kleuren van de dualiteit (de koning en de koningin).

De in elkaar gevlochten vingers van Maria symboliseren haar wervelkolom, waarin de liefde van God met volle kracht stroomt. Ook de wijze waarop de kunstenaar haar armen heeft geschilderd weerspiegelt de dualiteit: licht en donker. In Maria heeft het heilige huwelijk plaatsgevonden. Zij heeft zichzelf bewaard voor God en is nu één met Hem.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (febr ’21)
Copyright Anne-Marie Wegh 2021

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie heeft het boek geschreven:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Aanvullende illustraties

Een geliefd thema in de kunst is het moment dat Venus uit de zee omhoog komt: haar geboorte. Deze mythische gebeurtenis heeft zelfs een officiële naam: Venus (of Aprhodite) Anadyomene. De geboorte van de godin van de liefde uit de zee is beeldtaal voor het ontwaken van de kundalini in het bekken.

Om deze diepere betekenis (verhuld) weer te geven, wordt Venus vaak afgebeeld met twee natte strengen haar die zij uitwringt. Deze twee strengen haar staan voor de twee polaire energiebanen die langs de wervelkolom stromen en die versmelten in het hoofd tijdens een kundalini-ontwaken.

Aphrodite Anadyomene, 5e-6e eeuw na Chr., Museum het Louvre. Ook het mannelijke en vrouwelijke zeewezen, naast Aphrodite, staan voor de polaire energiebanen.

Aphrodite Anadyomene, circa 1e-2e eeuw, Nationaal Museum, Beiroet.

Aphrodite Anadyomene, 1e eeuw v.Chr., Archeologisch Museum van Rhodos.

Aphrodite Anadyomene, eind 2e eeuw v.Chr., Brooklyn Museum, NY.

Aphrodite Anadyomene, 1e of 2e eeuw na Chr. Bij dit beeldje houdt de godin niet twee strengen haar omhoog, maar ze knoopt een doek om haar hoofd, hetgeen qua symboliek dezelfde betekenis heeft.

Venus neemt een bad, mozaïek uit een Romeinse villa, 5e eeuw na Christus, Limassol Museum, Cyprus.

Aphrodite Anadyomene, Aphrodisias Museum, Turkije.

Venus, 2e eeuw v. Chr., Syrië of Palestina.

Links: De specifieke wijze waarop de mantel van de engel Gabriël omhoog gehouden wordt door een cherubijntje is een verwijzing naar de Aphrodite Anadyomene. Hiermee wil kunstenaar Lucas van Leyden ons laten weten dat de zwangerschap van Maria, door de inwerking van de Heilige Geest (die op dit schilderij wordt aangekondigd), staat voor een kundalini-ontwaken.

Wie oog krijgt voor de symbooltaal waarmee kunstenaars door de eeuwen heen ‘ketterse’ spirituele kennis hebben gecommuniceerd, ziet in vrijwel alle klassieke kunstwerken verwijzingen naar de diepere betekenis van de geboorte van Venus/Aphrodite terug. Hieronder vier voorbeelden.

De geboorte van Venus, Giorgio Vasari, 1557. Het rode doek verwijst naar de weg die de kundalini-energie aflegt, vanaf het bekken naar de kruin.

‘Venus ontwapent Cupido’, Guillaume Seignac, circa 1900. Venus wijst met haar linkerhand naar de wervelkolom van Cupido: de seksuele energieën moeten omhoog gebracht worden naar hart en hoofd.

De schelp waarop Aphrodite zit heeft de vorm van een driehoek met de punt omhoog, het alchemistische symbool voor (kundalini-)vuur. Met haar beide handen wijst de godin naar haar hoofd, de plaats waar de kundalini zorgt voor een Godservaring. (Sétif Museum, Algerije)

Aphrodite en Ares verbeelden samen het heilige huwelijk (het samengaan van het mannelijke en het vrouwelijke). Aphrodite maakt met haar rechterhand het teken van het heilige huwelijk (2=1) en wijst tegelijkertijd naar haar hoofd, de plek waar de kundalini/seksuele energie naartoe moet. Ook Ares (Mars bij de Romeinen) maakt met zijn hand het teken van het heilige huwelijk. (Fresco uit Pompeii, nu in het Nationaal Archeologisch Museum in Napels)

De vijf wijze en vijf dwaze maagden

De Bijbel sluit zich volledig aan bij het uitgangspunt van de alchemisten.
Een citaat uit mijn boek Kundalini-ontwaken (pagina 153):

Om de kundalini-energie het voorhoofd te laten bereiken zal de spirituele aspirant elk moment opnieuw waakzaam moeten zijn. Waaraan wordt de energie besteed die zich opbouwt in het lichaam? Jezus geeft hierover de prachtige en alleszeggende gelijkenis van de tien meisjes.

Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes, die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet.
Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas.
Zij die dwaas waren, namen wel hun lampen maar geen olie met zich mee.
De wijzen namen met hun lampen ook olie mee in hun kruikjes.
Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap.
En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet!
Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde.
De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit.
Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf.
Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten.
Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: Heer, heer, doe ons open!
Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet.
Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal.
(Matt. 25:1-13)

De meisjes met hun lampen staan voor de eerste vijf chakra’s. Als deze niet genoeg ‘olie’ hebben als de bruidegom (God) komt, zal er geen heilig huwelijk plaatsvinden bij het zesde chakra, waarschuwt Jezus. Interessant is dat het Griekse parthenos inderdaad meisjes kan betekenen, maar in de Bijbel bijna altijd wordt gebruikt voor maagden. Mattheüs gebruikt parthenos bijvoorbeeld ook voor Maria, de moeder van Jezus (Matt. 1:23). Een subtiel advies om de seksuele energie te ‘bewaren’ voor de Goddelijke bruidegom!

De bovenstaande interpretatie van de parabel van de tien maagden is (uiteraard) niet de traditionele exegese. Ook in dit geval kunnen we in de christelijke kunst symboliek terugvinden die verwijst naar een ‘alchemistische’ uitleg.

Uit de rode en witte kleding van Jezus (de bruidegom) en de ‘wijze maagd’ kunnen we afleiden dat zij staan voor het alchemistische koningspaar. De twee pilaren naast het bruidspaar staan voor de twee energiebanen die versmelten tijdens het heilige huwelijk. (Baron Ernest Friedrich von Liphart, 1886)

‘De Eerste Dwaze Maagd’, Martin_Schongauer, 1470-1490. De lange sjaal staat voor de weg die de kundalini-energie aflegt vanaf bekken naar het hoofd. De knoop in de sjaal staat voor de pijnappelklier. De middelvinger die de maagd uitsteekt (een esoterisch handgebaar) verwijst naar de wervelkolom (het ‘midden’ van het lichaam). De lege olielamp wordt gehouden ter hoogte van het bekken.

Een olielamp wordt gehouden bij het bekken en bij het hoofd van de twee maagden. Dit mogen we zien als een verwijzing naar een kundalini-ontwaken. (De Wijze en Dwaze Maagd, Friedrich Wilhelm von Schadow, 1838-42 )

Een bijzondere afbeelding van de kruisiging, met de vijf wijze en vijf dwaze maagden opgesteld als de eerste vijf chakra’s naast het kruis. De fleur-de-lis, bovenaan, is een esoterisch symbool voor de pijnappelklier, die geactiveerd wordt als de kundalini is aangekomen bij het zesde chakra. Maria, de moeder van Jezus, en de apostel Johannes, staan aan weerszijde van het kruis en vertegenwoordigen het bruidspaar (het mannelijke en het vrouwelijke) van het heilige huwelijk. De boodschap van deze illustratie is: als er genoeg ‘olie’ is in de lampen van de vijf maagden/chakra’s, vindt ter hoogte van het zesde chakra zowel het heilige huwelijk als de dood van het ego (de kruisiging) plaats. (Volger van Hans Schilling, 1469)

Door |2021-02-13T09:27:57+00:00februari 10th, 2021|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor De Alchemie van Liefde
Go to Top