Kundalini en de Toren van Babel

Kundalini en de Toren van Babel

Eeuwig op zoek naar gezondheid, goede seks en zo lang mogelijk leven, heeft het grote publiek de mysterieuze kundalini-shakti van de yogi ontdekt. Boeken en 1-dag-workshops met titels als ‘Becoming supernatural’ vinden gretig aftrek, en iedere belangstellende kan deelnemen aan kundalini-yogalessen zonder dat er vooraf een screening, of grondige uitleg over het doel en de gevaren van kundalini-oefeningen, plaatsvindt.

Zeker, de kundalini heeft een helend, vitaliserend en zuiverend karakter, maar haar laten ontwaken kent niet alleen positieve effecten. De godin in ons bekken heeft vele gezichten: zij is de moeder en de maagd, de weduwe en de bruid, de trooster en de vernietiger. Wie haar te ruw, of voortijdig, wakker maakt uit haar slaap krijgt te maken met Kali ‘de Verschrikkelijke’!

Heling

Godenmythes, zoals die van het Hindoeïsme, het Oude Egypte en de Oude Grieken, zijn vertellingen in beeldtaal over krachten in de buitenwereld én – dat beseft niet iedereen – in onze binnenwereld.

Asclepius, de Griekse god van de geneeskunst, bijvoorbeeld, vertegenwoordigt het helende aspect van de kundalini-energie. Het symbool voor de medische wetenschap, de esculaap, is afgeleid van zijn staf met slang. Deze staf verbeeldt de wervelkolom van de mens, waarlangs de kundalini – als een slang – omhoog stroomt.

De slang, met zijn vermogen zich te vernieuwen door vervelling, zien we in vrijwel alle tradities terug als een symbool van de kundalini-energie. De helende werking van de kundalini is met name energetisch. Voor een vereniging met God moet de energie weer vrij stromen als in een ongeschonden kind:

Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. (Evangelie van Mattheüs 18:3)

Een kundalini-ontwaken leidt in principe – uitzonderingen daargelaten – niet tot een genezing van chronische ziektes of ander fysiek leed!

De god Asclepius

De esculaap

De hindoegodin Kali

Zuivering

Een van de godinnen die staan voor de zuiverende werking van de kundalini-energie is de hindoegodin Kali. Haar uiterlijk is angstwekkend: een donkere huid, opengesperde ogen, wild rondzwaaiende armen met één of meer bloedige wapens, en een ketting van afgehakte hoofden om haar hals. Haar huidskleur verwijst naar het duister waarin zij nog verkeert als zij nog zit ‘opgesloten’ in het bekken. Net als een (kundalini-)slang gebruikt ze haar uitgestoken tong om onzuiverheden op te sporen (ruiken).

Ondanks haar afschrikwekkende uiterlijk is zij geliefd bij de hindoes, omdat haar intenties voortkomen uit een liefhebbend moederhart. Haar doel is om ons te verlossen van ons ego (gesymboliseerd door de afgehakte hoofden).

Het beeld van de woeste Kali is treffend als het gaat om de vraag hoe de eerste fase van een kundalini-ontwaken – en die kan jaren kan duren! – eruit ziet. De heftigheid van de symptomen die je ervaart hangt af van hoeveel onverwerkte zaken die er nog sluimeren in het onbewuste en de zuiverheid van je leefwijze. Bij de gemiddelde westerse mens betekent dit een grote opruimklus. Meer dan men beseft!

Een kundalini-ontwaken is zwaar voor lichaam en geest. De spirituele zoeker die naar God verlangt heeft het er graag voor over. Echter, mensen met gezondheidsklachten adviseren om hun kundalini te laten ontwaken als oplossing voor hun medische problemen, is misleidend – de genezing is vooral geestelijk – en ronduit gevaarlijk!

Kundalini en seks

De kundalini is een enorme krachtbron die, eenmaal ontwaakt, in principe via elk chakra gekanaliseerd kan worden. Zij stroomt automatisch naar de chakra’s die energie vragen. Is iemand gericht op seksueel plezier, dan vloeit de kundalini af bij het tweede chakra, in plaats op te stijgen naar haar eindbestemming, het kruinchakra. Is iemand sterk egogericht, dan zal de energie het derde chakra gaan voeden.

In dit opzicht kan de kundalini inderdaad zintuiglijke ervaringen intensiveren, meer energie geven en de deur naar het bovennatuurlijke openen. Maar hier is deze goddelijke energie niet voor bedoeld, en daarom is de kennis over deze energiebron altijd verborgen gehouden voor het grote publiek. Alleen spirituele aspiranten met een zuivere intentie en leefwijze werden door leraren ingewijd in deze kennis en in de technieken die de kundalini kunnen doen ontwaken.

De godin Tara (Nepal, 18e eeuw) is in haar destructieve vorm nauw verwant aan Kali.
Om haar middel draagt zij een pantervel, symbool voor de overwonnen de dierlijke instincten, waaronder de seksuele driften. De staart van het pantervel rust op de onderbuik van de liggende man: de verblijfplaats van Tara in de mens. Het vuur om Tara en de man verbeeldt het innerlijke kundalini-vuur dat alles verbrand wat tussen de mens en God in staat. De naaktheid van de man staat voor zijn uitgezuiverde ego.

Heilige energie

Het is zeer naïef te denken dat het gebruiken van deze heilige energie voor een ander doel dan waar zij voor bestemd is zonder repercussies zal blijven; medisch, spiritueel of karmisch. Het goddelijke laat zich niet straffeloos inlijven door de mens. Het Bijbelverhaal over de Toren van Babel waarschuwt hiervoor.

Veel Bijbelverhalen zijn niet bedoeld om letterlijk genomen te worden. Het zijn metaforen voor innerlijke spirituele processen. Zo ook het verhaal over de mens die een toren wilde bouwen tot aan de hemel. De diepere betekenis van Bijbelteksten zit verborgen in subtiele woordkeuzes en zinsconstructies. In mijn boek Kundalini-ontwaken heb ik vijf pagina’s gewijd aan een analyse van de Toren van Babel en een onderbouwing van mijn stellingen. Ik vat hier de grote lijnen samen.

De tarotkaart De Toren (hier de versie van Rider-Waite) is geïnspireerd op de Toren van Babel

Innerlijke toren

De Toren van Babel gaat over de mens die eigenhandig aan de slag gaat om het kundalini-vuur in zichzelf op te wekken en via de wervelkolom (de toren) naar het zevende chakra (de hemel) te brengen. Met andere woorden: de mens wil zich, onder invloed van het ego, verheffen tot het goddelijke.

Deze schromelijke zelfoverschatting heeft echter het tegengestelde effect. In plaats van op te stijgen door de wervelkolom daalt het goddelijke juist neer. Tot twee keer toe staat dit letterlijk zo in de tekst: als reactie op de vermetele daad van de mens komt God naar beneden (Genesis 11:1-9).

Betekenisvol is ook de naam Babel, die Poort van God (Bab –El) betekent. De plaats onder aan de wervelkolom, waar de kundalini begint aan haar tocht naar boven, heet in de yogatraditie Brahma-dvara: de poort of deur van Brahma. Deze deur naar God blijft gesloten voor de mens die nog niet het vereiste innerlijke voorwerk heeft gedaan.

De moraal van het verhaal van de Toren van Babel is dat het Koninkrijk van God niet op eigen kracht kan worden verworven – het is een weg die je samen met God gaat. De kennis over de kundalini-energie is alleen verborgen in heilige teksten terug te vinden. In verkeerde handen kan het ertoe leiden dat mensen onvoldoende voorbereid en met de verkeerde motieven zich een toegang gaan forceren tot deze heilige bron. Ook Jezus merkt dit op in het evangelie van Mattheüs (10:11):

En van de dagen van Johannes de Doper af tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en geweldenaars grijpen het.

Deze weg kan alleen worden gegaan met een hart dat gezuiverd is van de verlangens naar grandeur van het ego. Alleen voor een mens die bereid is te sterven aan zichzelf gaat de poort naar God open.

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld (mrt ’19)
Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van o.a. het boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd.

By |2019-03-02T16:50:58+00:00maart 1st, 2019|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor Kundalini en de Toren van Babel

De crucifix-code

De crucifix-code

Met zijn dood aan het kruis heeft Jezus lijfelijk het innerlijke proces tot uitdrukking gebracht van de dood (‘verlossing’) van het ego. Het eindstadium van een kundalini-ontwaken, waarbij de oude mens wordt afgelegd (‘sterft’) en de nieuwe mens, wedergeboren in God, ‘verrijst’.

Dit spirituele proces had Jezus zelf allang doolopen, buiten het zicht van de wereld. De evangelisten hebben, in zijn opdracht, en gebaseerd op het esoterische onderricht dat ze van hem hadden ontvangen, zijn levensverhaal zo opgeschreven dat het model staat voor de weg die de spirituele zoeker moet afleggen voor het innerlijk verwezenlijken van ‘het Koninkrijk van God’.

Een explosief gegeven dat niet alleen in de Bijbel staat, als je weet hoe je deze moet lezen, maar ook in talloze christelijke schilderijen is verwerkt door kunstenaars over de hele wereld.

De Bijbel

In het evangelie van Lukas maakt Jezus de schriftgeleerden een intrigerend verwijt:

Wee u, wetgeleerden, want u hebt de sleutel van de kennis weggenomen. Zelf bent u niet binnengegaan en u hebt hen die binnengingen, tegengehouden. (Lukas 11:52)

Het woord dat Jezus gebuikt voor kennis is het Griekse gnosis. Gnosis is kennis die niet verkregen is via de ratio, maar gebaseerd is op ervaring. Spiritueel gezien staat gnosis voor een weten van God door ondervinding. Kennis van het hart.

De Farizeeën bezitten de sleutel van de gnosis, zegt Jezus. Ze kennen de innerlijke weg naar God, maar gaan deze weg zelf niet en weerhouden ook de gelovigen ervan om ‘naar binnen te gaan’. Deze sleutel is de kennis over wat in de oosterse tradities kundalini wordt genoemd. Een krachtbron van goddelijke oorsprong die zich ‘slapend’ bevindt in ons bekken, ter hoogte van het heiligbeen. De mystieke tak van het Jodendom noemt haar Shekinah, de gnostici Sophia, en christenen de Heilige Geest.

Jezus heeft deze sleutel tot het Koninkrijk van God terug willen geven aan de mensen. Niet rechtstreeks, omdat niet iedereen hieraan toe was, maar verhuld in metaforen en gelijkenissen, ‘voor wie ore heeft en wil horen’:

En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Waarom spreekt U tot hen door gelijkenissen? Hij antwoordde en zei tegen hen: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven…
Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen. (Matt. 13:10,11,13)

Niet alleen de evangeliën, de gehele Bijbel gaat in wezen van kaft tot kaft over onze mogelijkheid tot een proces van spiritueel ontwaken. Het verhaal van Adam en Eva uit het boek Genesis vertelt hoe het komt dat de kundalini-energie bij de meeste mensen niet actief is, ofwel slaapt. Het boek Openbaring, het slot van de Bijbel, is een beschrijving in beeldtaal van een kundalini-ontwaken. Alle andere Bijbelverhalen over oorlogen, tirannieke koningen, wrede bezetters en heroïsche helden zijn beschrijvingen van de universele strijd in ieder mens: die tussen de hypnotische krachten van zijn lagere, dierlijke natuur, en de roep van zijn hogere, goddelijke natuur, waarbij de kundalini een hoofdrol speelt.

Het proces van kundalini-ontwaken

Links en rechts langs onze wervelkolom lopen twee belangrijke energiebanen: ida-nadi en pingala-nadi genoemd in de yogatraditie. Deze energiebanen verbinden ons met de tegenstellingen (dualiteit) van de schepping.

Waar ida-nadi staat voor bijvoorbeeld het vrouwelijke, donker, koude, passiviteit, de maan, en het gevoel, staat pingala-nadi voor het mannelijke, licht, warmte, activiteit, de zon, en de ratio. Als beide energiebanen in evenwicht zijn gebracht – en als God het wil – zal de kundalini ontwaken bij het heiligbeen en opstijgen door de sushumna-nadi, de centrale energiebaan die door de wervelkolom loopt.

Op weg naar het bovenste chakra, het kruinchakra, worden alle andere chakra’s langs de wervelkolom gezuiverd en geactiveerd door het transcendente vuur van de kundalini. Bij het zesde chakra aangekomen, versmelten ida- en pingala-nadi, waardoor op het voorhoofd van de spirituele aspirant het zogenaamde ‘derde oog’ wordt geopend. Het ego ‘sterft’ en goddelijk licht stroomt binnen door het open kruinchakra. De yogi noemt de staat van verruimd bewustzijn die de mens nu ervaart samadhi.

Kundalini

Van één naar twee

Aanvankelijk was er op aarde alleen de mens Adam, zorgeloos levend in de Hof van Eden. Dit paradijs is een metafoor voor het ervaren van een levende verbinding met God. Adam is androgyn door God geschapen; hij is man en vrouw in één.

Vervolgens schept God Eva uit een rib van Adam: dit staat voor een innerlijke tweedeling in een vrouwelijke en een mannelijke helft. Deze opsplitsing kunnen we terugvinden op het lichamelijke niveau (twee hersenhelften met verschillende functies), op het geestelijke niveau (archetypische karaktereigenschappen) en het energetische niveau.

De tweedeling heeft onmiddellijk gevolgen: Eva haalt Adam over om van de verboden vruchten te eten en ze worden beiden het paradijs uitgestuurd (de mens verliest de verbinding met God).

De slang die Eva heeft verleid te eten van de verboden vruchten wordt tevens gestraft door God. Deze moet voortaan kruipen op zijn buik (Gen. 3:14). Dit is een verwijzing naar de kundalini-energie die zich terugtrekt in het bekken (de buik).

De nieuwe Adam

Jezus heeft de slang weer ‘opgeheven’ en de beelden rond zijn kruisiging moeten ons dit duidelijk maken. Hij is ‘de nieuwe Adam’. Na een voltooid proces van kundalini-ontwaken is hij teruggekeerd naar een staat van androgynie en heeft zich – bij leven! – weer verenigd met God: Ik en de Vader zijn één (Joh. 10:30).

Jezus zelf bevestigt deze interpretatie door in het evangelie van Johannes een verband te leggen met het verhaal van Mozes en de koperen slang: En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden… (Joh. 3:14).

Mozes en de koperen slang

Tijdens hun veertigjarige reis door de woestijn krijgt het volk van Mozes te maken met gifslangen waarvan de beet dodelijk is. God geeft Mozes opdracht om een slang van koper te maken en deze op een paal te zetten. Wie naar de koperen slang kijkt nadat hij is gebeten, blijft in leven (Numeri 21:4-9).

Het Hebreeuws dat is vertaald met gifslangen – nachash saraph – betekent letterlijk brandende (vurige) slangen. Deze slangen van vuur verbeelden de kundalini of Heilige Geest. Het verhaal laat zien wat de gevolgen zijn als de goddelijke energie in het bekken wordt aangewend voor de verlangens van de (onder)buik; voor zintuiglijke bevrediging en oppervlakkige pleziertjes.

Als ‘de vurige slang’, na het ontwaken, niet omhoog wordt geleid, maar blijft hangen in het bekken en hier de buik ‘in brand’ zet (‘branden van verlangen’), werkt deze als een dodelijk gif voor de ziel. De mens sterft in spiritueel opzicht. Wordt de slang echter omhoog geleid door de wervelkolom (‘op een paal gezet’) dan blijft de mens ‘leven’.

Met zijn uitspraak dat hij verhoogd moet worden zoals Mozes de slang heeft verhoogd, wil Jezus ons laten weten dat wij zijn kruisiging moeten zien als een verbeelding van een kundalini-ontwaken. Hij zal dit innerlijke proces van godsrealisatie fysiek tot uitdrukking brengen. Hij zal voor de ogen van de hele wereld het sterven van het ego en de innerlijke ‘opstanding’ zichtbaar maken. Een gruwelijk schouwspel waarvan je je onwillekeurig afvraagt of wij deze spirituele les niet op een andere wijze gepresenteerd hadden kunnen krijgen.

Het onmenselijke lijden en sterven van Jezus heeft in ieder geval zijn uitwerking niet gemist. Het heeft diepe sporen getrokken in ons collectieve bewustzijn en van het christendom een wereldreligie gemaakt.

Peter Paul Rubens (studio van). eerste helft 17e eeuw

Peter Paul Rubens (studio van), eerste helft 17e eeuw, privé-collectie.

Het heilige huwelijk

De mannelijke en vrouwelijke energieën in de mens versmelten tot een eenheid als de kundalini-energie, opstijgend vanaf het bekken, is aangekomen bij het voorhoofd. Deze versmelting wordt ook wel het heilige huwelijk genoemd, omdat het leidt tot een vereniging met God. Voorafgaand aan deze mystieke voltooiing heeft de kundalini het ego gezuiverd van alle overtollige ballast (een proces van jaren), in de evangeliën beschreven als ‘de kruisweg van Jezus’. Tijdens het heilige huwelijk verlaat het ego voorgoed het toneel; de nieuwe godmens wordt geboren (de ‘wedergeboorte’).

Een eerste aanwijzing dat we het verhaal van Jezus’ kruisiging moeten interpreteren als iets wat plaatsvindt in het hoofd van de mens, is de naam van de plaats waar de kruisiging plaatsvindt: Golgotha, hetgeen Schedelplaats betekent (Joh 19:17)!

In het Johannes-evangelie vinden we nog een aantal aanwijzingen. Hangend aan het kruis geeft Jezus zijn discipel Johannes de opdracht om zijn moeder in huis te nemen (Joh. 19:27). Dit is een verwijzing naar het heilige huwelijk. In de Griekse brontekst van dit citaat komt het woord huis niet voor. Letterlijk vertaald staat er: de discipel nam haar tot zich. Een zorgvuldig gekozen formulering die bij ons het beeld van een vereniging van het mannelijke en het vrouwelijke moet oproepen.

In het Thomas-evangelie benoemt Jezus dit proces expliciet:

Jezus zei tot hen: Als jullie de twee tot één maken, en als jullie de binnenkant maken als de buitenkant, en de buitenkant als de binnenkant, en de bovenkant als de onderkant, en wanneer jullie het mannelijke en het vrouwelijke één maken, zodat het mannelijke niet langer mannelijk is en het vrouwelijke niet vrouwelijk.
…dan zullen jullie het Koninkrijk binnengaan. (Logion 22)

Hans Holbein de Jonge, 1521, Kunstmuseum Basel.

Hans Holbein de Jonge, 1521, Kunstmuseum Basel.

De lans

Nadat Jezus aan het kruis de geest heeft gegeven, steekt een soldaat hem met een lans in zijn zijde, om er zeker van te zijn dat hij is overleden (Joh. 19:34). Ook dit is een verwijzing naar een innerlijke versmelting van de tegenpolen, en voert terug naar het verhaal van Adam en Eva. Jezus wordt gestoken met de speer op de plaats waar bij Adam een rib is verdwenen. Symbolisch wordt hiermee de rib (Eva) teruggeplaatst en de staat van androgynie hersteld.

De twee ‘misdadigers’

Ook de twee mannen die met Jezus worden gekruisigd – aan elke kant één (Joh. 19:18) – verbeelden de energieën die onze tweedeling in stand houden. Symbolisch gezien ‘sterven’ in de kruisigingsscène de innerlijke dualiteit (de twee mannen) en het ego (Jezus).

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de beeldtaal waarin de Bijbel is geschreven en van de symboliek waarmee het levensverhaal van Jezus is doorspekt. Het grote geheim van het kundalini-ontwaken van Jezus is door de eeuwen heen bekend geweest bij een kleine groep ingewijden, kunstenaars en mystici, getuige de talloze christelijke schilderijen waarin deze ‘heidense’ boodschap is verborgen.

Hans Baldung, 1539, Staatliche Kunsthalle, Karlsruhe

Hans Baldung, 1539, Staatliche Kunsthalle, Karlsruhe.

Glas-in-lood, kerk onbekend

Glas-in-lood, kerk onbekend.

De crucifix-code

Een van de manieren waarop kunstenaars de diepere betekenis van de kruisiging hebben verwerkt, is met wat ik noem ‘de crucifix-code’: Jezus hangend aan het kruis met één en/of twee uitgestrekte vinger(s). Hij heeft van de twee één gemaakt, het heilige huwelijk heeft zich in hem voltrokken, is de betekenis hiervan.
Ook op afbeeldingen met Jezus in een andere context zien we dit ‘teken van het heilige huwelijk’ terug. Als de middelvinger wordt uitgestrekt is dit een verwijzing naar de wervelkolom – die zich in ‘het midden’ van de mens bevindt – met hierin stromend de ontwaakte goddelijke energie.

Wie ‘crucifixion Jesus‘ intikt op google kan zonder moeite zelf tientallen voorbeelden van schilderijen, hangend in musea en kerken over de hele wereld, vinden. Zoveel, dat het verwondering wekt dat nog niet eerder iemand dit heeft opgemerkt (voor zover ik weet). Wellicht dat de druppel van dit artikel in ons collectieve bewustzijn een doorslaggevende rimpeling gaat veroorzaken?

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld (nov ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van o.a. het boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd.

By |2019-02-23T11:35:20+00:00november 25th, 2018|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor De crucifix-code