Maak de eenhoorn in jezelf wakker!

Maak de eenhoorn in jezelf wakker!

Iedereen houdt van de eenhoorn: volwassenen en kinderen, kunstenaars, dichters en historici. We zijn gefascineerd door dit dier. Heeft het echt bestaan? Wat is de oorsprong van de mythes en legendes waarin de eenhoorn een hoofdrol speelt? De antwoorden op deze vragen hebben alles te maken met een ander groot mysterie: de kundalini-energie in ons bekken.

De kennis over ons potentieel tot Godsrealisatie vinden wij in de meeste culturen en spirituele tradities alleen terug verpakt in beeldtaal. Vaak verhinderde de gangbare religie het openlijk communiceren over esoterische kennis, en het was sowieso niet iets wat men wilde delen met de grote massa, die het toch niet op waarde zou kunnen schatten en er wellicht op een verkeerde manier mee aan de haal zou gaan.

Beeldtaal was de ideale manier om spirituele kennis veilig door te geven aan de oprechte spirituele zoeker. De alchemie is een voorbeeld van een traditie die de beeldtaal tot een ware kunst heeft verheven. Alchemistische kennis is voornamelijk op papier gezet in de vorm van illustraties (emblemen). Voor een insider is het onmiddellijk duidelijk wat  een embleem betekent. Voor niet-ingewijden zijn de wonderlijke, surrealistische afbeeldingen één groot raadsel.

Spirituele kennis is hiermee zelfs zó goed verborgen dat veel mensen nog steeds denken dat alchemistische emblemen staan voor scheikundige formules om van onedele metalen goud te maken. Verreweg de meeste emblemen gaan echter over het proces van kundalini-ontwaken, als de weg naar het innerlijke goud!

Toehoorders reageren vol ongeloof als ik dit zeg. De kundalini wordt gezien als een oosters concept waar men in de christelijke contreien geen weet van had. Niets is echter minder waar. Door de tijden heen is in heel veel kunstuitingen en iconografieën kundalini-symboliek terug te vinden. Ook in ons deel van de wereld. Ik heb vier boeken hierover geschreven. De eenhoorn is een prachtig voorbeeld.

Centraal op dit alchemistische embleem staat de Griekse god Hermes met zijn staf, de caduceus, het universele symbool voor een kundalini-ontwaken. De rozenstruik en de waterbron zijn beide metaforen voor de kundalini-energie. Op de achtergrond zien we twee vechtende dieren: het gevecht in ieder van ons tussen onze hogere en lagere natuur. Het paard met de vleugels staat voor de getransformeerde dierlijke energieën. De kleur rood in de alchemie verwijst naar het voltooide Magnum Opus (Godsrealisatie).

Het dier in de mens

Wie diep genoeg graaft in de heilige geschriften van spirituele tradities komt tot de ontdekking dat ze verrassend unaniem zijn over het ‘probleem’ van onze dierlijke driften. Deze driften staan in de weg van ons vermogen om het goddelijke te ervaren.

In intellectueel opzicht zijn wij misschien wel de kroon op de schepping, maar de meeste van onze drijfveren zijn dierlijk. Anders gezegd: in essentie bestaat er niet zoveel verschil tussen wat wij te zien krijgen op National Geographic en het nieuws. Eigenschappen zoals hebberigheid, agressie, lust, jaloezie, opscheppen, egoïsme en kuddegedrag zijn dierlijke neigingen.

Deze impulsen van onze zogenaamde ‘lagere natuur’ zijn geworteld in ons lichaam, een product van onze evolutie vanuit het dierenrijk. De mens heeft echter ook een goddelijk potentieel, verbonden met onze ziel. Om het goddelijke volledig te realiseren moeten onze dierlijke (buik)energieën worden gezuiverd en gesublimeerd (omhoog gebracht naar de hogere chakra’s).

De mens als een hybride wezen: deels mens en deels hond/wolf. Deze twee helften willen tegenovergestelde richtingen uit, hetgeen ons voortdurend innerlijke worstelingen geeft. Illustratie uit: De Kroniek van Neurenberg (Hartmann Schedel, 1493).

De verbeelding van een transformatieproces

Het onderdrukken van onze dierlijke neigingen is niet de oplossing om ons goddelijk potentieel te realiseren. We hebben deze oerkrachten, in het bijzonder de seksuele energieën, juist nodig om het hogere te verwezenlijken. Het spirituele werk bestaat eruit om meesterschap te verwerven over deze krachten. Het kundalini-vuur helpt ons hierbij door alles te verbranden wat tussen God en de mens in staat. De eenhoorn symboliseert dit transformatieproces.

In de beeldtaal staat een paard voor onze emoties en dierlijke driften. Hieruit is ook de spreekwoordelijke ‘prins op het witte paard’ ontstaan: de ideale man heeft zijn dierlijke neigingen gezuiverd (de kleur wit) en onder controle (meesterschap over het paard).

De eenhoorn is ook wit en de lange, gedraaide hoorn op zijn voorhoofd staat voor de kundalini-energie die, tezamen met de dierlijke energieën, is opgestegen tot het zesde chakra en hier het derde oog heeft geopend.

In het hindoeïsme vinden we soortgelijke symboliek terug. Het omhoog brengen van de gezuiverde dierlijke energieën wordt hier op een inventieve manier verbeeld (vergelijkbaar met de hoorn van de eenhoorn). De dierlijke energieën worden ‘gevoed’ vanaf het hoofd. Let ook op de kleine staande cobra, linksonder: een universeel symbool voor de ontwaakte kundalini.

De maagd en de eenhoorn

In de verhalen over de eenhoorn zien we de boodschap van het transformeren van het dierlijke eveneens terug. Volgens de legendes kan de eenhoorn alleen gevangen worden door een maagd onder een boom te plaatsen. Hij laat zich lokken door de maagd en zal daarna op haar schoot in slaap vallen. Een boom is een universele metafoor voor de ontwaakte kundalini-energie. De seksuele energie moet bewaard blijven (de maagd) voor het spirituele proces van ontwaken. Het dierlijke in de buik (de schoot) van de mens moet ’in slaap vallen’.

De legendes zeggen ook dat de hoorn van het dier vergiftigd water kan zuiveren en ziektes kan genezen. Zuivering en genezing zijn beide aspecten van een kundalini-proces. Over de eenhoorn wordt ook verteld dat hij verborgen waterbronnen kan opsporen. De goddelijke energie in ons bekken wordt in de beeldtaal vaak weergegeven als een waterbron (zie de alchemistische illustratie hierboven).

De eenhoorn kan alleen gevangen worden door een maagd onder een boom te plaatsen.

Kiezen voor de weg van de eenhoorn

Een eenhoorn bestaat alleen in de binnenwereld van de mens. We kunnen dit prachtige dier in onszelf tot leven wekken door een verlangen naar God. Speciale oefeningen om de kundalini-energie te laten ontwaken zijn niet nodig. Wees niet bang, dit is geen weg van ascese en afzien, maar van bewuste keuzes maken. Zintuiglijke en seksuele bevrediging verliezen vanzelf hun aantrekkingskracht als je eenmaal hebt geproefd van het goddelijke. Als een eenhoorn spontaan verschijnt in een droom of meditatie, dan ben je op de goede weg!

In de christelijke kunst is de eenhoorn gebruikt om verboden esoterische kennis verhuld te communiceren. Op dit schilderij van Moretto da Brescia (1530) zien we de heilige Justina afgebeeld met een eenhoorn. De dennenappel op het kleed van de heilige, onder de hoorn van het dier, is een verwijzing naar de pijnappelkier, die geactiveerd wordt als de kundalini aankomt bij het zesde chakra.

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld magazine (juli/aug ’20)
Copyright Anne-Marie Wegh 2020

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek Kundalini-ontwaken.

Door |2020-09-25T10:08:40+00:00september 25th, 2020|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor Maak de eenhoorn in jezelf wakker!

Maria Magdalena, verrassende nieuwe inzichten!

Maria Magdalena

Verrassende nieuwe inzichten!

Het enige wat de Bijbel zegt over Maria Magdalena is dat zij één van de vrouwen was die Jezus volgden op zijn rondreis door Judea, en dat ze was bevrijd van zeven demonen. Bij nadere bestudering van de Griekse grondtekst, echter, blijkt een schat aan extra informatie te schuilen in de schaarse woorden over deze mysterieuze vrouw.

Wat verschijnt is een heel ander beeld dan dat van de boetevaardige zondares, dat de kerk van haar schetst, en ook een ander beeld dan wat in New Age-kringen wordt gesuggereerd, namelijk dat zij de vrouw zou zijn van Jezus. Mijn verrassende bevindingen heb ik uiteengezet en onderbouwd in mijn boek Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie. De nu volgende tekst komt uit hoofdstuk 2 van dit boek.

De leerling die Jezus liefhad

De identiteit van de schrijver van het vierde evangelie in het Nieuwe Testament is al bijna tweeduizend jaar onderwerp van onderzoek en discussie. Volgens de overlevering zou het de apostel Johannes zijn, maar hier wordt tegenwoordig door veel deskundigen aan getwijfeld. Gezien de inhoud van het evangelie moet het in ieder geval iemand zijn geweest die Jezus zeer nabij stond. De anonieme auteur zegt uit de eerste hand te schrijven over wat hij met eigen ogen heeft gezien en hij noemt zichzelf ‘de leerling die Jezus liefhad’:

En Petrus zag, toen hij zich omkeerde, de discipel volgen die Jezus liefhad, die ook tijdens het avondmaal tegen Zijn borst was gaan liggen en gezegd had: Heere, wie is het die U verraden zal?…
Dit is de discipel die van deze dingen getuigt en deze dingen beschreven heeft; en wij weten dat zijn getuigenis waar is.
(Joh. 21:20,24)

Waarom zou de auteur gekozen hebben voor anonimiteit? Hiervoor zijn verschillende redenen te bedenken, maar een heel goede reden zou zijn: omdat het een vrouw was!

Vrouwen werden in die tijd gewoonlijk niet serieus genomen, zoals ook blijkt uit een schrijnende passage in het evangelie van Lucas. Als Jezus na zijn dood is verschenen aan een aantal vrouwen en ze haasten zich om dit vertellen aan de mannelijke apostelen, dan worden ze niet geloofd:

En toen zij teruggekeerd waren van het graf, berichtten ze dit alles aan de elf discipelen en aan alle anderen. En het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus, en de anderen die bij hen waren, die dit tegen de apostelen zeiden. En hun woorden leken hun kletspraat en zij geloofden hen niet.
(Lucas 24:9-11)

Vol als ze was over wat ze had geleerd van haar leraar Jezus, besloot Maria haar eigen versie te schrijven van ‘de blijde boodschap’. Ze koos ervoor om anoniem te blijven en zich in haar teksten als een man te profileren. Ze liet daarbij de lezer opzettelijk vermoeden dat deze man de apostel Johannes was, zoals we zodadelijk zullen zien. Op ingenieuze wijze heeft ze echter ook een sleutel achtergelaten in de tekst, waarmee de ware identiteit van de auteur achterhaald zou kunnen worden. Hiervoor moeten we naar de Griekse brontekst.

De verborgen sleutel

Vijf maal vinden we in het Johannes-evangelie de omschrijving terug ‘de leerling die Jezus liefhad’. Vier keer heeft de auteur gekozen voor het Griekse agapaó (van agápe) voor liefhebben. In de passage echter waarin de leerlingen er tot hun ontzetting achter komen dat het graf van Jezus leeg is, wordt het Griekse phileó (van philos) gebruikt:

En op de eerste dag van de week ging Maria Magdalena vroeg, toen het nog donker was, naar het graf, en zij zag dat de steen van het graf afgenomen was. Daarom snelde zij terug en ging naar Simon Petrus en naar de andere discipel, die Jezus liefhad (phileó), en zei tegen hen: Ze hebben de Heere uit het graf weggenomen, en wij weten niet waar zij Hem neergelegd hebben. Petrus dan ging naar buiten, en de andere discipel, en zij kwamen bij het graf.
(Joh. 20:1-3)

Maria Magdalena is in deze passage met twee andere leerlingen van Jezus aanwezig bij het lege graf. Door één van deze twee mannen nu de geliefde leerling te noemen, gebruikmakend van een ander woord voor liefhebben, blijft haar identiteit als auteur van het evangelie verborgen, maar verloochent ze zichzelf niet. Hierdoor kan zij naar waarheid schrijven dat zij het was die de verrezen Jezus als eerste heeft gezien.

Ook het woord andere in dit citaat valt op: de andere discipel die Jezus liefhad. Tezamen met het andere Griekse woord voor liefhebben, en Maria Magdalena’s aanwezigheid in deze scène, is er maar één logische conclusie: zij is de auteur van dit evangelie!

Een literaire vondst die even eenvoudig als geniaal is, en die al deze tijd met succes verhuld heeft dat de schrijver van dit evangelie een vrouw is. Een goed bewaard geheim dat ervoor heeft gezorgd dat haar verhaal serieus genomen is en door de strenge selectie van de vroegchristelijke kerkvaders is gekomen, waardoor het nu onderdeel uitmaakt van het Nieuwe Testament. Dit is een eer die vele andere evangeliën uit die tijd niet ten beurt is gevallen. Hierdoor worden haar woorden tot op de dag van vandaag nog over de gehele wereld gelezen en veelvuldig geciteerd.

Pietro Perugino, De overhandiging van de sleutel aan Petrus, 1482, Sixtijnse kapel, Rome (rechts uitsnede). Jezus overhandigt de sleutels van ‘het Koninkrijk der hemelen’ aan Petrus. Een gebeurtenis in de evangeliën (Matt. 16:19) die ervoor heeft gezorgd dat de katholieke kerk hem ziet als de eerste paus. Kunstenaar Perugino wil ons laten weten dat deze eer eigenlijk aan Maria Magdalena toekomt. Zij staat achter Petrus in een opengedraaide lichaamshouding, waardoor zij centraal staat in het rechter tafereel. Zij kijkt als enige van de apostelen naar Jezus. De apostel links naast haar wijst naar haar. Dat het Maria Magdalena is, kunnen we afleiden uit haar schoeisel. Alle apostelen zijn op blote voeten. Alleen Jezus en zij dragen sandalen. Die van haar zijn dusdanig versierd dat duidelijk is dat deze figuur een vrouw moet zijn. Zij houdt een kleine rol papier vast: het evangelie dat zij heeft geschreven!

Christelijke kunst

Door de eeuwen heen is er altijd een kleine groep ingewijden, kunstenaars en mystici geweest die wisten dat het Johannes-evangelie is geschreven door Maria Magdalena. In de christelijke iconografie wordt de apostel Johannes meestal afgebeeld als een baardloze jongeman met vrouwelijke trekken. Op veel schilderijen (en ook kerkbeelden) is de evangelist zo duidelijk een vrouw dat de kunstenaar hiermee een boodschap moet hebben gehad voor ons.
Soms is Johannes zelfs zo vrouwelijk dat hij alleen te herkennen is aan zijn attributen (een Bijbel met schrijfpen, een adelaar, en/of een drinkbeker met of zonder gifslangen).

Door de rigide houding van de kerk kon de waarheid niet hardop worden uitgesproken, maar ondergronds vond zij haar weg via het schildersdoek. Aan de muren van musea, kerken en basilieken spreken stemmen uit een ver verleden tot ons: Maria Magdalena was de ‘apostel der apostelen’. Zij was Jezus’ meest dierbare leerling!

Schilderijen en glas-in-lood van de evangelist Johannes

Defendente Ferrari
(circa 1525)

Hans Baldung (1511)

Domenichino
(eerste helft 17e eeuw)

Sisto Badalocchio (1605-1625)

Uit: Grandes Heures Anne de Bretagne (1503-1508)

John La Farge (19e eeuw)

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld (juli/aug ’19)
Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie heeft het boek geschreven:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Door |2020-07-01T14:41:40+00:00april 10th, 2020|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor Maria Magdalena, verrassende nieuwe inzichten!

Kundalini en de Toren van Babel

Kundalini en de Toren van Babel

Eeuwig op zoek naar gezondheid, goede seks en zo lang mogelijk leven, heeft het grote publiek de mysterieuze kundalini-shakti van de yogi ontdekt. Boeken en 1-dag-workshops met titels als ‘Becoming supernatural’ vinden gretig aftrek, en iedere belangstellende kan deelnemen aan kundalini-yogalessen zonder dat er vooraf een screening, of grondige uitleg over het doel en de gevaren van kundalini-oefeningen, plaatsvindt.

Zeker, de kundalini heeft een helend, vitaliserend en zuiverend karakter, maar haar laten ontwaken kent niet alleen positieve effecten. De godin in ons bekken heeft vele gezichten: zij is de moeder en de maagd, de weduwe en de bruid, de trooster en de vernietiger. Wie haar te ruw, of voortijdig, wakker maakt uit haar slaap krijgt te maken met Kali ‘de Verschrikkelijke’!

Heling

Godenmythes, zoals die van het Hindoeïsme, het Oude Egypte en de Oude Grieken, zijn vertellingen in beeldtaal over krachten in de buitenwereld én – dat beseft niet iedereen – in onze binnenwereld.

Asclepius, de Griekse god van de geneeskunst, bijvoorbeeld, vertegenwoordigt het helende aspect van de kundalini-energie. Het symbool voor de medische wetenschap, de esculaap, is afgeleid van zijn staf met slang. Deze staf verbeeldt de wervelkolom van de mens, waarlangs de kundalini – als een slang – omhoog stroomt.

De slang, met zijn vermogen zich te vernieuwen door vervelling, zien we in vrijwel alle tradities terug als een symbool van de kundalini-energie. De helende werking van de kundalini is echter met name energetisch. Voor een vereniging met God moet de energie weer vrij stromen als in een ongeschonden kind:

Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. (Evangelie van Mattheüs 18:3)

Een kundalini-ontwaken leidt in principe – uitzonderingen daargelaten – niet tot een genezing van chronische ziektes of ander fysiek leed!

De god Asclepius

De esculaap

De hindoegodin Kali

Zuivering

Een van de godinnen die staan voor de zuiverende werking van de kundalini-energie is de hindoegodin Kali. Haar uiterlijk is angstwekkend: een donkere huid, opengesperde ogen, wild rondzwaaiende armen met één of meer bloedige wapens, en een ketting van afgehakte hoofden om haar hals. Net als een (kundalini-)slang gebruikt ze haar uitgestoken tong om onzuiverheden op te sporen (ruiken).

Ondanks haar afschrikwekkende uiterlijk is zij geliefd bij de hindoes, omdat haar intenties voortkomen uit een liefhebbend moederhart. Haar doel is om ons te verlossen van ons ego (gesymboliseerd door de afgehakte hoofden).

Het beeld van de woeste Kali is treffend als het gaat om de vraag hoe de eerste fase van een kundalini-ontwaken – en die kan jaren kan duren! – eruit ziet. De heftigheid van de symptomen die je ervaart hangt af van hoeveel onverwerkte zaken die er nog sluimeren in het onbewuste en de zuiverheid van je leefwijze. Bij de gemiddelde westerse mens betekent dit een grote opruimklus. Meer dan men beseft!

Een kundalini-ontwaken is zwaar voor lichaam en geest. De spirituele zoeker die naar God verlangt heeft het er graag voor over. Echter, mensen met gezondheidsklachten adviseren om hun kundalini te laten ontwaken als oplossing voor hun medische problemen, is misleidend – de genezing is vooral geestelijk – en ronduit gevaarlijk!

Kundalini en seks

De kundalini is een enorme krachtbron die, eenmaal ontwaakt, in principe via elk chakra gekanaliseerd kan worden. Zij stroomt automatisch naar de chakra’s die energie vragen. Is iemand gericht op seksueel plezier, dan vloeit de kundalini af bij het tweede chakra, in plaats op te stijgen naar haar eindbestemming, het kruinchakra. Is iemand sterk egogericht, dan zal de energie het derde chakra gaan voeden.

In dit opzicht kan de kundalini inderdaad zintuiglijke ervaringen intensiveren, meer energie geven en de deur naar het bovennatuurlijke openen. Maar hier is deze goddelijke energie niet voor bedoeld, en daarom is de kennis over deze energiebron altijd verborgen gehouden voor het grote publiek. Alleen spirituele aspiranten met een zuivere intentie en leefwijze werden door leraren ingewijd in deze kennis en in de technieken die de kundalini kunnen doen ontwaken.

Rechts: de godin Tara (Nepal, 18e eeuw) is in haar destructieve vorm nauw verwant aan Kali. Om haar middel draagt zij een pantervel, symbool voor de overwonnen de dierlijke instincten, waaronder de seksuele driften. De staart van het pantervel rust op de onderbuik van de liggende man: de verblijfplaats van Tara in de mens. Het vuur om Tara en de man verbeeldt het innerlijke kundalini-vuur dat alles verbrand wat tussen de mens en God in staat. De naaktheid van de man staat voor zijn uitgezuiverde ego.

Heilige energie

Het is zeer naïef te veronderstellen dat het gebruiken van deze heilige energie voor een ander doel dan waar zij voor bestemd is zonder repercussies zal blijven; medisch, spiritueel of karmisch. Het goddelijke laat zich niet straffeloos inlijven door de mens. Het Bijbelverhaal over de Toren van Babel waarschuwt hiervoor.

Veel Bijbelverhalen zijn niet bedoeld om letterlijk genomen te worden. Het zijn metaforen voor innerlijke spirituele processen. Zo ook het verhaal over de mens die een toren wilde bouwen tot aan de hemel. De diepere betekenis van Bijbelteksten zit verborgen in subtiele woordkeuzes en zinsconstructies. In mijn boek Kundalini-ontwaken heb ik vijf pagina’s gewijd aan een analyse van de Toren van Babel en een onderbouwing van mijn stellingen. Ik vat hier de grote lijnen samen.

De tarotkaart De Toren
is geïnspireerd op de Toren van Babel

Innerlijke toren

De Toren van Babel gaat over de mens die eigenhandig aan de slag gaat om het kundalini-vuur in zichzelf op te wekken en via de wervelkolom (de toren) naar het zevende chakra (de hemel) te brengen. Met andere woorden: het ego wil zich verheffen tot het goddelijke.

Deze schromelijke zelfoverschatting heeft echter het tegengestelde effect. In plaats van op te stijgen door de wervelkolom daalt het goddelijke juist neer. Tot twee keer toe staat dit letterlijk in de tekst: als reactie op de vermetele daad van de mens komt God naar beneden (Genesis 11:1-9).

Betekenisvol is ook de naam Babel, die Poort van God (Bab –El) betekent. De plaats onder aan de wervelkolom, waar de kundalini begint aan haar tocht naar boven, heet in de yogatraditie Brahma-dvara: de poort of deur van Brahma. Deze deur naar God blijft gesloten voor de mens die nog niet het vereiste innerlijke voorwerk heeft gedaan.

De metafoor van het spreken van verschillende talen verwijst naar het verlies van de eenheid van het goddelijke. In plaats hiervan wordt de innerlijke wereld van de mens verdeeld in egofragmenten.

De moraal van het verhaal van de Toren van Babel is dat het Koninkrijk van God niet op eigen kracht kan worden verworven – het is een weg die je samen met God gaat. De kennis over de kundalini-energie is alleen verborgen in heilige teksten terug te vinden. In verkeerde handen kan het ertoe leiden dat mensen onvoldoende voorbereid en met de verkeerde motieven zich een toegang gaan forceren tot deze heilige bron. Ook Jezus merkt dit op in het evangelie van Mattheüs (11:12):

En van de dagen van Johannes de Doper af tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en geweldenaars grijpen het.

Deze weg kan alleen worden gegaan met een hart dat gezuiverd is van de verlangens naar grandeur van het ego. Alleen voor een mens die bereid is te sterven aan zichzelf gaat de poort naar God open.

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld (mrt ’19)
Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek Kundalini-ontwaken.

Door |2020-07-25T13:55:37+00:00maart 1st, 2019|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor Kundalini en de Toren van Babel

De Crucifix Code

De Crucifix Code

Met zijn dood aan het kruis heeft Jezus lijfelijk het innerlijke proces tot uitdrukking gebracht van de dood (‘verlossing’) van het ego. Het eindstadium van een kundalini-ontwaken, waarbij de oude mens wordt afgelegd (‘sterft’) en de nieuwe mens, wedergeboren in God, ‘verrijst’.

Dit spirituele proces had Jezus zelf allang doolopen, buiten het zicht van de wereld. De evangelisten hebben, in zijn opdracht, en gebaseerd op het esoterische onderricht dat ze van hem hadden ontvangen, zijn levensverhaal zo opgeschreven dat het model staat voor de weg die de spirituele zoeker moet afleggen voor het innerlijk verwezenlijken van ‘het Koninkrijk van God’.

Een explosief gegeven dat niet alleen in de Bijbel staat, als je weet hoe je deze moet lezen, maar ook in talloze christelijke schilderijen is verwerkt door kunstenaars over de hele wereld.

De Bijbel

In het evangelie van Lukas maakt Jezus de schriftgeleerden een intrigerend verwijt:

Wee u, wetgeleerden, want u hebt de sleutel van de kennis weggenomen.
Zelf bent u niet binnengegaan en u hebt hen die binnengingen, tegengehouden.
(Lukas 11:52)

Het woord dat Jezus gebuikt voor kennis is het Griekse gnosis. Gnosis is kennis die niet verkregen is via de ratio, maar gebaseerd is op ervaring. Spiritueel gezien staat gnosis voor een weten van God door ondervinding. De kennis van het hart.

De Farizeeën bezitten de sleutel van de gnosis, zegt Jezus. Ze kennen de innerlijke weg naar God, maar gaan deze weg zelf niet en weerhouden ook de gelovigen ervan om ‘naar binnen te gaan’. Deze sleutel is de kennis over wat in de oosterse tradities kundalini wordt genoemd. Een krachtbron van goddelijke oorsprong die zich ‘slapend’ bevindt in ons bekken, ter hoogte van het heiligbeen. De mystieke tak van het Jodendom noemt haar Shekinah, de gnostici Sophia, en christenen de Heilige Geest.

Jezus heeft deze sleutel tot het Koninkrijk van God terug willen geven aan de mensen. Niet rechtstreeks, omdat niet iedereen hieraan toe was, maar verhuld in metaforen en gelijkenissen, ‘voor wie ore heeft en wil horen’:

En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Waarom spreekt U tot hen door gelijkenissen? Hij antwoordde en zei tegen hen: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven…
Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen. (Matt. 13:10,11,13)

Niet alleen de evangeliën, de gehele Bijbel gaat in wezen van kaft tot kaft over onze mogelijkheid tot een proces van spiritueel ontwaken. Het verhaal van Adam en Eva uit het boek Genesis vertelt hoe het komt dat de kundalini-energie bij de meeste mensen niet actief is, ofwel slaapt. Het boek Openbaring, het slot van de Bijbel, is een beschrijving in beeldtaal van een kundalini-ontwaken. Alle andere Bijbelverhalen over oorlogen, tirannieke koningen, wrede bezetters en moedige helden zijn beschrijvingen van de universele strijd in ieder mens: die tussen de hypnotische krachten van zijn lagere, dierlijke natuur, en de roep van zijn hogere, goddelijke natuur, waarbij de kundalini een hoofdrol speelt.

Het proces van kundalini-ontwaken

Links en rechts langs onze wervelkolom lopen twee belangrijke energiebanen: ida-nadi en pingala-nadi genaamd in de yogatraditie. Deze energiebanen verbinden ons met de tegenstellingen (dualiteit) van de schepping. Waar ida-nadi staat voor bijvoorbeeld het vrouwelijke, donker, koude, passiviteit, de maan, en het gevoel, staat pingala-nadi voor het mannelijke, licht, warmte, activiteit, de zon, en de ratio.

Als de kundalini ontwaakt en vanuit het bekken opstijgt door de sushumna nadi – de energiebaan die door de wervelkolom loopt – naar het bovenste chakra, het kruinchakra, worden alle andere chakra’s langs de wervelkolom gezuiverd en geactiveerd.

Bij het zesde chakra aangekomen, versmelten ida- en pingala-nadi, waardoor op het voorhoofd van de spirituele aspirant het zogenaamde ‘derde oog’ wordt geopend. Het ego ‘sterft’ en goddelijk licht stroomt binnen door het open kruinchakra. De yogi noemt de staat van verruimd bewustzijn die de mens nu ervaart samadhi.

Van één naar twee

Aanvankelijk was er op aarde alleen de mens Adam, zorgeloos levend in de Hof van Eden. Dit paradijs is een metafoor voor het ervaren van een levende verbinding met God. Adam is androgyn door God geschapen; hij is man en vrouw in één.

Vervolgens schept God Eva uit een rib van Adam: dit staat voor een innerlijke tweedeling van Adam in een vrouwelijke en een mannelijke helft. Deze opsplitsing kunnen we terugvinden op het lichamelijke niveau (twee hersenhelften met verschillende functies), op het geestelijke niveau (archetypische karaktereigenschappen) en het energetische niveau.

De tweedeling heeft onmiddellijk gevolgen: Eva haalt Adam over om van de verboden vruchten te eten en ze worden beiden het paradijs uitgestuurd (de mens verliest de verbinding met God).

De slang die Eva heeft verleid te eten van de verboden vruchten wordt tevens gestraft door God. Deze moet voortaan kruipen op zijn buik (Gen. 3:14). Dit is een verwijzing naar de kundalini-energie die zich terugtrekt in het bekken (de buik).

Met zijn rechterhand maakt Adam het geheime teken van het heilige huwelijk (2=1). De middelvinger van Eva op de boomstam verwijst naar de kundalini-energie. Deze boom heeft slechts één vrucht: de pijnappelklier. (Peter Paul Rubens, 1628, Museum Del Prado)

De nieuwe Adam

Jezus heeft de slang weer ‘opgeheven’ en de beelden rond zijn kruisiging moeten ons dit duidelijk maken. Hij is ‘de nieuwe Adam’. Na een voltooid proces van kundalini-ontwaken is hij teruggekeerd naar een staat van androgynie en heeft zich – bij leven! – weer verenigd met God: Ik en de Vader zijn één (Joh. 10:30).

Jezus zelf bevestigt deze interpretatie door in het evangelie van Johannes een verband te leggen met het verhaal van Mozes en de koperen slang: En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden… (Joh. 3:14).

Links: Met zijn vingers maakt Jezus het teken van het
heilige huwelijk (2=1): in hem zijn de polariteiten
versmolten tot de eenheid van het goddelijke.
(Domenico Feti, circa 1600, Bayerische Staatsmuseum)

Mozes en de koperen slang

Tijdens hun veertigjarige reis door de woestijn krijgt het volk van Mozes te maken met gifslangen waarvan de beet dodelijk is. God geeft Mozes opdracht om een slang van koper te maken en deze op een paal te zetten. Wie naar de koperen slang kijkt nadat hij is gebeten, blijft in leven (Numeri 21:4-9).

Het Hebreeuws dat is vertaald met gifslangen – nachash saraph – betekent letterlijk brandende (vurige) slangen. Deze slangen van vuur verbeelden de kundalini of Heilige Geest. Het verhaal laat zien wat de gevolgen zijn als de goddelijke energie in het bekken wordt aangewend voor de verlangens van de (onder)buik; voor zintuiglijke bevrediging en oppervlakkige pleziertjes.

Als ‘de vurige slang’, na het ontwaken, niet omhoog wordt geleid, maar blijft hangen in het bekken en hier de buik ‘in brand’ zet (‘branden van verlangen’), werkt deze als een dodelijk gif voor de ziel. De mens sterft in spiritueel opzicht. Wordt de slang echter omhoog geleid door de wervelkolom (‘op een paal gezet’) dan blijft de mens ‘leven’.

Met zijn uitspraak dat hij verhoogd moet worden zoals Mozes de slang heeft verhoogd, wil Jezus ons laten weten dat wij zijn kruisiging moeten zien als een verbeelding van een kundalini-ontwaken. Hij zal dit innerlijke proces van godsrealisatie fysiek tot uitdrukking brengen. Hij zal voor de ogen van de hele wereld het sterven van het ego en de innerlijke ‘opstanding’ zichtbaar maken. Een gruwelijk schouwspel waarvan je je onwillekeurig afvraagt of wij deze spirituele les niet op een andere wijze gepresenteerd hadden kunnen krijgen.

Het onmenselijke lijden en sterven van Jezus heeft in ieder geval zijn uitwerking niet gemist. Het heeft diepe sporen getrokken in ons collectieve bewustzijn en van het christendom een wereldreligie gemaakt.

Jezus en de (kundalini-)slang van Mozes.
(Peter Paul Rubens, begin 17e eeuw)

Jezus wijst met twee vingers (het teken van het heilige huwelijk) naar zijn hoofd: hier vindt de versmelting van de tegenstellingen en de kruisiging plaats. (Luis de Morales, 1566, Museo del Prado, Madrid)

Het heilige huwelijk

De mannelijke en vrouwelijke energieën in de mens versmelten tot een eenheid als de kundalini-energie, opstijgend vanaf het bekken, is aangekomen bij het voorhoofd. Deze versmelting wordt ook wel het heilige huwelijk genoemd, omdat het leidt tot een vereniging met God. Voorafgaand aan deze mystieke voltooiing heeft de kundalini het ego gezuiverd van alle overtollige ballast (een proces van jaren), in de evangeliën beschreven als ‘de kruisweg van Jezus’. Tijdens het heilige huwelijk verlaat het ego voorgoed het toneel; de nieuwe godmens wordt geboren (de ‘wedergeboorte’).

Een eerste aanwijzing dat we het verhaal van Jezus’ kruisiging moeten interpreteren als iets wat plaatsvindt in het hoofd van de mens, is de naam van de plaats waar de kruisiging plaatsvindt: Golgotha, hetgeen Schedelplaats betekent (Joh 19:17)!

In het Johannes-evangelie vinden we nog een aantal aanwijzingen. Hangend aan het kruis geeft Jezus zijn discipel Johannes de opdracht om zijn moeder in huis te nemen (Joh. 19:27). Dit is een verwijzing naar het heilige huwelijk. In de Griekse brontekst van dit citaat komt het woord huis niet voor. Letterlijk vertaald staat er: de discipel nam haar tot zich. Een zorgvuldig gekozen formulering die bij ons het beeld van een vereniging van het mannelijke en het vrouwelijke moet oproepen.

In het Thomas-evangelie benoemt Jezus dit proces expliciet:

Jezus zei tot hen: Als jullie de twee tot één maken, en als jullie de binnenkant maken als de buitenkant, en de buitenkant als de binnenkant, en de bovenkant als de onderkant, en wanneer jullie het mannelijke en het vrouwelijke één maken, zodat het mannelijke niet langer mannelijk is en het vrouwelijke niet vrouwelijk.
…dan zullen jullie het Koninkrijk binnengaan. (Logion 22)

In de esoterische tradities verwijst de middelvinger naar de wervelkolom (het ‘midden’ van de lichaam),
met erin stromend de ontwaakte kundalini-energie. (Hans Holbein de Jonge, 1521, Kunstmuseum Basel)

De lans

Nadat Jezus aan het kruis de geest heeft gegeven, steekt een soldaat hem met een lans in zijn zijde, om er zeker van te zijn dat hij is overleden (Joh. 19:34). Ook dit is een verwijzing naar een innerlijke versmelting van de tegenpolen, en voert terug naar het verhaal van Adam en Eva. Jezus wordt gestoken met de speer op de plaats waar bij Adam een rib is verdwenen. Symbolisch wordt hiermee de rib (Eva) teruggeplaatst en de staat van androgynie hersteld.

De twee ‘misdadigers’

Ook de twee mannen die met Jezus worden gekruisigd – aan elke kant één (Joh. 19:18) – verbeelden de energieën die onze tweedeling in stand houden. Symbolisch gezien ‘sterven’ in de kruisigingsscène de innerlijke dualiteit (de twee mannen) en het ego (Jezus).

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de beeldtaal waarin de Bijbel is geschreven en van de symboliek waarmee het levensverhaal van Jezus is doorspekt. Het grote geheim van het kundalini-ontwaken van Jezus is door de eeuwen heen bekend geweest bij een kleine groep ingewijden, kunstenaars en mystici, getuige de talloze christelijke schilderijen waarin deze ‘heidense’ boodschap is verborgen.

Een engel wijst op het hoofd van Jezus: hier vindt de geboorte van het goddelijke kind plaats. (Hans Baldung, 1539, Staatliche Kunsthalle, Karlsruhe)

Peter Paul Rubens (eerste helft 17e eeuw, privé-collectie)

Maria Magdalena, rechts naast het kruis, duidt met haar handen de weg aan van de kundalini-energie, van het bekken naar het hoofd. (Glas-in-lood, kerk onbekend)

Het heilige huwelijk wordt op dit schilderij ook tot uitdrukking gebracht door de combinatie van de kleuren rood (het mannelijke) en blauw (het vrouwelijke): de kleding van de engelen onder Jezus’ linkerhand, alsmede de kleding van Maria en Johannes. De lendendoek van Jezus verwijst naar de kundalini-slang. (Josse Lieferinxe, ca. 1500, Museum Het Louvre)

De crucifix code

Een van de manieren waarop kunstenaars de diepere betekenis van de kruisiging hebben verwerkt, is met wat ik noem ‘de crucifix code’: Jezus hangend aan het kruis met één en/of twee uitgestrekte vinger(s). Hij heeft van de twee één gemaakt, het heilige huwelijk heeft zich in hem voltrokken, is de betekenis hiervan.

Ook op afbeeldingen met Jezus in een andere context zien we dit ‘teken van het heilige huwelijk’ terug (zie hierboven). Als de middelvinger wordt uitgestrekt is dit een verwijzing naar de wervelkolom – die zich in ‘het midden’ van de mens bevindt – met hierin stromend de ontwaakte goddelijke energie.

Wie ‘crucifixion Jesus‘ intikt op google kan zonder moeite zelf tientallen voorbeelden van schilderijen, hangend in musea en kerken over de hele wereld, vinden. Zoveel, dat het verwondering wekt dat nog niet eerder iemand dit heeft opgemerkt (voor zover ik weet). Wellicht dat de druppel van dit artikel in ons collectieve bewustzijn een doorslaggevende rimpeling gaat veroorzaken?

Juan de Juanes, 1550, Caylus Anticuario, Madrid

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld (nov ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2018

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek
Johannes de Doper die Jezus de Christus werd

Door |2020-07-01T14:49:37+00:00november 25th, 2018|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor De Crucifix Code
Go to Top