De Alchemie van Liefde

De Alchemie van Liefde

De alchemisten wisten dat de godin Venus de sleutel in handen had tot het innerlijke goud waar ze zo gepassioneerd naar zochten. De liefde als de weg naar het Magnum Opus, naar Godsrealisatie. Een weg met vele hindernissen en valkuilen. Maar dat zal niemand verbazen, dat weet eenieder wiens levenspad zich met Venus heeft gekruist!

Innerlijk transformatieproces

De alchemie is een relatief onbekende spirituele traditie. Het algemene beeld dat men heeft van een alchemist is dat deze zich bezig hield met het veranderen van lood in goud. Echter, voor de meeste alchemisten was dit slechts een metafoor voor een innerlijk transformatieproces dat zij het Magnum Opus (het Grote Werk) noemden.

Zij waren volledig op de hoogte van spirituele kennis die wij als ‘oosters’ beschouwen. Ze wisten dat zich in ons bekken, bij het heiligbeen, een mysterieuze energiebron bevindt, die voor de mens de poort kan openen naar het goddelijke: de kundalini-shakti genoemd door de yogi. De alchemist zag deze transformerende energie als Venus, de Romeinse godin van de liefde.

Deze associatie is zo vreemd nog niet, want mystici weten: God laat zich ervaren als een brandende, allesverzengende liefde. Een liefde, zo zuiver en overweldigend, dat lichaam en geest van de mens grondig moeten worden voorbereid om hiervoor een kanaal te kunnen zijn. En deze voorbereiding is waar de alchemisten zich in het verborgene mee bezig hielden.

Symbooltaal

Zij moesten hierbij hun kennis verpakken in symbolen en metaforen, want alles wat inging tegen de leer van kerk was strafbaar, en de consequenties waren in die tijd niet misselijk. Excommunicatie (verbanning uit de kerk) was al gauw het gevolg, en in het ergste geval eindigde je op de brandstapel.

Illustratie 1 (rechts) is een voorbeeld van alchemistische symbooltaal. De drie hazen die achtervolgd worden door honden verbeelden de wervelende beweging van de kundalini, vanaf het bekken omhoog naar de kruin. De oren van de hazen vormen een driehoek; het symbool voor vuur. Dit is het (liefdes-)vuur van Venus.

De dubbele cirkel is het alchemistische symbool voor de eenheid van het goddelijke. Deze wordt ervaren als de dualiteit (twee cirkels) versmelt. Deze innerlijke éénwording wordt ook wel het heilige huwelijk genoemd, en is een onderdeel van het proces van kundalini-ontwaken. In de tekst van het embleem worden de zeven klassieke planeten van ons zonnestelsel genoemd. Deze staan in de alchemie voor de zeven chakra’s die door het kundalini-vuur worden uitgezuiverd en geactiveerd.

1. Uit een alchemistisch manuscript van Basilius Valentinus, 15e eeuw.

2. De extase van Theresia, door Bernini, circa 1650.

De pijl die door het hart gaat is één van de universele symbolen voor de kundalini. Illustratie 2 (links) is het beroemde meesterwerk van Bernini: De extase van de heilige Theresia van Ávila. In haar boek Mijn Leven (1565) beschrijft Theresia het visioen van een engel die haar hart met een gouden lans doorboorde, waarna zij achterbleef ‘vervuld van vurige liefde tot God’.

Dat deze extase een beeldend verslag is van de kundalini-energie, die met volle kracht door het hart van de heilige stroomde, heeft Bernini verwerkt op een wijze die ‘ingewijden’ onmiddellijk herkennen. Met haar linkerhand maakt Theresia het geheime teken van het heilige huwelijk (twee vingers tegen elkaar).

Venus versus Cupido

Een belangrijke speler in het spanningsveld tussen het aardse en het goddelijke is Cupido, de zoon van Venus. Cupido (Eros bij de Grieken) is de veroorzaker van de erotische verlangens die opgewekt worden door verliefdheid, en deze vormen een valkuil op de weg naar de Godservaring. Seksuele activiteit zorgt ervoor dat de kundalini, na haar ontwaken, blijft ‘hangen’ in de buik en niet verder opstijgt naar het hoofd.

Een belangrijk deel van het Magnus Opus is ervoor zorgen dat de kundalini niet afvloeit via de buikchakra’s. Een opdracht die aanvoelt als een spirituele spagaat: de liefde tussen twee mensen is een krachtige katalysator in het laten ontwaken van de kundalini/Venus, maar de pijlen van Cupido moeten hierbij worden ontweken. Met andere woorden: seksuele onthouding is een voorwaarde voor Godsrealisatie.

Dit is wat de romantische setting van illustratie 3 (rechts) in beelden duidelijk maakt. De godin Venus zit innig omarmd met de god Mercurius, de Romeinse god met de caduceus: de slangenstaf die het klassieke symbool is voor een kundalini-ontwaken (naast hem in het gras).

Caduceus

Als paar symboliseren Venus en Mercurius op deze afbeelding de liefde én de versmelting van het mannelijke en het vrouwelijke (de dualiteit).

Boven het godenpaar zien we het resultaat van dit heilige huwelijk: een androgyne mens, in de alchemie Rebis genaamd. Rechts op de illustratie zien we Cupido. Hij houdt zijn pijlenkoker, die associaties oproept met een penis, naar beneden gericht. De boodschap van dit embleem: romantiek is bevorderlijk voor het Magnum Opus, als de kleding maar aan blijft…

3. Embleem 38 uit het alchemistische manuscript Atalanta Fugiens, 1617.

Ken Uzelf

Illustratie 4 (hieronder) laat zien dat de energie die door Cupido in de onderbuik wordt opgewekt, naar het hoofd moet worden gebracht. Cupido staat op een weegschaal (de dualiteit): hij vormt de ‘versmelting’ tussen de tegenstellingen, en trekt zichzelf omhoog. Het vuur van de begeerte brandt op zijn hoofd. Deze energie moet omhoog gebracht worden, zegt de kunstenaar. De twee linten naast Cupido staan voor de twee energiebanen die ons verbonden houden met de dualiteit. Deze ida-nadi en pingala-nadi versmelten tijdens het kundalini-proces, ter hoogte van het zesde chakra (illustratie 5). De gekruiste palmtakken verwijzen naar deze versmelting. De inscriptie onder de afbeelding is Nosce te ipsum (‘Ken uzelf’). Een uitnodiging om de spirituele weg van de zelfkennis te gaan.

4. Een houten paneel uit de basiliek van Santa Maria Maggiore in Bergamo (1524).

5. Een schematische weergave van een kundalini-ontwaken.

Ook Illustratie 6 (rechts) is beeldtaal voor de sublimatie (omhoog brengen) van de seksuele energieën. Eros zit op de arm van zijn moeder Aphrodite (de godin van de liefde bij de Grieken), ter hoogte van haar hoofd. Onder Eros hangt een koord met een tandwiel eraan. Dit is een metafoor voor de wervelbeweging van de kundalini, omhoog naar het hoofd. Het wiel heeft zes spaken; een verwijzing naar het hexagram (zespuntige ster). Een hexagram is een universeel symbool voor de versmelting van de tegenstellingen (twee driehoeken).

Hexagram

De staf van de oppergod Zeus, zittend naast Aphrodite, heeft aan de bovenkant een dennenappel. Deze staf met spiraalmotief staat voor de wervelkolom met erin de kundalini-energie, die in het hoofd de pijnappelklier (de dennenappel) activeert.

6. Oude vaas met Zeus, Aphrodite en Eros (circa 350-340 v. Chr.)

Veelzeggend is ook illustratie 7 (onder). De godin Aphrodite weert de erotische avances van de half-god Pan af met haar sandaal. Ze houdt één hand voor haar kruis. Pan heeft het onderlichaam en de hoorns van een geit. Hij staat voor lust en begeerte. De kunstenaar heeft hem afgebeeld met een erectie. Eros houdt lachend een hoorn van Pan vast: beiden vertegenwoordigen de verlangens van de onderbuik.

7. Marmeren beeld van Aphrodite, Eros en Pan (circa 100 v. Chr.)

8. Venus en Cupido, Benjamin West, 1787.

Illustratie 8 (hierboven) is een 18e eeuws schilderij van Venus en Cupido. Twee vingers van Venus – het teken van het heilige huwelijk – liggen op het voorhoofd van Cupido, de plaats waar de seksuele energieën, die hij aanwakkert, naartoe moeten. Ook Cupido maakt het teken van het heilige huwelijk. Zijn hand ligt hierbij op het hart van Venus: de plek waar God zijn woning maakt, als de mens hier klaar voor is.

Wie oog krijgt voor alchemistische symboliek zal deze in vele kunstwerken herkennen. Ook esoterische groeperingen als de Vrijmetselaars en Rozenkruisers – kringen waar kunstenaars zich graag ophielden – wisten over de bron van goddelijke energie in ons bekken.

9. Maria Magdalena in extase, Michelangelo Merisi da Caravaggio, 1606.

De vereniging met God

Illustratie 9 (links) is een schilderij van Caravaggio: Maria Magdalena in extase. De symboliek die hierin is verwerkt is eenvoudig en krachtig. Rood en wit zijn in de alchemie de kleuren van de dualiteit (de koning en de koningin).

De in elkaar gevlochten vingers van Maria symboliseren haar wervelkolom, waarin de liefde van God met volle kracht stroomt. Ook de wijze waarop de kunstenaar haar armen heeft geschilderd weerspiegelt de dualiteit: licht en donker. In Maria heeft het heilige huwelijk plaatsgevonden. Zij heeft zichzelf bewaard voor God en is nu één met Hem.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (febr ’21)
Copyright Anne-Marie Wegh 2021

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie heeft het boek geschreven:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Aanvullende illustraties

Een geliefd thema in de kunst is het moment dat Venus uit de zee omhoog komt: haar geboorte. Deze mythische gebeurtenis heeft zelfs een officiële naam: Venus (of Aprhodite) Anadyomene. De geboorte van de godin van de liefde uit de zee is beeldtaal voor het ontwaken van de kundalini in het bekken.

Om deze diepere betekenis (verhuld) weer te geven, wordt Venus vaak afgebeeld met twee natte strengen haar die zij uitwringt. Deze twee strengen haar staan voor de twee polaire energiebanen die langs de wervelkolom stromen en die versmelten in het hoofd tijdens een kundalini-ontwaken.

Aphrodite Anadyomene, 5e-6e eeuw na Chr., Museum het Louvre. Ook het mannelijke en vrouwelijke zeewezen, naast Aphrodite, staan voor de polaire energiebanen.

Aphrodite Anadyomene, circa 1e-2e eeuw, Nationaal Museum, Beiroet.

Aphrodite Anadyomene, 1e eeuw v.Chr., Archeologisch Museum van Rhodos.

Aphrodite Anadyomene, eind 2e eeuw v.Chr., Brooklyn Museum, NY.

Aphrodite Anadyomene, 1e of 2e eeuw na Chr. Bij dit beeldje houdt de godin niet twee strengen haar omhoog, maar ze knoopt een doek om haar hoofd, hetgeen qua symboliek dezelfde betekenis heeft.

Venus neemt een bad, mozaïek uit een Romeinse villa, 5e eeuw na Christus, Limassol Museum, Cyprus.

Aphrodite Anadyomene, Aphrodisias Museum, Turkije.

Venus, 2e eeuw v. Chr., Syrië of Palestina.

Links: De specifieke wijze waarop de mantel van de engel Gabriël omhoog gehouden wordt door een cherubijntje is een verwijzing naar de Aphrodite Anadyomene. Hiermee wil kunstenaar Lucas van Leyden ons laten weten dat de zwangerschap van Maria, door de inwerking van de Heilige Geest (die op dit schilderij wordt aangekondigd), staat voor een kundalini-ontwaken.

Wie oog krijgt voor de symbooltaal waarmee kunstenaars door de eeuwen heen ‘ketterse’ spirituele kennis hebben gecommuniceerd, ziet in vrijwel alle klassieke kunstwerken verwijzingen naar de diepere betekenis van de geboorte van Venus/Aphrodite terug. Hieronder vier voorbeelden.

De geboorte van Venus, Giorgio Vasari, 1557. Het rode doek verwijst naar de weg die de kundalini-energie aflegt, vanaf het bekken naar de kruin.

‘Venus ontwapent Cupido’, Guillaume Seignac, circa 1900. Venus wijst met haar linkerhand naar de wervelkolom van Cupido: de seksuele energieën moeten omhoog gebracht worden naar hart en hoofd.

De schelp waarop Aphrodite zit heeft de vorm van een driehoek met de punt omhoog, het alchemistische symbool voor (kundalini-)vuur. Met haar beide handen wijst de godin naar haar hoofd, de plaats waar de kundalini zorgt voor een Godservaring. (Sétif Museum, Algerije)

Aphrodite en Ares verbeelden samen het heilige huwelijk (het samengaan van het mannelijke en het vrouwelijke). Aphrodite maakt met haar rechterhand het teken van het heilige huwelijk (2=1) en wijst tegelijkertijd naar haar hoofd, de plek waar de kundalini/seksuele energie naartoe moet. Ook Ares (Mars bij de Romeinen) maakt met zijn hand het teken van het heilige huwelijk. (Fresco uit Pompeii, nu in het Nationaal Archeologisch Museum in Napels)

De vijf wijze en vijf dwaze maagden

De Bijbel sluit zich volledig aan bij het uitgangspunt van de alchemisten.
Een citaat uit mijn boek Kundalini-ontwaken (pagina 153):

Om de kundalini-energie het voorhoofd te laten bereiken zal de spirituele aspirant elk moment opnieuw waakzaam moeten zijn. Waaraan wordt de energie besteed die zich opbouwt in het lichaam? Jezus geeft hierover de prachtige en alleszeggende gelijkenis van de tien meisjes.

Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes, die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet.
Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas.
Zij die dwaas waren, namen wel hun lampen maar geen olie met zich mee.
De wijzen namen met hun lampen ook olie mee in hun kruikjes.
Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap.
En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet!
Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde.
De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit.
Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf.
Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten.
Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: Heer, heer, doe ons open!
Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet.
Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal.
(Matt. 25:1-13)

De meisjes met hun lampen staan voor de eerste vijf chakra’s. Als deze niet genoeg ‘olie’ hebben als de bruidegom (God) komt, zal er geen heilig huwelijk plaatsvinden bij het zesde chakra, waarschuwt Jezus. Interessant is dat het Griekse parthenos inderdaad meisjes kan betekenen, maar in de Bijbel bijna altijd wordt gebruikt voor maagden. Mattheüs gebruikt parthenos bijvoorbeeld ook voor Maria, de moeder van Jezus (Matt. 1:23). Een subtiel advies om de seksuele energie te ‘bewaren’ voor de Goddelijke bruidegom!

De bovenstaande interpretatie van de parabel van de tien maagden is (uiteraard) niet de traditionele exegese. Ook in dit geval kunnen we in de christelijke kunst symboliek terugvinden die verwijst naar een ‘alchemistische’ uitleg.

Uit de rode en witte kleding van Jezus (de bruidegom) en de ‘wijze maagd’ kunnen we afleiden dat zij staan voor het alchemistische koningspaar. De twee pilaren naast het bruidspaar staan voor de twee energiebanen die versmelten tijdens het heilige huwelijk. (Baron Ernest Friedrich von Liphart, 1886)

‘De Eerste Dwaze Maagd’, Martin_Schongauer, 1470-1490. De lange sjaal staat voor de weg die de kundalini-energie aflegt vanaf bekken naar het hoofd. De knoop in de sjaal staat voor de pijnappelklier. De middelvinger die de maagd uitsteekt (een esoterisch handgebaar) verwijst naar de wervelkolom (het ‘midden’ van het lichaam). De lege olielamp wordt gehouden ter hoogte van het bekken.

Een olielamp wordt gehouden bij het bekken en bij het hoofd van de twee maagden. Dit mogen we zien als een verwijzing naar een kundalini-ontwaken. (De Wijze en Dwaze Maagd, Friedrich Wilhelm von Schadow, 1838-42 )

Een bijzondere afbeelding van de kruisiging, met de vijf wijze en vijf dwaze maagden opgesteld als de eerste vijf chakra’s naast het kruis. De fleur-de-lis, bovenaan, is een esoterisch symbool voor de pijnappelklier, die geactiveerd wordt als de kundalini is aangekomen bij het zesde chakra. Maria, de moeder van Jezus, en de apostel Johannes, staan aan weerszijde van het kruis en vertegenwoordigen het bruidspaar (het mannelijke en het vrouwelijke) van het heilige huwelijk. De boodschap van deze illustratie is: als er genoeg ‘olie’ is in de lampen van de vijf maagden/chakra’s, vindt ter hoogte van het zesde chakra zowel het heilige huwelijk als de dood van het ego (de kruisiging) plaats. (Volger van Hans Schilling, 1469)

Door |2021-02-13T09:27:57+00:00februari 10th, 2021|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor De Alchemie van Liefde

De Tempeliers en de Heilige Graal

De Tempeliers en de Heilige Graal

De legendarische Orde van Tempeliers was actief tijdens de kruistochten in de 12e en 13e eeuw. De christelijke ridder-monniken zouden volgens de legendes in het Heilige Land allerlei mythische voorwerpen hebben buitgemaakt, waaronder de Heilige Graal, de beker waarin tijdens de kruisiging het bloed van Jezus was opgevangen. Ook werden zij verdacht van gnostische sympathieën. Dit is nooit bewezen. Niettemin eindigden vele Tempeliers op de brandstapel wegens ‘ketterij’. Tijdens hun gevangenschap hebben de Tempeliers religieuze afbeeldingen gekrast op de muren van hun kerkers. Historici denken dat ze niets bijzonders betekenen. De zeven eeuwen oude reliëf-tekeningen blijken ons echter te leiden naar het geheim van de Heilige Graal!

Opkomst en ondergang

De Orde van de Tempeliers werd in 1118 opgericht door de Franse edelman Hugo van Payns en bestond aanvankelijk uit negen mannen. Het doel van de orde was pelgrims te beschermen tegen overvallers op hun reis naar Jeruzalem. De ridders wilden tevens leven in navolging van Christus en legden de monastieke geloftes af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid.

De voor die tijd volledig nieuwe combinatie van militair en monnik sprak tot de verbeelding van de Fransen. De orde groeide al gauw in aantal, rijkdom en macht. Ze ontvingen geld, goederen en land van burgers en machthebbers. Hun moed was legendarisch. De goed getrainde ridder-monniken vochten door tot de dood. Ze gaven zich alleen over als hun bevelhebber dit besliste en dat gebeurde niet snel. Naast het beschermen van pelgrims namen zij ook deel aan kruistochten tegen de moslims, om Jeruzalem te behouden voor de christenen.

Rond 1300 werd Jeruzalem veroverd door de moslims. De Tempeliers trokken zich definitief terug uit het Heilige Land. De Franse koning Filips IV verkeerde in geldnood en bedacht een complot om de rijkdommen van de Tempeliers te vergaren. Op 13 oktober 1307 werden in het hele land Tempeliers opgepakt wegens beschuldiging van ketterij, homoseksualiteit en corruptie. Filip had geen bewijzen voor deze aantijgingen, maar de martelmethodes van de Inquisitie leverden hem de ‘bekentenissen’ die hij nodig had om de bezittingen van de orde te confisqueren. Veel Tempeliers eindigden op de brandstapel. In 1312 werd de orde door de paus officieel ontbonden.

In 2007 zijn de Tempeliers alsnog vrijgepleit en in ere hersteld door paus Benedictus. Dit naar aanleiding van de vondst van documenten waaruit onder andere blijkt op welke wijze de bekentenissen tot stand waren gekomen.

Gnostische opvattingen

Veel van de beschuldigingen tegen de Tempeliers kwamen uit de duim van koning Filip, maar de geruchten over gnostische opvattingen zijn nooit verdwenen, mede gevoed door de waas van geheimzinnigheid die rond de initiaties en rituelen van de orde hing. Was hier misschien toch iets van waar?

Als we het schaarse materiaal dat bewaard is gebleven van de Tempeliers nader bestuderen, valt op dat er een thema lijkt van (goddelijke) eenheid tegenover (aardse) dualiteit: een mystiek concept dat we ook in de gnostiek terugvinden. Een voorbeeld is het befaamde Tempelierzegel met twee ruiters op één paard (illustratie 1). De betekenis hiervan is niet bekend. Is het een uiting van verbondenheid en broederschap, of een teken van armoede? Had niet elke ridder een eigen paard? Er zijn diverse argumenten die beide antwoorden onwaarschijnlijk maken.

1. Zegel van de Tempeliers

2. Wapen van de Tempeliers

3. Vlag van de Tempeliers

4. Graf van een Tempelier (Temple Church, Londen)

Aannemelijker lijkt dat de twee ruiters op één paard een metafoor zijn voor het innerlijk versmelten van de polariteiten, als de weg naar een Godservaring. Zeker als we andere voorwerpen naast dit zegel plaatsen. Het wapenschild van de Tempeliers, bijvoorbeeld, is een rood kruis op een zwart met witte achtergrond (illustratie 2). Het gelijkarmige, of Griekse, kruis is een klassiek symbool voor de versmelting van de tegenstellingen. De esoterische betekenis van het kruis wordt bevestigd en versterkt door de strategische plaats in het midden van de zwart-witte (yin en yang) achtergrond. De zwart-witte vlag van de Tempeliers, de Beauceant genaamd, sluit qua symboliek naadloos bij het zegel en wapenschild aan (illustratie 3).

En dan zijn er nog de graven van de Tempeliers. Op een aantal hiervan is de overledene afgebeeld met gekruiste benen (illustratie 4), een merkwaardig detail waarvoor historici geen verklaring hebben. Eén van de theorieën is dat de gekruiste benen verwijzen naar deelname aan een kruistocht, maar deze verklaring is niet sluitend voor alle gevallen waarbij een ridder op dergelijke wijze is afgebeeld. In de esoterische tradities staan gekruiste benen symbool voor de versmelting van de tegenstellingen tot een goddelijke eenheid.

Op het zegel met de twee ruiters op één paard (illustratie 1) vinden we nog twee verwijzingen naar de versmelting der tegenstellingen: de twee speren naast elkaar en het dubbele kruis op de wapenschilden van de ruiters. De twee kruisen op elkaar vormen een achtpuntige ster, de zogenaamde Morgenster, een oeroud symbool voor het goddelijke.

De Morgenster

De achtpuntige ster is een symbool van de Soemerische godin Inanna en haar Akkadische tegenhangster Ishtar. Deze godinnen werden tevens geassocieerd met de planeet Venus, die de Morgenster wordt genoemd omdat Venus, na de zon en de maan, de helderste is van alle hemellichamen en kort voor zonsopgang zichtbaar is in het oosten. Venus kondigt als het ware de zon aan en werd daarom al in de verre oudheid geassocieerd met het goddelijke. In het verlengde hiervan staat de achtpuntige ster in esoterische tradities voor de sluimerende goddelijke energie in het bekken van de mens; de kundalini-shakti genoemd door de yogi (illustratie 5). Zie ook mijn artikel over tarotkaart De Ster.

5. (rechts) Alle symbolen op deze alchemistische illustratie verwijzen naar de kundalini-energie: de slang, de vrouw op de maan (Sophia) en de achtpuntige ster. Uit: Clavis Artis, laat 17e/begin 18e eeuw.

De Tempeliers hebben de achtpuntige Morgenster geplaatst op munten, op zegels en op muren in door hen gebouwde kerken en kathedralen. Een intrigerend voorbeeld vinden we tussen de diverse fresco’s in de Tempelierkapel van Cressac-Saint-Genis, in Frankrijk (illustratie 6). Mijn interpretatie is dat alle symbolen in de cirkel verwijzen naar het goddelijke in de mens, oftewel de kundalini-energie. De kleine cirkel met een punt in het midden is het symbool voor de zon en voor goud. De A(lpha) is de eerste letter van het alfabet en verwijst naar het goddelijke beginsel van onze schepping. De mysterieuze kronkellijn op de bovenkant van de A is de (slangen)beweging van de kundalini-energie, opstijgend door de wervelkolom.

Een tweede esoterisch symbool, ook veelvuldig gebruikt door de Tempeliers, is de Roos van Venus. Tijdens een cyclus van acht jaar maakt de planeet Venus een baan om de aarde die het patroon heeft van een vijfbladige bloem (illustratie 7). Deze Roos van Venus is sinds oudsher een symbool voor het vrouwelijk aspect van God. Het patroon kan ook gezien worden als een pentagram. Zowel de Roos van Venus, als het pentagram, vinden we terug bij de Tempeliers. Illustratie 8 en 9 zijn voorbeelden hiervan.

7. De baan die de planeet Venus om de aarde maakt in 8 jaar.

8. Het ornament boven de ingang van Tempelierkerk Santa Maria dos Olivais in Tomar, Portugal.

9. Een munt, uitgegeven door de Tempeliers.

De Coudray Toren in Chinon

Een van de plaatsen waar de Tempeliers gevangen hebben gezeten, voorafgaand aan hun veroordeling en terechtstelling, is de Toren van Coudray in de Franse plaats Chinon. Op de muren van de toren hebben de mannen religieuze tekeningen achtergelaten (illustratie 10). Deze verschaffen ons veel duidelijkheid over de gnostische kennis die zij bezaten. De monniken hebben aan de kalkstenen muren van hun gevangenis toevertrouwd waarover ze tijdens de folteringen door de Inquisitie hebben gezwegen. De ruwe tekeningen bevatten symboliek waarvan alleen ‘ingewijden’ de betekenis begrijpen.

Op illustratie 11 staat links de heilige Catharina afgebeeld, herkenbaar aan haar attribuut: het wiel waarop zij is gemarteld. Het wiel op deze gevangenismuur heeft acht spaken, die duidelijker zijn uitgewerkt dan de heilige zelf. Dat we dit mogen zien als een verwijzing naar de achtpuntige Morgenster, en daarmee naar de kundalini-energie, kunnen we afleiden uit de planeet Venus (cirkel met kruis eronder), links naast Catharina.

10. Graffiti achtergelaten door de Tempeliers in de Toren van Coudray in Chinon.

Pijnappelklier

Fleur-de-lys

11. (Deel)tekening van 10.

12. (Deel)tekening van 10.

Illustratie 12 sluit prachtig aan bij de symboliek van 11. Rechts zien we het hoofd van een monnik met een aureool. Dit aureool is het gevolg van de activering van de pijnappelklier, die is afgebeeld links naast de man, als een grote uitholling met stralen er omheen. De fleur-de-lys onder de uitholling, bevestigt onze interpretatie. De fleur-de-lys is een oeroud symbool van de pijnappelklier. Tussen de fleur-de-lys en de monnik is een trap met zes treden gekerfd: dit zijn de de zes chakra’s die de kundalini doorloopt om bij de pijnappelklier te komen.

Innerlijke kruisiging

Uit de achtergelaten graffiti in torens van de Franse Bastide-stad Domme, waar ook Tempeliers gevangen zaten in afwachting van hun proces, kunnen we afleiden dat zij wisten dat veel verhalen in de Bijbel een symbolische laag hebben. Zo staat de kruisiging van Jezus op het symbolische niveau voor het sterven van het ego tijdens het proces van spiritueel ontwaken. Op illustratie 13 (hieronder) staat een kruisingsscène uit de gevangenis van Domme afgebeeld. Wat opvalt is dat om het kruis en de twee bijstanders heen een huis is gekerfd. De boodschap hiervan is dat de kruisiging, op een dieper niveau, zich afspeelt in de mens.

13. Kruisigingsscène, Domme.

Op het hoofd van de gekruisigde Jezus is een klein kruisje geplaatst. Dit is een tweede aanwijzing, achtergelaten voor ons, dat de dood van Jezus staat voor een innerlijk proces. Het ego sterft als de kundalini-energie is opgestegen tot in het hoofd, en de mannelijke en vrouwelijke energieën (de innerlijke dualiteit) versmelten tot een eenheid. Dit zogenaamde heilige huwelijk wordt op illustratie 13 uitgebeeld door de man en de vrouw (de apostel Johannes en Maria) naast het kruis.

Op de gevangenismuur van Chinon is deze innerlijke betekenis van de kruisiging op een andere wijze uitgebeeld. Naast de heilige Catharina zien we op illustratie 11 de berg van Golgotha met een kruis erop. De stapel stenen, waaruit de berg bestaat, lijkt veel op hersenen. Het kruis bevindt zich in een uitholling, hetgeen we mogen zien als een tweede aanwijzing dat de kruisiging zich in het hoofd afspeelt. Deze symboliek is geheel in overeenstemming met de Bijbeltekst, die expliciet zegt dat Golgotha ‘Schedelplaatsbetekent: En zij brachten Hem naar de plaats Golgotha, dat is vertaald: Schedelplaats. (Marcus 15:22)

Voor een uitgebreidere uitleg, met onderbouwing, van de kruisigingssymboliek in de Bijbel verwijs ik de lezer graag naar mijn boek Ecce Homo, de beeldtaal van de Bijbel.

Heilige Graal

Op de muren in Domme staat ook illustratie 14: een afbeelding van de Heilige Graal. Mijn interpretatie is dat dit een beker met een levensboom voorstelt, en dat dit een metafoor is voor het bekken van de mens (de beker), met de ontwaakte kundalini die omhoog stroomt naar het kruinchakra (de levensboom).

De beker is octogonaal (achthoekig), een verwijzing naar de Morgenster. De boom heeft zeven takken: dit zijn de zeven chakra’s die gereinigd en geactiveerd worden door de kundalini. Een bevestiging van deze interpretatie kunnen we vinden in de Tempelierkerk van Montsaunès: de levensboom die is afgebeeld op een van de muren is op precies dezelfde wijze uitgevoerd (illustratie 15)!

14. Graffiti in de gevangenis van Domme.

15. Fresco van levensboom in de Tempelierkerk van Montsaunès.

De Tempeliers wisten dus dat de mythische Heilige Graal geen fysiek voorwerp is, maar een metafoor voor de goddelijke energie in ons bekken. Volgens de legendes zou drinken uit de Heilige Graal genezing en eeuwig leven geven. Dit zijn eigenschappen van de kundalini-energie die, als zij ontwaakt, de mens zuivert, heelt en herenigt met God.

Rechts: Jezus hangend aan een (levens)boom. De zeven ‘takken’ verwijzen naar de zeven chakra’s. Gravure uit: Hermetische schriften, Vincentius Koffsky, 1786.

Spiritueel testament

De Tempeliers spreken nog altijd zeer tot de verbeelding. Regelmatig verschijnen er goedverkopende boeken met de meest ongeloofwaardige en ongefundeerde hypotheses en complottheorieën. Al deze eeuwen is de waarheid over de spiritualiteit van de Tempeliers zichtbaar geweest op Franse gevangenismuren: door historici niet op waarde geschat en onbekend bij een groot deel van de wereld. Een ontroerend spiritueel testament, voor ons achter gelaten door heldhaftige mannen, die gemarteld en gedood werden door dezelfde paus en koning die ze zo trouw en gepassioneerd hadden gediend.

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld magazine (dec ’20)
Copyright Anne-Marie Wegh 2020

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

De Tempeliers hadden een grote verering voor Johannes de Doper en Maria Magdalena.

Zij waren op de hoogte van de geheimen rond Jezus, waarover ik mijn vier boeken heb geschreven.

Zij wisten dat Johannes de Doper, nadat hij een proces van Godsrealisatie had doorgemaakt, de Messias was geworden waarop de Joden al zoveel eeuwen wachtten. De evangelieschrijvers gaven hem postuum een nieuwe naam en identiteit: Jezus de Nazoreeër. Lees hierover in mijn boek: Johannes de Doper die Jezus de Christus werd.

Aanvullende illustraties

De innerlijke betekenis van de Heilige Graal was niet alleen bekend bij de Tempeliers. Hieronder een aantal voorbeelden uit de christelijke schilderkunst waarin (verhuld) een verband wordt gelegd tussen de Heilige Graal en het proces van kundalini-ontwaken.

Onder: op beide onderstaande afbeeldingen maakt Jezus met zijn rechterhand – waaruit ook bloed stroomt dat wordt opgevangen in een beker – het teken van het heilige huwelijk (2=1, de versmelting van de polariteiten).

Rechts: dit schilderij legt op inventieve wijze een verband tussen de duif van de Heilige Geest (de christelijke benaming voor de kundalini-emergie), de opstijgende kundalini-slang, de opstanding van Jezus, en de Heilige Graal. Ook de doorzichtige sjaal die – nauwelijks zichtbaar – om het kruis gewikkeld is, vanaf het bekken tot het hoofd van Jezus, verwijst naar de kundalini-slang. (Bartolomeo Passarotti, 16e eeuw)

Met zijn linkerhand wijst Jezus naar zijn bekken, de plaats in de mens waar zich de Heilige Graal  bevindt. Precies vóór de beker (Heilige Graal) naast Jezus wordt een brandende kaars gehouden. Deze kaars verwijst naar het goddelijke vuur (kundalini) in de wervelkolom. (Bernardino di Mariotto dello Stagno, circa 1520)

De apostel Johannes houdt een beker (Heilige Graal) bij het hoofd van het kindje Jezus: de plek waar de opgestegen kundalini-energie een Godservaring geeft. Zowel Johannes als het kindje Jezus maakt met zijn hand het teken van het innerlijke heilige huwelijk (2=1). (Boccaccio Boccaccino, circa 1507)

Door |2021-10-13T09:41:15+00:00november 15th, 2020|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor De Tempeliers en de Heilige Graal

Maak de eenhoorn in jezelf wakker!

Maak de eenhoorn in jezelf wakker!

Iedereen houdt van de eenhoorn: volwassenen en kinderen, kunstenaars, dichters en historici. We zijn gefascineerd door dit dier. Heeft het echt bestaan? Wat is de oorsprong van de mythes en legendes waarin de eenhoorn een hoofdrol speelt? De antwoorden op deze vragen hebben alles te maken met een ander groot mysterie: de kundalini-energie in ons bekken.

De kennis over ons potentieel tot Godsrealisatie vinden wij in de meeste culturen en spirituele tradities alleen terug verpakt in beeldtaal. Vaak verhinderde de gangbare religie het openlijk communiceren over esoterische kennis, en het was sowieso niet iets wat men wilde delen met de grote massa, die het toch niet op waarde zou kunnen schatten en er wellicht op een verkeerde manier mee aan de haal zou gaan.

Beeldtaal was de ideale manier om spirituele kennis veilig door te geven aan de oprechte spirituele zoeker. De alchemie is een voorbeeld van een traditie die de beeldtaal tot een ware kunst heeft verheven. Alchemistische kennis is voornamelijk op papier gezet in de vorm van illustraties (emblemen). Voor een insider is het onmiddellijk duidelijk wat  een embleem betekent. Voor niet-ingewijden zijn de wonderlijke, surrealistische afbeeldingen één groot raadsel.

Spirituele kennis is hiermee zelfs zó goed verborgen dat veel mensen nog steeds denken dat alchemistische emblemen staan voor scheikundige formules om van onedele metalen goud te maken. Verreweg de meeste emblemen gaan echter over het proces van kundalini-ontwaken, als de weg naar het innerlijke goud!

Toehoorders reageren vol ongeloof als ik dit zeg. De kundalini wordt gezien als een oosters concept waar men in de christelijke contreien geen weet van had. Niets is echter minder waar. Door de tijden heen is in heel veel kunstuitingen en iconografieën kundalini-symboliek terug te vinden. Ook in ons deel van de wereld. Ik heb vier boeken hierover geschreven. De eenhoorn is een prachtig voorbeeld.

Centraal op dit alchemistische embleem staat de Griekse god Hermes met zijn staf, de caduceus, het universele symbool voor een kundalini-ontwaken. De rozenstruik en de waterbron zijn beide metaforen voor de kundalini-energie. Op de achtergrond zien we twee vechtende dieren: het gevecht in ieder van ons tussen onze hogere en lagere natuur. Het paard met de vleugels staat voor de getransformeerde dierlijke energieën. De kleur rood in de alchemie verwijst naar het voltooide Magnum Opus (Godsrealisatie).

Het dier in de mens

Wie diep genoeg graaft in de heilige geschriften van spirituele tradities komt tot de ontdekking dat ze verrassend unaniem zijn over het ‘probleem’ van onze dierlijke driften. Deze driften staan in de weg van ons vermogen om het goddelijke te ervaren.

In intellectueel opzicht zijn wij misschien wel de kroon op de schepping, maar de meeste van onze drijfveren zijn dierlijk. Anders gezegd: in essentie bestaat er niet zoveel verschil tussen wat wij te zien krijgen op National Geographic en het nieuws. Eigenschappen zoals hebberigheid, agressie, lust, jaloezie, opscheppen, egoïsme en kuddegedrag zijn dierlijke neigingen.

Deze impulsen van onze zogenaamde ‘lagere natuur’ zijn geworteld in ons lichaam, een product van onze evolutie vanuit het dierenrijk. De mens heeft echter ook een goddelijk potentieel, verbonden met onze ziel. Om het goddelijke volledig te realiseren moeten onze dierlijke (buik)energieën worden gezuiverd en gesublimeerd (omhoog gebracht naar de hogere chakra’s).

De mens als een hybride wezen: deels mens en deels hond/wolf. Deze twee helften willen tegenovergestelde richtingen uit, hetgeen ons voortdurend innerlijke worstelingen geeft. Illustratie uit: De Kroniek van Neurenberg (Hartmann Schedel, 1493).

De verbeelding van een transformatieproces

Het onderdrukken van onze dierlijke neigingen is niet de oplossing om ons goddelijk potentieel te realiseren. We hebben deze oerkrachten, in het bijzonder de seksuele energieën, juist nodig om het hogere te verwezenlijken. Het spirituele werk bestaat eruit om meesterschap te verwerven over deze krachten. Het kundalini-vuur helpt ons hierbij door alles te verbranden wat tussen God en de mens in staat. De eenhoorn symboliseert dit transformatieproces.

In de beeldtaal staat een paard voor onze emoties en dierlijke driften. Hieruit is ook de spreekwoordelijke ‘prins op het witte paard’ ontstaan: de ideale man heeft zijn dierlijke neigingen gezuiverd (de kleur wit) en onder controle (meesterschap over het paard).

De eenhoorn is ook wit en de lange, gedraaide hoorn op zijn voorhoofd staat voor de kundalini-energie die, tezamen met de dierlijke energieën, is opgestegen tot het zesde chakra en hier het derde oog heeft geopend.

In het hindoeïsme vinden we soortgelijke symboliek terug. Het omhoog brengen van de gezuiverde dierlijke energieën wordt hier op een inventieve manier verbeeld (vergelijkbaar met de hoorn van de eenhoorn). De dierlijke energieën worden ‘gevoed’ vanaf het hoofd. Let ook op de kleine staande cobra, linksonder: een universeel symbool voor de ontwaakte kundalini.

De maagd en de eenhoorn

In de verhalen over de eenhoorn zien we de boodschap van het transformeren van het dierlijke eveneens terug. Volgens de legendes kan de eenhoorn alleen gevangen worden door een maagd onder een boom te plaatsen. Hij laat zich lokken door de maagd en zal daarna op haar schoot in slaap vallen. Een boom is een universele metafoor voor de ontwaakte kundalini-energie. De seksuele energie moet bewaard blijven (de maagd) voor het spirituele proces van ontwaken. Het dierlijke in de buik (de schoot) van de mens moet ’in slaap vallen’.

De legendes zeggen ook dat de hoorn van het dier vergiftigd water kan zuiveren en ziektes kan genezen. Zuivering en genezing zijn beide aspecten van een kundalini-proces. Over de eenhoorn wordt ook verteld dat hij verborgen waterbronnen kan opsporen. De goddelijke energie in ons bekken wordt in de beeldtaal vaak weergegeven als een waterbron (zie de alchemistische illustratie hierboven).

De eenhoorn kan alleen gevangen worden door een maagd onder een boom te plaatsen.

Kiezen voor de weg van de eenhoorn

Een eenhoorn bestaat alleen in de binnenwereld van de mens. We kunnen dit prachtige dier in onszelf tot leven wekken door een verlangen naar God. Speciale oefeningen om de kundalini-energie te laten ontwaken zijn niet nodig. Wees niet bang, dit is geen weg van ascese en afzien, maar van bewuste keuzes maken. Zintuiglijke en seksuele bevrediging verliezen vanzelf hun aantrekkingskracht als je eenmaal hebt geproefd van het goddelijke. Als een eenhoorn spontaan verschijnt in een droom of meditatie, dan ben je op de goede weg!

In de christelijke kunst is de eenhoorn gebruikt om verboden esoterische kennis verhuld te communiceren. Op dit schilderij van Moretto da Brescia (1530) zien we de heilige Justina afgebeeld met een eenhoorn. De dennenappel op het kleed van de heilige, onder de hoorn van het dier, is een verwijzing naar de pijnappelkier, die geactiveerd wordt als de kundalini aankomt bij het zesde chakra.

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld magazine (juli/aug ’20)
Copyright Anne-Marie Wegh 2020

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek Kundalini-ontwaken.

Door |2020-09-25T10:08:40+00:00september 25th, 2020|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor Maak de eenhoorn in jezelf wakker!

Maria Magdalena, verrassende nieuwe inzichten!

Maria Magdalena

Verrassende nieuwe inzichten!

Het enige wat de Bijbel zegt over Maria Magdalena is dat zij één van de vrouwen was die Jezus volgden op zijn rondreis door Judea, en dat ze was bevrijd van zeven demonen. Bij nadere bestudering van de Griekse grondtekst, echter, blijkt een schat aan extra informatie te schuilen in de schaarse woorden over deze mysterieuze vrouw.

Wat verschijnt is een heel ander beeld dan dat van de boetevaardige zondares, dat de kerk van haar schetst, en ook een ander beeld dan wat in New Age-kringen wordt gesuggereerd, namelijk dat zij de vrouw zou zijn van Jezus. Mijn verrassende bevindingen heb ik uiteengezet en onderbouwd in mijn boek Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie. De nu volgende tekst komt uit hoofdstuk 2 van dit boek.

De leerling die Jezus liefhad

De identiteit van de schrijver van het vierde evangelie in het Nieuwe Testament is al bijna tweeduizend jaar onderwerp van onderzoek en discussie. Volgens de overlevering zou het de apostel Johannes zijn, maar hier wordt tegenwoordig door veel deskundigen aan getwijfeld. Gezien de inhoud van het evangelie moet het in ieder geval iemand zijn geweest die Jezus zeer nabij stond. De anonieme auteur zegt uit de eerste hand te schrijven over wat hij met eigen ogen heeft gezien en hij noemt zichzelf ‘de leerling die Jezus liefhad’:

En Petrus zag, toen hij zich omkeerde, de discipel volgen die Jezus liefhad, die ook tijdens het avondmaal tegen Zijn borst was gaan liggen en gezegd had: Heere, wie is het die U verraden zal?…
Dit is de discipel die van deze dingen getuigt en deze dingen beschreven heeft; en wij weten dat zijn getuigenis waar is.
(Joh. 21:20,24)

Waarom zou de auteur gekozen hebben voor anonimiteit? Hiervoor zijn verschillende redenen te bedenken, maar een heel goede reden zou zijn: omdat het een vrouw was!

Vrouwen werden in die tijd gewoonlijk niet serieus genomen, zoals ook blijkt uit een schrijnende passage in het evangelie van Lucas. Als Jezus na zijn dood is verschenen aan een aantal vrouwen en ze haasten zich om dit vertellen aan de mannelijke apostelen, dan worden ze niet geloofd:

En toen zij teruggekeerd waren van het graf, berichtten ze dit alles aan de elf discipelen en aan alle anderen. En het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus, en de anderen die bij hen waren, die dit tegen de apostelen zeiden. En hun woorden leken hun kletspraat en zij geloofden hen niet.
(Lucas 24:9-11)

Vol als ze was over wat ze had geleerd van haar leraar Jezus, besloot Maria haar eigen versie te schrijven van ‘de blijde boodschap’. Ze koos ervoor om anoniem te blijven en zich in haar teksten als een man te profileren. Ze liet daarbij de lezer opzettelijk vermoeden dat deze man de apostel Johannes was, zoals we zodadelijk zullen zien. Op ingenieuze wijze heeft ze echter ook een sleutel achtergelaten in de tekst, waarmee de ware identiteit van de auteur achterhaald zou kunnen worden. Hiervoor moeten we naar de Griekse brontekst.

De verborgen sleutel

Vijf maal vinden we in het Johannes-evangelie de omschrijving terug ‘de leerling die Jezus liefhad’. Vier keer heeft de auteur gekozen voor het Griekse agapaó (van agápe) voor liefhebben. In de passage echter waarin de leerlingen er tot hun ontzetting achter komen dat het graf van Jezus leeg is, wordt het Griekse phileó (van philos) gebruikt:

En op de eerste dag van de week ging Maria Magdalena vroeg, toen het nog donker was, naar het graf, en zij zag dat de steen van het graf afgenomen was. Daarom snelde zij terug en ging naar Simon Petrus en naar de andere discipel, die Jezus liefhad (phileó), en zei tegen hen: Ze hebben de Heere uit het graf weggenomen, en wij weten niet waar zij Hem neergelegd hebben. Petrus dan ging naar buiten, en de andere discipel, en zij kwamen bij het graf.
(Joh. 20:1-3)

Maria Magdalena is in deze passage met twee andere leerlingen van Jezus aanwezig bij het lege graf. Door één van deze twee mannen nu de geliefde leerling te noemen, gebruikmakend van een ander woord voor liefhebben, blijft haar identiteit als auteur van het evangelie verborgen, maar verloochent ze zichzelf niet. Hierdoor kan zij naar waarheid schrijven dat zij het was die de verrezen Jezus als eerste heeft gezien.

Ook het woord andere in dit citaat valt op: de andere discipel die Jezus liefhad. Tezamen met het andere Griekse woord voor liefhebben, en Maria Magdalena’s aanwezigheid in deze scène, is er maar één logische conclusie: zij is de auteur van dit evangelie!

Een literaire vondst die even eenvoudig als geniaal is, en die al deze tijd met succes verhuld heeft dat de schrijver van dit evangelie een vrouw is. Een goed bewaard geheim dat ervoor heeft gezorgd dat haar verhaal serieus genomen is en door de strenge selectie van de vroegchristelijke kerkvaders is gekomen, waardoor het nu onderdeel uitmaakt van het Nieuwe Testament. Dit is een eer die vele andere evangeliën uit die tijd niet ten beurt is gevallen. Hierdoor worden haar woorden tot op de dag van vandaag nog over de gehele wereld gelezen en veelvuldig geciteerd.

Pietro Perugino, De overhandiging van de sleutel aan Petrus, 1482, Sixtijnse kapel, Rome (rechts uitsnede). Jezus overhandigt de sleutels van ‘het Koninkrijk der hemelen’ aan Petrus. Een gebeurtenis in de evangeliën (Matt. 16:19) die ervoor heeft gezorgd dat de katholieke kerk hem ziet als de eerste paus. Kunstenaar Perugino wil ons laten weten dat deze eer eigenlijk aan Maria Magdalena toekomt. Zij staat achter Petrus in een opengedraaide lichaamshouding, waardoor zij centraal staat in het rechter tafereel. Zij kijkt als enige van de apostelen naar Jezus. De apostel links naast haar wijst naar haar. Dat het Maria Magdalena is, kunnen we afleiden uit haar schoeisel. Alle apostelen zijn op blote voeten. Alleen Jezus en zij dragen sandalen. Die van haar zijn dusdanig versierd dat duidelijk is dat deze figuur een vrouw moet zijn. Zij houdt een kleine rol papier vast: het evangelie dat zij heeft geschreven!

Christelijke kunst

Door de eeuwen heen zijn er altijd ingewijden, kunstenaars en mystici geweest die wisten dat het Johannes-evangelie is geschreven door Maria Magdalena. In de christelijke iconografie wordt de apostel Johannes meestal afgebeeld als een baardloze jongeman met vrouwelijke trekken. Op veel schilderijen (en ook kerkbeelden) is de evangelist zo duidelijk een vrouw dat de kunstenaar hiermee een boodschap moet hebben gehad voor ons.
Soms is Johannes zelfs zo vrouwelijk dat hij alleen te herkennen is aan zijn attributen (een Bijbel met schrijfpen, een adelaar, en/of een drinkbeker met of zonder gifslangen).

Door de rigide houding van de kerk kon de waarheid niet hardop worden uitgesproken, maar ondergronds vond zij haar weg naar het schildersdoek. Aan de muren van musea, kerken en basilieken spreken stemmen uit een ver verleden tot ons: Maria Magdalena was de ‘apostel der apostelen’. Zij was Jezus’ meest dierbare leerling!

Schilderijen en glas-in-lood van de evangelist Johannes

Defendente Ferrari
(circa 1525)

Hans Baldung (1511)

Domenichino
(eerste helft 17e eeuw)

Sisto Badalocchio (1605-1625)

Uit: Grandes Heures Anne de Bretagne (1503-1508)

John La Farge (19e eeuw)

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld (juli/aug ’19)
Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie heeft het boek geschreven:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Door |2021-01-31T09:26:35+00:00april 10th, 2020|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor Maria Magdalena, verrassende nieuwe inzichten!

Kundalini en de Toren van Babel

Kundalini en de Toren van Babel

Eeuwig op zoek naar gezondheid, goede seks en zo lang mogelijk leven, heeft het grote publiek de mysterieuze kundalini-shakti van de yogi ontdekt. Boeken en 1-dag-workshops met titels als ‘Becoming supernatural’ vinden gretig aftrek, en iedere belangstellende kan deelnemen aan kundalini-yogalessen zonder dat er vooraf een screening, of grondige uitleg over het doel en de gevaren van kundalini-oefeningen, plaatsvindt.

Zeker, de kundalini heeft een helend, vitaliserend en zuiverend karakter, maar haar laten ontwaken kent niet alleen positieve effecten. De godin in ons bekken heeft vele gezichten: zij is de moeder en de maagd, de weduwe en de bruid, de trooster en de vernietiger. Wie haar te ruw, of voortijdig, wakker maakt uit haar slaap krijgt te maken met Kali ‘de Verschrikkelijke’!

Heling

Godenmythes, zoals die van het Hindoeïsme, het Oude Egypte en de Oude Grieken, zijn vertellingen in beeldtaal over krachten in de buitenwereld én – dat beseft niet iedereen – in onze binnenwereld.

Asclepius, de Griekse god van de geneeskunst, bijvoorbeeld, vertegenwoordigt het helende aspect van de kundalini-energie. Het symbool voor de medische wetenschap, de esculaap, is afgeleid van zijn staf met slang. Deze staf verbeeldt de wervelkolom van de mens, waarlangs de kundalini – als een slang – omhoog stroomt.

De slang, met zijn vermogen zich te vernieuwen door vervelling, zien we in vrijwel alle tradities terug als een symbool van de kundalini-energie. De helende werking van de kundalini is echter met name energetisch. Voor een vereniging met God moet de energie weer vrij stromen als in een ongeschonden kind:

Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. (Evangelie van Mattheüs 18:3)

Een kundalini-ontwaken leidt in principe – uitzonderingen daargelaten – niet tot een genezing van chronische ziektes of ander fysiek leed!

De god Asclepius

De esculaap

De hindoegodin Kali

Zuivering

Een van de godinnen die staan voor de zuiverende werking van de kundalini-energie is de hindoegodin Kali. Haar uiterlijk is angstwekkend: een donkere huid, opengesperde ogen, wild rondzwaaiende armen met één of meer bloedige wapens, en een ketting van afgehakte hoofden om haar hals. Net als een (kundalini-)slang gebruikt ze haar uitgestoken tong om onzuiverheden op te sporen (ruiken).

Ondanks haar afschrikwekkende uiterlijk is zij geliefd bij de hindoes, omdat haar intenties voortkomen uit een liefhebbend moederhart. Haar doel is om ons te verlossen van ons ego (gesymboliseerd door de afgehakte hoofden).

Het beeld van de woeste Kali is treffend als het gaat om de vraag hoe de eerste fase van een kundalini-ontwaken – en die kan jaren kan duren! – eruit ziet. De heftigheid van de symptomen die je ervaart hangt af van hoeveel onverwerkte zaken die er nog sluimeren in het onbewuste en de zuiverheid van je leefwijze. Bij de gemiddelde westerse mens betekent dit een grote opruimklus. Meer dan men beseft!

Een kundalini-ontwaken is zwaar voor lichaam en geest. De spirituele zoeker die naar God verlangt heeft het er graag voor over. Echter, mensen met gezondheidsklachten adviseren om hun kundalini te laten ontwaken als oplossing voor hun medische problemen, is misleidend – de genezing is vooral geestelijk – en ronduit gevaarlijk!

Kundalini en seks

De kundalini is een enorme krachtbron die, eenmaal ontwaakt, in principe via elk chakra gekanaliseerd kan worden. Zij stroomt automatisch naar de chakra’s die energie vragen. Is iemand gericht op seksueel plezier, dan vloeit de kundalini af bij het tweede chakra, in plaats op te stijgen naar haar eindbestemming, het kruinchakra. Is iemand sterk egogericht, dan zal de energie het derde chakra gaan voeden.

In dit opzicht kan de kundalini inderdaad zintuiglijke ervaringen intensiveren, meer energie geven en de deur naar het bovennatuurlijke openen. Maar hier is deze goddelijke energie niet voor bedoeld, en daarom is de kennis over deze energiebron altijd verborgen gehouden voor het grote publiek. Alleen spirituele aspiranten met een zuivere intentie en leefwijze werden door leraren ingewijd in deze kennis en in de technieken die de kundalini kunnen doen ontwaken.

Rechts: de godin Tara (Nepal, 18e eeuw) is in haar destructieve vorm nauw verwant aan Kali. Om haar middel draagt zij een pantervel, symbool voor de overwonnen de dierlijke instincten, waaronder de seksuele driften. De staart van het pantervel rust op de onderbuik van de liggende man: de verblijfplaats van Tara in de mens. Het vuur om Tara en de man verbeeldt het innerlijke kundalini-vuur dat alles verbrand wat tussen de mens en God in staat. De naaktheid van de man staat voor zijn uitgezuiverde ego.

Heilige energie

Het is zeer naïef te veronderstellen dat het gebruiken van deze heilige energie voor een ander doel dan waar zij voor bestemd is zonder repercussies zal blijven; medisch, spiritueel of karmisch. Het goddelijke laat zich niet straffeloos inlijven door de mens. Het Bijbelverhaal over de Toren van Babel waarschuwt hiervoor.

Veel Bijbelverhalen zijn niet bedoeld om letterlijk genomen te worden. Het zijn metaforen voor innerlijke spirituele processen. Zo ook het verhaal over de mens die een toren wilde bouwen tot aan de hemel. De diepere betekenis van Bijbelteksten zit verborgen in subtiele woordkeuzes en zinsconstructies. In mijn boek Kundalini-ontwaken heb ik vijf pagina’s gewijd aan een analyse van de Toren van Babel en een onderbouwing van mijn stellingen. Ik vat hier de grote lijnen samen.

De tarotkaart De Toren
is geïnspireerd op de Toren van Babel

Innerlijke toren

De Toren van Babel gaat over de mens die eigenhandig aan de slag gaat om het kundalini-vuur in zichzelf op te wekken en via de wervelkolom (de toren) naar het zevende chakra (de hemel) te brengen. Met andere woorden: het ego wil zich verheffen tot het goddelijke.

Deze schromelijke zelfoverschatting heeft echter het tegengestelde effect. In plaats van op te stijgen door de wervelkolom daalt het goddelijke juist neer. Tot twee keer toe staat dit letterlijk in de tekst: als reactie op de vermetele daad van de mens komt God naar beneden (Genesis 11:1-9).

Betekenisvol is ook de naam Babel, die Poort van God (Bab –El) betekent. De plaats onder aan de wervelkolom, waar de kundalini begint aan haar tocht naar boven, heet in de yogatraditie Brahma-dvara: de poort of deur van Brahma. Deze deur naar God blijft gesloten voor de mens die nog niet het vereiste innerlijke voorwerk heeft gedaan.

De metafoor van het spreken van verschillende talen verwijst naar het verlies van de eenheid van het goddelijke. In plaats hiervan wordt de innerlijke wereld van de mens verdeeld in egofragmenten.

De moraal van het verhaal van de Toren van Babel is dat het Koninkrijk van God niet op eigen kracht kan worden verworven – het is een weg die je samen met God gaat. De kennis over de kundalini-energie is alleen verborgen in heilige teksten terug te vinden. In verkeerde handen kan het ertoe leiden dat mensen onvoldoende voorbereid en met de verkeerde motieven zich een toegang gaan forceren tot deze heilige bron. Ook Jezus merkt dit op in het evangelie van Mattheüs (11:12):

En van de dagen van Johannes de Doper af tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en geweldenaars grijpen het.

Deze weg kan alleen worden gegaan met een hart dat gezuiverd is van de verlangens naar grandeur van het ego. Alleen voor een mens die bereid is te sterven aan zichzelf gaat de poort naar God open.

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld (mrt ’19)
Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek Kundalini-ontwaken.

Door |2020-07-25T13:55:37+00:00maart 1st, 2019|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor Kundalini en de Toren van Babel

De Crucifix Code

De Crucifix Code

Met zijn dood aan het kruis heeft Jezus lijfelijk het innerlijke proces tot uitdrukking gebracht van de dood (‘verlossing’) van het ego. Het eindstadium van een kundalini-ontwaken, waarbij de oude mens wordt afgelegd (‘sterft’) en de nieuwe mens, wedergeboren in God, ‘verrijst’.

Dit spirituele proces had Jezus zelf allang doolopen, buiten het zicht van de wereld. De evangelisten hebben, in zijn opdracht, en gebaseerd op het esoterische onderricht dat ze van hem hadden ontvangen, zijn levensverhaal zo opgeschreven dat het model staat voor de weg die de spirituele zoeker moet afleggen voor het innerlijk verwezenlijken van ‘het Koninkrijk van God’.

Een explosief gegeven dat niet alleen in de Bijbel staat, als je weet hoe je deze moet lezen, maar ook in talloze christelijke schilderijen is verwerkt door kunstenaars over de hele wereld.

De Bijbel

In het evangelie van Lukas maakt Jezus de schriftgeleerden een intrigerend verwijt:

Wee u, wetgeleerden, want u hebt de sleutel van de kennis weggenomen.
Zelf bent u niet binnengegaan en u hebt hen die binnengingen, tegengehouden.
(Lukas 11:52)

Het woord dat Jezus gebuikt voor kennis is het Griekse gnosis. Gnosis is kennis die niet verkregen is via de ratio, maar gebaseerd is op ervaring. Spiritueel gezien staat gnosis voor een weten van God door ondervinding. De kennis van het hart.

De Farizeeën bezitten de sleutel van de gnosis, zegt Jezus. Ze kennen de innerlijke weg naar God, maar gaan deze weg zelf niet en weerhouden ook de gelovigen ervan om ‘naar binnen te gaan’. Deze sleutel is de kennis over wat in de oosterse tradities kundalini wordt genoemd. Een krachtbron van goddelijke oorsprong die zich ‘slapend’ bevindt in ons bekken, ter hoogte van het heiligbeen. De mystieke tak van het Jodendom noemt haar Shekinah, de gnostici Sophia, en christenen de Heilige Geest.

Jezus heeft deze sleutel tot het Koninkrijk van God terug willen geven aan de mensen. Niet rechtstreeks, omdat niet iedereen hieraan toe was, maar verhuld in metaforen en gelijkenissen, ‘voor wie ore heeft en wil horen’:

En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Waarom spreekt U tot hen door gelijkenissen? Hij antwoordde en zei tegen hen: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven…
Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen. (Matt. 13:10,11,13)

Niet alleen de evangeliën, de gehele Bijbel gaat in wezen van kaft tot kaft over onze mogelijkheid tot een proces van spiritueel ontwaken. Het verhaal van Adam en Eva uit het boek Genesis vertelt hoe het komt dat de kundalini-energie bij de meeste mensen niet actief is, ofwel slaapt. Het boek Openbaring, het slot van de Bijbel, is een beschrijving in beeldtaal van een kundalini-ontwaken. Alle andere Bijbelverhalen over oorlogen, tirannieke koningen, wrede bezetters en moedige helden zijn beschrijvingen van de universele strijd in ieder mens: die tussen de hypnotische krachten van zijn lagere, dierlijke natuur, en de roep van zijn hogere, goddelijke natuur, waarbij de kundalini een hoofdrol speelt.

Het proces van kundalini-ontwaken

Links en rechts langs onze wervelkolom lopen twee belangrijke energiebanen: ida-nadi en pingala-nadi genaamd in de yogatraditie. Deze energiebanen verbinden ons met de tegenstellingen (dualiteit) van de schepping. Waar ida-nadi staat voor bijvoorbeeld het vrouwelijke, donker, koude, passiviteit, de maan, en het gevoel, staat pingala-nadi voor het mannelijke, licht, warmte, activiteit, de zon, en de ratio.

Als de kundalini ontwaakt en vanuit het bekken opstijgt door de sushumna nadi – de energiebaan die door de wervelkolom loopt – naar het bovenste chakra, het kruinchakra, worden alle andere chakra’s langs de wervelkolom gezuiverd en geactiveerd.

Bij het zesde chakra aangekomen, versmelten ida- en pingala-nadi, waardoor op het voorhoofd van de spirituele aspirant het zogenaamde ‘derde oog’ wordt geopend. Het ego ‘sterft’ en goddelijk licht stroomt binnen door het open kruinchakra. De yogi noemt de staat van verruimd bewustzijn die de mens nu ervaart samadhi.

Van één naar twee

Aanvankelijk was er op aarde alleen de mens Adam, zorgeloos levend in de Hof van Eden. Dit paradijs is een metafoor voor het ervaren van een levende verbinding met God. Adam is androgyn door God geschapen; hij is man en vrouw in één.

Vervolgens schept God Eva uit een rib van Adam: dit staat voor een innerlijke tweedeling van Adam in een vrouwelijke en een mannelijke helft. Deze opsplitsing kunnen we terugvinden op het lichamelijke niveau (twee hersenhelften met verschillende functies), op het geestelijke niveau (archetypische karaktereigenschappen) en het energetische niveau.

De tweedeling heeft onmiddellijk gevolgen: Eva haalt Adam over om van de verboden vruchten te eten en ze worden beiden het paradijs uitgestuurd (de mens verliest de verbinding met God).

De slang die Eva heeft verleid te eten van de verboden vruchten wordt tevens gestraft door God. Deze moet voortaan kruipen op zijn buik (Gen. 3:14). Dit is een verwijzing naar de kundalini-energie die zich terugtrekt in het bekken (de buik).

Met zijn rechterhand maakt Adam het geheime teken van het heilige huwelijk (2=1). De middelvinger van Eva op de boomstam verwijst naar de kundalini-energie. Deze boom heeft slechts één vrucht: de pijnappelklier. (Peter Paul Rubens, 1628, Museum Del Prado)

De nieuwe Adam

Jezus heeft de slang weer ‘opgeheven’ en de beelden rond zijn kruisiging moeten ons dit duidelijk maken. Hij is ‘de nieuwe Adam’. Na een voltooid proces van kundalini-ontwaken is hij teruggekeerd naar een staat van androgynie en heeft zich – bij leven! – weer verenigd met God: Ik en de Vader zijn één (Joh. 10:30).

Jezus zelf bevestigt deze interpretatie door in het evangelie van Johannes een verband te leggen met het verhaal van Mozes en de koperen slang: En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden… (Joh. 3:14).

Links: Met zijn vingers maakt Jezus het teken van het
heilige huwelijk (2=1): in hem zijn de polariteiten
versmolten tot de eenheid van het goddelijke.
(Domenico Feti, circa 1600, Bayerische Staatsmuseum)

Mozes en de koperen slang

Tijdens hun veertigjarige reis door de woestijn krijgt het volk van Mozes te maken met gifslangen waarvan de beet dodelijk is. God geeft Mozes opdracht om een slang van koper te maken en deze op een paal te zetten. Wie naar de koperen slang kijkt nadat hij is gebeten, blijft in leven (Numeri 21:4-9).

Het Hebreeuws dat is vertaald met gifslangen – nachash saraph – betekent letterlijk brandende (vurige) slangen. Deze slangen van vuur verbeelden de kundalini of Heilige Geest. Het verhaal laat zien wat de gevolgen zijn als de goddelijke energie in het bekken wordt aangewend voor de verlangens van de (onder)buik; voor zintuiglijke bevrediging en oppervlakkige pleziertjes.

Als ‘de vurige slang’, na het ontwaken, niet omhoog wordt geleid, maar blijft hangen in het bekken en hier de buik ‘in brand’ zet (‘branden van verlangen’), werkt deze als een dodelijk gif voor de ziel. De mens sterft in spiritueel opzicht. Wordt de slang echter omhoog geleid door de wervelkolom (‘op een paal gezet’) dan blijft de mens ‘leven’.

Met zijn uitspraak dat hij verhoogd moet worden zoals Mozes de slang heeft verhoogd, wil Jezus ons laten weten dat wij zijn kruisiging moeten zien als een verbeelding van een kundalini-ontwaken. Hij zal dit innerlijke proces van godsrealisatie fysiek tot uitdrukking brengen. Hij zal voor de ogen van de hele wereld het sterven van het ego en de innerlijke ‘opstanding’ zichtbaar maken. Een gruwelijk schouwspel waarvan je je onwillekeurig afvraagt of wij deze spirituele les niet op een andere wijze gepresenteerd hadden kunnen krijgen.

Het onmenselijke lijden en sterven van Jezus heeft in ieder geval zijn uitwerking niet gemist. Het heeft diepe sporen getrokken in ons collectieve bewustzijn en van het christendom een wereldreligie gemaakt.

Jezus en de (kundalini-)slang van Mozes.
(Peter Paul Rubens, begin 17e eeuw)

Jezus wijst met twee vingers (het teken van het heilige huwelijk) naar zijn hoofd: hier vindt de versmelting van de tegenstellingen en de kruisiging plaats. (Luis de Morales, 1566, Museo del Prado, Madrid)

Het heilige huwelijk

De mannelijke en vrouwelijke energieën in de mens versmelten tot een eenheid als de kundalini-energie, opstijgend vanaf het bekken, is aangekomen bij het voorhoofd. Deze versmelting wordt ook wel het heilige huwelijk genoemd, omdat het leidt tot een vereniging met God. Voorafgaand aan deze mystieke voltooiing heeft de kundalini het ego gezuiverd van alle overtollige ballast (een proces van jaren), in de evangeliën beschreven als ‘de kruisweg van Jezus’. Tijdens het heilige huwelijk verlaat het ego voorgoed het toneel; de nieuwe godmens wordt geboren (de ‘wedergeboorte’).

Een eerste aanwijzing dat we het verhaal van Jezus’ kruisiging moeten interpreteren als iets wat plaatsvindt in het hoofd van de mens, is de naam van de plaats waar de kruisiging plaatsvindt: Golgotha, hetgeen Schedelplaats betekent (Joh 19:17)!

In het Johannes-evangelie vinden we nog een aantal aanwijzingen. Hangend aan het kruis geeft Jezus zijn discipel Johannes de opdracht om zijn moeder in huis te nemen (Joh. 19:27). Dit is een verwijzing naar het heilige huwelijk. In de Griekse brontekst van dit citaat komt het woord huis niet voor. Letterlijk vertaald staat er: de discipel nam haar tot zich. Een zorgvuldig gekozen formulering die bij ons het beeld van een vereniging van het mannelijke en het vrouwelijke moet oproepen.

In het Thomas-evangelie benoemt Jezus dit proces expliciet:

Jezus zei tot hen: Als jullie de twee tot één maken, en als jullie de binnenkant maken als de buitenkant, en de buitenkant als de binnenkant, en de bovenkant als de onderkant, en wanneer jullie het mannelijke en het vrouwelijke één maken, zodat het mannelijke niet langer mannelijk is en het vrouwelijke niet vrouwelijk.
…dan zullen jullie het Koninkrijk binnengaan. (Logion 22)

In de esoterische tradities verwijst de middelvinger naar de wervelkolom (het ‘midden’ van de lichaam),
met erin stromend de ontwaakte kundalini-energie. (Hans Holbein de Jonge, 1521, Kunstmuseum Basel)

De lans

Nadat Jezus aan het kruis de geest heeft gegeven, steekt een soldaat hem met een lans in zijn zijde, om er zeker van te zijn dat hij is overleden (Joh. 19:34). Ook dit is een verwijzing naar een innerlijke versmelting van de tegenpolen, en voert terug naar het verhaal van Adam en Eva. Jezus wordt gestoken met de speer op de plaats waar bij Adam een rib is verdwenen. Symbolisch wordt hiermee de rib (Eva) teruggeplaatst en de staat van androgynie hersteld.

De twee ‘misdadigers’

Ook de twee mannen die met Jezus worden gekruisigd – aan elke kant één (Joh. 19:18) – verbeelden de energieën die onze tweedeling in stand houden. Symbolisch gezien ‘sterven’ in de kruisigingsscène de innerlijke dualiteit (de twee mannen) en het ego (Jezus).

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de beeldtaal waarin de Bijbel is geschreven en van de symboliek waarmee het levensverhaal van Jezus is doorspekt. Het grote geheim van het kundalini-ontwaken van Jezus is door de eeuwen heen bekend geweest bij een kleine groep ingewijden, kunstenaars en mystici, getuige de talloze christelijke schilderijen waarin deze ‘heidense’ boodschap is verborgen.

Een engel wijst op het hoofd van Jezus: hier vindt de geboorte van het goddelijke kind plaats. (Hans Baldung, 1539, Staatliche Kunsthalle, Karlsruhe)

Maria Magdalena, rechts naast het kruis, duidt met haar handen de weg aan van de kundalini-energie, van het bekken naar het hoofd. (Glas-in-lood, kerk onbekend)

Peter Paul Rubens (eerste helft 17e eeuw, privé-collectie)

Het heilige huwelijk wordt op dit schilderij ook tot uitdrukking gebracht door de combinatie van de kleuren rood (het mannelijke) en blauw (het vrouwelijke): de kleding van de engelen onder Jezus’ linkerhand, alsmede de kleding van Maria en Johannes. De lendendoek van Jezus verwijst naar de kundalini-slang. (Josse Lieferinxe, ca. 1500, Museum Het Louvre)

De crucifix code

Een van de manieren waarop kunstenaars de diepere betekenis van de kruisiging hebben verwerkt, is met wat ik noem ‘de crucifix code’: Jezus hangend aan het kruis met één en/of twee uitgestrekte vinger(s). Hij heeft van de twee één gemaakt, het heilige huwelijk heeft zich in hem voltrokken, is de betekenis hiervan.

Ook op afbeeldingen met Jezus in een andere context zien we dit ‘teken van het heilige huwelijk’ terug (zie hierboven). Als de middelvinger wordt uitgestrekt is dit een verwijzing naar de wervelkolom – die zich in ‘het midden’ van de mens bevindt – met hierin stromend de ontwaakte goddelijke energie.

Wie ‘crucifixion Jesus‘ intikt op google kan zonder moeite zelf tientallen voorbeelden van schilderijen, hangend in musea en kerken over de hele wereld, vinden. Zoveel, dat het verwondering wekt dat nog niet eerder iemand dit heeft opgemerkt (voor zover ik weet). Wellicht dat de druppel van dit artikel in ons collectieve bewustzijn een doorslaggevende rimpeling gaat veroorzaken?

Juan de Juanes, 1550, Caylus Anticuario, Madrid

Dit artikel is gepubliceerd in Spiegelbeeld (nov ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2018

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek
Johannes de Doper die Jezus de Christus werd

Door |2021-02-07T08:44:22+00:00november 25th, 2018|Spiegelbeeld|Reacties uitgeschakeld voor De Crucifix Code
Go to Top