Het glazen muiltje van Assepoester

Het glazen muiltje van Assepoester

De sprookjes van Grimm die wij allemaal zo goed kennen – Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje – zijn niet zelf bedacht door de twee broers, maar zijn oude volksvertellingen die zij op schrift hebben gesteld. Het zijn verhalen die vaak ook op andere plekken van de wereld rouleerden, soms in een iets andere vorm, maar met frappant veel dezelfde symboliek. Hieruit mogen we afleiden dat er sprake is van een esoterische kennis, die in alle tijden en culturen een ondergronds bestaan heeft geleid, en die via volksverhalen aan elkaar werd doorgegeven.

Ik vermoed dat de gebroeders Grimm zich er niet van bewust zijn geweest dat veel van de sprookjes die in hun boeken zijn terecht gekomen, gaan over een kundalini-ontwaken. Een woord dat in de 19e eeuw ook nog niet was doorgedrongen in de westerse wereld. In het januarinummer van Paravisie konden we lezen dat het sprookje Sneeuwwitje één grote metafoor is voor het kundalini-proces. Deze keer zal ik laten zien dat ook het verhaal van Assepoester gaat over spirituele transformatie met deze mysterieuze energiebron in de hoofdrol.

De boom, de duif, het vuur en het huwelijk

Dit sprookje maakt gebruik van een aantal universele symbolen die we steeds weer terug zien als het kundalini-proces wordt uitgedrukt in beelden: de boom, de witte duif, het vuur en het huwelijk. De boom symboliseert de wervelkolom waardoor de goddelijke energie (vuur) van het bekken naar de kruin stroomt. De duif symboliseert een voltooid proces. Het huwelijk staat voor het versmelten van het mannelijke en vrouwelijke in de mens tot een eenheid, ter hoogte van het zesde chakra, waardoor de deur naar het goddelijke opengaat.

Deze beelden zien we – in een gestileerde vorm – ook terug bij de caduceus, het klassieke kundalini-symbool uit de Griekse godenmythologie. De staf van de caduceus staat voor de wervelkolom van de mens en de twee vleugels voor de bewustzijnsverruiming die het resultaat is van een kundalini-ontwaken. De twee slangen staan voor de twee energiebanen in ons lichaam die ons verbinden met de dualiteit, waaronder het mannelijke en het vrouwelijke (yin en yang in het taoisme). De versmelting van deze energiebanen ter hoogte van ons voorhoofd wordt ook wel het heilige huwelijk genoemd.

Laten we kijken hoe dit alles terugkomt in het verhaal over Assepoester. Net als in het sprookje van Sneeuwwitje, sterft de moeder van Assepoester en haar vader hertrouwt met een kreng van een vrouw. Een boze stiefmoeder staat in sprookjes meestal voor ‘de materie’. Deze interpretatie wordt bevestigd door de etymologie (taalafkomst): het woord materie is afgeleid van het Latijnse mater en betekent moeder. We worden hier op aarde geboren, maar ons werkelijke thuis is in de goddelijke dimensies, is de onderliggende boodschap van het sprookje.

Slapen bij de open haard

Assepoester wordt door haar stiefmoeder opgesloten in de keuken en moet daar zwaar werk doen:

Als ze ‘s avonds moe gewerkt was, mocht ze niet naar bed, maar moest naast de haard in de as liggen. Daardoor was ze altijd stoffig en vuil; en zo noemde ze haar Assepoester.

De letterlijke betekenis van haar oorspronkelijke Duitse naam Aschenputtel is ‘zij die in de as blaast om het vuur aan te wakkeren’. Poesten is oud-Nederlands voor blazen. Een prachtige, treffende naam die ons meteen al op het spoor zet van de diepere betekenis van het sprookje. Het haardvuur is het sluimerende kundalini-vuur in ons bekken.

Het beeld van de opgesloten Assepoester, slapend bij de smeulende haard, symboliseert de kundalini-energie die niet meer vrij stroomt door onze wervelkolom, maar ‘slaapt’ ter hoogte van het heiligbeen, als gevolg van onze incarnatie op aarde.

De gemene stiefzusters

Assepoester heeft twee stiefzusjes. Zij verbeelden de twee energiebanen (nadi’s) in ons lichaam, die in de yogatraditie ida-nadi en pingala-nadi worden genoemd, en die ons de materie en haar dualiteit laten ervaren. ‘De stiefzusjes hadden mooie blanke gezichtjes, maar ze waren lelijk en zwart van hart’, zegt het sprookje. Een leven gericht op de materie lijkt misschien mooi aan de buitenkant, maar is zielloos en leeg.

De boomtak en de hoed

Assepoester gaat dagelijks naar het graf van haar moeder en huilt daar bittere tranen omdat ze zo ongelukkig is.

Toen gebeurde het, dat de vader eens op reis moest, en hij vroeg de twee stiefdochters wat ze wilden, dat hij voor hen meebracht. “Mooie kleren,” zei de eerste; “Parels en edelstenen,” de tweede. “En jij Assepoester,” zei hij, “wat wil jij hebben?” – “Vader, als op uw terugreis een takje tegen uw hoed stoot, breng dat voor me mee.” Hij kocht voor de beide stiefzusters mooie kleren, parels en edelstenen. Op de terugweg reed hij door een bos, daar zwiepte een tak van een hazelaar tegen zijn hoed en stootte die af; die tak brak hij af en nam hem mee. Bij zijn thuiskomst gaf hij de stiefdochters wat ze voor zichzelf hadden gewenst, en aan Assepoester gaf hij de hazeltak. Assepoester bedankte hem, ging naar haar moeders graf en plantte de tak daarop; ze schreide zo, dat haar tranen erop neerkwamen en de aarde vochtig maakten. Het takje sloeg daardoor aan en groeide en werd een
mooie boom. Assepoester ging er elke dag driemaal heen, schreide en bad, en elke keer kwam er een wit vogeltje in de boom, en als ze iets wenste, dan gooide het vogeltje alles wat ze vroeg, naar beneden.

Prachtig hoe de boom als metafoor voor het kundalini-proces in het verhaal is verwerkt! Assepoester vraagt als geschenk het takje dat tegen de hoed van haar vader stoot, een verwijzing naar de ‘kundalini-boom’ die groeit tot in ons hoofd. De hoed die wordt afgestoten, staat voor de opening van het kruinchakra.

Assepoester plant het takje op het graf van haar moeder. De kundalini-energie wordt in veel spirituele tradities gezien als vrouwelijk; als een godin, of als ‘God de Moeder’. Ons bekken is het graf waarin deze energie ligt ‘begraven’. Door de tranen van het bedroefde meisje gaat de boom groeien. Wat nodig is om de kundalini wakker te maken is een oprecht verlangen naar God; heimwee naar de plaats waar we vandaan komen. Verdriet om het leven op aarde – hoe wrang dit ook klinkt – is voeding voor de ‘kundalini-boom’.

Het witte vogeltje in de boom staat voor een voltooid proces. Alles wat Assepoester vraagt gooit het vogeltje naar beneden: we krijgen alles wat ons hart begeert, als we doorzetten en het spirituele transformatieproces tot een goed einde brengen.

De koningszoon

Ook het huwelijk met de prins waar het sprookje mee eindigt zit vol met prachtige symboliek. Assepoester wil graag mee naar het feest dat de koning geeft om een bruid voor zijn zoon te zoeken. Zij mag echter pas mee als zij de linzen uit de as heeft gesorteerd die haar stiefmoeder erin gooit. Assepoester roept de vogels om hulp:

Het meisje ging door de achterdeur naar buiten en riep: “Lieve duifjes, tortelduifjes, alle vogeltjes onder de hemel, kom eens helpen! de goede in het kopje de slechte in je kropje!” Daar kwamen door ‘t keukenraam twee witte duiven aanvliegen en dan de tortelduifjes, en eindelijk warrelden en dwarrelden daar alle vogeltjes uit de lucht en ze streken allemaal in de as neer. En de duiven knikten met hun kopjes en begonnen pik, pik, pik, pik en toen begonnen de andere vogels ook pik, pik, pik, pik, en alle goede linzen kwamen in de grote schotel.

Dit uitsorteren van de ‘goede linzen’ staat voor de innerlijke reiniging die nodig is voor het heilige huwelijk. Een zuivering die tot stand wordt gebracht door de kundalini-enerige (de vogels).

Dan zegt de stiefmoeder dat ze toch niet mee mag naar het bal, omdat ze geen geschikte kleren heeft. Assepoester gaat naar het graf van haar moeder, waar ook dit keer de witte vogel haar helpt door een prachtige goud met zilveren baljurk, met bijpassende schoentjes, naar beneden te gooien. Deze jurk staat voor het ‘lichtkleed’ dat wordt gevormd onder invloed van het kundalini-proces. Door dit onvergankelijke lichtlichaam verwerven we onsterfelijkheid, de ultieme spirituele bestemming van de mens.

De verliefde prins

De prins is zeer gecharmeerd van Assepoester, maar tot drie keer toe (het feest duurt drie dagen) weet zij te ontsnappen aan zijn pogingen om haar naar huis te brengen. De eerste keer door in een duiventil te klimmen en de tweede keer door zich te verbergen in een perenboom. Zowel de duiventil als de perenboom verwijst naar de wervelkolom, met daarin stromend de kundalini-energie. De derde keer verliest Assepoester tijdens haar vlucht een van haar schoentjes:

De prins nam de schoen; klein en sierlijk en van zuiver goud. De volgende morgen ging hij naar de koning en zei: “Niemand wordt mijn vrouw, dan wie dit schoentje past.”

De schoen van Assepoester moet ons iets zeggen over haar ego: klein en van goud. In een andere versie van het sprookje, opgetekend door de Franse schrijver Perrault, is het schoentje van glas. Dit verwijst naar een ‘transparant’, uitgezuiverd ego (net als de glazen kist van Sneeuwwitje).

Wie past de kleine schoen?

De prins gaat op zoek naar degene die het schoentje past. De voeten van de stiefzusters van Assepoester blijken veel te groot. De ene stiefzuster snijdt haar teen af en de ander haar hiel om de prins om de tuin te leiden, maar ze worden verraden door de witte duiven bij het graf van Assepoester’s moeder: “Roekedekoe, roekedekoe, er is bloed in de schoen, deze schoen is veel te klein, ‘t zal de echte bruid niet zijn.”

Als blijkt dat Assepoester het schoentje wel past, neemt de prins haar verheugd mee. Op dat moment komen twee witte vogels aangevlogen en gaan op de schouders van Assepoester zitten: ‘…de ene rechts, de andere links, en daar bleven ze zitten.’ De duiven links en rechts naast het hoofd van Assepoester symboliseren de twee vleugels bovenaan de caduceus: het kundalini-proces is voltooid. Dan lezen we tot slot:

Toen de bruiloft gehouden werd, kwamen de twee stiefzusters, ze wilden meedelen in haar geluk. Toen de bruidsstoet naar de kerk ging, ging de oudste rechts en de jongste links van de bruid zitten; daar pikten de duiven van elk een oog uit. En toen ze weer uit de kerk kwamen, pikten de duiven ieder het andere oog uit. Zo werden ze voor hun lelijk gedrag en hun valsheid voor hun leven met blindheid gestraft!

De stiefzusters gaan tijdens het huwelijk links en rechts van Assepoester zitten. Dit moet bij ons het beeld oproepen van de twee energiebanen – de ida-nadi en pingala-nadi – die aan weerszijde van de wervelkolom stromen. De zusters worden blind gemaakt door de witte duiven: de ontwaakte mens wordt ‘blind’ voor het aardse.

De moraal van het verhaal

Als de stiefmoeder en de stiefzusjes in ons aan de macht zijn, blijft Assepoester opgesloten in de keuken. Oftewel: als wij een leven leiden gericht op de materie en de verlangens van het ego, dan blijft de kundalini-energie ‘slapend’ bij ons heiligbeen.

Copyright Anne-Marie Wegh 2017
Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (maart ’17)

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Het meest recente boek van Anne-Marie:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Deel dit artikel

De diepere betekenis van sprookjes

Niet veel mensen realiseren zich dat de klassieke sprookjes die we zo goed kennen, vaak verwijzen naar ons potentieel voor spirituele wedergeboorte. Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel; al die tijdloze verhalen zijn metaforen voor het proces van het ontwaken van de kundalini. De arme wees met de slechte stiefmoeder, de prins en prinses zonder koninkrijk, het verloren kind in het donkere bos; dat zijn wij. En al deze verhalen willen ons leren over de weg terug naar ons eigenlijke huis, naar God.

Door op de volgende sprookjes te klikken, vind je een analyse van het verhaal door Anne-Marie:

SNEEUWWITJE
ASSEPOESTER
BLAUWBAARD
Doornroosje
DOORNROOSJE
DE KIKKERKONING

Door |2022-03-13T22:42:38+00:00november 30th, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Het glazen muiltje van Assepoester

Het spirituele pad, in sprookjes vervat

Het spirituele pad, in sprookjes vervat

(De zes dode echtgenotes van Blauwbaard)

Veel sprookjes gaan over de weg terug naar de plek waar wij vandaan komen: het Koninkrijk van God. Om terug te keren naar ons werkelijke thuis moeten vaak eerst een aantal moeilijkheden worden overwonnen. Wie niet uitkijkt wordt opgegeten door een heks, een reus of een grote boze wolf. Misschien ben je zelfs al opgegeten?

Hans en Grietje

Het sprookje van Hans en Grietje gaat over ieder van ons. Het beeld van een broer en zus die, achtergelaten door hun ouders, verdwaald zijn in het grote donkere bos, is een metafoor voor de mens (innerlijk opgedeeld in een mannelijke en een vrouwelijke helft) die ‘van God los’ op aarde ronddoolt.

De kinderen dreigen een hongerdood te sterven, maar net op tijd komen ze aan bij een huisje gebouwd van brood, pannenkoeken en kandijsuiker, waar ze meteen aan gaan knabbelen. Ze lijken gered, maar dan blijkt dat ze in de val zijn gelokt door een boze heks die hen gevangen zet en wil opeten.

Het huisje van snoep staat voor de verleidingen van de wereld. Wie eenzijdig gericht is op de aardse genoegens en kiest voor zintuiglijk genot, waarschuwt het sprookje, raakt ‘gevangen’ in de materie en ‘sterft’ in spiritueel opzicht. Gelukkig weten de kinderen zich net op tijd te bevrijden en met hun zakken vol met parels en edelstenen (spirituele rijkdom) uit het huis van de heks keren ze terug naar hun vader (lees: God).

Klein Duimpje

Een ander gevaar op de spirituele weg schuilt in de mens zelf. Het sprookje van Klein Duimpje, een jongen zo groot als een duim, gaat over de avonturen van ons goddelijke zelf tijdens het leven op aarde. Er zijn meerdere versies van dit sprookje. In de versie van Charles Perrault krijgt Klein Duimpje het aan de stok met een mensenetende reus, die hem wil opeten. Een reus staat in sprookjes meestal voor ons ego, dat een bedreiging vormt voor onze goddelijke kern.

Klein Duimpje is de reus echter te slim af en weet zijn zevenmijlslaarzen (zeven chakra’s) en zijn schatten te bemachtigen. Met zijn zakken en de laarzen vol met (goddelijk) goud keert hij terug naar zijn ouders (God).
In de versie van de gebroeders Grimm is het geen reus, maar een koe en een wolf die het leven van Klein Duimpje bedreigen. Hij belandt in de maag van de dieren en weet zich ternauwernood te bevrijden. Gevaarlijke dieren zijn een terugkerend thema in sprookjes. Zij staan over het algemeen voor onze lagere, dierlijke natuur die overwonnen moet worden, willen wij terugkeren naar het Koninkrijk van God.

Gevangen zitten in een maag, zoals Klein Duimpje, verwijst nog eens extra naar het gericht zijn op het bevredigen van de (onder)buik. Vertaald naar chakra-niveau gaat het hier om de energie van de onderste drie chakra’s.

De wolf en de zeven geitjes

Ook Roodkapje wordt opgeslokt door een wolf, net als de zeven kleine geitjes, die nog zo werden gewaarschuwd door hun moeder, toen zij even weg moest om een boodschap te doen. In beide sprookjes doet de wolf zich anders voor dan hij is. In Roodkapje verkleedt hij zich als de grootmoeder van het meisje, en in het verhaal met de zeven geitjes (chakra’s) maakt hij zijn poten wit met meel en verdraait hij zijn stem. Omdat hij niet wordt herkend als een wolf, weet hij zijn slachtoffers te overmeesteren en op te eten.

Dit verbeeldt dat wij het gevaar niet zien van toegeven aan ons driftleven. Deze sprookjes willen ons waarschuwen voor het verspillen van onze levensenergie (die door de zeven chakra’s stroomt). Deze oerkrachten hebben we nodig voor het realiseren van onze hogere natuur. Hierover gaat ook het bekende verhaal van de moordzuchtige Blauwbaard.

Zes dode vrouwen in een kelder

De kersverse echtgenote van Blauwbaard komt er tot haar ontzetting achter dat haar man de zes lijken van haar voorgangsters bewaart in een kamer van het huis. Een huiveringwekkende vertelling, niet echt geschikt voor jonge kinderen, met dezelfde betekenis als het sprookje van de opgeslokte geitjes. De zes echtgenotes staan voor de zes chakra’s die zijn ‘gedood’ door de dierlijke driften: haren (een baard) staan voor het dierlijke. Bij het zevende chakra (echtgenote) gaat echter een transformatie plaatsvinden.

De kleur blauw verwijst naar het spirituele. Dit verhaal wil ons laten zien dat onze dierlijke krachten ‘gespiritualiseerd’ (getransformeerd) moeten worden. De beelden die hiervoor worden gebruikt zijn even hilarisch als treffend en symboliseren een kundalini-ontwaken. Als Blauwbaard erachter komt dat zijn zevende vrouw de lijken heeft ontdekt en haar ook wil vermoorden, vraagt zij hem een kwartier tijd om te bidden. Ondertussen stuurt zij haar zuster Anna de torentap op om te kijken of haar twee broers er aan komen:

“Zuster Anna,” zei zij, “ik smeek je, ga helemaal naar boven in de toren en kijk of je onze broers er nog niet aan ziet komen. Ze hebben mij beloofd, dat zij vandaag hier zouden zijn. Als je ze ziet, geef hun dan een teken dat zij zo vlug mogelijk op moeten schieten.”

Anna haastte zich naar de torentrans en de arme, angstige vrouw riep: “Anna, zuster Anna, zie je nog niets komen?”

Maar zuster Anna zei: “Ik zie alleen de zon, die het zo stoffig maakt, en het gras, dat groen is.”

Intussen had Blauwbaard een groot zwaard gehaald en hij schreeuwde tegen zijn vrouw: “Kom ogenblikkelijk naar beneden, of moet ik je komen halen?”

“Nog eventjes, alsjeblieft,” riep zijn vrouw terug. En weer vroeg zij aan haar zuster: “Anna, zie je nog niets komen?”
En zuster Anna antwoordde: “Ik zie alleen maar de zon, die het zo stoffig maakt, en het gras, dat groen is.”
“Kom onmiddellijk naar beneden,” brulde Blauwbaard. “Anders kom ik naar boven.”

“Ik kom eraan, ik kom eraan,” antwoordde zijn vrouw.
En zij riep: “Anna, zuster Anna, zie je nog niets komen?”
“Ik zie een grote stofwolk, die deze kant uit komt,” riep Anna terug.
“Zijn het onze broers?”
“Ach nee, lief zusje, ik zie nu dat het een kudde schapen is.”
“Kom je of kom je niet?” schreeuwde Blauwbaard.
“Nog één minuutje,” zei zijn vrouw. En zij riep: “Anna, zuster Anna, zie je nog niets komen?”
“Ik zie twee ruiters,” zei haar zuster. “Maar zij zijn nog een heel eind weg.”

“De hemel zij dank,” zei de arme vrouw vol vreugde. “Dat zijn onze broers. Ik zal proberen ze een teken te geven, dat ze op moeten schieten.”

Nu brulde Blauwbaard zo hard van woede, dat het hele huis er van trilde. De angstige vrouw ging naar beneden en wierp zich zelf opnieuw aan zijn voeten. Tranen stroomden over haar wangen en haar haren vielen voor haar gezicht.

“Dat gejammer helpt je niets,” zei Blauwbaard. “Je moet sterven.” Hij greep haar met zijn ene hand bij haar haren vast en wilde haar met zijn zwaard onthoofden. De arme vrouw smeekte hem nog heel even te wachten. “Nee,” zei hij, “beveel je zelf in Gods liefde aan.” En bij die woorden wilde hij haar doden.

Op datzelfde ogenblik werd er zo hard op de deur gebonsd, dat Blauwbaard van schrik niet toe kon slaan. Met getrokken zwaarden stormden er twee ruiters naar binnen. Blauwbaard herkende de broers van zijn vrouw en hij holde meteen weg om zichzelf in veiligheid te brengen. Maar de broers achtervolgden hem en nog voordat hij bij de trap was, haalden zij hem in. Zij doorboorden hem met hun zwaarden en lieten hem dood liggen.

Zuster Anna die de trap oprent van de toren verbeeldt de kundalini-energie die vanaf het bekken opstijgt door de wervelkolom. De twee broers van de vrouw staan voor de twee energiebanen ida- en pingala-nadi, die langs de wervelkolom stromen. Als deze twee energiebanen ter hoogte van het voorhoofd versmelten, sterft het ego (Blauwbaard) en vindt het heilige huwelijk plaats: de mens wordt herenigd met zijn Schepper (de vrouw van Blauwbaard erft al zijn rijkdommen en huwt een andere man).
Het verhaal wordt vaak uitgelegd als een waarschuwing voor de gevolgen van nieuwsgierigheid, omdat alle narigheid begint nadat de vrouw van Blauwbaard een sleutel gebruikt waarvan haar man dit ten strengste had verboden: die van het kleine kamertje aan het einde van de gang op de benedenverdieping.

Dat de vrouw haar nieuwsgierigheid niet kan bedwingen is echter juist een positief aspect van het verhaal. De kamer aan het einde van de gang (wervelkolom) op de benedenverdieping (het bekken) is namelijk de plaats waar de kundalini-energie zit ‘opgesloten’. Het openen van deze kamer symboliseert het begin van een kundalini-ontwaken, en alle onverkwikkelijke zaken die daarna plaatsvinden zijn positieve beelden van een transformatieproces!

Conclusie

Willen wij God vinden, dan zullen wij onze gehechtheid aan materiële zaken en zintuiglijke bevrediging moeten loslaten. We zullen de wolf moeten zien zoals hij is, een gevaarlijk roofdier, en deze niet binnen laten in ons huis. Het ego zal plaats moeten maken voor Klein Duimpje. Geen geringe opgave, maar de sprookjes zijn unaniem over wat ons daarna wacht: een grote rijkdom en een lang en gelukkig leven!

Dit artikel is eerder verschenen in Paravisie magazine (september ’17)
Copyright Anne-Marie Wegh 2017

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Het meest recente boek van Anne-Marie:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Deel dit artikel

De diepere betekenis van sprookjes

Niet veel mensen realiseren zich dat de klassieke sprookjes die we zo goed kennen, vaak verwijzen naar ons potentieel voor spirituele wedergeboorte. Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel; al die tijdloze verhalen zijn metaforen voor het proces van het ontwaken van de kundalini. De arme wees met de slechte stiefmoeder, de prins en prinses zonder koninkrijk, het verloren kind in het donkere bos; dat zijn wij. En al deze verhalen willen ons leren over de weg terug naar ons eigenlijke huis, naar God.

Door op de volgende sprookjes te klikken, vind je een analyse van het verhaal door Anne-Marie:

SNEEUWWITJE
ASSEPOESTER
BLAUWBAARD
Doornroosje
DOORNROOSJE
DE KIKKERKONING

Door |2022-03-13T22:43:08+00:00september 11th, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Het spirituele pad, in sprookjes vervat

Om God te vinden moet je eerst een kikker kussen!

Om God te vinden moet je eerst een kikker kussen

Veel bekende sprookjes gaan over een kundalini-ontwaken. Dat is opmerkelijk, want deze opgetekende volksverhalen stammen uit een tijd dat dit oosterse begrip nog niet tot het westerse collectieve bewustzijn was doorgedrongen. En hoewel heden ten dage, met name door de verhoogde belangstelling voor yoga, ook in dit deel van de wereld de kundalini in het spirituele jargon is beland, wordt deze geheimzinnige bron van energie toch voornamelijk gezien als iets exotisch, horend bij de ascetische yogi die allerlei ingewikkelde oefeningen (kriya’s) uitvoert om deze ‘slangenkracht’ in zijn bekken op te wekken.

Wie er oog voor krijgt gaat echter zien dat in de heilige geschriften en iconografie van vrijwel alle religies en spirituele tradities verwijzingen zijn terug te vinden – meestal verhuld – naar een goddelijke vuur in ons bekken (bij het heiligbeen!). Het beeld dat ontstaat als je al deze ‘sporen’, achtergelaten door ingewijden en mystici, naast elkaar legt, is dat wij bij onze incarnatie in de stof een goddelijke waakvlam hebben meegekregen, die, indien tot ontbranden gebracht, de mens kan leiden naar een volgende stap in de evolutie. Een mogelijkheid tot bewustzijnsverruiming die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Een potentieel van onsterfelijkheid.

Speciale oefeningen zijn in principe niet nodig om de kundalini te laten ontwaken. Veel belangrijker is een zuivere leefwijze en een oprecht verlangen naar God. En een bereidheid om alles wat in het onderbewuste ligt opgeslagen onder ogen te zien. Over dit laatste gaat het bekende sprookje van de Kikkerkoning.

De gouden bal

Het verhaal begint met een prinses die haar gouden bal in het water laat vallen:

Vlak bij het slot van de koning lag een groot donker bos en in dat bos bevond zich onder een oude linde een bron. Als het nu overdag heel warm was liep het koningskind het bos in en ging aan de rand van de koele bron zitten – en als zij zich verveelde nam zij een gouden bal die zij omhoog wierp en weer opving; en dat was haar liefste spel.Nu gebeurde het op een keer dat de gouden bal van de koningsdochter niet in haar handje viel, dat zij omhoog hield, maar er naast op de grond terechtkwam en regelrecht in het water rolde.

Alle elementen van dit citaat verwijzen naar de kundalini-energie. Een boom is hét klassieke symbool voor de wervelkolom waarin de ontwaakte kundalini omhoog stroomt naar de kruin. De waterbron onder de boom staat voor de goddelijke energie zelf. De gouden bal die de koningsdochter omhoog gooit bij de bron, verbeeldt de opstijgende beweging van de kundalini. Zowel de cirkelvorm als het goud van de bal verwijzen naar het goddelijke.

De prinses laat de bal in de bron vallen en deze verdwijnt onder water; oftewel de kundalini-energie trekt zich terug in het bekken. Ze huilt bittere tranen en is ontroostbaar. Dan komt er uit het water een kikker omhoog die aanbiedt haar te helpen, maar daar wil hij wel iets voor terug:

De kikker antwoordde: “Je kleren, je parels en edelstenen en je gouden kroon wil ik niet hebben, maar als je mij wilt liefhebben en ik je vriendje en speelkameraad mag zijn, naast je aan je tafeltje mag zitten, van je gouden bordje eten, uit je bekertje drinken en in je bedje slapen: als je mij dat belooft, dan zal ik naar de diepte afdalen en je gouden bal weer naar boven brengen.” – “Ach, ja,” zei zij, “ik beloof je alles wat je wilt, als je mij mijn bal maar weer terugbrengt.”

Kikkerkoning

De prinses komt echter haar belofte niet na. Als ze de bal terugheeft laat ze de kikker achter bij de bron. De volgende dag klopt hij op de deur van het paleis, maar de prinses laat hem niet binnen. Als de koning hoort wat er is gebeurd, draagt hij zijn dochter op zich te houden aan wat ze heeft beloofd. Met grote tegenzin opent ze daarna de deur voor de kikker.

Het dierlijke in de mens

De kikker staat voor al onze eigenschappen, neigingen en driften, waarvan we het bestaan het liefst ontkennen. Meestal gaat het hierbij om aspecten van onze dierlijke natuur. Denk hierbij aan agressie, jaloezie, hebberigheid, lust en egoïsme. Een centraal thema dat steeds weer terugkomt in alle geschriften over het kundalini-mysterie, is het overwinnen van onze dierlijke instincten en deze krachten aanwenden voor de realisatie van ons goddelijke potentieel.

Kikkerkoning

Een van de valkuilen op de spirituele weg is het onderdrukken of ontkennen van neigingen die niet passen in het ideaalbeeld dat wij hebben van iemand de heilig of verlicht is. Deze energieën van onze ‘lagere’ of aardse natuur kunnen ons echter – gezuiverd en gesublimeerd – juist helpen om het hogere te verwezenlijken. Sterker nog, zonder deze oerkrachten blijven de poorten van het Koninkrijk van God gesloten. Dit is wat dit sprookje ons wil laten zien.

De kikker die uit het water (lees: het onderbewuste) omhoog komt, symboliseert de bewustwording van deze ‘schaduwaspecten’. Bewustwording alleen is echter niet voldoende: de kikker wil vriendjes worden met de prinses en wil dat zij hem lief heeft, anders krijgt ze haar gouden bal niet terug. Willen wij God vinden, dan zullen wij de ‘onaantrekkelijke’ aspecten van onszelf moeten omarmen en liefhebben. De kikker wil ook van het bordje eten van de prinses en in haar bedje slapen. Dit zijn integratiebeelden; de lagere natuur moet worden opgenomen in de (energie van de) totale persoonlijkheid.

Kikker wordt prins

kikkerkoning

De prinses worstelt met deze opdracht, want ze vindt de kikker maar een vies, lelijk beest. Als ze, tegenstribbelend, het dier meeneemt naar haar slaapkamer, staat haar echter een grote verrassing te wachten:

Toen pakte zij hem met twee vingers op, droeg hem naar boven en smakte hem zo hard zij kon
tegen de muur. “Nu kan je rusten, jij lelijke kikker.” Maar toen hij naar beneden viel was hij geen kikker meer, maar een koningszoon met mooie vriendelijke ogen. En nu was hij zoals haar vader wilde, haar lieve metgezel en echtgenoot. Toen vertelde hij haar dat hij door een boze heks was betoverd en dat niemand hem uit de bron had kunnen verlossen dan zij alleen en morgen zouden zij samen naar zijn rijk gaan.

Eenmaal in de slaapkamer (geïntegreerd) verandert de kikker in een aantrekkelijke prins, met wie de prinses daarna trouwt. Dit huwelijk staat voor de vereniging van de mens met God – het zogenaamde heilige huwelijk – waarbij het mannelijke (de prins) en vrouwelijke (de prinses) in de mens versmelten.

In de oorspronkelijke versie van het sprookje gooit de prinses de kikker tegen de muur. Dit is in latere versies aangepast naar een diervriendelijker beeld: de prinses die de kikker kust.

Het ontwaken van het hart

Dan volgt er nog een prachtig en betekenisvol slot:

De volgende ochtend toen de zon hen wekte kwam er een wagen aanrijden, bespannen met acht witte paarden die witte struisveren op het hoofd hadden en in gouden kettingen liepen en achterop stond de dienaar van de jonge koning, dat was de trouwe Hendrik. De trouwe Hendrik was zo bedroefd geweest toen zijn heer in een kikker werd veranderd, dat hij drie ijzeren banden om zijn hart had laten slaan opdat het niet van smart en droefenis zou breken. De wagen moest de jonge koning afhalen om hem naar zijn rijk te brengen. De trouwe Hendrik hielp hen beiden instappen, ging weer achterop staan en was zeer verheugd over de verlossing.
En toen zij een eind gereden hadden, hoorde de koningszoon een gekraak achter zich alsof er iets brak. Toen draaide hij zich om en riep: “Hendrik, de wagen breekt!”

Kikkerkoning

“Nee, Heer, het is de wagen niet,
Maar een ring van mijn hart,
Die mij steunde in mijn smart,
Toen u in de bron ging wonen
En u als kikker moest vertonen.”

Nóg een keer en nóg een keer brak er ijzer op de weg en de prins dacht steeds dat de koets brak, maar het waren de ijzeren ringen die van het hart van de trouwe Hendrik afvielen, omdat zijn heer nu bevrijd en gelukkig was.

De witte paarden die het verliefde stel naar het koninkrijk van de prins (lees: God) brengen staan voor de uitgezuiverde (witte) dierlijke krachten. De struisvogelveren op hun hoofd hebben dezelfde betekenis als de vleugels van het mythische paard Pegasus: de sublimatie (vergeestelijking) van het aardse. De gouden kettingen waarmee de paarden zijn aangespannen verwijzen naar het goddelijke.

De koetsier van de wagen, de trouwe Hendrik, staat voor de mens in wie deze transformatie plaatsvindt. Het breken van de drie ijzeren banden om zijn hart symboliseert het volledig (drie) open gaan van het hartchakra, als de vereniging met God plaatsvindt. De mens wordt van zijn knellende aardse banden verlost . Een grote gelukzaligheid doorstroomt zijn wezen. De betovering van de heks (de illusie van het Maya) is verbroken.

Noorse godenmythes

Freya

Dit sprookje heeft duidelijke wortels in de Noorse mythologie. De lindeboom (bij de bron) uit het verhaal heeft een heilige status in de Keltische en Germaanse traditie. De moedergodin Freya (onze vrijdag is naar haar vernoemd) zou wonen in deze boom. Freya personifieert – net als veel moedergodinnen uit andere tradities (Kali, Vajrayogini, Aphrodite, Isis, Inanna) – de kundalini-energie. Zij staat voor het vrouwelijke aspect van de ene God, wonend in de wervelkolom (de Lindeboom) van de mens.

Wat bij de keuze van de Linde ongetwijfeld heeft meegespeeld, is dat de zaadjes van deze boom verbonden zijn met een langwerpig blaadje, waardoor zij, als zij naar beneden vallen, een tollende beweging maken. Dezelfde cirkelende beweging die de kundalini-energie maakt, omhoog langs de wervelkolom.

Volgens de mythes wilde Freya kost wat kost een bijzondere ketting genaamd Brinsingamen bezitten. Om deze te verkrijgen moest ze slapen met de vier afzichtelijke dwergen die haar hebben gemaakt. Een verhaallijn die overeenkomt met een prinses die haar bed moet delen met een vieze kikker.
Ook de vier dwergen symboliseren onze aardse (lagere) natuur: in de Noorse mythologie staan vier dwergen, met de namen Noord, Zuid, Oost en West, op de uithoeken van de wereld om het hemeldak te ondersteunen. De kostbare ketting verbeeldt de zeven chakra’s die worden doorstroomd en geactiveerd door de kundalini-energie. Een prachtige metafoor voor een kundalini-ontwaken!

Het sprookje laat de koninklijke koets trekken door acht paarden. In de Noorse mythologie verplaatst de Noorse oppergod Odin zich op het achtbenige paard Sleipnir. De acht benen symboliseren de versmelting van twee krachten (paarden): van de mannelijke energieën en de vrouwelijke energieën, tot één (kundalini-)superkracht.

De moraal

Het sprookje van de kikkerkoning wil ons duidelijk maken dat de weg naar God niet een kwestie is van het aardse overstijgen, maar dwars door de blubber van al je zeer menselijke neigingen leidt. Schijn-heiligheid is een grote valkuil op deze weg!

Dit artikel is eerder verschenen in Paravisie magazine (juli ’17)
Copyright Anne-Marie Wegh 2017

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Het meest recente boek van Anne-Marie:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Deel dit artikel

De diepere betekenis van sprookjes

Niet veel mensen realiseren zich dat de klassieke sprookjes die we zo goed kennen, vaak verwijzen naar ons potentieel voor spirituele wedergeboorte. Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel; al die tijdloze verhalen zijn metaforen voor het proces van het ontwaken van de kundalini. De arme wees met de slechte stiefmoeder, de prins en prinses zonder koninkrijk, het verloren kind in het donkere bos; dat zijn wij. En al deze verhalen willen ons leren over de weg terug naar ons eigenlijke huis, naar God.

Door op de volgende sprookjes te klikken, vind je een analyse van het verhaal door Anne-Marie:

SNEEUWWITJE
ASSEPOESTER
BLAUWBAARD
Doornroosje
DOORNROOSJE
DE KIKKERKONING

Door |2022-03-13T22:43:30+00:00juni 26th, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Om God te vinden moet je eerst een kikker kussen!

De onwettige tweeling van Doornroosje

De onwettige tweeling van Doornroosje

Het sprookje Doornroosje heeft door de eeuwen heen een aantal interessante wijzigingen ondergaan. Van een verhaal voor volwassenen, inclusief een verkrachting van de prinses terwijl ze slaapt, is de variant van de gebroeders Grimm een feelgood-sprookje, geschikt voor kinderen geworden. Laten we eerst kijken naar de gekuiste versie van Grimm, om daarna de symboliek van de obscure, oudere versie onder de loep te nemen.

De verhaallijn is eenvoudig en de betekenis is niet moeilijk te duiden. Een jonge prinses prikt zich aan een spinnewiel en valt in slaap. Iedereen in het paleis – de koning, de koningin en de hele hofhouding – valt ook in slaap. Na honderd jaar wordt Doornroosje wakker gekust door een prins. Het verliefde stel trouwt en ze leven nog lang en gelukkig.

De koningsdochter

Een koning en zijn koningin staan in een sprookje vrijwel altijd voor het goddelijke: het Koninkrijk van God. De plek waar de mens vandaan komt en waarnaar onze ziel nog altijd heimwee heeft. Wij worden allen geroepen om, nog tijdens ons leven op aarde, de verbroken verbinding met ons echte thuis te herstellen. Sprookjes laten ons het spirituele groeiproces zien dat hiervoor nodig is.

In ons bekken bevindt zich een sluimerende energiebron van goddelijke herkomst: de oosterse tradities noemen haar de kundalini-shakti, in de Joodse mystiek heet zij de Shekinah en het christendom spreekt over de Heilige Geest. Veel spirituele tradities zien deze krachtbron als het vrouwelijke aspect van God. In mythes en legendes is zij vaak een godin, een koningin of een prinses.

Zolang de mens gericht is op de aardse genoegens en zintuiglijke bevrediging, leidt deze krachtbron een ‘slapend’ bestaan. Een verlangen naar God en een zuivere leefwijze doet deze energie ontwaken, waarna een intensief reinigingsproces op gang komt, dat uiteindelijk leidt tot een versmelting van het innerlijk mannelijke en vrouwelijke: het zogenaamde heilige huwelijk. De deuren van het Koninkrijk van God gaan open en de mens wordt herenigd met zijn Schepper.

De slapende kundalini-shakti hebben we in vorige Paravisies teruggezien als Sneeuwwitje die in coma lag (januari ’17) en als Assepoester die opgesloten zat in de keuken, bij het smeulende haardvuur (maart ’17). Dit keer wordt zij verbeeld door de in slaap gevallen prinses Doornroosje.

Het spinnewiel

Op een dag loopt de prinses wat te dwalen in het paleis:

Om iets te doen, liep zij ‘t hele paleis door, bekeek alle zalen en alle kamers, net zoals ‘t haar inviel.
Tenslotte kwam ze bij een oude toren. Een nauwe wenteltrap ging daar omhoog, ze beklom die en ze kwam bij een smalle deur. In het slot stak een roestige sleutel; die draaide ze om: de deur sprong open. Daar zat in een klein kamertje een oude vrouw met een spinnewiel en ze spon ijverig haar vlas. “Goedendag, oud moedertje,” zei de prinses, “wat doe je daar?” – “Wel, ik ben aan ‘t spinnen,” zei het oudje en knikte haar eens toe. “En wat is dat voor een ding dat zo grappig uitsteekt?” vroeg het meisje en ze wilde ook eens proberen te spinnen. Nauwelijks had ze ‘t spinrokken aangeraakt of de toverspreuk ging in vervulling: ze stak zich in de vinger. Op ’t zelfde ogenblik dat ze gestoken was, viel ze neer op het bed dat er stond, en ze lag meteen in een vaste slaap.

De toren van het paleis staat voor de wervelkolom van de mens. De wenteltrap staat voor de spiraalbeweging die de kundalini-energie maakt als deze ontwaakt en opstijgt. Dit wordt in veel tradities verbeeld als een slang die omhoog kronkelt langs de wervelkolom.

Het oude vrouwtje met het spinnewiel staat voor ‘moedertje tijd’ die de ‘draad van het leven’ spint. De prik aan het spinnewiel is een metafoor voor de incarnatie van de mens in de materie. De verbinding met het goddelijke wordt op dat moment verbroken: de goddelijke prinses in ons bekken valt in slaap.

De 100-jarige slaap

Als de kundalini slaapt, verkeert de gehele mens in een ‘slaaptoestand’, oftewel een staat van spirituele onbewustheid. Dit wordt in het sprookje verbeeld door alle mensen en dieren in het kasteel die ook in slaap vallen. Zelfs het haardvuur (lees: het kundalini-vuur) slaapt in.

Rondom het slot begon een doornenhaag te groeien. Elk jaar werd hij hoger, eindelijk omringde hij
het hele paleis en sloot het in, en groeide er boven uit. Er was niets meer van te zien, zelfs niet de vlag op de toren.

Het paleis wordt aan het zicht ontrokken: het goddelijke verdwijnt uit beeld. Vele prinsen proberen de slapende prinses te bereiken, maar slagen er niet in door de doornenhaag te komen. Dit symboliseert dat het goddelijke zich niet makkelijk laat heroveren. De kundalini ontwaakt pas als de tijd hiervoor rijp is; als de spirituele zoeker het nodige voorbereidende werk heeft gedaan. In het sprookje zien we dat na precies 100 jaar (het getal 1 staat voor het goddelijke), de zoveelste prins die het probeert, dit keer moeiteloos door de haag heen loopt:

De prins naderde de doornhaag, maar het waren mooie, grote bloemen die van zelf uiteen weken en hem ongehinderd doorlieten. Achter hem sloten ze zich weer volkomen. Hij ging verder: hij kwam in de grote zaal; daar lag de hele hofstoet, ze sliepen allen; en naast de troon lagen de koning en de koningin. Verder ging hij, alles was zo stil dat hij zijn adem kon horen; eindelijk kwam hij bij de toren, hij liep de wenteltrap op en opende de deur en kwam in het kamertje waar Doornroosje sliep. Daar lag ze; zij was zo mooi dat hij zijn ogen niet van haar afwenden kon, en hij bukte zich, en hij kuste haar. Toen hij haar met een kus had aangeraakt, sloeg Doornroosje de ogen op, werd wakker en keek hem allerliefst aan.

De kundalini-symboliek is onmiskenbaar: boven in de toren (de wervelkolom) vindt de versmelting van het mannelijke en vrouwelijke plaats (de kus), waarna het heilige huwelijk volgt:

Toen werd de bruiloft gehouden van de prins met Doornroosje, vol pracht en praal, en zij leefden nog lang en gelukkig tot het einde van hun dagen.

De x-rated versie

De oudste geschreven versie van Doornroosje stamt uit 1632, en draagt de naam ‘Zon, maan en Talia’. In dit verhaal legt de vader van prinses Talia het slapende lichaam van zijn dochter in het bos. Een merkwaardige gang van zaken, maar symbolisch gezien sluit het naadloos aan bij de bovenstaande interpretatie van het sprookje. Het donkere bos staat voor ‘de wereld’; het spirituele duister, waarin de mens incarneert.

Een edelman vindt tijdens de jacht de slapende prinses en hij verkracht haar. Negen maanden later krijgt zij een tweeling genaamd Zon en Maan. Deze bizarre verhaallijn staat voor het energetische proces in de mens na zijn geboorte op aarde. Zon en maan staan voor de twee energiebanen die in de yogatraditie ida-nadi en pingala-nadi worden genoemd. Deze energiebanen stromen langs onze wervelkolom en vertegenwoordigen de dualiteit in de mens: het mannelijke en het vrouwelijke, warm en koud, licht en donker, enzovoorts. De zon en de maan (het actieve en het passieve) zijn twee klassieke symbolen die deze dualiteit uitdrukken.

Bosfeeën leggen de tweeling ieder aan een borst van Talia. Dit beeld laat ons zien dat de kundalini-energie wegvloeit via de ida- en pingala-nadi, in plaats van op te stijgen door de wervelkolom, en de mens daarmee gevangen houdt in de dualiteit. In feite is het de mens zelf die een ‘tweeling’ wordt.

Ook nu komt het echter allemaal goed. Als de edelman na een paar maanden terug keert naar het bos om nog een keer seks te hebben met Talia, treft hij haar wakker aan. Talia trouwt met hem (het heilige huwelijk) en ze leven nog lang en gelukkig, samen met de tweeling. Ze zijn nu één gezin; symbool voor het overstijgen van de dualiteit.

Rapunzel

Wie de vertaalslag van de symboliek in sprookjes eenmaal te pakken heeft, ziet veel overeenkomsten in de verhalen wereldwijd.

Het sprookje Rapunzel, bijvoorbeeld, vertoont veel gelijkenis met Doornroosje. Rapunzel is door een heks opgesloten in een toren. Een smachtende prins klimt omhoog via de vlechten van het meisje, die zij uit de torenkamer naar beneden laat hangen. Een prachtige metafoor voor de kundalini-energie die omhoog stroomt door de wervelkolom en leidt tot een versmelting van het mannelijke en vrouwelijke ter hoogte van het voorhoofd (het zesde chakra).

Als de heks achter deze geheime ontmoeting komt, knipt ze het haar van Rapunzel af (de kundalini verdwijnt in het bekken) en ze verbant haar naar een woestenij; een beeld dat, net als het donkere bos, het leven op aarde symboliseert.

De heks wacht de prins op in de toren en laat hem schrikken, waardoor hij in een doornstruik valt en blind wordt. Hij dwaalt de wereld rond tot hij Rapunzel weer vindt. Ze heeft inmiddels een tweeling van hem gekregen.

De blindheid van de prins staat voor het blind worden voor de verlokkingen van de wereld. Een voorwaarde voor het kunnen plaatsvinden van het heilige huwelijk. De tweeling die Rapunzel heeft gekregen, heeft dezelfde diepere betekenis als bij het verhaal over Talia.

Ook dit keer eindigt het verhaal met een koninklijk huwelijk en een lang en gelukkig leven (verbonden met God).

De moraal van deze verhalen

De mens is een slaapwandelaar, die het aardse leven veel te serieus neemt en sprookjes niet. Hoog tijd voor het omgekeerde!

Dit artikel is verschenen in Paravisie magazine (mei 2017)
Copyright Anne-Marie Wegh 2017

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Het meest recente boek van Anne-Marie:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Deel dit artikel

De diepere betekenis van sprookjes

Niet veel mensen realiseren zich dat de klassieke sprookjes die we zo goed kennen, vaak verwijzen naar ons potentieel voor spirituele wedergeboorte. Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel; al die tijdloze verhalen zijn metaforen voor het proces van het ontwaken van de kundalini. De arme wees met de slechte stiefmoeder, de prins en prinses zonder koninkrijk, het verloren kind in het donkere bos; dat zijn wij. En al deze verhalen willen ons leren over de weg terug naar ons eigenlijke huis, naar God.

Door op de volgende sprookjes te klikken, vind je een analyse van het verhaal door Anne-Marie:

SNEEUWWITJE
ASSEPOESTER
BLAUWBAARD
Doornroosje
DOORNROOSJE
DE KIKKERKONING

Door |2022-03-13T22:43:59+00:00mei 22nd, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De onwettige tweeling van Doornroosje

Een healer worden als Jezus

Een healer worden als Jezus

Maar weinig mensen zullen bij het zoeken naar een goede coach of therapeut denken aan Jezus van Nazareth. Toch is dat wat hij in wezen was: een geestelijk genezer, en de verhalen over hem kunnen ook nu nog cliënten en hun begeleiders inspireren op het gebied van persoonlijke groei en heelwording.

Steeds meer groeit het besef dat het grootste deel van de Bijbel niet letterlijk genomen moeten worden, maar geschreven is in beeldtaal. Jezus die over water liep bijvoorbeeld is een metafoor voor zijn meesterschap over zijn gevoelsleven (water is een archetype voor emoties).

De centrale boodschap van Jezus was hoe wij het Koninkrijk van God kunnen verwezenlijken. Dit was volgens hem niet een bepaalde plek op aarde of in de hemel (hier of daar), maar bevond zich in ons.

En men zal niet zeggen: Zie hier of zie daar, want, zie,
het Koninkrijk van God is binnen in u. (Lucas 17:21)

Jezus was een verlicht mens en hij wilde ons leren hoe ook wij de dualiteit kunnen overstijgen en de eenheid met God kunnen ervaren. Dit is een weg die met name in het teken staat van heling. Onze innerlijke verwondingen genezen en weer heel worden als een kind. Een van Jezus’ gevleugelde uitspraken is:

Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. (Matt. 18:3)

Genezen van een geestelijke verlamming

Het woord heilig is etymologisch verwant aan heel. Een heilig mens is in wezen een geheeld mens. We lezen in evangeliën over een scala aan kwalen die door Jezus wordt genezen, waarbij het opvalt dat het allemaal chronische aandoeningen zijn: verlamming, blindheid, doofheid, etc.  De diepere (werkelijke) betekenis van deze verhalen wordt duidelijk als we de lichamelijke ziektes en invaliditeit vertalen naar het geestelijke vlak. Een geestelijke verlamming bijvoorbeeld: vastzitten, niet meer weten waar naartoe. Geestelijke doofheid: niet willen luisteren, de stem van je hart niet kunnen horen, etcetera.

Genezen van geestelijke doofheid

Geestelijke genezing

Waarom zou Jezus een geestelijke genezing zo belangrijk vinden? Als we onze verwondingen fysiek gemaakt zouden zien op ons lichaam, dan zouden we diep geschokt zijn. Wij zelf, maar ook iedereen om ons heen: vol met striemen, blauwe plekken en littekens. Geslagen, bloedend, geamputeerd. Door al deze oude pijn die we met ons meedragen zijn we in onszelf gekeerd. Als een gewond dier, onze wonden likkend, onze kwetsbaarheid verbergend voor de buitenwereld. Dit is de staat waarin God ons aantreft.

Hij wil ons helpen, maar wij zien of horen Hem niet. Het huilen van het gewonde kind in ons overstemt alles. De muur die we hebben opgebouwd om onszelf te beschermen tegen de buitenwereld houdt ook God buiten. Wij roepen Hem en zijn teleurgesteld dat we geen teken ontvangen, maar we zijn zelf degenen die de deur van ons hart hebben geblokkeerd.

Geestelijke genezing brengt ons dichter bij God. Na veel van Jezus’ wonderen volgt de genezen man of vrouw hem daarna op zijn weg. Dat is geen toeval. De weg naar God en genezing zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Laten we eens een wonderbaarlijke genezing uit de Bijbel, en de werkelijke betekenis ervan, nader bekijken.

De genezing van een blindgeborene

In het evangelie van Johannes lezen we over een blindgeboren man die Jezus weer laat zien.

1 En in het voorbijgaan zag Hij iemand die blind was van de geboorte af.
2 En Zijn discipelen vroegen Hem: Rabbi, wie heeft er gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden?
3 Jezus antwoordde: Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet, maar dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden.
4 Ik moet de werken doen van Hem Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht waarin niemand kan werken.
5 Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het Licht der wereld.
6 Nadat Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte slijk met het speeksel en streek het slijk op de ogen van de blinde,
7 en Hij zei tegen hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (wat vertaald wordt met: Uitgezonden). Hij dan ging weg en waste zich en kwam ziende terug.
(Joh 9:1-7)

Genezen van spirituele blindheid

Mensen die in medisch opzicht prima kunnen zien, kunnen toch volgens de Bijbelse normen blind zijn als zij in spiritueel opzicht nog in een staat van duisternis en onwetendheid verkeren. Blindheid is dan Gods aanwezigheid ontkennen en in plaats daarvan gericht zijn op de materie.

In die tijd geloofde men dat ziektes het gevolg waren van zondigen. Een straf van God. Maar hoe zit dat dan bij iemand die al vanaf zijn geboorte blind is, vragen de leerlingen van Jezus zich af. Komt dat misschien omdat zijn ouders hebben gezondigd? Het antwoord van Jezus is raadselachtig als je de blindheid letterlijk neemt: dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden. Is de man blind zodat hij als proefkonijn kan dienen voor Jezus?

Modder

Jezus doelt met zijn woorden op een spirituele blindheid: de man kan het licht van God niet zien omdat Hij Zijn werk nog niet in hem heeft gedaan. Dat werk gaat Jezus nu verrichten, zegt hij, en hij voegt meteen de daad bij het woord. Hij spuwt op de grond, maakt modder met het speeksel en strijkt dit op de ogen van de blinde. Daarna stuurt hij hem weg naar het bad van Siloam om zijn ogen uit te wassen. Er zit een aantal merkwaardigheden aan deze gang van zaken.

Genezen met speeksel symboliseert de inwerking van het goddelijke in de mens

Waarom heeft Jezus, als vertegenwoordiger van God op aarde, modder nodig om de blinde te genezen? En hoe moet de man de weg vinden naar Siloam, nog steeds blind en nu ook nog eens met zijn ogen vol slijk? Als we de blindheid nemen als figuurlijk en de modder afwassen als symbolisch, wordt het een stuk logischer en duidelijker.

De man krijgt opdracht het aardse af te wassen. Hij wordt gezuiverd van zijn gehechtheid aan materiële zaken en zijn ogen gaan open voor het spirituele.  Siloam betekent uitgezonden zegt de tekst (vers 7). De naam stamt af van het Hebreeuwse werkwoord shalah, dat inderdaad uitzenden betekent. Dit kan van toepassing zijn op een stromende waterbron, maar shalah betekent ook uitzenden, wegzenden in de zin van loslaten. Daarom wordt de blinde door Jezus naar Siloam gestuurd: hij moet de materie en zijn oude, beperkte zienswijze loslaten.

Jezus die zijn speeksel vermengt met zand moet ons een beeld geven van de inwerking van het goddelijke (het speeksel van Jezus) in de mens. Een genezing kan plaatsvinden als wij bereid zijn om los te laten, en als wij open staan voor het goddelijke.

Blindgeboren

Het is goed om je bij de wonderverhalen in de Bijbel te blijven realiseren dat deze ook over ons gaan. Wij zijn allen blindgeboren totdat we spiritueel ontwaken. Vragen die je jezelf zou kunnen stellen zijn: welke vastgeroeste overtuigingen zou ik kunnen loslaten? Heb ik mij beelden gevormd van God die mijn groeiproces misschien in de weg zitten? Op welke gebieden zou ik nog wat meer kunnen onthechten? Gebruik ik mijn spiritualiteit om indruk te maken op anderen? Voel ik mij beter dan een ander die zich niet met God bezighoudt? Doe ik mij anders voor dan ik me voel? De antwoorden hierop vragen om een groot zelfinzicht, een belangrijke voorwaarde om een ziener te worden.

Want u zegt: Ik ben rijk en steeds rijker geworden en heb aan niets gebrek, maar u weet niet dat juist u ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt bent. Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt, en witte kleren, opdat u bekleed bent en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt. En zalf uw ogen met ogenzalf, opdat u zult kunnen zien.
(Openb. 3:17-20)

Stel je open voor het goddelijke

De rol van een coach of therapeut

Een geestelijke crisis is bij een cliënt vaak het begin van spirituele bewustwording en groei. Dat is de winst die men noemt als men terugkijkt op een donkere periode. In een spiritueel ontwaken kan de coach of therapeut een belangrijke begeleidende rol spelen. Bijvoorbeeld door het onderwerp bespreekbaar te maken en tips te geven. Alle religies en spirituele tradities kunnen in principe ondersteunend werken in een proces van heling. Ik merk echter dat men vaak aangenaam verrast is dat ook onze christelijke wortels een bron kunnen zijn van voeding en groei!

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (november ’17)
Copyright Anne-Marie Wegh 2017

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Deel dit artikel

Anne-Marie Wegh schrijft boeken over de symboliek in de Bijbel, waaronder:
Ecce Homo, de beeldtaal van de Bijbel.

Door |2022-03-13T22:44:31+00:00januari 1st, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Een healer worden als Jezus

Dromen en spirituele groei

Dromen en spirituele groei

Dromen zijn fascinerend. Naarmate je er meer over weet en er meer mee werkt, groeit je ontzag voor de vindingrijkheid en de wijsheid van ons onderbewuste. Dromen kunnen je troosten, aanmoedigen, de weg wijzen, antwoorden aanreiken, inzichten geven, en een spiegel voorhouden. Kortom, voor een uitstekende coach hoef je de deur niet uit!

Ons onderbewuste is meer dan alleen een opslagplaats van verdrongen herinneringen en emoties. Het staat in verbinding met een mysterieuze bron van intelligentie en alwetendheid, die ons wil leiden op onze levensweg. Daarom is het zo jammer dat maar heel weinig mensen belang hechten aan hun dromen en de moeite nemen de symboliek ervan te ontcijferen. Vaak moet namelijk wel eerst een vertaalslag worden gemaakt van de droombeelden naar het leven van overdag, maar met een beetje kennis en oefening kan iedereen dit onder de knie krijgen.

We dromen over wat we hebben meegemaakt (een verwerkingsdroom) of over wat ons bezighoudt. Dromen zijn een visuele weergave van onze gevoelswereld, soms aangevuld met een advies of waarschuwing. Als je een leven leidt, vooral gericht op de buitenwereld, dan spreken de droombeelden meestal voor zichzelf: je moeder is je moeder, en de buurman is de buurman. Naarmate je meer interesse hebt voor je innerlijke roerselen en spirituele groei, worden je dromen complexer en staan droomfiguren vaker voor deelaspecten van je persoonlijkheid of van je gevoelens. Je moeder staat dan bijvoorbeeld voor jouw zorgzaamheid, en je buurman – die een kort lontje heeft – staat voor jouw boosheid.

De diepere betekenis van een droombeeld hangt af van de associaties en gevoelens die de dromer erbij heeft. Maar naast de persoonlijke inkleuring die een droominhoud ondergaat, zijn er wel  universele thema´s en archetypen te onderscheiden, die als grondpatroon dienen voor dromen, en die een algemene betekenis hebben, onafhankelijk van de dromer. Ik geef een paar voorbeelden.

Op reis gaan

Wie zich – gewild of ongewild – in een groeiproces bevindt, heeft grote kans op dromen met het thema ‘reizen’. Je bent onderweg ergens naartoe, vaak naar het buitenland of onbekend gebied, en de avonturen die je hierbij beleeft kunnen je iets vertellen over hoe jouw groeiproces ervoor staat. Verloopt de reis soepel of juist niet? Welke hobbels moet je nemen? Je bent misschien verdwaald of je komt op een kruispunt waarbij je een keuze moet maken. Wie zijn er bij je? Als je in een auto zit, wie zit er achter het stuur? Ben je dat zelf of heb je  de controle van jouw proces uit handen gegeven aan iemand anders?

Een verbouwing

Een ander klassiek groeithema is de verbouwing van een huis. Een huis is een zogenaamd ‘ik-symbool’; het staat voor de dromer zelf. Een verbouwing of opknapbeurt betekent dat je aan het werk bent aan jezelf. Dit kan je eigen huis zijn of een onbekend huis. Het interieur wordt misschien vernieuwd, of er worden ruimtes bij gebouwd. Je ontdekt nieuwe kamers waarvan je het bestaan niet wist. Je ruimt wellicht de zolder (symbool voor het hoofd) eens goed op, of jouw kelder (je onderbewuste) wordt schoongemaakt. Als het huis van binnen groter en lichter wordt, wijst dit op een bewustzijnsverruiming. Nieuwe kleuren op de muren of de vloer – vooral als het opvallende kleuren zijn – verwijzen meestal naar een verhoogde activiteit van bepaalde chakra’s, veroorzaakt door jouw groeiproces.

Een geboorte

Nieuw leven is ook zo’n klassiek droomthema. Zwangerschappen en geboortes – van zowel jonge dieren als van baby’s – kunnen samenhangen met iets nieuws in de buitenwereld (werk, hobby’s of verhuizing) en met innerlijke vernieuwing. Planten en bomen verwijzen meestal naar innerlijke, spirituele aspecten. Er komen nieuwe scheuten aan een plant, of een oude boom wordt omgehakt en een nieuwe boom groeit op de oude stam. Ook nu kunnen de details van de droom je inzicht geven in je groeiproces. Krijgt de plant wel genoeg water (word je voldoende ‘gevoed’)? Heeft de plant goede wortels, is de pot niet te klein (ben je geaard)?

Nieuwe kleding

Veranderprocessen kunnen ook worden verbeeld door nieuwe kleding. Wat iemand draagt in een droom zegt iets over zijn persoonlijkheid of emotionele staat. Belangrijk bij de duiding van kleding (of het ontbreken ervan), is hoe het voelt. Naakt zijn in de droom kan voelen als iets positiefs – als bevrijdend, bijvoorbeeld – maar kan er ook voor zorgen dat je je schaamt of kwetsbaar voelt.

De oversteek

Een spirituele zoeker die zich bezighoudt met het goddelijke, zal dromen van een oversteek. Je moet ergens overheen om weer thuis te komen. Je moet een brug over, of je vaart met een boot naar de overkant van het water, bijvoorbeeld. Ook nu zullen er verwikkelingen zijn. Slecht weer (je emoties zitten in de weg), hoogtevrees of dieptevrees (je angsten spelen op), je maakt geen vorderingen, of je wordt tegengehouden door iets of iemand. In mijn eigen dromen heb ik steevast veel te veel bagage om mee te kunnen nemen in het vliegtuig, voor de reis terug naar huis. Ik moet dus nog het een en ander loslaten, is de boodschap van de droom.

Soms word je tijdens een oversteek bijgestaan door een vreemdeling, waarvan je voelt dat het een bijzondere persoon is. Dit verbeeldt de hulp van een hoger wezen, of God zelf, die we tijdens onze zoektocht ontvangen. Je eigen vader kan in dit soort dromen staan voor God de Vader. Het ontroert mij steeds weer als ik een heftige droom heb gehad en mijn vader was tijdens de hachelijke droomavonturen bij me, als een stille aanwezige op de achtergrond. Zelden haalt Hij voor mij de kooltjes uit het vuur, we moeten onze eigen boontjes doppen, maar de droom laat zien dat we liefdevol worden bijgestaan.

Loslaten van het oude

De keerzijde van een nieuwe fase in je leven, is dat het oude moet worden achtergelaten. In dromen vertaalt dit zich in beelden van dood en vernietiging. Aardbevingen, instortende gebouwen, vernietigende branden, en atoombommen die inslaan, zijn beelden van een innerlijke transformatie. Je ‘oude wereld’ verdwijnt. Hoe heftig deze beelden ook zijn, ze zijn dus vaak een positief teken.

Een groeiproces gaat meestal gepaard met de nodige innerlijke worstelingen. Je onderbewuste vertaalt dit in gevechten met sinistere tegenstanders of met complete oorlogen. Je droomtegenstander kan je veel inzicht geven in jezelf. Het kunnen personen zijn (meestal onbekend), maar ook kwaadaardige dieren, of zelfs monsterachtige verschijningen. Deze tegenstanders staan voor deelaspecten van jezelf. In de droomanalyse worden dit ‘schaduwaspecten’ genoemd. Stukken van jezelf die je hebt verbannen naar het onderbewuste.

Veel mensen schrikken als ze dromen over de dood van iemand die ze kennen, maar dit zijn (gelukkig) over het algemeen  geen voorspellende dromen. Ook dit mag je vertalen naar je eigen innerlijk. Wat zijn je associaties bij deze persoon; wat is het eerste waar je aan denkt bij hem of haar? Dit kan je de sleutel geven voor de diepere betekenis. Een oude schoolvriendin die overlijdt kan bijvoorbeeld staan voor oude pijn, uit je schooltijd, die alsnog wordt verwerkt.

Eenheid en heelheid

Een droom van een (op handen zijnd) huwelijk is reden voor grote blijdschap. Een langdurig spiritueel groeiproces wordt bekroond met een beeld van versmelting en eenheid. Schrik niet als dit huwelijk plaatsvindt met iemand waarmee je in het dagelijks leven nooit zou trouwen; met je broer of zus bijvoorbeeld. Het gaat hier om een in beelden uitgedrukte versmelting van de tegenstellingen (de dualiteit), van het innerlijke mannelijke en vrouwelijke, vertegenwoordigd in de droom door broer en zus. Deze eenwording heet het heilige of mystieke huwelijk, het ultieme doel van spirituele groei.

Het bruiloftsthema kan worden aangevuld met een feestelijke maaltijd. Een tafel vol met bekenden en onbekenden die feest vieren en samen eten, symboliseert innerlijke integratie.  Aspecten van jou die nooit tot bloei zijn gekomen, of die zijn verbannen naar het onderbewuste (de aanwezigen), worden opgenomen in de totale persoonlijkheid. Een feestmaal is een krachtig symbool van heelwording.

Vingerwijzingen

Een noodzaak tot heling kan op verschillende manieren aan jou duidelijk worden gemaakt. Je droomt van een bouwvallig huis of van een auto met problemen. Planten, dieren of kinderen in een droom zijn ernstig verwaarloosd en op sterven na dood. Allerlei soorten van lichamelijke verwondingen, mogen over het algemeen worden vertaald naar geestelijke verwondingen. Een gat in je buik is een beeld van emoties die nog niet verwerkt zijn. Geen handen hebben kan wijzen op een onvermogen om je te verbinden met mensen. Geen benen of voeten hebben kan duiden op onvoldoende geaard zijn. Gezonde haren en tanden zijn symbolen voor levenskracht. Als je tanden loszitten of je haren vallen uit, kan dit duiden op te weinig energie hebben, op uitputting. Enzovoorts.

Aan de slag met je droom

Als je wilt weten wat een droom betekent, kan het helpen om deze eerst in zijn geheel op te schrijven, met alle details die je je kunt herinneren. Al schrijvende krijg je vaak al de eerste inzichten. Ga er van uit dat de droom gaat over jou, ook al kom jij er zelf misschien niet eens in voor. Onderzoek of je de objecten en personen in het verhaal kunt vertalen naar innerlijke aspecten van jezelf. Als je het centrale thema van de droom hebt achterhaald (mijn angst voor…, mijn  verlangen naar…, mijn moeite met…), vallen daarna vaak de overige puzzelstukjes van de droom vanzelf op hun plaats.

Heel veel succes, inzicht en droomplezier!  🙂

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie (okt ’16)
Copyright Anne-Marie Wegh 2016

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Deel dit artikel

Anne-Marie is auteur van het boek:
Kundalini-ontwaken

Door |2022-03-13T22:44:59+00:00september 29th, 2016|Paravisie|0 Reacties

Anne-Marie over haar eerste drie boeken

Je kunt hier de PDF downloaden<

Ik had nooit gedacht dat ik dit nog eens zou zeggen, maar ik verlang sinds enige tijd naar een gespreksgroep. Naar contact met lotgenoten die, net als ik, ook dachten een vondst te hebben gedaan die de wereld voorgoed zou veranderen, maar die na het aansteken van de duizendklapper teleurgesteld moesten constateren dat er geen spectaculair vuurwerk volgde. Alleen een zacht sissend geluid en daarna niets meer. Geen ministers die wakker werden gebeld midden in de nacht. Geen drukpersen die overuren maakten. Geen over elkaar buitelende journalisten die zich verdrongen voor een interview… Mijn conclusie: de wereld wil helemaal niet veranderen!

Door |2022-03-13T22:45:21+00:00juni 1st, 2016|Paravisie|0 Reacties

Interview met Anne-Marie Kerstnummer Paravisie

Je kunt hier de PDF downloaden

De Bijbel een saai en achterhaald boek? Vergeet het maar! De Heilige Schrift bevat, in versluierde, symbolische taal, de blauwdruk voor de volgende stappen in onze evolutie. In het Gelderse Horssen woont en werkt iemand die zegt de sleutel gevonden te hebben ter ontsluiting van veel van deze symboliek. Conclusie? De hele Bijbel gaat in wezen over een energetisch verlichtingsproces. Deze visie verbindt oude godsdienstige tradities met moderne spirituele inzichten. Opdat het kindeke niet met het badwater weggegooid wordt.

Door |2022-03-13T22:45:48+00:00december 18th, 2015|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Interview met Anne-Marie Kerstnummer Paravisie
Ga naar de bovenkant