Tarot 5. De Hierofant

5. De Hierofant

Een hierofant is een hogepriester die religieuze vieringen leidt en inwijdingen verricht. Het Oudgriekse woord hierophantes is samentrekking van hieros (heilig) en phainein (laten zien, openbaren). Een hierofant is in staat een ander in te wijden in het goddelijke. Dit is uiteraard alleen mogelijk als hij of zij zelf dit goddelijke ervaart, en dit leidt ons naar de betekenis van de tarotkaart De Hierofant. Deze staat voor de persoon in wie het heilige huwelijk (Grieks: hieros gamos) heeft plaatsgevonden. De (energetische) dualiteit in hem of haar is versmolten. De Hierofant leeft vanuit de eenheid van het goddelijke.

De titel Hierofant was oorspronkelijk verbonden aan de mysteriën van Eleusis: een oude Griekse mysterietraditie waarvan de inwijdingsrites geheim waren en nog steeds een groot mysterie zijn. Veel later ging men deze titel ook toepassen op personen in andere situaties en hoedanigheden. Via het occulte genootschap The Golden Dawn is de Hierofant in de tarot terecht gekomen.

De Paus

Oorspronkelijk heette kaart nummer 5 van de tarot De Paus. Arthur Waite verving, in 1909, in zijn Rider-Waite-Smith deck De Paus voor De Hierofant en vrijwel alle tarot decks die hierna volgden namen dit over. De diepere betekenis van de kaart is echter altijd hetzelfde gebleven. Ook toen de kaart nog De Paus heette stond deze voor de persoon in wie het heilige huwelijk zich heeft voltrokken.

Op de Paus-kaart van de 15e eeuwse Visconti-Sforza Tarot zien we drie verwijzingen naar het heilige huwelijk: de twee opgestoken vingers van de Paus; het Griekse kruis (een kruis met gelijke armen) bovenaan zijn staf; en het zeshoekige patroon op zijn kleed, een afgeleide van het hexagram – het universele symbool voor de vereniging van de tegenstellingen.

De Paus draagt, net zoals de Pausin (kaart nummer 2), een pontificale (pauselijke) tiara: een drievoudige kroon. Officieel staan de drie kronen voor de drievoudige macht van de paus: priester, leraar en koning. Esoterisch staat een tiara voor meesterschap over lichaam, gevoel en denken.

De Paus van de Visconti-Sforza tarot (1454)

Een hexagram

Een alchemistische afbeelding van het heilige huwelijk uit het Boek van de Heilige Drievuldigheid (15e eeuw). Het mannelijke en vrouwelijke zijn versmolten tot een androgyne figuur. De drie kronen om buik, borst en hoofd staan voor meesterschap over het lichaam (de dierlijke driften, de onderbuik), de gevoelswereld (hart) en het denken.

Een afbeelding uit het alchemistische manuscript Speculum Veritatis, dat zich bevindt in de bibliotheek van het Vaticaan.
De alchemist (links) heeft een drievoudig ( de drie kronen) koningschap (meesterschap) verworven over het aardse. De driehoek met punt omhoog (het symbool voor vuur) met het vuur erin, staat voor het kundalini-vuur, dat lichaam, gevoel en denken (de drie pijlen) van de alchemist heeft uitgezuiverd, waardoor hij dit koningschap heeft bereikt. Rechts zien we een alchemistische oven; symbool voor het bekken en de wervelkolom van de alchemist, met erin stromend het vuur van de kundalini. De drie ringen op de pijp en de drie pijlen aan de vlag staan voor lichaam, gevoel en denken die worden gezuiverd in de ‘oven’.

Charles VI tarot

Ook uit de 15e eeuw is het Charles VI – of Gringonneur – deck; ontworpen voor koning Karel VI van Frankrijk. De Paus-kaart van dit spel bevat symboliek die verwijst naar een kundalini-ontwaken.

Links en rechts langs de wervelkolom lopen twee energiebanen; ida- en pingala-nadi genoemd in de yogatraditie. Bij een kundalini-ontwaken versmelten deze energiebanen ter hoogte van het voorhoofd. Tijdens dit proces wordt de pijnappelklier – midden in ons hoofd – geactiveerd. De twee kardinalen naast de Paus symboliseren deze twee energiebanen. Hun gekruiste handen staan voor de versmelting, net zoals de twee sleutels (van het Koninkrijk der Hemelen), die de Paus rechtop tegen elkaar houdt.

Paus Leo VII (paus van 936 tot 939, afbeelding uit 1842)

Paus Leo VII (paus van 936 tot 939, afbeelding uit 1842)

De pijnappelklier

De ontwerper van deze kaart heeft niet gekozen voor de in die tijd gangbare pauselijke tiara met drie kronen, maar voor één van de allereerste varianten, die tot de 12e eeuw werd gedragen, met slechts één kroon. Ik denk omdat deze kroon – nog meer dan de tiara – de pijnappelkliervorm ervan benadrukt. Het heeft de kunstenaar ook de mogelijkheid gegeven een dennenappelpatroon aan de kroon toe te voegen.

Waarschijnlijk ook niet toevallig, is de kleurkeuze rood (kleding kardinalen) en blauw (kleding paus). Deze twee kleuren worden traditioneel verbonden met, respectievelijk, de mannelijke energieën (hitte, vuur, de zon) en de vrouwelijke energieën (koelte, water, de maan) in de mens.

De twee linten aan de achterkant van de pauselijke kroon (de zogenaamde infulae) staan voor de twee energiebanen die bij hun versmelting de pijnappelklier activeren.

Frankrijk 17e eeuw

Om de symboliek van de vereniging van de tegenstellingen te versterken voegt men vanaf de 17e eeuw aan de Paus-kaart twee pilaren toe op de achtergrond, en twee lager geplaatste geestelijken op de voorgrond. De linkerfiguur op de Paus-kaart van Jacques Viéville maakt met zijn hand, net zoals de Paus zelf, het teken van het heilige huwelijk.

De zogenaamde ‘Tarot anonyme de Paris’ heeft de – voor die tijd – meest spannende uitvoering van de Paus. Een enorme sleutel staat op zijn schoot geplaatst en reikt tot aan de punt van zijn tiara. Dit symboliseert de ontwaakte kundalini-energie in zijn wervelkolom: de ‘sleutel’ naar het Koninkrijk van God. Twee vingers – het teken van het heilige huwelijk – rusten op zijn staf. Ook deze staat voor zijn wervelkolom. De Paus kijkt naar een sfinx en een kleine piramide naast hem. Een sfinx – een leeuwenlichaam met een vrouwenhoofd – symboliseert meesterschap over de dierlijke driften. De paus draagt kleding in de kleuren rood (mannelijk) en blauw (vrouwelijk).

Tarot de Paris, Jacques Viéville (1650)

Tarot de Marseille, Pierre Madenié (1709)

Tarot anonyme de Paris (17e eeuw)

De Oswald Wirth Tarot

Oswald Wirth handhaaft de thema’s van zijn voorgangers. Hij verlaagt de twee pilaren achter de Paus, waardoor de compositie van de kaart – Paus, twee pilaren, en twee figuren op de voorgrond – de vorm krijgt van een pentagram; het symbool voor de ‘voltooide mens’. Ook op de kaart van Wirth maakt de linkerfiguur met zijn hand het teken van het heilige huwelijk.

Oswald Wirth (1889)

Uit H. C. Agrippa’s Libri tres de occulta philosophia

De Rider-Waite-Smith Hierofant (1909)

De Rider-Waite-Smith Tarot

Arthur Waite verandert de naam van tarotkaart nummer 5 in De Hierofant, maar het beeld blijft in grote lijnen hetzelfde: een paus met tiara, twee pilaren en twee lager geplaatste geestelijken. Nieuw zijn de elementen uit de alchemie die verwijzing naar het heilige huwelijk – de vereniging van de rode koning en de witte koningin: de kleur rood en wit van het kazuifel van de Paus, en de rozen (rood) en lelies (wit) op de kleding van de figuren op de voorgrond.

Een 17e eeuwse ets met alchemisten die ijverig aan het werk zijn in hun (innerlijke) tuin. De zes perkjes staan voor het eerste tot en met het zesde chakra (bij het zesde chakra vindt het heilige huwelijk plaats). Achterin staat een (kundalini-)boom waaruit water (energie) stroomt naar de rest van de tuin. Om de boom heen is een slinger gewikkeld (de beweging omhoog van de ‘kundalini-slang’) met rode en witte rozen – de kleuren van het alchemistische huwelijk.

Een schilderij van Dante Gabriel Rossetti, getiteld: Mary Nazarene (1857). Maria wordt bezocht door de Heilige Geest, in de vorm van een duif (links). Hierdoor zal zij, volgens de Bijbel, zwanger raken van Jezus. Dante Gabriel Rossetti wil ons laten weten dat dit verhaal een metafoor is voor een kundalini-ontwaken. Maria is op ongebruikelijke wijze afgebeeld: werkend in de tuin, rode rozen en witte lelies verzorgend, als een alchemiste. De gieter die naast haar staat is versierd met een zon (symbool voor het goddelijke), en een omhoog lopende waterstroom: de kundalini-energie. Haar lange rode haar (de kleur van vuur) hangt tot aan haar bekken, de plaats in de mens waar de kundalini-energie zich bevindt.

Onder het kazuifel draagt de Hierofant een blauw kleed, waardoor de kaart tevens de betekenisvolle kleurcombinatie rood-blauw (mannelijk-vrouwelijk) bevat. Ook de Y op de rug van de twee mannen op de voorgrond staat voor de versmelting van de tegenstellingen. Op de alchemistische illustratie uit Symbola Aureae Mensae zien we een androgyne figuur, of rebis, die een letter Y in één hand houdt en met de andere hand het teken van het heilige huwelijk maakt. De RWS-Hierofant is ook opvallend androgyn: het is niet zonder meer duidelijk of dit een man of vrouw is. Overige elementen die verwijzen naar de versmolten dualiteit zijn de zwart-wit geblokte stroken op de vloer, en de gekruiste sleutels op de voorgrond.

De staf van de RWS-Hierofant is veel korter dan gebruikelijk (zie afbeelding van paus Johannes Paulus II) en staat op zijn/haar knie. Dit bevestigt onze interpretatie dat de staf van de Paus/Hierofant staat voor de wervelkolom. Het drievoudige kruis bovenaan de staf heeft, esoterisch gezien, dezelfde betekenis als de drie ringen op de pijp van de alchemistische oven (zie hierboven): lichaam, gevoel en denken zijn door het kundalini-vuur in de wervelkolom uitgezuiverd. De drie dwarsbalkjes worden naar boven toe steeds korter, waardoor ze een driehoek vormen met de punt naar boven: het symbool voor het element vuur.

Paus Johannes Paulus II met staf in 1983

Een gravure uit Michael Maier’s Symbola Aureae Mensae (1617)

De Tarot van Château des Avenières

De Hierofant van Château des Avenières draagt de kroon van de Egyptische god Amun-Ra. Deze kroon bestaat uit een rode zonneschijf en twee opstaande, gestileerde veren. De veren zijn een variant op het universele thema van twee vleugels: symbool voor bewustzijnsverruiming (denk, bijvoorbeeld, aan de caduceus).

Château des Avenières (1917)

Muurschildering uit de tempel van Seti I in Abydos, Egypte

De twee geknielde vrouwen naast de Hierofant staan, net als de pilaren, voor de dualiteit, hetgeen benadrukt wordt door hun verschillende huidskleur. De pilaren en de kleding van de Hierofant zijn in de kleuren rood en blauw.

De vrouw rechts wijst naar de staf van de Hierofant. Het is een bijzondere staf, waaraan een ketting met versieringen – waaronder Ankh-tekens – bevestigd zit, die zich niets lijkt aan te trekken van de zwaartekracht. Dit symboliseert het vermogen van de Hierofant om met de ontwaakte kundalini-energie, stromend in zijn wervelkolom (de staf), anderen in te wijden in het goddelijke. Op de muurschildering uit de tempel van Seti I zien we een dergelijke initiatie, met een soortgelijke staf, afgebeeld.

Conclusie

De naam van de vijfde kaart van de tarot is een eeuw geleden veranderd van Paus in Hierofant, maar de diepere betekenis is altijd hetzelfde gebleven: spirituele voltooiing.

Het pentagram is een symbool dat – ook in de tarot – wordt gebruikt voor de voltooide mens. Dat deze kaart nummer 5 heeft gekregen zal dan ook geen toeval zijn.

Staf en drievoudige kroon – vaste attributen op deze kaart – staan voor meesterschap over lichaam, gevoelswereld (hart) en denken (hoofd).

De Hierofant is androgyn: in hem of haar heeft het heilige huwelijk plaatsgevonden. Innerlijk is de dualiteit (de mannelijke en vrouwelijke energieën) versmolten tot een eenheid. De uiterlijke dualiteit (het aardse) heeft geen vat meer op hem of haar. Dit wordt gesymboliseerd door de twee nederige en gedienstige geestelijken op de kaart.

Gravure van Matthäus Merian uit Icones Biblicae (1627). Een alchemist ontvangt goddelijke wijsheid/kennis. Een been (pilaar) van de fantasiefiguur staat op het water en de andere op het land. Ze staan voor de tegenstellingen die zich hebben verenigd in de alchemist. Deze interpretatie wordt bevestigd door het teken van het heilige huwelijk (linkerhand). Alle andere elementen van de figuur – de vleugels, de zon, de wolken, en de regenboog, zijn verwijzingen naar het goddelijke.

Parallel Worlds Tarot

(Astrid Amadori, 2014) 
www.parallelworldstarot.com

Deze kaart verwijst naar de innerlijke Hierofant. Mozes hoorde de stem van God uit een brandende braamstruik komen, en had een staf die in een slang kon veranderen: beide zijn kundalini-metaforen. De goddelijk energie kan zowel raadgever als inwijder zijn!

Botanica Tarot Deck
(Kevin Jay Stanton, 2018)
 https://kevinjaystanton.bigcartel.com

Een rode roos, een witte roos, en een drievoudige kroon: geniaal!

New Millennium Tarot
(Lee Varis)
 www.newmillenniumtarot.com

De Boddhi-boom, waaronder de Boeddha volgens de legendes verlicht werd, is in deze kaart geïntegreerd in de Boeddha zelf: het is een innerlijke kundalini-boom…! Tevens verwerkt in de kaart zijn de vier elementen, en een Grieks kruis: de versmelting van de dualiteit in het hart van de Boeddha.

De Alma Ajo Tarot

(Alma Ajo, Spanje, 2010)

Kernachtige, originele symboliek!

Night Vale Tarot

(Hannah Holloway, 2015)

De innerlijke ervaring van het heilige huwelijk (mannenhand en vrouwenhand) omgezet in treffende en eigentijdse beeldtaal!

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie Magazine (juni ’19). Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh

Illustrations from the tarot decks, reproduced by permission of U.S. Games Systems, Inc., Stamford, CT 06902. c. by U.S. Games Systems, Inc.  All rights reserved.
Foto’s Châteaux de Avenières: http://hermetism.free.fr/Avenieres

By |2019-11-01T12:15:41+00:00november 1st, 2019|Paravisie, Tarot|Reacties uitgeschakeld voor Tarot 5. De Hierofant

Tarot 4. De Keizer

4. De Keizer

Het lijkt, wat betekenis betreft, een van de eenvoudigste kaarten van de grote arcana, maar niets is minder waar. Woord en beeld bedriegen hier, want de Keizer van de tarot gaat niet over de keizer…!

Zowel de Keizer als de Keizerin van de 15e eeuwse Visconti-Sforza Tarot is voorzien van een adelaar. Zoals we al zagen bij de bespreking van de Keizerin staat deze koninklijke vogel, in spiritueel opzicht, voor een voltooid proces van godsrealisatie. De plaatsing van de adelaar op de hoed van de Keizer (in plaats van op een schild, zoals bij de Keizerin) bevestigt deze interpretatie. Dit is een verwijzing naar de caduceus: de staf van de god Hermes, het klassieke symbool voor een kundalini-ontwaken.

Caduceus

De caduceus

De twee vleugels bovenaan de caduceus staan voor een bewustzijnsverruiming. De staf zelf heeft dezelfde betekenis als de scepter in de hand van de Keizer: de wervelkolom met erin stromend de goddelijke kundalini. De twee slangen die langs de staf omhoog kronkelen, staan voor de dualiteit die tijdens het proces van ontwaken versmelt tot een eenheid. Op de kaart van de Keizer is dit aspect op subtiele wijze verwerkt in zijn benen. Op één Visconti-kaart zien we de Keizer afgebeeld met gekruiste benen (2=1) en op de andere kaart komt slechts één voet onder zijn gewaad uit. Het thema van de gekruiste benen zal worden overgenomen door de Tarot van Marseille, en door vele andere decks die hierna volgen.

Twee versies van de Visconti Keizer (15e eeuw)

De Boeddha op jongere leeftijd

De Boeddha op jongere leeftijd

De god Ganesha

In het Hindoeïsme worden goden en heiligen afgebeeld met één voet op de grond om tot uitdrukking te brengen dat zij niet (langer) verbonden zijn met de dualiteit, maar geworteld zijn in de goddelijke eenheid.

Ook de zogenaamde ‘rijksappel’ (een bol/globe met een kruis erop) in de hand van de Keizer heeft, net als de scepter, zowel een wereldse als een spirituele betekenis. In de hand van een vorst staat staat de rijksappel voor een heerser (‘bezitter van de wereld’) die het christendom als dominante geloofsleer verspreidt. Esoterisch staat de aardbol met kruis voor het heersen van het spirituele over het materiële; voor meesterschap over het aardse/dierlijke.

De Tarot van Marseille

Bij alle decks die zijn verschenen onder de verzamelnaam ‘Tarot van Marseille’ is de Keizer en profil afgebeeld. Met deze lichaamshouding brengt hij het getal 4, het getal van de aarde, tot uitdrukking. Deze interpretatie wordt bevestigd door het extra getal 4 dat op sommige decks onder het Romeinse cijfer van de kaart (IIII) is geplaatst. De Keizer is de enige Marseille-tarotkaart met een dergelijke dubbele nummering.

Twee versies van de Tarot van Marseille: Jean Noblet (circa 1650) en Jean Dodal, met een extra 4 (1701-1705)

De rijksappel is verplaatst naar de bovenkant van de scepter. Met zijn vrijgekomen hand houdt de Keizer zijn riem vast. Dit symboliseert meesterschap over zijn seksuele impulsen (de energie van de onderbuik): de tarot-Keizer is heer en meester over zijn dierlijke natuur. Het materiële (het getal 4) en het lichamelijke hebben geen vat op hem.

Een ander nieuw en opvallend detail is de rode veer aan de kroon van de Keizer. In combinatie met de overige symboliek is het aannemelijk dat deze veer staat voor een kundalini-ontwaken. Rood is de kleur van het eerste chakra, waar de kundalini verblijft. De veer verwijst naar, en heeft dezelfde symbolische betekenis als, de adelaar op de hoed van de Visconti-Keizer. Het thema van de rode veer zien we ook terug in drie kaarten van de Rider-Waite-Smith Tarot: de Dwaas, de Dood en de Zon.

Een alchemistische illustratie van het Magnum Opus: koning (rood) en koningin (wit) zijn versmolten tot een androgyne figuur (rebis). De strakgetrokken riem om het verder naakte lichaam, en de scepter die geplaatst is in het kruis, symboliseren de sublimatie (geleiding naar de hogere chakra’s) van de seksuele energie.

Oswald Wirth Tarot

Oswald Wirth heeft zijn Keizer op een kubus met een adelaar geplaatst. In de alchemie staat een kubus symbool voor het aardse (de drie dimensies). Zowel de adelaar als het feit dat de Keizer op de kubus zit verwijzen naar zijn meesterschap over het aardse. De lyre op de adelaar is een attribuut van de Griekse zonnegod Apollo; een extra element om ons te bevestigen dat de Keizer staat voor de spirituele aspirant die het goddelijke heeft verwezenlijkt.

De zon en maan op de borst van de Keizer staan voor de dualiteit, die hij heeft overwonnen. De twee energiebanen die langs zijn wervelkolom stromen, en die de energetische blauwdruk vormen voor onze innerlijke dualiteit, zijn versmolten tot een eenheid.

Op de bovenkant van zijn scepter (symbool voor wervelkolom) is een fleur-de-lys, of ‘Franse lelie’, geplaatst; een esoterisch symbool voor de pijnappelklier.

Oswald Wirth Keizer (1889)

Een alchemistische illustratie van het proces van kundalini-ontwaken. De scepter met fleur-de-lys staat symbool voor de wervelkolom met bovenaan de pijnappelklier.

Château des Avenières

De Keizer in de kapel van Château des Avenières is een Egyptische versie van de Oswald Wirth-Keizer. De kubus is aan de voorkant verrijkt met 4 x 4 vierkantjes; een verwijzing naar de 4 elementen. De adelaar is vervangen voor een feniks, net als bij de Keizerin. Een element dat de algehele symboliek van spiritueel ontwaken benadrukt (een adelaar kan nog gezien worden als heraldiek).

De Keizer draagt een zogenaamde Pschent: een dubbele kroon die staat voor de vereniging van de twee deelgebieden Boven-Egypte en Beneden-Egypte. Volgens de geschiedschrijving hebben meerdere farao’s voor de taak gestaan om de twee helften van hun land te verenigen tot één koninkrijk.

Wie zich verdiept in de details van de geschiedenis van Egypte en bekend is met spirituele processen kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de verhalen rond Boven- en Beneden-Egypte ook een symbolische laag bevatten. Deze twee rijken zouden ook kunnen staan voor de hogere (goddelijke) en lagere (dierlijke) natuur in de mens. In een kundalini-ontwaken is het de taak van de spirituele aspirant om beide naturen in zichzelf te verenigen. Veel wijst erop dat de innerlijke strijd die hiermee gepaard gaat, wordt verbeeld door de oorlog tussen de twee Egyptische deelgebieden.

Op de onderkant van de kroon zien we een zogenaamde uraeus: een gestileerde, opstaande, Egyptische cobra; symbool voor de ontwaakte kundalini-energie. Op deze plaats in het hoofd – ter hoogte van het zesde chakra – vindt de versmelting van de tegenstellingen plaatsvindt; ook de vereniging van de lagere en hogere natuur.

De Keizer in mozaïek van Château des Avenières (1917)

De Pschent (midden) is samengesteld uit twee kronen: links de godin Wadjet met de rode kroon van Beneden-Egypte en rechts de godin Nekhbet met de witte kroon van Boven-Egypte.

Rider-Waite-Smith Keizer

De RWS-Keizer is gekleed in rood. Dit is, zoals we zagen bij de bespreking van de voorgaande kaart, de Keizerin, een verwijzing naar het alchemistische koningspaar (rode koning en witte koningin) dat versmelt tijdens het Magnum Opus. De bergen op de achtergrond symboliseren een verruimd bewustzijn.

De ramskoppen op de troon hebben een dubbele betekenis. Waar de RWS-Keizerin verbonden is met de vrouwelijke energie van de planeet Venus, is de Keizer verbonden met de mannelijke energie van de planeet Mars. Het zodiac teken voor Mars is Ram.

De ram staat tevens symbool voor de dierlijke natuur die de Keizer heeft overwonnen. Dit wordt duidelijk als we twee andere tarot-Keizers die ook beinvloed zijn door de filosofiën van de occulte groepering The Golden Dawn, ernaast leggen.

Bij de Classic Golden Dawn Tarot ligt één voet van de Keizer op een ram. Bij de Builders of the Adytum Tarot zit de keizer op een kubus met ramskop. Beiden – staan en zitten op iets – symboliseren meesterschap over datgene.

Rider-Waite-Smith Keizer (1909)

Classic Golden Dawn Tarot (2004)

Builders of the Adytum Tarot (circa 1950)

De Classic Golden Dawn-Keizer heeft tevens een scepter met bovenaan een ramskop. De betekenis hiervan is dat de dierlijke energie (van de lagere chakra’s) gesublimeerd is (naar de hogere chakra’s is gebracht).

De scepter van de RWS-Keizer zegt hetzelfde, met andere beelden. De RWS-scepter is een afgeleide van de Ankh, het Egyptishe symbool dat staat voor eeuwig leven. Een Ankh is een gestileerde weergave van de wervelkolom met bovenaan de pijnappelklier, vergelijkbaar met de caduceus. De Ankh-scepter van de RWS-Keizer is bovenop een van de ramskoppen geplaatst. De boodschap hiervan is dat de Keizer de dierlijke energieën van de onderbuik omhoog geleid heeft, via de wervelkolom, naar de pijnappelklier.

De Egyptische god Ptah met een Ankh op een Djed-pilaar (4e-3e eeuw v. Chr.)

Jezus als ‘Koning van het Heelal’, met de duivel, in de vorm van een draak, onder zijn voeten. Beeld en betekenis zijn vergelijkbaar met het ‘spirituele keizerschap’ van tarotkaart nummer 4. Of, in de woorden van Jezus: “Mijn koningschap is niet van deze wereld…” (Joh. 18:36).

Thoth Tarot

De Thoth-Keizer kijkt opzij, naar de Thoth-Keizerin, met wie hij een paar vormt. Beide kaarten hebben een schild met een dubbelkoppige adelaar: het alchemistische symbool voor de versmelting van de tegenstellingen (keizer en keizerin). Naast de Thoth-kaart zien we een bijzondere alchemistische illustratie waarop Jezus, in plaats van gekruisigd, is afgebeeld als dubbelkoppige adelaar…!

De Thoth-Keizer (1969)

Illustratie uit: Buch der Heiligen Dreifaltigkeit (15e eeuw)

Aleister Crowley heeft niet veel christelijke thema’s verwerkt in zijn deck. Rechtsonder op zijn Keizer-kaart zien we één van de uitzonderingen: het zegevierende Lam uit het boek Openbaring, met de visioenen van Johannes. Uit het volgende citaat kunnen we opmaken dat het Bijbelse Lam op deze kaart de tegenhanger is van de seksuele energie waar de ram voor staat:

En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven….
4Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.
5En in hun mond is geen leugen gevonden, want zij zijn smetteloos voor de troon van God.
(Openbaring 14:1,4,5)

‘Mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven’, zijn degenen die het heilige huwelijk ter hoogte van het zesde chakra hebben voltooid. ‘Zij zijn maagden…’. Duidelijker kan het bijna niet!

Het getal 144.000 is ook betekenisvol. De som van de ‘bloemblaadjes’ van de eerste zes hoofdchakra’s is 144 (4+6+10+12+16+96). Het aantal bloemblaadjes van het zevende chakra is een symbolisch groot getal: 1000. Honderdvierenveertigduizend verwijst naar het volledig geopend zijn van alle chakra’s na een voltooid kundalini-ontwaken.

Volgens Aleister Crowley drukt zijn Keizer met zijn lichaamshouding het alchemistische symbool voor zwavel uit (een driehoek met een kruis eronder). Zwavel is één van de drie primaire elementen die betrokken zijn bij het Magnum Opus.

Een ingekleurde gravure van Giovanni Lacinio, uit 1714, van het Magnum Opus, met veel elementen die we ook terugzien op de diverse Keizer-kaarten door de eeuwen heen. Op de boomstam (wervelkolom) staan de symbolen van de drie primaire alchemistische elementen: zout, zwavel en kwik. De twee leeuwen staan voor de dierlijke energieën die, gesublimeerd, de krachten leveren om het proces van godsrealisatie tot stand te brengen. Boven de leeuwen staan de symbolen voor de vier elementen: vuur, aarde, water, en lucht. De globe met kruis (rijksappel), bovenop de boomstam, staat voor het overwinnen van de materie (vier elementen) en het dierlijke (de leeuwen). De zon en de maan, bovenaan de illustratie, staan voor de dualiteit. Deze zon en maan zijn ook klein afgebeeld in de globe: de dualiteit is versmolten tot een eenheid. De witte adelaar symboliseert het voltooide proces.

Conclusie

De Keizer vormt samen met kaart nummer drie, de Keizerin, het alchemistische paar dat versmelt tijdens het Magnum Opus. Ook staat de tarot-Keizer voor de mens in wie dit heilige huwelijk heeft plaatsgevonden: voor de spirituele aspirant die meesterschap heeft verworven over de materie en zijn dierlijke driften.

Zijn kroon en scepter zijn hem niet komen aanwaaien. Hij heeft hiervoor een langdurig en pijnlijk proces van zuivering en onthechting moeten doorlopen. Op de gravure van Sabine Stuart de Chevalie, uit 1781, zien we deze moeizame weg van de alchemist naar het ‘spirituele keizerschap’ in prachtige beelden.

Ingekleurde gravure van Sabine Stuart de Chevalier uit Discours Philosophique (1781)
De monnikspij van de alchemist staat voor zijn leefwijze. Links zien we hem bedroefd, omdat al zijn inspanningen geen succes lijken te boeken. Zijn enorme boekenkast staat voor de kennis en wijsheid die hij heeft vergaard. Op de achtergrond zien we een doolhof als symbool voor zijn zoektocht in het duister.
Maar dan wordt hij alsnog verrast met een goddelijk bezoek. De vrouw staat voor ‘God de Moeder’ (Sophia, de kundalini, de Shekinah, etc.). De kroon en scepter die zij hem aanbiedt weigert hij impulsief; symbool voor zijn nederigheid en bescheidenheid. De boom met vruchten is een metafoor voor een voltooid kundalini-ontwaken. Op de orgelpijpen achter hem staan de symbolen van de zeven klassieke planeten. Deze staan voor de zeven chakra’s van de alchemist die volledig geactiveerd zijn. In de glazen kolf, links op de voorgrond, (symbool voor de alchemist zelf) zien we de rode koning en witte koningin, die in hem zijn versmolten tot één. Op de rand van de schouw, boven zijn hoofd, staan de symbolen voor de vier elementen: hij heeft de materie overwonnen.

Tarot of the New Vision
(© Lo Scarabeo, 2003)

Dit deck brengt in beeld wat je ziet als je de Rider-Waite kaarten 180 graden draait. De schildpad achter de troon van de Keizer staat voor het geduld en het doorzettingsvermogen die nodig zijn om het spirituele keizerschap te bereiken. Een schildpad die zijn kop en poten naar binnen trekt is tevens een bekende metafoor voor meditatie (het terugtrekken van de vijf zintuigen uit de buitenwereld). Lo Scarabeo voegt hier zelf nog aan toe: ‘een schilpad draagt de last van zijn eigen huis. Dit brengt een verantwoordelijkheid met zich mee.’

The Alice Tarot
(Baba Studios, 2014, eu.baba-store.com)

Dit fabeldier – een griffioen – met het achterlijf van een leeuw en het bovenlijf van een adelaar symboliseert de sublimatie van de dierlijke energieën (transformatie van leeuw naar adelaar). De staart met twee punten verwijst naar het versmelten van de dualiteit tot een eenheid.

LeGrande Circus & Sideshow Tarot
(US Games, 2015)

Een circusdirecteur is heer en meester van ‘de show’ (de illusie van het aardse leven). Met zijn zweep laat hij de dieren doen wat hij wil. De lemniscaat-vorm van de zweep verwijst naar het versmelten van de dualiteit en het eeuwige goddelijke. Rood en wit staan in de alchemie voor de dualiteit (de rode koning versmelt met de witte koningin).

The Raven’s Prophecy Tarot
(Llewellyn, 2015, maggiestiefvater.com)

Een beeld uit de Koning Arthur-legendes. Het zwaard in de steen is een kundalini-metafoor. Wie het lukt om het zwaard uit de steen te trekken (het ontwaken van de kundalini) is de ware koning/keizer.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie Magazine (juni ’19). Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh

Illustrations from the tarot decks, reproduced by permission of U.S. Games Systems, Inc., Stamford, CT 06902. c. by U.S. Games Systems, Inc. All rights reserved.

Foto’s Châteaux de Avenières: http://hermetism.free.fr/Avenieres

By |2019-07-03T11:24:25+00:00juli 2nd, 2019|Paravisie, Tarot|Reacties uitgeschakeld voor Tarot 4. De Keizer

Tarot 3. De Keizerin

3. De Keizerin

De kaart van de Keizerin heeft meerdere lagen. Zij staat, onder andere, voor het vrouwelijke in de mens (de anima in de Jungiaanse psychologie) en voor het vrouwelijke aspect van God. Als anima is zij de wederhelft van de keizer – de animus. Hun versmelting – het heilige huwelijk – leidt tot een vereniging met God.

Van de 15e eeuwse Visconti-Sforza decks zijn twee kaarten van de Keizerin bewaard gebleven. Op het eerste oog lijken zij geen bijzondere symboliek te bevatten. Op beide kaarten houdt de keizerin een schild vast met een adelaar erop. Deze adelaar vinden we ook terug op het familiewapen van de adellijke Visconti’s, dus is een verklaarbaar element. Dat de adelaar op deze kaart wel degelijk ook een spirituele betekenis heeft, wordt pas duidelijk als we het hele Visconti-Sforza deck bestuderen, en als we Keizerin-kaarten uit latere eeuwen er naast leggen.

Twee versies van de Visconti-Sforza Keizerin (15e eeuw)

De alchemie

In de traditie van de alchemie, die hoogtijdagen beleefde in de 15e eeuw, staat een adelaar – de koning der vogels – voor de voltooiing van het proces van godsrealisatie.

Op de gravure van Jacob de Heyden uit 1615 zien we een adelaar balancerend op twee pilaren. Deze pilaren staan voor de innerlijke dualiteit, die omgevormd moet worden tot een (goddelijke) eenheid. Ze zijn verbonden met een touw, waaraan een trouwring hangt; een verwijzing naar het heilige huwelijk.

Embleem uit: The Hermaphrodite Child of the Sun and Moon (auteur onbekend, 1752)

Gravure uit: Emblemata moralia & bellica (Jacob de Heyden, 1615)

De alchemie gebruikt voor de versmelting van de dualiteit vaak het beeld van het samengaan van een koning en koningin. De illustratie uit Rosarium Philosophorum (hieronder) is een voorbeeld hiervan. We zien een koninklijk paar, liggend in het water, hetgeen betekent dat dit proces plaatsvindt in ons onderbewuste. De vleugels symboliseren de voltooiing van het proces van eenwording. Eén hand van de koning ligt op zijn geslachtsdelen. De boodschap hiervan is dat de seksuele energie bewaard moet worden om het goddelijke te kunnen ervaren.

Uit: Rosarium Philosophorum (circa 1550)

Deze krachtige oerenergie in onze onderbuik moet omhoog geleid worden naar de hogere chakra’s. In veel spirituele tradities wordt de uitdaging van het verkrijgen van meesterschap over de seksuele impulsen gesymboliseerd door een machtige draak die overwonnen moet worden.

Het Magnum Opus van de alchemist uitgedrukt in beelden (illustratie uit circa1400). De koning en koningin zijn versmolten tot één figuur, ook wel rebis of hermafrodiet genoemd. De overwonnen draak ligt aan hun voeten. De drie slangen in de beker staan voor de drie energiebanen die betrokken zijn bij een kundalini-ontwaken. De vleugels, en de ouroboros in de hand van de koning, verwijzen naar de voltooiing van de innerlijke eenheid.

Tarot

Met de eeuwen wordt duidelijker dat de kaarten nummer 3 en 4 van de tarot – de Keizerin en de Keizer – staan voor het alchemistische koninklijke paar, dat versmelt tijdens het proces van godsrealisatie. De Keizerin van de Tarot van Marseille (17een 18eeeuw) zit op een troon met een rugleuning die de suggestie wekt van twee vleugels; het symbool voor spirituele voltooiing. Hiermee wordt de symboliek van de adelaar versterkt.

Twee versies van de Tarot van Marseille: Jacques Vieville (circa 1650) en Jean Dodal (1701-1715)

De Keizerin van de Italiaan Carlo Della Rocca (hieronder) maakt met beide handen het teken van het heilige huwelijk (twee vingers tegen elkaar). Met haar rechterhand wijst ze met de twee vingers naar de adelaar.

Reproductie (Classic Tarot) van een Italiaanse tarotkaart uit begin 19e eeuw (ontwerper Carlo Della Rocca).

Oswald Wirth Tarot (1889)

Chateau des Avenières (1917)

Oswald Wirth

De Keizerin van de occultist Oswald Wirth (1889) heeft echte vleugels. Wirth verrijkt de kaart met elementen die verwijzen naar een visioen van de apostel Johannes, uit het Bijbelboek Openbaring: een kroon van sterren en een maansikkel onder naar voeten.

De vrouw, het Kind en de draak
1 En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.
2 En zij was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren.
3 En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen.
4 En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben.
5 En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon.
(Openbaring 12:1-5)

Alchemistische illustratie van het Magnum Opus (18e eeuw)

Dit zijn beelden van een kundalini-ontwaken dat Johannes doormaakt. De vrouw staat voor zijn ziel die op het punt staat het goddelijke ‘te baren’. Johannes heeft hiervoor een jarenlang louteringsproces doorgemaakt. De kroon met twaalf sterren staat voor zijn spirituele voltooiing. Het goddelijke licht stroomt ongehinderd door hem heen (zijn ziel is ‘bekleed met de zon’). Hij heeft de dualiteit/de materie (de maan) overwonnen.
De goddelijke geboorte wordt bedreigd door een grote vuurrode draak. Ook hier staat een draak voor de dierlijke driften in de mens. De kleur rood verwijst naar het eerste chakra, de energie die gericht is op onze meest basale (lees: dierlijke) behoeftes. De ijzeren staf waarmee het Kind zal hoeden, staat voor de wervelkolom van Johannes, met erin stromend de kundalini-energie.

De geboorte van dit goddelijke kind is het resultaat is van het heilige huwelijk. Ook de alchemie gebruikt het beeld van de geboorte van een kind, als onderdeel van het Magnum Opus (zie hiernaast).

De Keizerin in de kapel van Château des Avenières lijkt grotendeels op de Keizerin van Oswald Wirth. Op het schild in haar hand zien we een feniks in plaats van een adelaar. Deze mythische vogel, die verrijst uit zijn as, staat voor het proces van spirituele wedergeboorte.

De Rider-Waite-Smith Keizerin

Arthur Waite en Pamela Colman-Smith hebben aan de Keizerin elementen toegevoegd die haar tevens een makro-kosmische betekenis geven. De RWS-Keizerin is God de Moeder: het vrouwelijke aspect van God, dat zich niet alleen in de mens bevindt (de kundalini in ons bekken), maar ook buiten de mens. Zij is de dragende, voedende energie waaruit het universum is opgebouwd.

De plaatsing van de keizerin in de natuur verwijst naar haar makro-kosmische betekenis. Het koren op de voorgrond is een attribuut van Demeter, de Griekse godin van de landbouwgewassen en de oogst.

Op de jurk van de keizerin zijn granaatappels afgebeeld. Zoals we al zagen bij de kaart van de Hogepriesteres, staan granaatappels, vanwege hun rode kleur en vele zaden, voor de kundalini: het ‘goddelijke zaad’ in ons bekken, ter hoogte van het eerste chakra (kleur rood).

De granaatappel speelt een belangrijke rol in de bekende Griekse mythe over de ontvoering van Persephone, de dochter van Demeter, door Hades, de god van de onderwereld. Een verhaal dat gezien wordt als een verklaring voor de wisselende seizoenen, maar dat op een dieper niveau staat voor een kundalini-ontwaken.

Persephone (de kundalini) wordt tegen haar wil door de god Hades meegenomen naar de onderwereld (de kundalini zit ‘opgesloten’ in het bekken). Demeter is ontroostbaar en gaat in de rouw, waardoor al het groen op aarde stopt met groeien (spirituele dorheid, geen verbinding meer met God ervaren). Zeus, de vader van Persephone, beveelt Hades om haar terug te brengen. Hades, echter, verleidt Persephone om zes zaden (bij het zesde chakra vindt het heilige huwelijk plaats) van een granaatappel te eten, waardoor ze ieder jaar een paar maanden terug moet naar de onderwereld. Persephone wordt bevrijd uit de onderwereld (het bekken) door de god Hermes, de god met de caduceus, die staat voor een kundalini-ontwaken.

De Rider-Waite-Smith Keizerin (1909)

De Rider-Waite-Smith Keizerin (1909)

Kunstenaar Frederic Leighton heeft de diepere betekenis van deze mythe verwerkt in zijn schilderij uit 1891. We zien Hermes met in één hand de caduceus en zijn andere arm om Persephone heen; een uitbeelding van het versmelten van het mannelijke en het vrouwelijke. Deze interpretatie wordt bevestigd door de beide de handen van Persephone, die het teken van het heilige huwelijk maken.

De RWS-keizerin zit op een oranje-rood doek en leunt tegen een oranje kussen. Deze kleuren verwijzen naar de verblijfplaats van de keizerin (de kundalini) in de mens: in het bekken, ter hoogte van het eerste en tweede chakra (respectievelijk rood en oranje).

Rechts op de kaart zien we een beekje met water dat stroomt vanaf een boom, die de vorm heeft van een dennenappel (pijnappel), naar de voeten van de keizerin. Dit water symboliseert de kundalini-energie die stroomt vanaf het bekken naar de pijnappelklier.

Pijnappelklier

De RWS-Keizer

Uit het alchemistische manuscript Aureum Vellus (1598)

De kleur wit van de jurk van de keizerin staat voor het vrouwelijke. In de alchemie staan de kleuren wit en rood voor de tegenstellingen van de dualiteit die tot een eenheid gebracht moeten worden. Vaak wordt hiervoor het beeld gebruikt van een huwelijk tussen een in het wit geklede koningin en een in het rood geklede koning.

Ook de hartvorm van het schild op de RWS-kaart, en het symbool van de planeet Venus (op het schild, op het zwarte kussen, en de granaatappels), zijn elementen die verwijzen naar de dualiteit, waarvan de keizerin één helft vertegenwoordigt:
Keizerin – keizer
Vrouwelijk – mannelijk
Venus – Mars
Hart (gevoel) – hoofd (denken)

De RWS-Keizerin staat tevens voor een voltooid spiritueel ontwaken: de scepter, de kroon met twaalf sterren, en de lauwerkrans op haar hoofd, drukken dit uit. Een scepter staat voor authoriteit/meesterschap. De scepter op deze kaart heeft bovenaan een globe (aardbol) en staat voor meesterschap over het aardse/de materie. De sterren op het hoofd van de keizerin hebben de vorm van een hexagram (zespuntige ster); het symbool dat de versmelting van de tegenstellingen uitdrukt.

De lauwerkrans (een krans van lauriertakken) verwijst naar meesterschap over de seksuele driften. Een betekenis die ontleend wordt aan de Griekse mythe van Apollo en Daphne. De god Apollo achtervolgt de riviernymph Daphne (een naam die Laurier betekent), gedreven door lusten. Wanhopig roept zij de hulp in van haar vader de riviergod Penues. Deze verandert zijn dochter in een laurierboom, waardoor zij ontsnapt aan Apollo’s aanhoudende avances. Apollo maakt van de takken van de laurierboom een krans, die vervolgens een symbool wordt voor kuisheid.

De moraal van deze mythe is dat de kundalini-energie alleen kan ontwaken en uitgroeien tot een ‘levensboom´, die reikt tot aan de kruin van de mens, als de seksuele energie wordt bewaard. Een laurierboom is het hele jaar door groen. Dit symboliseert de onsterfelijkheid van de mens na een voltooid kundalini-ontwaken.

Thoth Tarot

Ook de Thoth-Keizerin zit vol met symboliek. Volgens Aleister Crowley staat de Keizerin voor zowel het (lage) materiële als het hoogste spirituele. Haar troon van waterspiralen staat voor haar geboorte uit water. Water is een vrouwelijk element, net als de maan. Op een dieper niveau verwijst een geboorte uit water naar een kundalini-ontwaken.

Uit: Figuarium Aegyptiorum Secretarum (18e eeuw)

De Thoth-Keizerin (1969)

De lotusbloem in de rechterhand van de keizerin is een klassiek symbool voor spirituele perfectie. De blauwe lotus werd gezien als de heiligste van alle bloemen in het Oude Egypte. Crowley noemt haar in zijn Book of Thoth: ‘de blauwe Lotus van Isis, symbool voor het vrouwelijke’.

Op het schild aan de voeten van de keizerin zien we een dubbelkoppige adelaar. De twee koppen versterken de alchemistische betekenis van de adelaar: godsrealisatie, als resultaat van het overstijgen (versmelten) van de dualiteit. Meestal worden de koppen naar buiten gedraaid afgebeeld (zie illustratie uit Figuarium Aegyptiorum Secretarum). Crowley heeft ervoor gekozen om ze naar elkaar toe te draaien, en een versmelting van zon en maan ertussen te plaatsen, waardoor de symboliek van eenwording wordt versterkt.

De pelikaan die haar jongen voedt met haar eigen bloed, linksonder op de kaart, is ook een klassieke metafoor, uit onder andere de alchemie en het christendom. Crowley zelf legt dit uit als Moeder Natuur die haar kinderen (ons) voedt. In het christendom staat de zichzelf verwondende pelikaan voor de zelfopoffering van Christus voor het heil van de mensheid. In de alchemie staat de pelikaan voor de zelfopoffering van de spirituele aspirant: de opoffering van het ego – en het lijden dat hiermee gepaard gaat – om het goddelijke te realiseren.

Conclusie

Als vrouwelijk aspect van God bevindt de Keizerin zich zowel in ons bekken (de kundalini-energie), als in de totale fysieke schepping. Als we om ons heen kijken is alles wat wij kunnen zien, en alles wat groeit en bloeit, ‘de Keizerin’.

De Keizerin staat tevens voor de ‘voltooiing van de natuur’. In de visie van de alchemie is de natuur/de mens is niet ‘af’. Een proces van sublimatie (vergoddelijking) is nog nodig (het Magnum Opus). De kroon en scepter van de keizerin staan voor een voltooid proces van transformatie en voor meesterschap over het aardse/dierlijke.

De Keizerin bereiken is niet gemakkelijk, zoals deze oude alchemistische illustratie prachtig in beeldtaal laat zien: hiervoor moet een steile berg met doornstruiken beklommen worden.

The Tarot of the Golden Serpent
(Sebastian Haines, 2009, www.thegamecrafter.com/games/tarot-of-the-golden-serpent)

Een kaart vol met treffende symbolen die zowel de aardse als de spirituele kant van de keizerin tot uitdrukking brengen, inclusief een mystieke roos en een scepter met Cupido; symbool voor de (goddelijke) liefde, die aan de basis ligt van de hele schepping.

The Fairytale Tarot
(Yoshi Yoshitani, 2019, www.yoshiyoshitani.com)

Maria is hier afgebeeld als ‘Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe’, één van haar katholieke titels. In de symbolische laag van de Bijbel personifieert Maria zowel het vrouwelijke in de mens, als het vrouwelijke aspect van God (de kundalini), net zoals de Keizerin van de Tarot. Een voorbeeld is haar aanwezigheid bij de Bruiloft in Kana (een metafoor voor het heilige huwelijk), waar Jezus water in wijn verandert (een metafoor voor godsrealisatie).

Mythical Tarot
(Kayti Welsh-Stewart, Ravynne Phelan, 2016,
www.ravynnephelan.com, www.animantras.com)

De keizerin wordt omringd door de vijf elementen uit de Chinese filosofie: hout, vuur, aarde, metaal en water. Op haar kleed staan symbolen die verwijzen naar haar spirituele betekenis: een (levens)boom, de zon en de maan, en een waterstroom. In haar handen houdt zij een ei: symbool voor vruchtbaarheid en (weder)geboorte.

Rich Black Tarot
(Rich Black, 2019, www.rblack.org)

De schoonheid en vruchtbaarheid van de natuur worden kernachtig uitgedrukt door het beeld van een bloem met vlinder, en de zon. Een vlinder is tevens een klassiek symbool voor transformatie.

Tarot of the Wild Unknown
(Kim Krans, 2012, www.thewildunknown.com)

Een kaart met mooi gekozen, krachtige symboliek. De boom staat voor de (groeikracht van de) natuur, maar kan ook worden geïnterpreteerd als een ‘levensboom’: de ‘kundalini-boom’ die in de mens groeit vanaf het bekken naar de kruin. De kleur rood suggereert (kundalini-)vuur. De maan is een symbool voor het vrouwelijke en voor de dualiteit.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie Magazine (mei ’19). Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh

Foto’s Châteaux de Avenières: http://hermetism.free.fr/Avenieres

By |2019-06-15T20:39:59+00:00juni 4th, 2019|Paravisie, Tarot|Reacties uitgeschakeld voor Tarot 3. De Keizerin

Tarot 2. De Hogepriesteres

2. De Hogepriesteres

De Hogepriesteres is een mysterieuze, intrigerende kaart, in vele opzichten. Haar oorspronkelijke naam – De Pausin – geeft al aan dat deze kaart voor iets bijzonders staat. Pausin is namelijk een niet bestaande functie in de Rooms-katholieke hiërarchie en raakt ook een gevoelige snaar; het priesterschap is niet toegankelijk voor vrouwen.

Op de kaarten van het allereerste tarotspel, de Visconti-Sforza, staan geen namen, maar het beeld is duidelijk genoeg: we zien een vrouw met een pontificale tiara (kroon) en een staf met kruis. De paus zelf is op zijn eigen kaart afgebeeld met exact dezelfde attributen. Dit voelt als een bewuste provocatie en roept vragen op. De kerk stond in die tijd niet bekend om haar gevoel voor humor. Voor ketterij kon je in het ergste geval op de brandstapel belanden. De adellijke familie Visconti, de opdrachtgevers van de kaarten, voelde zich blijkbaar onaantastbaar genoeg, maar waarom risico´s nemen voor een spel dat slechts bedoeld is voor recreatieve doeleinden?

Omdat, zoals we bevestigd zullen zien bij de bespreking van de andere kaarten van de grote arcana, de tarot weliswaar is ontworpen als een spelvorm, maar ook toen al gebruikt werd als voertuig voor esoterische kennis. Hierbij moest men voorzichtig te werk gaan. Spirituele theorieën en opvattingen die niet strookten met de dogma’s van de kerk, konden niet zomaar in het openbaar worden gecommuniceerd. De esoterische symboliek in de allereerste tarotkaarten is in veel gevallen subtiel en tot nu toe ook nog door weinigen als zodanig herkend.

Visconti-Sforza Tarot (1454)

Zowel de Paus als de Pausin van de Visconti-Sforza tarot staat voor de spiritueel voltooide mens. De officiële lezing van de kerk is dat de paus de plaatsvervanger van Christus op aarde is. Van een bekleder van deze functie wordt impliciet een grote spirituele rijpheid verwacht. Idealiter wordt degene met de hoogste graad van spirituele volmaaktheid de leider van de rest. Dat het in de praktijk helaas niet altijd zo werkt, neemt niet weg dat een paus prima kan dienen als archetype voor spirituele voltooiing. Zijn attributen onderstrepen dit.

Een tiara, een drievoudige kroon, staat voor een spirituele vervolmaking van lichaam, denken en voelen. In de Bijbel vinden we deze driedeling van de mens ook terug. Bijvoorbeeld in de gelijkenis van het zuurdeeg:

Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en in drie maten meel verborg, totdat het helemaal doorzuurd was.
(Mattheüs 13:33)

Het zuurdeeg is de kundalini-energie of Heilige Geest. Deze doorzuurt/doortrekt lichaam, gevoel en denken – de drie maten meel – waardoor het brood gaat rijzen (metafoor voor een bewustzijnsverruiming). We zullen de betekenis van een tiara verder uitdiepen bij de bespreking van de Paus-kaart.

De staf van hooggeplaatste geestelijken – een uiterlijk teken van authoriteit – staat op een dieper niveau symbool voor de wervelkolom met hierin stromend de ontwaakte kundalini-energie. Vaak vinden we versieringen aan de staf die naar het proces van spiritueel ontwaken verwijzen: een slang of dennenappel, bijvoorbeeld. In dit geval zien we bovenaan de staf van de paus en een Grieks kruis; een kruis met gelijke armen. Dit kruis staat in de esoterische tradities symbool voor het samengaan van de tegenstellingen. Voor het versmelten van de dualiteit tot een eenheid; het eindresultaat van een kundalini-ontwaken.

Wat opvalt bij het bestuderen van de Visconti-Sforza kaart is dat de vrouw wel de attributen heeft van een paus, maar niet de bijpassende kledij. Zij is gekleed als een eenvoudige non. Haar kleding drukt uit dat zij afstand heeft gedaan van al haar bezittingen en een aan God toegewijd leven leidt. Hiermee wordt de benadrukt dat haar kroon en staf niet staan voor een machtspositie binnen de kerk, maar voor haar spirituele niveau.

De Tarot van Marseille, versie Jean Noblet (circa 1650)

Tarot van Marseille

Zo’n twee eeuwen later, bij de Tarot van Marseille, is de kleding van de pausin aangepast. Ook zij is nu ‘vorstelijk’ gekleed, net als de paus. De diepere betekenis van de kaart is echter niet veranderd. De Pausin staat nog steeds voor spirituele vervolmaking; voor het overstijgen van de dualiteit en het realiseren van de goddelijke ‘eenheid’. De staf met Maltezer kruis van de Visconti-Sforza kaart is bij de Jean Noblet Tarot vervangen voor twee gekruiste banden op de borst van de pausin, die op hun beurt weer zijn versierd met kruisjes, om de symbolische betekenis van de banden te benadrukken. (dezelfde betekenis als de twee opgestoken vingers van de paus: ik heb van de twee één gemaakt)

Met deze interpretatie vinden we ook het antwoord op de prangende vraag die tot op heden vele tarot-kenners heeft bezig gehouden. Waarom heeft Jean Dodal (ook behorend tot de Tarot van Marseille) zijn Pausin-kaart niet La Papesse (Frans voor pausin) genoemd, zoals zijn collega’s, maar La Pances? Niemand die het weet. Het is een onbekend woord dat lijkt op – en uitgesproken hetzelfde klinkt als – het Franse woord voor buik: panse. Ik denk dat Dodal hiermee heeft willen verwijzen naar de kundalini-energie, die zich in de buik bevindt!

De Tarot van Marseille, versie Jean Dodal (1700-1715)

De Tarot van Bologna (17e eeuw)

‘Allegorie van de kerk’, kapel van de St. Pietersbasiliek in Rome

De sleutels van het Koninkrijk van God

De twee sleutels waarmee de pausin op sommige decks wordt afgebeeld, zijn de twee sleutels van de paus die hem autoriteit geven op aarde en in de hemel. Deze betekenis ontleent de kerk aan de Bijbelpassage waarin Jezus zegt tot de apostel Petrus (die hiermee gezien wordt als de eerste paus):

En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.
(Mattheüs 16:19)

Traditioneel is één sleutel van zilver en de andere van goud. Esoterisch staan zilver en goud voor respectievelijk de vrouwelijke (maan-)energie en de mannelijke (zonne-)energie. Op de -kaart worden de sleutels steevast gekruist vastgehouden. Ook dit is een verwijzing naar de versmelting van de dualiteit. Sommigen leggen de -kaart uit als een allegorie van de Rooms-katholieke kerk. Begrijpelijk, want de kerk (‘ecclesia’) wordt soms allegorisch afgebeeld als een vrouw met een tiara en twee sleutels (zie afbeelding uit de kapel van de St. Petrus basiliek in Rome). Maar dit gaat niet op voor de Visconti-Sforza , want de kerk wordt nooit afgebeeld in een habijt.

De werkelijke betekenis van een kaart – en de erin gebruikte symbolen – komt pas aan het licht als deze wordt gezien in samenhang met zijn ontwikkelingsgeschiedenis en met de andere kaarten van de grote arcana. De betekenis van de kaarten moest verborgen blijven voor het grote publiek. Hierin zijn de ontwerpers zeker geslaagd!

De Etteilla Tarot

In een tijdsbestek van ongeveer een eeuw zijn er drie Etteilla decks verschenen, met opvallende onderlinge verschillen. Etteilla decks hebben geen -kaart, maar Etteilla III is wel het eerste spel met een kaart genaamd De Hogepriesteres. Dat deze kaart staat voor een kundalini-ontwaken kunnen we mede afleiden uit haar voorgangster in deck I. Etteilla I heeft een kaart ´La Prudence´ (behoedzaamheid) waarop een vrouw staat afgebeeld die bijna op een slang gaat staan (afbeelding 1). ‘La Prudence’ lijkt hiermee op het eerste oog te verwijzen naar uitkijken voor gevaar in de buitenwereld. Door de caduceus (symbool voor een kundalini-ontwaken) in haar hand krijgt de kaart echter een heel andere betekenis: zorg ervoor (behoedzaamheid) dat je de (kundalini-)slang omhoog leidt (naar de kruin), in plaats van je door hem te laten bijten (de kundalini gebruiken voor de bevrediging van de lagere chakra’s)…!

Ook op de La Prudence-kaart van Etteilla III (afbeelding 2) zien we overduidelijke kundalini-symboliek. Een vrouw houdt een spiegel vast waarlangs een slang omhoog kronkelt. De spiegel staat hier voor zelfreflectie/zelfkennis (het ‘Ken Uzelve’ op de tempel van Delphi). Het pad van de kundalini-slang vanaf het bekken omhoog naar de pijnappelklier, zien we twee keer op deze kaart terug. Ook het patroon met dennenappel op de jurk van de vrouw verwijst hier naar. Een Engelse versie van deze kaart heet ineens The High Priestess (afbeelding 3). Een verrassende aanpassing die een groot effect heeft gehad: De Pausin werd in vrijwel alle tarot decks die hierna volgden vervangen door De Hogepriesteres.

Etteilla I (1788)

Etteilla III, Franse versie (circa 1870)

Etteilla III, Engelse versie

De sluier van Isis

De Tarot van Oswald Wirth verschijnt in vrijwel dezelfde tijd als de Etteilla III Tarot. Bij Wirth heet de kaart nog Pausin, maar hij brengt wel een aantal nieuwe elementen in, die blijvend zullen blijken. Aan de tiara wordt een maansymbool toegevoegd waardoor de betekenis van deze kroon universeler (minder specifiek christelijk) wordt. Achter de pausin staan nu twee grote pilaren met een doek ertussen. De pilaren staan voor de dualiteit, net als de twee sleutels. Uit het maansymbool mogen we afleiden dat het doek verwijst naar de ´sluier van Isis´, waarachter de Grotere Werkelijkheid wordt verborgen.

De betekenis van de kaart verschuift hiermee naar de energetische dimensies. De Pausin vertegenwoordigt niet meer zozeer de voltooide mens, als wel de goddelijke energie die deze voltooiing in de mens bewerkstelligt. Zij is bekend onder vele namen. De oosterse tradities noemen haar de kundalini-shakti. Het mystieke jodendom spreekt over de Shekinah. In het Oude Egypte was zij een machtige godin met meerdere gezichten en bijbehorende namen, waaronder Isis en Hathor.

Oswald Wirth (1889)

Château des Avenières (1917)

De Hogepriesteres in de kapel van Château des Avenières draagt de kroon van Isis. Haar gezicht is gedeeltelijk verborgen achter een sluier. Deze heeft dezelfde betekenis als het doek achter haar. De kundalini bevindt zich zowel in de mens als erbuiten; zij is ook de goddelijke energie waaruit de schepping zoals wij de waarnemen met onze zintuigen – de fysieke realiteit – is opgebouwd. Wat wij waarnemen is echter een illusie, volgens veel spirituele tradities. De oosterse tradities noemen dit Maya. Door Maya, of de sluier van Isis, zien wij de Grotere Werkelijkheid niet. Bij een volledig spiritueel ontwaken wordt deze sluier ´opgelicht´.

De Rider-Waite-Smith Hogepriesteres (1909)

Rider-Waite-Smith Tarot

Arthur E. Waite borduurt met zijn deck verder voort op de thema´s die door zijn voorgangers zijn ingebracht. De pilaren zijn nu voorzien van de letters B en J; een verwijzing naar de pilaren Boaz en Jachin van de tempel van koning Salomon. Op het doek achter de priesteres zien we dadelpalmen en granaatappels. De tiara is vervangen voor een kroon bestaande uit twee maansikkels en een volle maan; een verwijzing naar de maancyclus, welke op haar beurt staat voor een spirituele opstanding of wedergeboorte. Pamela Colman-Smith, de uitvoerend kunstenares, heeft nog een extra maansikkel onder de voeten van de Hogepriesteres geplaatst. Met twee vingers maakt de Hogepriesteres het ‘teken van het heilige huwelijk’, dat hetzelfde betekent als het Griekse kruis op haar borst: de vereniging van de tegenpolen (de pilaren B en J). De Bijbel is vervangen voor een rol met ‘TORA’ erop, die ze gedeeltelijk verborgen houdt achter haar kleed. Op de achtergrond zien we een kalme zee. Al deze nieuwe elementen wijzen in dezelfde richting: een kundalini-ontwaken!

Levensboom

Vrijwel elke spirituele traditie kent, in een of andere vorm, een ‘levensboom’: een mythische boom die een brug vormt tussen onze wereld en de wereld van de goden. De boomsoort kan verschillen, net als de legendes die eraan kleven, maar in alle gevallen gaat het om een innerlijke boom. Een energetische boom met zijn wortels in het bekkengebied, waarvan de stam staat voor de wervelkolom, en waarvan de takken met (vaak bijzondere) vruchten zich bevinden in het hoofd van de mens.

Op het doek achter de RWS-Hogepriesteres zien we verwijzingen naar twee van deze ‘kundalini-bomen’. De granaatappels zijn geplaatst volgens de sefirots van de Kabbalistische Levensboom, die we mogen zien als een schematische voorstelling van de innerlijke wereld van de mens. De opwaartse beweging door de Boom de Levens – de weg terug van de materie naar het Goddelijke – wordt in de kabbala ‘het pad van de slang’ genoemd.

De dadelpalm, ook op het doek achter de Hogepriesteres, werd al in het Oude Egypte als een heilige boom gezien. En later, in het jodendom en het christendom, heeft deze boom haar bijzondere status gehouden. Dit is terug te voeren op een aantal specifieke eigenschappen van de dadelpalm, die haar zeer geschikt maken als een metafoor voor een kundalini-ontwaken. Allereerst is zij, zoals de meeste levensbomen, het hele jaar door groen, een verwijzing naar ‘eeuwig leven’. Haar lange kale stam, met alleen bovenin groen, is een mooie uitbeelding van de wervelkolom. Daarbij hebben palmtakken een bijzonder kenmerk: de onderste blaadjes vervormen tot stekels, waardoor het lagere deel van de palmtak lijkt op een wervelkolom.

Verder lijken dadels – de vruchten van de vrouwelijke palmboom – qua vorm op de pijnappelklier. Pamela Colman-Smith heeft deze symbolische waarde van de dadel benadrukt door, naast een paar hangende rode dadels, in het midden van de kruin van de palmbomen een gele dadel toe te voegen. Ook de Latijnse naam van de dadelpalm is veelzeggend: Phoenix dactylifera. ‘Phoenix’ bevestigt dat reeds in oude culturen de dadelpalm stond voor het proces van spirituele wedergeboorte.

Zowel de figuur van de Hogepriesteres zelf, als de levensboom, staat voor de kundalini-energie. Een waterbron is weer een andere universele kundalini-metafoor. De onderkant van het kleed van de RWS-Hogepriesteres loopt over in water, en op de achtergrond van de kaart strekt een kalme zee zich uit. Op de muurschildering uit een Egyptische graftombe zien we de overledene drinken uit een waterbron bij een dadelpalm.

De Kabbalistische Levensboom

Takken van een dadelpalm (Phoenix dactylifera)

Muurschildering in het graf van Irynefer (TT 290), Luxor, Egypte

De heilige Bruno, Hieronymus Wierix, 16e eeuw

Om het eeuwige leven bij God te verwerven, moet wel eerst het ego sterven. Op de afbeelding met de heilige Bruno zien we een ongebruikelijk kruisigingtafereel: Jezus die bovenin een palmboom hangt…! Hieronymus Wierix, de kunstenaar, heeft hiermee getracht esoterische kennis te communiceren. Namelijk, dat de kruisdood en wederopstanding van Jezus, op een dieper niveau, staan voor het sterven van het ego en een spirituele wedergeboorte. Door de palmboom met Jezus te plaatsen op een schedel, geeft Wierix ook aan waar dit proces plaatsvindt: in het hoofd! Met de middelste vingers van zijn rechterhand maakt hij het gebaar van het heilige huwelijk (2=1), dat in Jezus heeft plaatsgevonden.

De pilaren Boaz en Jachin

In het Bijbelboek 1 Koningen lezen we over de legendarische tempel die koning Salomo laat bouwen voor God. Het gaat in dit verhaal niet om een echt gebouw, maar om de mens die van zichzelf een tempel maakt voor God om in te wonen. Een van de aanwijzingen dat we het verhaal niet letterlijk moeten nemen is het merkwaardige gegeven dat er tijdens de bouw van de tempel geen geluiden hoorbaar waren:

Het huis nu werd, toen het gebouwd werd, met afgewerkte stenen gebouwd, zoals die waren aangevoerd, zodat geen hamers of bijlen of enig ander ijzeren gereedschap in het huis gehoord werden toen het gebouwd werd… En met wenteltrappen ging men naar boven naar de middelste verdieping en van de middelste naar de derde.
(1 Kon. 6:7-8)

De tempel van Salomo met de pilaren Jachin en Boaz

De zijkamers zijn bereikbaar met een wenteltrap; een prachtige metafoor voor de spiraalbeweging van de opstijgende kundalini. Zeven jaar doet Salomo over de bouw van de tempel, verwijzend naar de opening/activering van de zeven chakra’s. Hij laat twee enorme koperen zuilen plaatsen tegen de voorhal van de tempel en geeft deze een naam: Jachin en Boaz. De twee pilaren staan voor de twee energiebanen die links en rechts langs de wervelkolom stromen, en die ons verbinden met de dualiteit, in de yogatraditie ida-nadi en pingala-nadi genaamd. Het zijn deze twee pilaren die door de spirituele aspirant tot één gebracht moeten worden (het heilige huwelijk) om het kundalini-proces te voltooien.

Granaatappels

De granaatappel staat in oude culturen voor vruchtbaarheid, overvloed, wedergeboorte en eeuwig leven. Het is een vrucht vol met zaden, dus associaties met vruchtbaarheid en overvloed zijn begrijpelijk. De granaatappel staat ook voor het ‘goddelijke zaad’ sluimerend bij ons heiligbeen. Dit dankt zij mede aan haar rode kleur, die overeenkomt met de kleur van het eerste chakra, waar de kundalini zich bevindt, en is een verklaring voor haar symbolische betekenis van wedergeboorte en eeuwig leven.

Granaatappels

De RWS-Dwaas

De vrouw met de maan onder haar voeten

De maansikkel onder de voeten van de Hogepriesteres verwijst naar een citaat uit het boek Openbaring, dat de visioenen bevat van de apostel Johannes:

En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. En zij was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren.
(Openbaring 12:1-2)

De vrouw is bekleed met de zon, zegt de tekst. De zon staat voor het hemelse, het goddelijke, het eeuwige. De steeds weer veranderende maan staat voor het aardse, het tijdelijke, de dualiteit, de illusie van de materie. De vrouw heeft de maan onder haar voeten: zij heeft meesterschap verkregen over de materie/het aardse. Haar kroon met sterren staat voor een geopend kruinchakra en het getal twaalf symboliseert spirituele volheid. Deze kroon met twaalf sterren heeft Colman-Smith gebruikt bij de volgende kaart van de grote arcana: de Keizerin.

Het visioen van Johannes zijn beelden van een kundalini-ontwaken, dat zich afspeelt in hem. Het kind dat op het punt staat geboren te worden is het goddelijke kind dat geboren wordt in zijn ziel. Met de toevoeging van de maansikkel op de kaart van de Hogepriesteres – een nieuw element – wil Colman-Smit benadrukken waar deze kaart voor staat: een kundalini-ontwaken!

Conclusie

De kaart van de Hogepriesteres staat voor het goddelijke mysterie dat zich bevindt in ons bekken. De kennis hiervan is altijd angstvallig verborgen gehouden voor het grote publiek, om misbruik te voorkomen. Dit is de betekenis van de slechts gedeeltelijk zichtbare Tora-rol op de RWS-Hogepriesteres. Zowel in de Bijbel (waarin de Tora is opgenomen), als in de tarot en de schilderkunst, is deze kennis verstopt in symboliek.

Alleen voor wie oprecht verlangt naar God en zuiver leeft, zal de Hogepriesteres haar sluier oplichten.

De rechtvaardige zal groeien als een palmboom…
(Psalm 92:13)

Classic Golden Dawn Tarot (2004)

De Hogepriesteres heeft een kelk in haar handen: de Heilige Graal. Zij is zelf deze mythische kelk, waarin het bloed van Jezus zou zijn opgevangen. Een kelk door velen begeerd, en tevergeefs gezocht in de buitenwereld.

Tarot of the Saints (2001)
(© Robert Place robertmplacetarot.com)

In de symbolische laag van de Bijbel personifieert Maria Magdalena de kundalini-energie. Bijvoorbeeld in het verhaal van de zalving van Jezus, en bij zijn verrijzenis (afgebeeld op deze kaart). Hierover schrijf ik in mijn boek Kundalini-ontwaken en mijn boek over Maria Magdalena dat dit jaar zal uitkomen.

The Byzantine Tarot (2015)
(© Eddison Books)

De gnostici noemen de kundalini Wijsheid (Sophia). Zo wordt zij ook (verhuld) genoemd in het Oude en Nieuwe Testament. In de oosters-orthodoxe kerk, ook wel de Byzantijnse kerk genoemd, wordt Sophia vereerd als een aspect van God.

Nature Spirit Tarot (2015)
(© Jean Herzel www.naturespirittarot.com)

In de alchemie en godeniconografie staat de uil – een dier dat wordt geassocieerd met wijsheid – voor de kundalini-energie/Sophia/Wijsheid. De dennenappel (pijnappel) is een klassiek symbool voor de pijnappelklier. Het symbool van de ‘Flower of Life’ (Levensbloem) staat voor de energetische blauwdruk van onze schepping, ook een aspect van de kundalini.

Sacred India Tarot (2012)
(© Yogi Impressions)

De hier afgebeelde hindoegodin Saraswati personifieert de kundalini-energie. Zij is de godin van wijsheid, kennis, muziek en kunst. Saraswati wordt gezien als een ‘watergodin’. Haar muziekinstrument, de veena, staat voor het bekken en de wervelkolom. De snaren zijn de chakra’s die zij ‘bespeelt’.

The Complete Arthurian Tarot
(Caitlín and John Matthews, art by Miranda Gray, Eddison Books)

De Vrouwe van het Meer die koning Arthur zijn magische zwaard Excalibur geeft, is een metafoor voor een kundalini-ontwaken. Excalibur is de goddelijke energie stromend in zijn wervelkolom.

Initiatory Tarot of the Golden Dawn (2008)
(© Lo Scarabeo)

Treffend aan deze versie van de Hogepriesteres is dat de wervelbeweging van de opstijgende kundalini visueel is gemaakt. De Heilige Graal wordt omhoog gebracht van het bekken naar de hersenen. Het touw in spiraalvorm om het lichaam van de vrouw versterkt dit beeld. In plaats van twee pilaren wordt hier het lemniscaat gebruikt voor de versmelting van de dualiteit. Een prachtige moderne uitvoering van de Hogepriesteres/kundalini!

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie Magazine (april ’19). Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh

Foto’s Châteaux de Avenières: http://hermetism.free.fr/Avenieres

By |2019-06-15T20:40:53+00:00april 26th, 2019|Paravisie, Tarot|Reacties uitgeschakeld voor Tarot 2. De Hogepriesteres

Tarot 1. De Magiër

1. De Magiër

Heden ten dage heeft een magiër een zeker aanzien. Of het nu een vingervlugge goochelaar, of een talentvolle ‘energiewerker’ is, zijn of haar kunsten roepen ontzag en bewondering op . In de 15e eeuw echter, toen de eerste tarotkaarten het levenslicht zagen, had een magiër niet veel meer status dan de Dwaas; de zwerver op de eerste kaart van de grote arcana. Een magiër was een straatartiest en er hing een zweem van bedrog en oplichting om hem heen.

Het Visconti-Sforza deck is het oudst bekende tarotspel. Hierop wordt de magiër afgebeeld met de vier symbolen van de kleine arcana: een staf, een mes (zwaard), een beker en munten. In de eeuwen die volgen zien we op de tafel van de magiër soms ook gereedschappen en andere voorwerpen. Oswald Wirth (1890) maakt de magiër weer de hoeder van de vier kleine arcana symbolen. Dit zal de standaard blijven voor vrijwel alle decks die hierna verschijnen.

Visconti-Sforza Tarot (circa 1463)

Stefano Vergnano Tarot (1830)

Oswald Wirth Tarot (1889)

Op de tafel van de Visconti-kaart ligt ook een raadselachtig wit doek met iets eronder. Volgens sommigen is dit een zogenaamd velum waarmee in de katholieke kerk de geconsacreerde hosties worden afgedekt. Tijdens het hoogtepunt van de katholieke mis verandert gewoon brood (de hostie) in ‘het Lichaam van Christus’ (de transsubstantiatie genoemd). Dit beeld sluit naadloos aan bij het proces van spirituele transformatie waar de gehele grote arcana voor staat. Het subtiele symbool van een velum past ook bij de wijze waarop esoterische kennis is verwerkt in de andere kaarten van de Visconti-Sforza, zoals we de komende maanden zullen zien.

De staf van Aaron

De magiër van de Etteilla Tarot (1890) is gekleed als een Joodse priester, een verwijzing naar de hogepriester Aäron, de broer van de profeet Mozes, uit het Oude Testament. Mozes en Aäron hadden beide een bijzondere staf, die kon veranderen in een slang; een Bijbelse metafoor voor een kundalini-ontwaken.

Als er uit twaalf stamhoofden een priester gekozen moet worden, geeft God de instructie dat alle kandidaten een stok moeten geven aan Mozes. En het zal gebeuren dat de staf van de man die Ik verkies, in bloei zal staan, zegt God daarna (Numeri 17:5).

De volgende dag gebeurde het, toen Mozes in de tent van de getuigenis kwam, dat, zie, de staf van Aäron voor het huis van Levi in bloei stond. Hij bracht bloesem voort en bloeiende bloemen, en droeg amandelen. (Numeri 17:8)

Het in bloei komen en vrucht dragen van de staf is een treffende metafoor voor de wervelkolom van de mens waarin de goddelijke kundalini-energie is ontwaakt. Dit ‘uitlopen’ van de staf van Aaron is een thema dat zijn weg heeft gevonden in de tarot. Op veel decks vinden we staven met knoppen en blaadjes eraan, iets wat niet gebruikelijk is voor een staf die gebruikt wordt als hulpmiddel bij het lopen of schapenhoeden.

Grand Etteilla tarot (1890)

‘Moses and Aaron voor de Farao’ (16e eeuw, Metropolitan Museum Art)

De staf van Aäron staat in bloei

Op de tafel van de magiër van Etteilla liggen tien muntstukken, of fiches, in het patroon 1-2-3-4, een verwijzing naar de tetraktys (vierheid) van Pythagoras. De wijsgeer Pythagoras, die leefde circa 500 voor Christus, zag de tetraktys als de grondslag van de kosmos en als een uitdrukking van het goddelijke. Tien, de som van de getallen een, twee, drie en vier, is een heilig getal voor de Pythagoreeërs; symbool voor harmonie en volmaaktheid.

Het opschrift Maladie (ziekte) verwijst niet naar de magiër, maar naar de betekenis die de kaart volgens Etteilla heeft bij een legging.

De symbolen van de kleine arcana

Arthur E. Waite is met zijn tarot deck in 1909 de eerste die tevens alle kaarten van de kleine arcana van afbeeldingen voorziet. Ook vóór die tijd al werden de kaarten pentakels (of munten), bekers, staven en zwaarden, geassocieerd met de vier elementen: aarde, water, vuur en lucht. Nu is deze connectie zichtbaar terug te vinden in de illustraties van het Rider-Waite-Smith (RWS) deck.

De symboliek houdt echter niet op bij de klassieke vier elementen. Kunstenares Pamela Colman-Smith laat ook de vier symbolen van de kleine arcana, die op de tafel voor de magiër liggen, verwijzen naar het goddelijke en naar diverse aspecten van een kundalini-ontwaken. De vier azen van het deck, met de Hand van God die de symbolen vasthoudt, zijn hiervan een sprekend voorbeeld. Colman-Smith heeft zich voor deze kaarten laten inspireren door de Tarot van Marseille.

Het zwaard, de staf en de beker zijn eeuwenoude symbolen die in veel tradities worden gebruikt om te verwijzen naar een kundalini-ontwaken. Verassend genoeg, ook al in de 17e eeuwse Tarot van Marseille. We zien een goddelijke hand en goddelijk (kundalini-)vuur op de Azen van Zwaarden en Staven.

De kasteelachtige bovenkant van de kelk op de Aas van Bekers verwijst naar het Koninkrijk van God. De mysterieuze vloeistof die in drie golfjes over de rand van de kelk stroomt, staat voor de goddelijke energie die uitstroomt naar lichaam, hart (voelen) en hoofd (denken); een klassieke driedeling van de mens, die we ook in de Bijbelse symboliek terug zien.

Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood,
ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij;
Uw stok en Uw staf,
die vertroosten mij.

U maakt voor mij de tafel gereed
voor de ogen van mijn tegenstanders;
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
(Psalm 23: 4-5)

Ook de kaart Bekers Zeven van het RWS deck is zeer veelzeggend. Elke kelk op deze kaart laat een karakteristiek zien van de kundalini-energie:

  • Een slang => een klassiek symbool voor de kundalini-energie
  • Een draak => als de kundalini-energie gebruikt wordt voor het voeden van de dierlijke driften, is het een draak die overmeesterd moet worden
  • Het hoofd van een engel => een engel is een metafoor voor de (goddelijke) kundalini-energie
  • Een kasteel op een berg => het Koninkrijk van God
  • Juwelen => de innerlijke rijkdom/overvloed die het goddelijke brengt
  • Iemand onder een doek => door de zuiverende werking van de kundalini-energie wordt de mens onzichtbaar (ego-loos)
  • Een lauwerkrans met een doodshoofd (op de kelk zelf)=> overwinning op de dood

Net als de staf, is ook het zwaard een metafoor voor de wervelkolom van de mens met hierin stromend de kundalini-energie. Het beeld van een zwaard verwijst naar het innerlijke gevecht en de zuivering – het ‘weghakken’ van alles wat in de weg staat van God – die bij het proces van ontwaken horen.

Bekers Zeven (RWS)

Bekers Twee (RWS) met kundalini-symboliek

Uit: Aurora consurgens, 15e eeuw

Op deze illustratie uit de alchemie zien we de kundalini-energie gepersonifieerd door een gevleugelde vrouw (engel/Sophia), staand op de maan (symbool voor het vrouwelijke), met een zwaard in haar geopende buik. Haar zwarte huidskleur verwijst naar het verborgen/opgesloten (in het bekken) karakter van de kundalini (het thema van de ‘Zwarte Madonna’).

Het pentagram

Het pentagram is een symbool dat bijna zo oud is als de mensheid zelf. In veel tradities is het een hoog gewaardeerd esoterisch teken. Onder andere vanwege zijn bijzondere mathematische eigenschappen staat de vijfpuntige ster voor de volmaakte mens; voor de mens die het goddelijke heeft verwezenlijkt.

In de loop van de tijd kreeg het omgekeerde pentagram, met de punt naar beneden, de betekenis van satanisme. Met één punt omhoog staat de ster nu voor het heersen van het goddelijke over de materie (vier elementen). Met twee punten naar boven zijn het de lagere, dierlijke driften (satan) die regeren.

Uit: ‘De Alchemie van de Vrijmetselaar’, door François-Nicolas Noël, begin 19e eeuw.

Uit: ‘Le Barbier Medecin ou les Fleurs d’Hyppocrate’, door Jean Michault, 1672.

De Griekse godin Hygieia met pentagram, staf en slang.

Op de illustratie uit het boek van Jean Michault staan om het pentram heen de letters YGEIA. Dit verwijst naar het Griekse Hugieia dat heelheid/gezondheid betekent, en naar Hygieia, de godin van gezondheid en zuiverheid (hygiëne). Hygieia heeft als attribuut, net als haar vader Asclepius, de god van de geneeskunst, een staf met een slang. De diepere betekenis hiervan is dat een kundalini-ontwaken leidt tot (spirituele) heelheid en zuiverheid.

Op de illustratie van Michault zien we ook een draak afgebeeld. Deze staat voor de dierlijke driften in de mens die een bedreiging vormen voor godsrealisatie (‘Hugieia’).

De staf van Hermes

Tarot decks die voortkomen uit, of geïnspireerd zijn door, de 19e eeuwse occulte groepering The Golden Dawn brengen de magiër vaak in verband met de Griekse god Hermes (Mercurius bij de Romeinen). Door aanraking met zijn slangenstaf, de caduceus, kon Hermes mensen laten inslapen en wakker laten worden. Met andere woorden: spiritueel onbewuste mensen laten ontwaken.

Classic Golden Dawn Tarot (2004)

Knapp-Hall van Manley Hall (1929)

Hermetic Tarot van Godfrey Dowson (1980)

Thoth Tarot van Aleister Crowley (1969)

Op de kaart van de Classic Golden Dawn heeft de magiër een caduceus op zijn borst. Met zijn handen maakt hij, ter hoogte van zijn bekken, de figuur van een driehoek met de punt naar boven; het symbool voor het element vuur. Dit is een verwijzing naar het ‘kundalini-vuur’ bij het heiligbeen. Deze kaart is zonder kleur. Traditioneel werden de leden van de Golden Dawn geacht zelf hun tarotkaarten in te kleuren. Op de tafel liggen niet de vier symbolen van de kleine arcana, maar voorwerpen die verwijzen naar de Graal-legende: de Heilige Lans van Longinus, waarmee Jezus is doorstoken aan het kruis; Excalibur, het zwaard van koning Arthur; en de Heilige Graal zelf, waarmee het bloed van Jezus zou zijn opgevangen. De kubus staat voor het goddelijke. De vier voorwerpen liggen in de vorm van een pentagram.

Bij de Knapp-Hall Tarot is de staf van de magiër een caduceus. Geoffrey Dowson (Hermetic Tarot) heeft gekozen voor het afbeelden van de gehele figuur van Hermes/Mercurius. De magus van de Thoth Tarot is als het ware zelf een caduceus. Achter hem langs loopt een lange staf en ter hoogte van zijn hoofd zien we twee slangen. Aan zijn voeten zitten de vleugels van de god Hermes. Bovenaan de kaart zien we een neerdalende duif.

De Rider-Waite-Smith Magiër

De RWS Tarot legt een verband tussen de magiër en een alchemist. Rood en wit – de kleding van de magiër – zijn de kleuren die in de alchemie staan voor de twee polen van de dualiteit, die versmolten moeten worden tot een (goddelijke) eenheid. Op het energetische niveau gaat het hier om twee energiebanen, langs de wervelkolom, die in de yogatraditie ida-nadi (het vrouwelijke, wit) en pingala-nadi (het mannelijke, rood) heten. Het zijn tevens de twee slangen die langs de staf van de god Hermes kronkelen.

In de alchemie wordt vaak gebruik gemaakt van beelden uit de natuur, bijvoorbeeld bloemen. Op de afbeelding uit het manuscript van Basilius Valentinus zien we een koning – symbool voor de alchemist die het goddelijke heeft verwezenlijkt – wijdbeens staand tussen een roos (rood) en een lelie (wit). Het zijn dezelfde bloemen die we ook zien op de RWS kaart van de Magiër.

Hij houdt een zon en een maan in zijn handen. Ook dit zijn symbolen die de dualiteit uitdrukken. Het embleem met de mythische figuur Hermes Trismegistus illustreert dat de versmelting van deze polen plaatsvindt door de inwerking van (kundalini-) vuur.

Uit een alchemistisch manuscript van Basilius Valentinus, 1613

Hermes Trismegistus, uit: Viridarium Chymicum, van D. Stolz von Stolzenberg, 1624

Het lemniscaat, boven het hoofd van de RWS-magiër, is een universeel symbool dat deze versmelting tot uitdrukking brengt. Om het middel van de magiër zien een zogenaamde ouroboros; een slang die zijn eigen staart opeet. De ouroboros is een eeuwenoud symbool, ook uit de alchemie, dat met zijn cirkelvorm staat voor de cyclische natuur van de schepping en de eenheid die eraan ten grondslag ligt. Deze ouroboros als riem symboliseert dat de dierlijke driften (de onderbuik) overwonnen moeten worden om het goddelijke te kunnen ervaren.

Met zijn armen, één omhoog en één naar beneden wijzend, drukt de magiër de verbinding van hemel en aarde uit. De opgeheven staf moet ons vertellen hoe deze verbinding tot stand komt: door het laten opstijgen van de kundalini. De staf heeft twee kleine knoppen, een subtiele verwijzing naar de versmelting van de polariteit, die tot stand gebracht moet worden.

Colman-Smith heeft voor de goede speurder nog een extra aanwijzing aangebracht die de diepere betekenis van de deze kaart moet verduidelijken. Op de rand van de tafel, rechts, zien we een opstijgende vogel . Dit is de duif van de Heilige geest, die ook is afgebeeld op de Aas van Bekers. In de Bijbel lezen we echter dat de Heilige Geest, in de vorm van een duif, neerdaalt op Jezus:

En het geschiedde, toen al het volk gedoopt was, en Jezus ook gedoopt was en aan het bidden was, dat de hemel geopend werd, en dat de Heilige Geest op Hem neerdaalde in lichamelijke gedaante als een duif. (Lucas 3:21-22)

Bloed van de Verlosser, door Bartolomeo Passarotti, 16e eeuw, Museum of Fine Art, Boston.

De Heilige Geest is de christelijke benaming van de kundalini-energie. De Bijbel is geschreven in beeldtaal. Innerlijke processen zijn verpakt in beelden die de grote massa kon begrijpen. Een duif die neerdaalt staat voor de kundalini-energie die opstijgt. Colman-Smith wist dit en heeft deze esoterische kennis verborgen in de kaart van de Magiër.

Dit is tevens de verklaring voor de omgekeerde M op de Aas van Bekers, een mysterieus detail dat tarot-analysten al een eeuw lang bezig houdt. Wat is de betekenis hiervan? De M staat voor de god Mercurius en verwijst naar het water dat uit de beker stroomt. In de alchemie wordt de kundalini-energie Mercuriaal water genoemd.

De omgedraaide M geeft aan dat we kaart moeten omkeren om de betekenis ervan te begrijpen. Het water dat uit de beker stroomt en de duif staan beiden voor de opstijgende kundalini-energie. De vijf waterstralen verwijzen naar het pentagram (de voltooide mens).

Ook in de schilderkunst kunnen we deze diepere betekenis van Bijbelverhalen terugvinden. Altijd subtiel, want esoterische kennis kon niet openlijk worden getoond of uitgesproken. Op het schilderij van Bartolomeo Passarotti, uit de 16e eeuw, wordt op inventieve wijze een verband gelegd tussen de duif van de Heilige Geest, de opstijgende kundalini-slang, de opstanding van Jezus, en de Heilige Graal. Voor meer achtergrondinformatie en uitleg verwijs ik de lezer graag naar mijn boeken.

De staf van Mozes

De afbeelding in mozaïek van de magiër in kasteel Château des Avenières heeft een aantal nieuwe elementen ten opzichte van de hiervoor besproken decks. Op tafel ligt een schotel met een hexagram erop. Deze zespuntige ster, ook een klassiek symbool, staat voor de versmelting van de tegenstellingen (het samengaan van twee driehoeken). Het heft van het zwaard is versierd met toepasselijke maansymboliek, een verwijzing naar de ‘godinnen-energie’ waar het zwaard voor staat. De kundalini-energie wordt in veel tradities gezien als een vrouwelijk aspect van God.

Het meest opvallend is de smalle waterstroom die tussen de voeten van de magiër door meandert. Ook dit is een metafoor voor de kundalini-energie, die ontleend is aan het Oude Testament. Als het volk van Mozes door de woestijn doolt, op zoek naar het beloofde land, krijgt het dorst en begint te morren. Mozes slaat dan met zijn staf – die ook in een slang kan veranderen – op een rots, en er komt water uit de stenen stromen (Exodus 17:6). Jezus noemt dit in het Nieuwe Testament ‘levend water’. Water dat je (spirituele) dorst voor altijd lest:

…wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven. (Johannes 4:14)

De Magiër van Château des Avenières

Mozes slaat met zijn staf op een rots en er komt water uit.

Conclusie

De kaart van De Magiër staat voor het verbinden van hemel en aarde. Voor transformatie en zelfverwezenlijking. De magiër is een alchemist. Zijn Magnum Opus is het innerlijke goud. Zijn staf, waarmee hij magie bedrijft, is de staf van Hermes/Mercurius; zijn wervelkolom met erin stromend de Geest van God.

Dragons Tarot
(Lo Scarabeo 2004)

Het innerlijke werk van de magiër wordt in prachtige beelden duidelijk gemaakt. De brandende kaars op tafel heeft de vorm van een pijnappelklier. Als het kundalini-vuur (de brandende staf) is aangekomen bij de pijnappelklier, midden in het hoofd, worden hormonen en opiaatachtige stoffen aangemaakt die een Godservaring geven. Vóór die tijd is het de taak van de magiër om de dualiteit (wit en rood van schaakbord) in zichzelf tot een eenheid te brengen (het beeldje van man en vrouw omstrengeld). Op het schaakbord vindt het gevecht plaats tussen zijn hogere natuur (de witte engelen) en zijn lagere, dierlijke natuur (de rode duiveltjes). De dreigende draak staat voor de dierlijke driften van de magiër die het goddelijke licht zullen doven als hij niet oplet!

Tarot of Mermaids
(Lo Scarabeo 2003)

Behalve een caduceus, zien we op deze kaart ook een zogenaamde ‘drietand’, het attribuut van de zeegod Poseidon (Neptunus). De drietand heeft als symbool dezelfde betekenis als de caduceus. De drie tanden staan voor de drie energiebanen die betrokken zijn bij een kundalini-ontwaken.

Golden Tarot of the Tsar
(Lo Scarabeo 2003)
© of images belong to Lo Scarabeo

De keuze van Jezus als magiër is zeer toepasselijk. Het hier afgebeelde verhaal van Lazarus die uit de dood wordt opgewekt is een metafoor voor een innerlijke ‘opstanding’, of spiritueel ontwaken. Het gebaar dat Jezus met zijn rechthand maakt is wat ik noem ‘het teken van het heilige huwelijk’: het samengaan van het mannelijke en vrouwelijke in de mens, waarna een vereniging met God volgt. Voor een volledige analyse van dit Bijbelverhaal, verwijs ik de lezer graag naar mijn boeken Ecce Homo en Kundalini-ontwaken.

Tarot of the Angels
(Lo Scarabeo 2008)
© of images belong to Lo Scarabeo

De magiër/alchemist wordt geholpen door een engel. Eenieder die kiest voor deze weg ontvangt leiding en steun vanuit de goddelijke dimensies!

Arcus Arcanum Tarot
(AGM Müller 1987)

De grote witte boog op deze kaart van de Duitse striptekenaar Hansrudi Wascher vat kernachtig het werk van de magiër samen: het versmelten van de dualiteit van de schepping – de Alpha en Omega, in Bijbelse termen – tot een eenheid (het lemniscaat).

Mona Lisa Tarot
(Lo Scarabeo 2008)
© of images belong to Lo Scarabeo

Een magiër/alchemist aan het werk in zijn laboratorium. Op zijn tafel zien we waar het in de alchemie werkelijk om draait: werken aan hart en hoofd (hersenen).

Dark Exact deck
(Coleman Stevenson 2016, self published)
http://colemanstevenson.wixsite.com/projects

Een originele invalshoek: het werk van de magiër helder weergegeven in de taal van de alchemie. De kolf is de alchemist zelf, waarin het Magnum Opus plaatsvindt. Het plantje is een saffraankrokus (crocus sativus). Saffraan is een zeer kostbare specerij, met een geneeskrachtige werking. Iedere bloem heeft drie stampers die met zorg geplukt en behandeld moeten worden om saffraan te verkrijgen. Een mooie metafoor voor het ontluiken van de innerlijke ‘kundalini-bloem’, waarbij drie energiebanen zijn betrokken.
Rechts het symbool voor het einddoel van de alchemist: de ‘Steen der Wijzen’ (lapis philosophorum) – het innerlijke goud. Links het symbool voor platina, dat staat voor volharding, vastbeslotenheid en voltooiing.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie Magazine (mrt ’19). Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh

© of images belong to Lo Scarabeo.
Foto’s Châteaux de Avenières: http://hermetism.free.fr/Avenieres

By |2019-06-15T20:41:24+00:00maart 4th, 2019|Paravisie, Tarot|Reacties uitgeschakeld voor Tarot 1. De Magiër

Tarot 0. De Dwaas

0. De Dwaas

De grote arcana van de tarot bestaat traditioneel uit 22 kaarten. Arcana komt van het Latijnse arcanum, dat geheim betekent; een verwijzing naar de esoterische (geheime) kennis die de ontwerpers vanaf de 18e eeuw zijn gaan verwerken in de kaarten.

De betekenis van de archetypes en symbolen die worden gebruikt in de hedendaagse versies van de grote arcana kan niet los worden gezien van de ontwikkelingsgeschiedenis van de kaarten. De eerste eeuwen werd de Dwaas afgebeeld als een haveloze randfiguur, zonder broek aan. Hij leeft in zijn eigen wereld en trekt zich – ogenschijnlijk – niets aan van de kinderen om hem heen die hem pesten (zie illustraties).

Visconti Sforza deck (1454)

Charles VI deck (± 1465)

D’Este deck (± 1473)

In het haar van de dwaas op het Visconti Sforza deck zijn veren gestoken; een verwijzing naar de lichtheid/leegheid van zijn gedachtewereld. Dit beeld wordt onderstreept door de lege blik waarmee hij voor zich uit staart.

De expliciete naaktheid van de dwaas op het d’Este deck, in combinatie met de kinderen die zijn broek naar beneden trekken, zou nu absoluut niet meer kunnen. En blijkbaar vond men ook in de 17e eeuw al dat onschuld en waanzin beter op een andere manier uitgebeeld kon worden, want op de allereerste Tarot van Marseille, het tarotspel dat de basis heeft gelegd voor alle hedendaagse decks, zien we dat de kinderen vervangen zijn voor een kat (of is het een hond?) die naar de geslachtsdelen van de dwaas springt.

Tarot van Marseille, door Jean Noblet (± 1650)

Etteilla Thoth Tarot (begin 19e eeuw)

Tarot van Oswald Wirth (1889)

De Etteilla Thoth Tarot van Jean-Baptiste Alliette, uit 1793, is het eerste deck waarin zichtbaar esoterische symboliek is verwerkt. Op de kaart van de Dwaas zien een nar die zijn handen voor zijn ogen houdt. De kaart gaat vanaf nu steeds duidelijker onwetendheid, ‘niet willen zien’, uitbeelden. De andere kaarten van de grote arcana komen te staan voor aspecten van de spirituele weg.

De nar, al dan niet met blote billen, krijgt in de tarot vanaf nu de diepere betekenis van ‘de dwaas’ die niet de weg naar het Koninkrijk van God gaat. De basis voor deze uitleg zijn Bijbelcitaten als:

Want u zegt: Ik ben rijk en steeds rijker geworden en heb aan niets gebrek, maar u weet niet dat juist u ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt bent. (Openbaring 3:17)

De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. (Psalm 53:2)

Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God… (1 Kor. 3:19)

Oswald Wirth voegt aan de kaart van de Dwaas in zijn tarot deck (1889) een krokodil en een omgevallen obelisk toe. Twee thema’s die overgenomen zullen worden door vele andere decks. Zowel de krokodil als de obelisk verwijst naar spirituele onbewustheid.

Krokodil

Een krokodil staat in veel spirituele tradities voor onze meest primitieve driften. Voor de instinctieve impulsen uit ons ‘reptielenbrein’ (dat deel van onze hersenen dat ook bij reptielen actief is). Opgegeten worden door een krokodil betekent symbolisch gezien volkomen onbewust in het leven staan; voortgedreven worden door dierlijke instincten in plaats van door het hart of de ziel. Een materialistische en genotzuchtige levensstijl.

Een belangrijke demon in het Oude Egypte was Ammit of Ammut, de ‘Verslinder van de Doden’. Ammit werd afgebeeld als een samenstelling van de drie gevaarlijkste dieren in Egypte in die tijd: een krokodil, een leeuwin of luipaard, en een nijlpaard. Ammit verslond de harten van degenen die een slecht/zondig leven hadden geleid.

In het Hindoeïsme is het overwinnen van een krokodil een mythisch thema. Wie zien goden soms afgebeeld rijdend op een krokodil, hetgeen meesterschap over de dierlijke driften symboliseert.

De Egyptische demon Ammit, ‘Verslinder van de Doden’

De olifant Gajendra wordt bevrijd door de god Vishnoe

De riviergodin Ganga zittend op haar krokodil

De zeegod Varuna op zijn Makara, een krokodil-achtig wezen.

Een ander voorbeeld is de legende Gajendra en Moksha (de verlichting van Gajendra) uit een van de heilige geschriften van het Hindoeïsme.

De olifant Gajendra wordt tijdens het baden in een meer, pijnlijk gebeten in zijn poot door een krokodil en krijgt zichzelf met geen mogelijkheid meer vrij. Aan het einde van zijn krachten (volgens de legende na meer dan duizend jaar) smeekt hij de god Vishnoe om hulp. Als offer houdt hij hierbij een lotus in de lucht. Vishnoe bevrijdt Gajendra door de krokodil te onthoofden met zijn Sudharshana Chakra (een ronddraaiende discus met scherpe kartels).

Het verhaal is een metafoor voor spiritueel ontwaken. De krokodil staat voor de dierlijke driften in ons onderbewuste (het meer). De lotus die omhoog gehouden wordt door Gajendra staat voor een geopend kruinchakra. De moraal van deze mythe is dat Moksha (de staat van verlichting) alleen bereikt kan worden als de dierlijke driften zijn overwonnen. De mens kan dit echter niet op eigen kracht tot stand brengen. Je gaat dit proces aan samen met God.

Omgevallen obelisk

Om de aanwezigheid van de omgevallen obelisk in de kaart van Dwaas te begrijpen, moeten we eerst naar de diepere laag van de tarot, die ruim een eeuw geleden is aangebracht door vooraanstaande occultisten als Oswald Wirth, Arthur Edward Waite en Aleister Crowley. Onder hun invloed zijn de kaarten van de grote arcana gaan verwijzen naar onze mogelijkheid tot een kundalini-ontwaken. Gebruikmakend van de kundalini-symboliek uit diverse spirituele tradities, hebben de geestelijke vaders van de grote arcana een plattegrond gemaakt van de weg die nodig is om de goddelijke energie in het bekken (bij het heiligbeen!) te laten ontwaken.

Een Egyptische obelisk

Een pilaar is een universeel symbool voor de wervelkolom, met daarin de ontwaakte kundalini. Zo ook de obelisk uit het Oude Egypte. Deze hoge stenen kolommen, met de vorm van versteende zonnestralen, symboliseerden de zonnegod Ra. Ze werden geassocieerd met wederopstanding en onsterfelijkheid. Ook werd geloofd dat de geest van Ra in de obelisken woonde. Allemaal eigenschappen die verwijzen naar de goddelijke (zonne-)energie in de wervelkolom van een ontwaakte (‘opgestane’) mens.

Als we deze betekenis van een rechtopstaande obelisk doortrekken naar een liggend exemplaar, dan staat dit voor een wervelkolom waarin de kundalini (nog) niet stroomt: de wervelkolom van de spiritueel onbewuste dwaas.

De toevoeging van een krokodil aan een liggende obelisk, geeft symbolisch het beeld van de kundalini-energie die gebruikt wordt voor het bevredigen van de dierlijke instincten (de lagere chakra’s), in plaats van het verwezenlijken van het hogere.

Château des Avenières

De tarot, uitgevoerd in mozaïek, van Château des Avenières heeft veel overeenkomsten met de Oswald Wirth tarot. De dwaas draagt ook hier narrenkleding met een afhangende broek (spirituele ‘naaktheid’). Zijn bewustzijn is vernauwd. Hij draagt slechts één schoen en lijkt zich niets aan te trekken van de hond die in zijn been bijt. Het gevaar van de krokodil en de afgrond vóór hem lijkt hij niet te zien. Zijn ogen zijn gericht op de maan, een nieuw ingebracht element.

De tarot, uitgevoerd in mozaïek, van Château des Avenières heeft veel overeenkomsten met de Oswald Wirth tarot. De dwaas draagt ook hier narrenkleding met een afhangende broek (spirituele ‘naaktheid’). Zijn bewustzijn is vernauwd. Hij draagt slechts één schoen en lijkt zich niets aan te trekken van de hond die in zijn been bijt. Het gevaar van de krokodil en de afgrond vóór hem lijkt hij niet te zien. Zijn ogen zijn gericht op de maan, een nieuw ingebracht element.

De steeds wassende en afnemende maan is een universeel symbool voor het niet-permanente karakter van de fysieke realiteit. Al het aardse is onderhevig aan cycli van geboorte en sterven, verval en vernieuwing. De maan symboliseert ook de dualiteit; de tegenstellingen waaruit de aardse realiteit is opgebouwd. De altijd schijnende zon vertegenwoordigt het goddelijke, dat eeuwig, één, en onveranderlijk is. Gericht zijn op de maan verwijst naar spirituele onbewustheid, naar gevangen zitten in de dualiteit.

De Dwaas van Chateaux des Avenières

De Griekse god Hermes met caduceus

De afgrond op de afbeelding staat voor het onderbewuste, waar dwaas in zal vallen als hij naar de maan blijft kijken. Uniek voor deze tarotuitvoering is de muts van de nar, die vleugels heeft. Dit is een verwijzing naar de Griekse god Hermes (Mercurius bij de Romeinen), die een helm heeft met twee vleugels. Hermes met zijn slangenstaf, de caduceus, staat voor de goddelijke kundalini-energie.

Een narrenkap, in plaats van een helm, met vleugels symboliseert, net als de liggende obelisk, dat het spirituele potentieel van de Dwaas niet ontwikkeld is.

Alle elementen op deze kaart sluiten qua boodschap bij elkaar aan en versterken elkaar. De dwaas gaat niet de weg naar God (dat maakt hem een dwaas en ‘naakt’). Hij is gericht op de materie (de maan) en staat op het punt om te sterven in spiritueel opzicht (vallen in afgrond of opgegeten worden door krokodil).

De Rider-Waite-Smith (RWS) Tarot

Met zijn deck, dat in 1909 uitkomt, breekt Arthur E. Waite met een aantal van de op dat moment ongeschreven regels en gewoontes qua ontwerp en volgorde van de tarotkaarten. Zijn Dwaas is niet een armoedige nar met een beperkt verstand, maar een vrolijke, levenslustige jongeman met de kleren van een prins. Uitvoerend kunstenares Pamela Colman-Smith heeft er een zonnige kaart van gemaakt met veel nieuwe symbolische elementen.

Waite en Colman-Smith hebben ervoor gekozen om juist het spirituele potentieel van deze eerste kaart (volgens sommigen de laatste kaart) van de grote arcana te benadrukken. We zien een jongeman die onbezorgd rondstapt in een gevaarlijke omgeving (afgrond). Dit is positief uit te leggen als onschuld en optimisme, gevoed door een vertrouwen op God. Een grondhouding die ook in dit geval door Bijbelcitaten wordt ondersteund.

Als iemand onder u denkt dat hij wijs is in deze wereld, laat hij dwaas worden, opdat hij wijs zal worden. (1 Kor. 3:18)

Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen. (1 Kor. 1:27)

Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet binnengaan. (Marcus 10:15)

Colman-Smith heeft diverse elementen verwerkt die de dwaas een potentieel van een spiritueel ontwaken geven. Bij haar geen omgevallen obelisk, maar verwijzingen naar de caduceus, de staf van de god Hermes, die staat voor een kundalini-ontwaken.

De rode veer die in een S-vorm langs de staf van de dwaas ligt, staat voor de goddelijke energie die vanaf het eerste chakra (kleur rood) opstijgt naar de kruin, zoals de slangen die langs de caduceus omhoog kronkelen. Op kaart nummer 19, de Zon, zien we deze rode veer terug. Nu staat hij rechtop op het hoofd van het kind: het proces van ontwaken is voltooid.
De armen van de dwaas vormen dezelfde spiraalbeweging als de veer, hetgeen het beeld van de stromende kundalini-energie versterkt.

Aan het einde van de staf hangt een tas met de kop van (waarschijnlijk) een adelaar erop. De adelaar, de koning der vogels, is een universeel symbool voor bewustzijnsverruiming en het goddelijke. Een slim alternatief, bedacht door Colman-Smith, voor de twee vleugels bovenaan een caduceus. De staf van de Dwaas wijst naar de zon, symbool voor het goddelijke.

De figuur van een prins staat ook voor een spiritueel potentieel, namelijk het vooruitzicht van een spiritueel koningschap. Een prins staat voor de belofte van het Koninkrijk van God. In sprookjes en mythes is dit een archetypisch thema: de prins die allerlei (spirituele) moeilijkheden moet overwinnen, voordat hij kan trouwen met de prinses (het heilige huwelijk), en op de troon van zijn vader (lees: Vader) kan plaatsnemen. Als illustrator van kinderboeken kende Colman-Smith ongetwijfeld dit thema en de diepere betekenis ervan. Kaart 4 van de grote arcana, de Keizer, staat voor het verworven spirituele koningschap.

Op de kleding van de prins/dwaas zien we het symbool voor Ether: een wiel met acht spaken. Ether, of energie, is het vijfde element, gezien vanuit een pentagram, en staat in spiritueel opzicht voor de (inwerking van de) Geest.

De witte roos in de hand van de dwaas een klassiek symbool voor onschuld, zuiverheid en kuisheid. In het RWS-deck komt de witte roos terug bij kaart nummer 13, de Dood. Ze heeft hier de betekenis van spirituele uitzuivering. Op de helm van de Dood zien we opnieuw een rode veer: deze moet ons vertellen dat de de kundalini-energie de werkende kracht in het zuiveringsproces is.

De Thoth Tarot

De Thoth Tarot van Aleister Crowley, die voor het eerst uitkwam in 1969, pas 22 jaar na de dood van Crowley, lijkt op geen enkele wijze op zijn voorgangers. Uitgevoerd in een geheel eigen stijl en boordevol symboliek, heeft dit deck sindsdien talloze kunstenaars geïnspireerd bij hun versie van de tarot.

De Dwaas van de Thoth Tarot

De hindoegodin Durga

Ook bij Crowley’s versie van de Dwaas ligt de nadruk op zijn spirituele potentieel. Dit komt tot uiting door symbolen als de caduceus, de vlinder, de witte duif (de Heilige Geest), een zak munten met tekens van de zodiak en planeten, de gier (het Oude Egypte), en de druiventros (goddelijke extase). De groene kleding verwijst naar de mythische ‘Groene Man’ en de lente, en daarmee naar vruchtbaarheid. Hij maakt met beide benen een enthousiaste sprong voorwaarts het ongewisse in.

De zon ter hoogte van zijn kruis is een onvalste verwijzing naar de kundalini-energie. De dennenappel bovenop de caduceus staat voor de pijnappelklier, die door de kundalini wordt geactiveerd als deze is opgestegen naar de kruin. De tijger symboliseert het gevaar dat de dwaas het hoofd moet bieden tijdens zijn spirituele reis. Dit dier staat voor de energie van het tweede chakra (kleur oranje). Als de kundalini-energie niet omhoog geleid wordt na het ontwaken, maar blijft ‘hangen’ in de buik en wordt aangewend voor seksuele activiteiten (tweede chakra), leidt dit tot de spirituele dood (opgegeten worden door de tijger).

Waar de krokodil (onderaan de kaart) staat voor onze dierlijke driften in het algemeen, staat de tijger meer specifiek voor de seksuele energie. In het Hindoeïsme wordt de tijger – net als de krokodil – gebruikt als rijdier van de goden. De boodschap is: wie het goddelijke wil ervaren moet meesterschap verwerven over het dierlijke.

Conclusie

De tarot heeft zich in de loop der eeuwen ontwikkeld van een kaartspel voor verstrooiing en vermaak tot een set van 78 kaarten met diepgaande spirituele wijsheid. Was de Dwaas in de 14e eeuw nog een maatschappelijke randfiguur, heden ten dage staat hij voornamelijk voor spiritueel potentieel. Sommige decks benadrukken zijn spirituele onbewustheid – de armoede van het leven zonder God -, andere benaderen het positiever en focussen op zijn kinderlijke onschuld en toekomstige mogelijkheden, die in beeld gebracht worden door de overige kaarten van de grote arcana. Arthur E. Waite (RWS-deck) noemde de dwaas: de geest die op zoek is naar ervaring.

In Bijbelse termen is de dwaas ‘de verloren zoon’ die de weg terug gaat naar zijn vader (lees: God), nadat hij eerst helemaal is vastgelopen in het (aardse) leven.

De Dwaas is zich niet bewust van ‘het kindschap God’s …’ (B.Ph. van Bonnardt, 1947)

Knapp-Hall Tarot (1929) van de schrijver Manly P. Hall

De blinddoek verwijst naar spirituele blindheid.

Classic Golden Dawn Tarot (2004)

De dwaas is hier puur en onschuldig ‘als een kind’ (Bijbel), met meesterschap over zijn dierlijke driften (de wolf). Hij plukt een witte roos (zuiverheid) met vijf bloemblaadjes (verwijzing naar het pentagram) van een boom (symbool voor de ontwaakte kundalini-energie). In essentie is dit een beeld van het einde van een spirituele reis.

The Sun and Moon Tarot (2010) van de Belgische Vanessa Decort

Zowel de spirituele gevaren als het groeipotentieel worden helder weergegeven.

De Haindl Tarot (1990) van de Duitse kunstenaar Hermann Haindl

Toelichting bij deck: ‘De gewonde zwaan vertegenwoordigt de zondeval, het vertrek van de mensheid uit de tuin van Eden’. Deze symboliek is ontleend aan de Graalroman Parzifal, ‘de reine dwaas’, waarin de hoofdpersoon met zijn pijl en boog een onschuldige vogel (een zwaan in Wagners gelijknamige opera) doodt. Haindl legt hiermee een verband tussen de Dwaas van de tarot en de zoektocht naar de Heilige Graal.

D’Morte-Disney deck (momenteel niet verkrijgbaar)

Pinokkio als de Dwaas is een schot in de roos!
Carlo Lorenzini, de geestelijke vader van Pinokkio was vrijmetselaar. Het verhaal van de houten pop (symbool voor spirituele onbewustheid) die op reis gaat en een mens wil worden van vlees en bloed, is een metafoor voor de reis van spiritueel ontwaken.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie Magazine (feb ’19). Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh

Illustrations from the tarot decks, reproduced by permission of U.S. Games Systems, Inc., Stamford, CT 06902. c. by U.S. Games Systems, Inc. All rights reserved.

Foto’s Châteaux de Avenières: http://hermetism.free.fr/Avenieres/index.htm

By |2019-07-03T09:42:11+00:00februari 28th, 2019|Paravisie, Tarot|Reacties uitgeschakeld voor Tarot 0. De Dwaas

De spirituele weg van ontlediging

De spirituele weg van ontlediging

De gemiddelde westerse mens zit ‘vol’: vol met gedachten, gevoelens, prikkels, onrust, stress, en vooral ook vol met ego. Wij zijn vol van onszelf. En in wie vol is van zichzelf is geen plaats voor God.

De weg naar God is een weg van leeg worden, in vele opzichten: ontstressen, onthechten, het moeras van het onbewuste droogleggen, en het ‘uitkleden’ van je ego. Alleen naakt kunnen we God zien van aangezicht tot aangezicht(1)

Meestal wordt het dit proces van ontlediging niet expliciet toegelicht in spirituele tradities, maar worden slechts metaforen gebruikt waaraan de spirituele zoeker zelf geacht wordt een invulling te geven. Voorbeelden hiervan zijn de metafoor van onthoofding, van gezichtsbedekking, van onzichtbaarheid, en van een grote schoonmaak.

Onthoofding

Een prachtig voorbeeld van een onthoofding met een spirituele betekenis is de hindoegod Ganesha. Deze populaire god met het olifantenhoofd belichaamt de verlichte mens. Ganesha wordt volgens de mythes in zijn jonge jaren onthoofd door zijn vader, de god Shiva, tijdens een woede-uitbarsting. Vol berouw plaats deze daarna een olifantenhoofd op de schouders van zijn zoon.

Het hoofd is de zetel van het ego. De spirituele aspirant die bevrijd is van het ego ervaart een geestelijke wedergeboorte. Het olifantenhoofd, met zijn grote oren en hersenen, staat voor de verscherpte zintuigen en het verruimde bewustzijn van deze verlichte mens.

De hindoegod Ganesha. Met slechts één voet staat hij op de aarde, symbool voor het overstijgen van de dualiteit: hij heeft het goddelijke verwezenlijkt.

David met het hoofd van Goliath.

In de hindoe-iconografie ligt vaak een doorkliefde kokosnoot aan de voeten van Ganesha (zie illustratie). Een van de rituelen in het hindoeïsme is het breken van een kokosnoot voor Ganesha. De harige kokosnoot lijkt enigszins op het hoofd van een mens. De achterliggende symboliek van het ritueel is het kraken van de ‘harde noot’ van ons ego voor God.

Een ander voorbeeld is het Bijbelverhaal van de onthoofding van Goliath door de jonge schaapherder David (2). De enorme reus Goliath staat symbool voor het ego van David dat moet sneuvelen, wil hij koning van Israel (een Bijbelse metafoor voor godsrealisatie) kunnen worden. Met een steen uit zijn slinger treft David tijdens een tweegevecht zijn tegenstander Goliath precies tegen het voorhoofd; energetisch de plaats in de mens waar het ego sterft. Daarna onthooft hij hem met zijn zwaard.

Gezichtsbedekking

Het laten verdwijnen van een gezicht is ook een vorm van beeldtaal om het verdwijnen van het ego uit te drukken. De profeet Mozes heeft een indrukwekkende ontmoeting met God op een berg (symbool voor bewustzijnsverruiming). Veertig dagen en nachten (symbool voor een periode van transformatie) verblijft hij op de berg. Als hij weer naar beneden komt bedekt hij zijn gezicht met een doek op de momenten dat hij de Israëlieten toespreekt(4). Hiermee willen de Bijbelschrijvers aangeven dat Mozes niet meer spreekt vanuit zijn (verdwenen) ego, maar vanuit God.

Ook het gezicht van de profeet Elia verdwijnt na een ontmoeting met God op een berg. In een grot, op de top van de berg, voelt Elia eerst een sterke wind voorbijkomen die de bergen splijt en rotsen breekt; daarna volgt een aardbeving en tot slot een vuur (5). Deze indrukwekkende beelden beschrijven een innerlijke ontlediging: Elia die wordt ‘opengebroken’, gezuiverd en getransformeerd.

En na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte.
En het gebeurde, toen Elia dat hoorde, dat hij zijn gezicht met zijn mantel omwikkelde, naar buiten ging en in de ingang van de grot bleef staan. En zie, een stem kwam tot hem, die zei: Wat doet u hier, Elia?(6)

Na het natuurgeweld is het stil. Dit is de innerlijke stilte die de mens ervaart na de voltooiing van het proces van ontlediging. Elia wikkelt zijn mantel om zijn gezicht: zijn ego is ‘onzichtbaar’ geworden door het zuiveringsproces. Het is nu volledig transparant, als een schoongewassen raam. Het goddelijke licht kan er ongehinderd doorheen stromen. Net als bij Mozes stelt dit Elia in staat om de stem van God te horen.(7)

Medusa door Caravaggio, 1592–1600.

Onzichtbaarheid

Onzichtbaarheid is ook een metafoor voor egoloosheid. De Griekse god Hermes bezit een helm die hem onzichtbaar kan maken; de zogenaamde Helm van Hades. Hermes leent zijn helm uit aan Perseus als deze de confrontatie aangaat met de beruchte gorgo Medusa. Perseus wordt op pad gestuurd om het hoofd van Medusa te bemachtigen; een levensgevaarlijke taak want ieder die haar in de ogen kijkt versteent. Door de Helm van Hades lukt het Perseus om Medusa ongezien te benaderen en haar hoofd af te hakken.

Ook deze onthoofding gaat over ontlediging. Medusa heeft slangen op haar hoofd in plaats van haren; dit staat voor ‘giftige’ gedachten die voortkomen uit het ego, en die contact met God in de weg staan.

Verstening is een prachtige metafoor voor de innerlijke wereld van een mens die ‘vast zit’ in zijn verleden: in ingesleten patronen, oude pijn en valse overtuigingen. Het ego is als het ware ‘versteend’. Het is bewegingloos en levenloos.

Deze mythe gebruikt zowel de metafoor van onzichtbaarheid als die van onthoofding voor haar spirituele boodschap: de noodzaak van ontlediging voor de verwezenlijking van het goddelijke. De vleugels op de Helm van Hades staan voor een bewustzijnsverruiming.

Perseus met het afgehakte hoofd van Medusa, een beeld van Cellini (1545–54).

Een uitbeelding van het Magnum Opus (metafoor voor godsrealisatie) van de alchemist. De Helm van Hades maakt het gezicht onzichtbaar. (Uit het alchemistische traktaat Wasserstein der Weysen van Johann Ambrosius Siebmacher, 1619)

Een grote schoonmaak

Ontlediging wordt soms ook verbeeld door een proces van zuivering. Een bekend voorbeeld is de zondvloed van Noach. De enorme watervloed waar mens en dier in omkomen, staat voor het ‘schoonspoelen’ van de spirituele zoeker (Noach). Al het oude (het ‘zondige’) wordt uitgezuiverd. Als het water weer gaat zakken, strandt de ark van Noach op een bergtop (symbool voor een bewustzijnsverruiming).(8)

Een tweede voorbeeld is de schoonmaakklus waar de Griekse halfgod Herakles voor komt te staan: het uitmesten van de stallen van koning Augias. Deze taak is de vijfde van de twaalf ‘werken’ (opdrachten) die Herakles in opdracht van koning Eurystheus moet uitvoeren. De twaalf werken staan voor de uitdagingen waarvoor de mens geplaatst wordt die het goddelijke wil verwezenlijken.

Koning Augias bezat 3000 runderen en de stallen waren al 30 jaar niet schoongemaakt. Een gigantische klus dus, die ons moet vertellen dat spirituele ontlediging geen eenvoudig karweitje is. Het getal 3 verwijst naar de drie aspecten van de mens, die allen moeten worden uitgezuiverd: lichaam, hoofd (denken) en hart (gevoel). Deze mythe heeft zijn weg gevonden naar onze spreekwoorden en uitdrukkingen: een ‘Augiasstal’ staat voor een enorme hoeveelheid vuil.

Johannes de Doper

Het ultieme voorbeeld van een mens die erin is geslaagd om zichzelf volkomen te ontledigen, en waarvan dit tot de rest van de wereld is doorgedrongen, is Johannes de Doper.

Johannes wordt gezien als degene die de komst van de Messias eerst voorspelt en vervolgens Jezus als ‘het Lam van God’ herkent bij zijn doop in de Jordaan. Zo wordt hij in de Bijbel gepresenteerd, en Johannes paste daarmee in het verwachtingspatroon van de Joden die er, op basis van de profetieën in het boek Maleachi, van uitgingen dat de komst van de lang verwachte Messias zou worden voorafgegaan door een grote profeet.

Johannes de Doper was echter niet slechts de aankondiger van Jezus. Hij was Jezus. Hij werd een Christos, een gezalfde, na een lang proces van godsrealisatie, een moment dat in alle evangeliën symbolisch wordt weergegeven als de doop van Jezus door Johannes in de Jordaan.

Omdat Johannes niet voldeed aan de verwachtingen die de Joden hadden over de Messias, geven de evangelisten hem postuum een nieuwe naam en een nieuwe identiteit, die verwijst naar een figuur uit het Oude Testament: Joshua de zoon van Nun, hetgeen, vrij vertaald, de zoon van God betekent.

De evangeliën staan vol met subtiele aanwijzingen die deze stelling onderschrijven. Hiervoor moet je soms wel terug naar de Griekse bronteksten. Ik heb hierover het boek geschreven Johannes de Doper die Jezus de Christus werd.

Onthoofding Johannes

Eén van deze aanwijzingen is dat Jezus begint met zijn openbare leven vanaf het moment dat Johannes de Doper wordt onthoofd door koning Herodes:

Toen Jezus gehoord had dat Johannes overgeleverd was, keerde Hij terug naar Galilea… Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.(9)

Jezus predikt in het bovenstaande citaat met exact dezelfde woorden als Johannes deed. Ook de Doper zegt tegen zijn toehoorders: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen(10).

Johannes wordt gevangen genomen en onthoofd door Herodes vanwege de kritiek die hij openlijk op hem heeft. Dat deze onthoofding ten diepste een feestelijke gebeurtenis is, wordt onderstreept doordat deze plaatsvindt tijdens de viering van de verjaardag van Herodes. Het Griekse bronwoord voor verjaardag is genesios: geboortedag. De geboorte die wordt gevierd is die van de nieuwe mens Jezus, mogelijk gemaakt door de onthoofding van de oude mens Johannes.

Als Herodes enige tijd later hoort over de rondtrekkende Jezus die bijzondere genezingen verricht, legt hij een verband met de dood van Johannes:

En koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was bekend geworden) en zei: Johannes die doopte, is uit de doden opgewekt en daarom zijn die krachten werkzaam in Hem. Anderen zeiden: Hij is Elia; en weer anderen zeiden: Hij is een profeet, of Hij is als een van de profeten. Maar toen Herodes het hoorde, zei hij: Dit is Johannes die ik onthoofd heb; die is uit de doden opgewekt.(11)

Duidelijker kan het bijna niet. Herodes zegt met een verbazingwekkende stelligheid, alsof opstandingen uit de dood aan de lopende band voorkwamen in Judea: Jezus is Johannes die uit de dood is opgewekt.
De mens die zich volledig met zijn ego identificeert wordt in de Bijbel gezien als ‘dood’, in spiritueel opzicht. Met het afleggen van het ego (hoofd) vindt een ‘opstanding uit het dodenrijk’ plaats. De apostel Paulus spoort ons allen hiertoe aan: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.(12)

De volheid van God

Na een jarenlang proces van zuivering en ontlediging neemt God zijn intrek in Johannes/Jezus: …in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.(13) Hij is de ‘volmaakte’ mens. Een staat van spirituele heelheid en voltooiing, die de goddelijke dimensies kenmerkt: Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.(14) Het Griekse teleios, uit dit citaat, betekent volmaakt in de zin van: vervolmaakt, voleindigd, volgroeid, voltooid. Deze volmaaktheid verwijst ook naar ‘eenheid’. Johannes/Jezus is innerlijk niet langer verbonden met de dualiteit; het heilige huwelijk van de tegenstellingen heeft in hem plaatsgevonden.

In de Bijbel wordt deze goddelijke eenheid (het samengaan van) ‘de Alfa en de Omega’ genoemd: Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.(15) Alfa en omega zijn respectievelijk de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. Ze symboliseren in de Bijbel de tegenstellingen (de uitersten) van de schepping.

Jezus maakt het ‘teken van het heilige huwelijk’. Naast hem staan de Griekse letters Alpha en Omega (Sant Climent de Taüll-kerk, Spanje, circa 1123).

Het teken van het heilige huwelijk

In de christelijke iconografie wordt Jezus vaak afgebeeld met zijn wijs- en middelvinger opgestoken. Dit handgebaar wordt doorgaans uitgelegd als zijnde zegenend, maar de oorsprong en betekenis ervan zijn volledig onduidelijk.

Er is door de eeuwen heen altijd een groep ingewijden geweest die wist dat Jezus niet was geboren als de Zoon van God, maar onder de naam Johannes de Doper een spiritueel proces had doorgemaakt. In de iconografie, de kunst, en de vroeg-christelijke catacomben in Rome zien we het bewijs hiervan terug.(16) Het handgebaar van de twee opgestoken vingers drukt de vereniging van de tegenstellingen uit: Jezus van de twee één heeft gemaakt. In hem heeft het heilige huwelijk plaatsgevonden. De alfa en de omega, het mannelijke en vrouwelijke, de zon en de maan, in hem zijn versmolten tot een eenheid.

Aan de slag

Wat gebeuren moet om God te vinden is terug te vinden in alle belangrijkste religies en spirituele tradities. Spirituele zoekers kunnen dus ophouden met zoeken. Het is een kwestie van aan de slag gaan. De handen uit de mouwen, en beginnen met het uitmesten van je eigen Augiasstal…!

Voetnoten: (1) 1 Korinthe 13:12, (2) 1 Samuël 16, 17, (3) Voor een uitgebreide analyse van de symboliek in het Bijbelverhaal over het gevecht tussen David en Goliath zie mijn boek Kundalini-ontwaken, (4) Exodus 34:29-35, (5) 1 Koningen 19:9-13, (6) 1 Koningen 19:12-13, (7) Voor een volledige analyse van de ontmoeting die Elia heeft met God op de berg Horeb, zie mijn boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd, (8) Voor een analyse met onderbouwing van de diepere betekenis van het zondvloedverhaal zie mijn boek Kundalini-ontwaken, (9) Matt. 4:12 en 17, zie ook Marcus 1:14-15 en Lucas 3:19-21, (10) Matt. 3:2, (11) Marcus 6:14-16, zie ook Matt. 14:1-3 en Lucas 9:7-9, (12) Efeziërs 5:14, (13) Kol. 2:9-10, (14) Matt. 5:48, (15) Openb. 22:13, zie ook Openb. 1:8, (16) Zie mijn boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie Magazine (jan ’19)
Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van o.a. het boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd.

By |2018-12-21T22:53:28+00:00december 21st, 2018|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De spirituele weg van ontlediging

De brullende leeuw in jezelf te baas

De brullende leeuw in jezelf de baas

Als je het goddelijke aan den lijve wilt ervaren, moet je je losmaken van ‘de wereld’, hierover zijn de meeste spirituele tradities het roerend eens. Een belangrijke component in het proces van onthechting, is je ook losmaken van je emoties. Een niet geringe opdracht. In mythes en legendes wordt deze krachtmeting vergeleken met het overmeesteren van een leeuw!

Emoties als boosheid, angst, begeerte en jaloezie houden ons gevangen in ‘de Maya’, de illusie van het aardse leven. Om de onvergankelijke werkelijkheid achter ‘de sluier van Isis’ te kunnen ervaren, is meesterschap over je gevoelsleven een absolute voorwaarde. Je verkrijgt hiermee het vermogen om uit je ‘levensdrama’ te stappen. Het licht in de bioscoopzaal gaat aan en je komt erachter dat het verhaal waar je zojuist nog helemaal in op ging, slechts een film was.

De neiging om emoties te gaan onderdrukken of ontkennen – ‘schijn-heiligheid’ – ligt hierbij op de loer, maar heeft een averechts effect. Emoties zijn krachtige energieën. De kunst is om deze niet ‘af te snijden’, maar om ze te transformeren en te gebruiken in het spirituele proces. Bovendien hebben emoties een boodschap. Ze kunnen je iets leren over jezelf; ze bieden een groeimogelijkheid.

Beeldtaal

Mythes en legendes zijn vaak verhalen in ‘beeldtaal‘ die ons iets willen vertellen over het innerlijk van de mens. Innerlijke roerselen en spirituele processen zijn soms moeilijk in woorden uit te drukken. Beelden zijn een veel krachtiger instrument om het onzichtbare en het transcendente begrijpelijk te maken.
In de beeldtaal – die ook ons onderbewuste gebruikt voor onze dromen – staan wilde dieren vaak voor gevoelens. Met name de leeuw is een universeel symbool voor onze emoties en driften. Een brullende leeuw is een treffend beeld voor hoe onze gevoelswereld zich kan presenteren: overweldigend, beangstigend en met veel kracht!

Hindoegodin Durga

Een prachtig voorbeeld van beeldtaal is de goden-iconografie van het Hindoeïsme. Alle details rondom de uitbeelding van specifieke goden hebben een betekenis: kleding, sieraden, huidskleur, attributen, enzovoorts. Een aantal hindoegoden heeft een vast rijdier, hetgeen ons iets moet vertellen over een specifieke kwaliteit van deze god. Iets wat je kunt berijden, daar heb je meesterschap over, is de achterliggende gedachte.

Het rijdier van Shiva is een witte stier, genaamd Nandi. Een stier staat voor seksuele driften. Shiva heeft zijn seksuele energie uitgezuiverd en onder controle, wil het beeld van een witte stier zeggen. De god Ganesha berijdt een rat of muis, hetgeen staat voor zijn ontwaakte bewustzijn. Ratten en muizen vertegenwoordigen spirituele onwetendheid (leven in het donker) en onzuiverheid.

De godin Durga heeft als rijdier een leeuw. Dat dit staat voor meesterschap over haar emoties mogen we mede afleiden uit haar serene uiterlijk. Het is een vechtlustige godin die met diverse wapens wordt afgebeeld, maar ze blijft innerlijk onbewogen onder het strijdgeweld.
Op de illustratie zien we haar zittend op haar leeuw demonen bevechten: ze gebruikt de oerkrachten van haar emoties voor een spirituele opruiming. Als je je emoties meester bent, heb je ook de kracht om je innerlijke demonen te bevechten, zegt dit beeld.

De hindoegodin Durga met haar rijdier

De hindoegodin Durga met haar rijdier

De godin Durga in gevecht met demonen

De godin Durga in gevecht met demonen

De godin Rhea/Cybele (fontein in Madrid)

De godin Rhea/Cybele (fontein in Madrid)

Herakles met leeuwenhuid, op een oude Griekse amfora (vaas).

Griekse mythes

Ook in andere godenpantheons zien we de leeuw als rijdier terug. De Griekse moedergodin Rhea (Cybele bij de Romeinen) bijvoorbeeld, wordt afgebeeld zowel zittend op een leeuw, als met twee leeuwen voor haar rijtuig.

Een variatie op het thema van de leeuw als rijdier, is het doden van een leeuw met bijzondere gevolgen. De Griekse halfgod Herakles moet in opdracht van koning Eurystheus twaalf onmenselijk zware ‘werken’ (opdrachten) uitvoeren; een metafoor voor de uitdagingen waarvoor de mens staat die het goddelijke wil verwezenlijken. De eerste opdracht is het doden van de legendarische leeuw van Nemea. De huid van de leeuw blijkt ondoordringbaar, wapens kunnen hem niet deren. Herakles moet noodgedwongen het dier met zijn blote handen wurgen (je moet eigenhandig je emoties te lijf, niets of niemand kan je daarbij helpen). Na zijn overwinning vilt Herakles de leeuw en draagt hij de huid als mantel, met het leeuwenhoofd als kap: de krachten (energieën) van de leeuw (zijn gevoelsleven) staan nu ten dienste van Herakles.

Bijbel

Ook in de Bijbel lezen we over iemand die met zijn blote handen een leeuw verslaat: de geweldenaar Samson. Later ontdekt hij in het karkas van de leeuw een bijennest met honing. Dit is een verwijzing naar de ‘drank der onsterfelijkheid’ van de goden (amrita in het Hindoeïsme, mede in de Noorse traditie, ambrozijn bij de Oude Grieken) die volgens de mythes naar honing smaakt. Het bijennest symboliseert de verwezenlijking van het goddelijke door Samson; de beloning die hij krijgt voor het overwinnen van zijn emoties.

Weer een andere variatie op dit thema is de profeet Daniël, uit het Oude Testament, die wonderbaarlijk genoeg ongedeerd blijft na een nacht in een leeuwenkuil. Deze man van God wordt niet langer beheerst door zijn emoties en driften, is de boodschap van de Bijbelschrijvers.

Alchemie

In de spirituele traditie van de alchemie, die zich bezig hield met innerlijke transformatie, zien we het beeld van een leeuw die omgevormd moet worden. Alchemistische traktaten staan meestal vol met – voor buitenstaanders – onbegrijpelijke geheimtaal en afbeeldingen. Met kennis van de universele beeldtaal en het proces van godsrealisatie, worden raadselachtige afbeeldingen ineens heel duidelijk, en blijkt ook deze traditie zich aan te sluiten bij alle andere. Op de illustratie zien we een leeuw die een zon opeet. Een prachtige en krachtige metafoor voor de vergoddelijking (de zon) van de energieën van het gevoelsleven (de leeuw).

Een embleem uit de alchemie (16e eeuw)

Een embleem uit de alchemie (16e eeuw)

Het raadsel van de Sfinx

Het minst begrepen voorbeeld van beeldtaal is misschien wel de majestueuze sfinx op het plateau van Gizeh: een mensenhoofd en -schouders op een leeuwenlichaam. Al vele eeuwen houdt dit raadselachtige beeld egyptologen in haar ban. Wetenschappers zijn het niet eens over wat het precies betekent.

De sfinx is een verbeelding van de mens die zijn emoties en driften heeft overwonnen en het goddelijke heeft gerealiseerd. Dit kunnen we afleiden uit de hoofdtooi – nemes genaamd – die de sfinx draagt, en de baard die aan de kin van het beeld bevestigd heeft gezeten. Deze attributen staan voor een voltooid proces van kundalini-ontwaken: de nemes verbeeldt de gespreide kap van een opstaande cobra (uraeus), en de baard het lijf van de slang. Farao’s droegen een nemes en een (valse) baard om hun goddelijke status te onderstrepen.

De sfinx van Gizeh

De sfinx van Gizeh

Sfinx in museum het Louvre (ca. 2600 voor Chr.)

Sfinx in museum het Louvre (ca. 2600 voor Chr.)

Groeiproces

De sfinx drukt het groeiproces uit waartoe wij allen worden uitgenodigd: het spirituele proces van godsrealisatie. Het is de volgende stap in de evolutie die de homo sapiens gaat maken. Een belangrijk aspect hierbij is dus het verwerven van meesterschap over je gevoelsleven (de innerlijke leeuw).

Ook de Boeddha sluit zich hierbij aan. Hij noemde de staat van verlichting die hij onderwees ‘het nirwana’. Letterlijk betekent nirwana ‘uitgeblust’. Het is een toestand van volkomen rust en kalmte; het gevoelsleven lijkt ‘uitgeblust’. In deze toestand houdt, volgens de Boeddha, alle lijden op te bestaan.

In de Bhagavad Gita, het heilige boek van de yogi, lezen we:
Zij die bevrijd zijn van gehechtheid, angst en woede, die hun toevlucht hebben genomen tot Mij, opgaan in Mij, en gezuiverd zijn, verwezenlijken Mijn goddelijke liefde.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (oktober ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2018

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van o.a. het boek Kundalini-ontwaken.

By |2018-12-04T10:32:41+00:00september 27th, 2018|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De brullende leeuw in jezelf te baas

De helende handen van God

De helende handen van God

Yoga mag zich momenteel verheugen in een ongekende populariteit. Als een veenbrand verspreidde het yogavuur zich na de millenniumwissel onder alle lagen van de westerse bevolking en in een mum van tijd had elke woonwijk een eigen yogaschool. Met deze hype is ook een nieuw woord doorgedrongen in ons spirituele jargon: kundalini. Een mysterieuze bron van energie in ons bekken, die in het Bijbelboek Job (5:18) poëtisch de helende handen van God wordt genoemd.

De yogi’s verbinden deze krachtbron met de hindoegodin Shakti en noemen haar voluit: kundalini-shakti. Zij wordt gezien als de sleutel tot de felbegeerde staat van verlichting en alle inspanningen van de serieuze yogi zijn er dan ook op gericht om haar te laten ontwaken uit haar ‘slapende’ (inactieve) toestand in het bekken. Eenmaal actief, zet de kundalini een proces van heling en zuivering in werking in de spirituele aspirant. Het onbewuste wordt opgeschoond: vastzittende emoties worden alsnog verwerkt, overbodige psychische ballast wordt afgevoerd, geestelijke verwondingen geheeld. De energie gaat weer blokkadevrij stromen, als in een ongeschonden kind.
Deze staat van heelheid is nodig voor het einddoel van het spirituele proces: de vereniging met God.

Hoewel de kennis van het kundalini-proces is terug te vinden in vrijwel alle religies en spirituele tradities wereldwijd, biedt de yogatraditie ons het meeste inzicht in wat er energetisch nu precies plaatsvindt tijdens een ontwaken. De schematische voorstelling van zaken in de yogaliteratuur over dit onderwerp doet bijna wetenschappelijk aan. Een verademing voor de spirituele zoeker die is vastgelopen in mystieke geschriften uit bijvoorbeeld de gnostiek of alchemie.

Een schematische voorstelling van het kundalini-proces

Een schematische voorstelling van het kundalini-proces

Het energetische proces

Links en rechts langs onze wervelkolom lopen twee belangrijke energiebanen (nadi’s): ida-nadi en pingala-nadi. Deze energiebanen verbinden ons met de tegenstellingen (dualiteit) van de schepping. Waar ida-nadi staat voor bijvoorbeeld het vrouwelijke, donker, koude, passiviteit en het gevoel, staat pingala-nadi voor het mannelijke, licht, warmte, activiteit en de ratio. Als beide energiebanen in evenwicht zijn gebracht – en als God het wil – zal de kundalini ontwaken bij het heiligbeen en opstijgen door de sushumna-nadi, de centrale energiebaan die door de wervelkolom loopt.

Op weg naar het bovenste chakra, het kruinchakra, worden alle andere chakra’s langs de wervelkolom gezuiverd en geactiveerd door het transcendente vuur van de kundalini. Bij het zesde chakra aangekomen, versmelten ida- en pingala-nadi, waardoor op het voorhoofd van de spirituele aspirant het zogenaamde ‘derde oog’ wordt geopend. Het ego ‘sterft’ en goddelijk licht stroomt binnen door het open kruinchakra. De yogi noemt de staat van verruimd bewustzijn die de mens nu ervaart samadhi.

De wereld van de goden

Ons potentieel tot Godsrealisatie vormt de kern van alle godenmythes wereldwijd. Al die onverkwikkelijke avonturen van goden, godinnen en mythische dieren, willen ons iets vertellen over onze mogelijkheid tot een innerlijke transformatie. Als je de symboliek weet te ontrafelen, blijken verhalen die in eerste instantie bizar en nogal primitief aandoen, een grote wijsheid en schoonheid te bevatten.

De kundalini wordt in de meeste tradities gepersonifieerd door de moedergodin. Naast haar kosmische taken, woont de gemalin van de oppergod ook in ieder mens. Andere goden en godinnen van het pantheon verbeelden meestal specifieke aspecten van het transformatieproces. Ik neem de lezer graag mee voor een korte rondreis langs de mythes van het Hindoeïsme, het Boeddhisme, het Oude Egypte, de Oude Grieken, en de Noorse traditie.

Het Hindoeïsme

De basisgedachte achter het kundalini-proces is dat bij onze incarnatie op aarde het goddelijke in de mens wordt opgesplitst in twee polen, die ernaar verlangen zich weer met elkaar te verenigen.
In het Hindoeïsme zijn dit de godin Shakti, slapend in het bekken, en de god Shiva, wonend in het kruinchakra. Als Shakti ontwaakt stijgt zij op naar de kruin waar het heilige huwelijk met haar geliefde plaatsvindt.

Een van de verschijningsvormen van Shakti is Kali. Deze godin met haar afschrikwekkende uiterlijk verbeeldt de zuiverende kracht van de kundalini. Kali vernietigt alles wat tussen de mens en God in staat. Zij wordt traditioneel afgebeeld met een ketting om haar hals van bloederige, afgehakte hoofden. Trofeeën van alle ego’s die zij al heeft vernietigd met de uitbundige en nietsontziende bewegingen van haar armen en benen. Zij is populair bij de hindoes, ondanks haar beangstigende uitstraling en bloedige attributen, omdat haar intenties voortkomen uit moederliefde. Zij verlost haar kinderen van hun gehechtheid aan het ego en het lichaam, en vernietigt Maya (de sluier van illusies).

De godin Kali

De godin Kali

De godin Durga

De godin Durga

Shiva, Parvati en Ganesha

Shiva, Parvati en Ganesha

In haar mildere vorm is Kali Durga, de krijgergodin met het serene uiterlijk. Ook Durga hanteert strijdlustig het zwaard voor ons bestwil. Haar rijdier is een leeuw. Dit symboliseert haar macht over de dierlijke, instinctieve driften; één van de uitdagingen waar de spirituele aspirant voor wordt geplaatst in het proces van kundalini-ontwaken. Een centraal thema dat steeds weer terugkomt in alle geschriften over het kundalini-mysterie is de noodzaak tot het overwinnen van onze dierlijke natuur. Een aspect dat verbonden is met het lichaam dat wij krijgen bij onze incarnatie op aarde. Overwinnen is hier een belangrijk en zorgvuldig gekozen woord. Niet onderdrukken of ontkennen – een grote valkuil op deze weg – maar meesterschap verwerven. Deze dierlijke oerkrachten kunnen ons namelijk, gezuiverd en gesublimeerd, juist helpen om het hogere te verwezenlijken.

De godin Parvati verbeeldt Shakti in haar rol als echtgenote van Shiva. Parvati is zachtmoedig, liefdevol, beeldschoon en toegewijd aan haar man. Prachtig is de mythe hoe haar kind de god Ganesha aan zijn olifantenhoofd is gekomen. Er zijn verschillende versies van dit verhaal, maar het komt meestal hierop neer: Parvati maakt tijdens het baden haar zoon Ganesha uit klei en zet hem op wacht terwijl zij haar bad neemt. Als haar man Shiva thuiskomt en bij de deur wordt tegengehouden door Ganesha wordt hij woedend en onthoofdt de jongen met zijn drietand. Als hij er daarna achter komt dat hij zijn eigen zoon heeft gedood, plaatst hij het hoofd van een olifant op zijn schouders en wekt hem weer tot leven.

Het bad van Parvati symboliseert de zuiverende werking van de kundalini-energie. Parvati maakt tijdens het baden Ganesha uit klei: hij personifieert de nieuwe mens die ontstaat door het zuiveringsproces. Shiva wordt bij thuiskomst niet toegelaten tot zijn vrouw – kan zich met haar niet ‘verenigen’- en doodt daarom Ganesha. Dit symboliseert het ego dat moet sterven om het heilige huwelijk te kunnen laten plaatsvinden.

De spirituele aspirant die bevrijd is van het ego ervaart een geestelijke wedergeboorte. Het olifantenhoofd, met zijn grote oren, slurf en hersenen, staat voor de verscherpte zintuigen en het verruimde bewustzijn van deze verlichte mens.

De Vajrayogini

Het Boeddhisme

In bepaalde stromingen van het Boeddhisme worden ook goden en godinnen vereert. Onbetwist de belangrijkste godin van het tantrisch boeddhisme is de Vajrayogini; de vrouwelijke tegenhanger van de Boeddha. Zij belichaamt de staat van verlichting en wedergeboorte.

In de iconografie is de Vajrayogini meestal naakt en rood van kleur, omkranst door vlammen, het kundalini-vuur (tummo) symboliserend. Haar attributen zijn onder andere een mes, waarmee zij alle gehechtheid doorsnijdt, en een schedelkop waaruit ze de drank der gelukzaligheid (mahasukha) drinkt. Het Hindoeïsme noemt deze drank amrita: als de ontwaakte kundalini is aangekomen bij de hersenen, worden de pijnappelklier, de hypothalamus en de hypofyse gestimuleerd tot het afgeven van hormonen en opiaatachtige stoffen aan het hersenvocht, hetgeen leidt tot een ervaring van extase en een algehele vitalisering van het lichaam.

Op de illustratie zien we dat de schedelkop die de Vajrayogini in haar hand heeft, ook wordt gebruikt om, tezamen met een hexagram, haar gehele beeltenis te ondersteunen. Dit benadrukt dat de Vajrayogini ervaren wordt in de hersenen, waar de tegenstellingen zich hebben verenigd (het hexagram) en de drank der gelukzaligheid de mens voedt.

De Oude Grieken

Ook de Griekse mythes zijn doordrenkt met kundalini-symboliek. Ons medische symbool, de esculaap, is afgeleid van de staf met de slang van de halfgod Asclepius, die geassocieerd wordt met genezing. De slang, met zijn vermogen zich te vernieuwen door vervelling, zien we in vrijwel alle tradities terug als een verbeelding van de kundalini-energie. Een andere staf, de caduceus van de god Hermes, is vanuit de oudheid het klassieke symbool voor een kundalini-ontwaken.

Caduceus
Esculaap

De twee slangen van de caduceus vertegenwoordigen de ida- en pingala-nadi. De staf staat voor de wervelkolom waardoor de kundalini naar boven stroomt, met bovenaan de pijnappelklier in de vorm van een bolletje. De vleugels symboliseren het verruimde bewustzijn van de mens die het proces voltooit.

Van de vele Griekse goden die aspecten vertegenwoordigen van het kundalini-proces, licht ik er voor deze rondreis drie godinnen uit: Hera, Iris en Artemis. Hoewel moedergodin Hera getrouwd is met Zeus en een aantal kinderen heeft, wordt ze toch vereerd als de eeuwige maagd. Dit verwijst naar de opdracht van ‘maagdelijkheid’ (celibaat) van de aspirant. De oerkrachten in het bekken laten zich alleen naar de kruin leiden als zij niet meer afvloeien via de onderste chakra’s. De noodzaak tot celibaat is een onderwerp van verhitte discussie in de hedendaagse spirituele wereld; de mythes wereldwijd zijn hier echter meer dan duidelijk over.

Een van Hera’s attributen is een staf met óf een lotus erop (de wervelkolom met het geopende kruinchakra), óf een versiering die verwijst naar de pijnappelklier. Het drinken van de melk van Hera zou onsterfelijk maken, een verwijzing naar amrita. Haar persoonlijke boodschapper is Iris, de godin van de regenboog (de chakra-kleuren). De eveneens maagdelijke Iris, met de gouden vleugels, verbindt de wereld van de goden en de wereld van de mensen. Een van haar attributen is een caduceus. Details die allemaal naar de kundalini verwijzen.

De godin Iris brengt een plengoffer

De godin Artemis (Museum het Louvre)

De godin Artemis, een dochter van de oppergod Zeus, belichaamt het meesterschap over de dierlijke driften. Haar zilveren pijl en boog (een afgeschoten pijl symboliseert de werking van de kundalini) zijn gemaakt door Hephaistos, de god van het vuur. Als maagd is zij de beschermgodin van de kuisheid. Op de illustratie zien we Artemis een plengoffer brengen: zij giet een vloeistof uit over een dier. Ditzelfde zien we ook op de illustratie van de godin Iris. Een belangrijke taak van de kundalini: de sublimatie (transformatie) van de dierlijke driften – met name de seksuele driften – wordt hiermee in beelden uitgedrukt.

Het Oude Egypte

Een van de belangrijkste godinnen van het Egyptische pantheon is Isis, de godin van het huwelijk, wijsheid en gezondheid (drie kundalini-aspecten). Haar echtgenoot Osiris, is tevens haar broer. Deze eigenaardigheid zien we ook terug bij de Griekse goden: Hera is bijvoorbeeld niet alleen de vrouw van Zeus, maar ook zijn zuster. De broer-zus relatie verwijst naar de opsplitsing van de ene God in twee goddelijke polen bij de incarnatie van de mens op aarde. Hun huwelijk verbeeldt de vereniging van de twee polen in de aspirant die het spirituele transformatieproces tot een goed einde brengt.

De meest bekende Egyptische mythe is de wederopstanding van de god Osiris. Dit verhaal gaat over het sterven van de oude mens en de verrijzenis van de nieuwe mens als gevolg van een kundalini-ontwaken. Osiris was de koning van Egypte. Hij wordt door zijn jaloerse broer Seth gedood en in stukken gesneden. Isis verzamelt alle stukken van zijn lichaam en voegt ze weer bij elkaar. Alleen zijn geslachtsdeel vindt ze niet terug. Via magie weet ze toch een kind met hem te verwekken: hun zoon Horus.

Deze mythe laat zien dat oude mens eerst volledig moet worden afgebroken in het spirituele proces (‘in stukken gesneden’), waarna de kundalini-energie (Isis) een proces van heling in gang zet. Osiris en Isis verwekken daarna samen (het heilige huwelijk) Horus (de nieuwe mens) zonder dat er een penis aan te pas komt. Wederom een vingerwijzing dat de seksuele energie niet meer via de onderste chakra’s dient af te vloeien. Horus volgt zijn vader op als koning van Egypte. Hiermee is de transformatiesymboliek compleet.

Ook de Egyptische goden bezitten allerlei attributen die ons moeten vertellen voor welk aspect van het spirituele proces ze staan. Boeiend is de enorme variatie aan kronen waarmee ze worden afgebeeld. Deze hoofdbedekkingen verwijzen in veel gevallen naar de veranderingen in de hersenen onder invloed van de kundalini.

Osiris draagt vaak de zogenaamde atef-kroon: een witte mijter met bovenop een knop (de pijnappelklier) en aan de zijkanten veren, als symbool van de voltooiing van het kundalini-proces. Op de illustratie zien we de Uraeus-cobra ter hoogte van zijn voorhoofd, met een verbinding naar de knop bovenop de kroon. De kromstaf (de heka) in zijn hand staat voor de wervelkolom met daarin de kundalini-energie. De vlegel met de drie linten (de nekhakha) symboliseert die drie energiebanen die betrokken zijn bij een kundalini-ontwaken.

Osiris

De god Osiris met atef-kroon

De Noorse mythes

Centraal in de Noorse mythologie staat de boom Yggdrasil, die als axis mundi drie verschillende werelden (bewustzijnsniveaus) met elkaar verbindt. Deze levensboom, met de slang Nidhogg tussen zijn wortels, staat symbool voor de wervelkolom, met daarin stromend de kundalini, en alle mythes die ermee verbonden zijn mogen we vertalen naar het innerlijk van de mens.

Om wijsheid te verkrijgen offert de Noorse oppergod Odin zichzelf door zich aan Yggdrasil op te hangen. Dit symboliseert de dood van het ego, of de oude mens, als gevolg van een kundalini-ontwaken. Voor ditzelfde doel offert hij ook een van zijn ogen, waardoor hij nog maar met één oog ziet. Dit verbeeldt de opening van het derde oog. Het paard van Odin, Sleipnir, heeft acht benen. Deze acht benen symboliseren de versmelting van twee krachten (paarden): van de mannelijke energieën en de vrouwelijke energieën (de ida- en pingala-nadi), tot één (kundalini-)superkracht.

Zijn gade, de moedergodin Freya, woont in een lindeboom (wederom de wervelkolom), die daarom als heilig wordt beschouwd. Wat bij de keuze van de linde ongetwijfeld heeft meegespeeld, is dat de zaadjes van deze boom verbonden zijn met een langwerpig blaadje, waardoor zij, als zij naar beneden vallen, een tollende beweging maken. Dezelfde cirkelende beweging die de kundalini-slang maakt, omhoog langs de wervelkolom.

Het kostbaarste bezit van Freya is een ketting, Brinsingamen genaamd. Volgens de mythes moest Freya om deze bijzondere ketting te verkrijgen slapen met de vier dwergen die haar hadden gemaakt. Deze dwergen symboliseren onze aardse (dierlijke) krachten: in de Noorse mythologie staan vier dwergen, met de namen Noord, Zuid, Oost en West, op de uithoeken van de wereld om het hemeldak te ondersteunen. De kostbare ketting verbeeldt de zeven chakra’s die worden doorstroomd en geactiveerd door de kundalini-energie. Een prachtige metafoor voor een kundalini-ontwaken. Dat Brinsingamen alleen in het bezit kan komen van Freya als zij slaapt met de dwergen, betekent dat voor een voltooid kundalini-proces de dierlijke energieën (gesublimeerd) moeten worden inzet.

In de iconografie zien we haar man Odin vaak met een beker waaruit hij mede drinkt. Mede, of honingwijn, is een alcoholische drank die wordt verkregen door honing en water te laten gisten. Uit de yogatraditie is bekend dat het getransformeerde hersenvocht (amrita) enigszins smaakt als honing.

Belangrijke kanttekening

De kundalini is in essentie een helende en zuiverende energie, maar kan, als zij ontwaakt in een omgeving die hierop niet is voorbereid, ook een ravage aanrichten. Vergelijk het met het zetten van krachtstroom op bedrading die hiervoor niet geschikt is. In principe ontwaakt de kundalini-slang vanzelf uit haar winterslaap in het bekken als er een groot verlangen naar God is, gecombineerd met een zuivere levenswijze.

De kundalini kan echter ook actief worden door drugsgebruik en kan dan veel negatieve bijwerkingen hebben omdat de energie ontwaakt in een ‘vervuilde omgeving’. Hetzelfde kan gebeuren bij een fysiek of emotioneel trauma. Bij bijvoorbeeld een bijna-doodervaring, zware bevalling of ernstige depressie kan de energie fungeren als een noodaggregaat en actief worden om het leven van deze mens te redden. Dit kan echter naderhand tot complicaties leiden omdat het proces vaak onomkeerbaar is. Als de kundalini-geest uit de fles is, gaat deze er over het algemeen niet meer terug in.

Er zijn ook gevallen bekend van mensen die op hun staartbeen vielen of door een rugletsel ineens met heel vreemde (kundalini-)symptomen werden geconfronteerd. Het zijn deze gevallen die zorgen voor het grote aantal ‘rampverhalen’ op het internet en daarbuiten. Een onverwacht en onbedoeld kundalini-ontwaken kan resulteren in psychoses en allerlei ernstige, fysieke neveneffecten, afhankelijk van de hoeveelheid en de soort van energetische blokkades in de persoon die het ondergaat. Een activering van de kundalini is dus niet iets dat lichtzinnig moet worden nagestreefd!

Conclusie

Bestudering van de godenmythes wereldwijd leidt tot een verrassende ontdekking. Zij willen ons iets vertellen over het doel van ons mens-zijn. Wij worden allen geroepen tot een proces van Godsrealisatie. De diverse goden en godinnen vertegenwoordigen aspecten van onze innerlijke wereld en hun hachelijke avonturen belichten voor ons de fases en valkuilen van een kundalini-ontwaken. Ik nodig de lezer van harte uit een willekeurige mythes te lezen met een kundalini-bril, en zelf erin de rijkdom en relevantie te ontdekken!

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (maart ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2018

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek Kundalini-ontwaken.

By |2018-11-26T19:04:07+00:00augustus 2nd, 2018|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De helende handen van God

De innerlijke draak getemd

De innerlijke draak getemd

Een draak is een mythisch wezen dat we in legendes en volksverhalen over de hele wereld terugvinden. Zoals veel andere mythische dieren, verbeeldt de draak krachten die we tegen komen als we op reis gaan in onze binnenwereld. Wie heilig wil worden zal eerst, net als Sint Joris en de heilige Margaretha, de confrontatie aan moeten met het vuurspuwende monster in zichzelf!

De slang in ons bekken

Om te begrijpen waar de draak voor staat, moeten we eerst inzicht krijgen in het spirituele proces dat nodig is om het goddelijke te verwezenlijken: het proces van kundalini-ontwaken. In ons bekken, ter hoogte van het heiligbeen (!), sluimert een energiebron van goddelijke oorsprong die in veel tradities wordt verbeeld als een (opgerolde, slapende) slang. De oosterse tradities noemen deze krachtbron de kundalini-shakti, het christendom spreekt over de Heilige Geest. Een groot verlangen naar God doet deze ‘slang’ ontwaken, waarna zij opstijgt door de wervelkolom naar de kruin. Op weg naar het zevende chakra worden de andere chakra’s, en daarmee de gehele mens, door de goddelijke energie gezuiverd van alles wat ons verhindert om God te ervaren.

Dat een slang, symbolisch gezien, zowel een positieve als een negatieve betekenis kan hebben, heeft te maken met de fases en valkuilen van het kundalini-proces. Als deze energie niet opstijgt, maar in de buik de onderste chakra’s voedt, is het de slang die verleidt en aanzet tot het ‘kwade’, zoals bij Adam en Eva. Opgestegen en verbonden met de hogere chakra’s stelt deze energie de mens in staat om het goddelijke te ervaren en zich ermee te verenigen.

De innerlijke draak

Het woord draak komt van het Griekse drakon (Latijn: draco), dat slang betekent. De draak staat in de westerse tradities voor de kundalini-slang die nog in de buik verblijft. Iedere Godzoeker moet vroeger of later de strijd met de draak in zichzelf aangaan; een langdurig gevecht met de verlokkingen van de materie en de schaduwaspecten van de psyche die zich bevinden in het onderbewuste. De zwaarste strijd moet vaak worden geleverd met de seksuele verlangens.

De rauwe oerenergie in het bekken moet worden uitgezuiverd en ten dienste komen van de hogere natuur. Dan wordt de draak een voertuig voor de mens om te kunnen reizen naar de werelden van het goddelijke. We zien dit beeld terug in het taoïsme waar het staan of rijden op een draak verwijst naar verlichting. Een oude Chinese wijsheid luidt:

Als je de draak negeert, zal hij je opeten. Als je met de draak gaat vechten, zal hij je opeten als je moe wordt en gaat rusten. Als je de draak berijdt, kan je gebruik maken van zijn macht en kracht.

Opgegeten, of gedood, worden door de draak staat voor spirituele onbewustheid: een leven in het teken van genotzucht en egoïsme.

De draak als bewaker

In legendes, mythes en sprookjes heeft de draak vaak een grot als verblijf. Soms bewaakt hij een schat of houdt hij een prinses gevangen. Deze grot is het bekken van de mens, met daarin de goddelijke energie als schat. Wie deze schat wil bemachtigen zal eerst de draak moeten overwinnen.
In de Griekse mythe van Jason en de Argonouten, bijvoorbeeld, bewaakte een nooit slapende draak het Gulden Vlies. En de oppergod Zeus bezat een grot met een heilige waterbron die bewaakt werd door een woeste draak.
Als er een prinses in het spel is, volgt na het verslaan van de draak meestal een huwelijk. Deze vreugdevolle gebeurtenis staat voor het heilige huwelijk: de innerlijke versmelting tussen het mannelijke en het vrouwelijke in de mens.

Sint Joris en de draak

In de legende van Sint Joris dreigt een koningsdochter geofferd te worden aan een draak. De toevallig passerende Joris schiet te hulp. Met het teken van het kruis, en na gebed, weet hij de draak met zijn zwaard te verwonden. Hij geeft de prinses opdracht om haar gordel om de nek van de draak te binden. Het monster volgt haar daarna gedwee terug naar de stad.

De gordel – een riem om de buik – symboliseert het beteugelen van de seksuele energie. De draak wordt niet gedood door Joris, maar ‘aangelijnd’ met een gordel, waarna hij doet wat de prinses wil. Een prachtig beeld dat de kern van onze opdracht weergeeft. De (seksuele) krachten waar de draak voor staat moeten niet worden ‘gedood’, maar er moet meesterschap over verkregen worden.

In het evangelie van Lucas beveelt Jezus zijn toehoorders aan:

Laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend (Lucas 12:35).

Wat hij hiermee bedoelt is: bewaar je seksuele energie voor God. Laat deze energie niet afvloeien via de onderbuik (omgord de lendenen), maar gebruik deze om de chakra’s (lampen) te voeden (te laten branden).

Het kruis en het gebed dat Joris inzet om de draak te overwinnen, staan voor het gericht zijn op God. Door je verlangens te richten op het hogere, verliest de draak zijn macht. Vanuit de goddelijke wereld zul je ook kracht en steun ervaren om deze weg te gaan.

Ook het slot van het verhaal is veelbetekenend. Uit blijdschap dat zijn dochter is gered laat de koning een kerk bouwen. Volgens de legende borrelde er op het altaar een bron van levend water op. Dit symboliseert de kundalini-energie die opstijgt naar de kruin, nu de draak is overwonnen.

De aartsengel Sint Michael in gevecht met de draak door Josse Lieferinxe

De heilige Margaretha en de draak

Ook heilige Margaretha overwon een draak. Over haar zijn verschillende legendes in omloop. Volgens één versie wordt zij in haar cel bezocht door de duivel in de vorm van een draak die haar wil verslinden. Door het maken van het kruisteken verdwijnt het monster. Er is ook een variant waarbij zij haar ceintuur gebruikt om de draak meester te worden.

De diepere betekenis van de draak kunnen we terugvinden in boekillustraties en schilderijen uit de late Middeleeuwen en de Renaissance. Vaak verhuld, omdat deze esoterische (lees: heidense) kennis niet openlijk kon worden gecommuniceerd.

Een sprekend voorbeeld is het schilderij van Josse Lieferinxe uit 1490, waarop we de aartsengel Sint Michael zien in gevecht met de draak. Dat dit een verbeelding is van de innerlijke strijd in de mens tussen zijn hogere, goddelijke natuur en zijn dierlijke, seksuele verlangens, mogen we afleiden uit de poot van de draak die in het kruis van de engel staat.

Een esoterisch teken dat we veel terug zien in schilderijen met verborgen symboliek is het handgebaar van twee opgestoken vingers (de 2=1-code). Dit gebaar symboliseert het heilige huwelijk: het versmelten van het innerlijk mannelijke en vrouwelijke tot een eenheid. Het eindstadium van het proces van godsrealisatie.

Twee voorbeelden hiervan zijn het schilderij van Sint Michael door Bartolomeo Della Gatta (1480) en het schilderij van de heilige Margaretha door Joan Reixach (circa 1456). De onderliggende boodschap is: het heilige huwelijk heeft plaatsgevonden, de draak is overwonnen!

Een ander voorbeeld van esoterische symboliek is het schilderij van de heilige Margaretha door Rafaël (1518). Deze bekende schilder heeft een voor die tijd heel gewaagde manier bedacht om uit te drukken dat de draak staat voor de seksuele verlangens van de heilige zelf. Zijn draak ziet er anders uit dan die van zijn collega’s: het angstwekkende beest lijkt nog het meest op een gigantische worm. De opengesperde muil van het dier is onmiskenbaar een vrouwelijk geslachtsdeel.

De heilige Margaretha door Joan Reixach

Aartsengel St. Michaël door Bartolomeo Della Gatta

De heilige Margaretha door Rafaël

Tot slot

Met seksualiteit is niets mis. Wie echter kiest voor de weg naar God zal deze oerenergie moeten bewaren en transformeren. Omgevormd, wordt de woeste draak tot een rijdier dat je kan brengen naar de poorten van het Koninkrijk van God.

Een omvorming van de draak zien we ook terug in het Magnum Opus van de alchemist. Op deze afbeelding zien we de glazen kolf waarin de alchemist in zijn laboratorium (de energie van) de draak transformeert. De zwarte, witte en rode kop van de draak staan voor de drie fases van het alchemistische proces: nigredo, albedo en rubido. Het kroontje staat voor sublimatie (vergoddelijking). De glazen kolf staat symbool voor de alchemist zelf.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (augustus ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2018

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van o.a. het boek Kundalini-ontwaken.

By |2018-11-26T18:46:33+00:00mei 13th, 2018|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De innerlijke draak getemd