Het einde der tijden?

Het einde der tijden?

De vier ruiters van de Apocalyps

Vanaf het moment dat ziekte en oorlog het dagelijks nieuws zijn gaan domineren, klinken er stemmen die roepen dat dit tekenen zijn. Tekenen beschreven in het Bijbelboek Openbaring, met de visioenen van Johannes, dat het einde van de wereld nabij is. De surrealistische beelden van vernietiging en dood die in Openbaring worden geschetst, zijn echter niet van de laatste stuiptrekkingen van onze planeet, maar van een spiritueel ontwaken, waarbij de ‘oude wereld’ van de mens vergaat en plaatsmaakt voor het ‘Nieuwe Jeruzalem’ van God.

De natuurrampen, ziektes, oorlogen en weerzinwekkende monsters in Openbaring staan voor de innerlijke turbulentie en strijd die voorafgaat aan de ultieme mystieke ervaring: de hereniging met onze Schepper. De befaamde vier ruiters van de Apocalyps, die in de visioenen het einde der tijden inluiden, laten zien dat alle aspecten van ons wezen betrokken zijn bij deze innerlijke transformatie.

Het witte paard

Over de eerste ruiter schrijft Johannes:

‘En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen.’

Dit is het beeld van de gezuiverde ziel van de mens die zijn dierlijke driften (het paard) heeft overwonnen (de kroon). Deze symbolische betekenis klinkt ook door in onze bekende uitdrukking de ‘prins op het witte paard’: de ideale man is zuiver (wit) van hart en heeft zijn primitieve driften (het paard) onder controle. De handboog was in de tijd van Christus het wapen waarmee dieren werden bejaagd en gedood.

Het rode paard

De tweede ruiter zit op een rood paard:

‘…en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven.’

Deze ruiter staat voor ons gevoelsleven. Rood is de kleur van de hartstocht, maar ook van woede. Heftige emoties nemen onze innerlijke vrede weg en zijn verantwoordelijk voor bloedige conflicten overal ter wereld.

Het zwarte paard

Daarna verschijnt een zwart paard:

‘…en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning + en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe.’

Deze ruiter staat voor onze gedachten. In ons hoofd wordt alles wat de zintuigen ervaren overwogen en afgewogen. In spirituele terminologie: het denken beweegt zich tussen de uitersten van de dualiteit (de weegschaal). En is gericht op geld verdienen. Olie en wijn zijn in de Bijbel metaforen voor het Goddelijke. Iedere mysticus is zich er (pijnlijk) van bewust dat zijn gedachten, die in direct verband staan met zijn emoties, een grote hindernis kunnen vormen om het Goddelijke te ervaren.

Het grauwe paard

Het vierde paard is grauw van kleur:

‘…en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde.’

Dit is een beschrijving van ons lichaam, het vierde aspect van de mens. Het lichaam wordt geteisterd door honger, dood, verderf, en primitieve driften (de wilde dieren). Grauw is de kleur van een lijk. Het lichaam heeft ons niets te bieden in spiritueel opzicht, zegt het visioen.

Volg je ziel

Nergens in de Bijbel staat dat de wereld zal worden vernietigd door God. Dit zal hooguit een gevolg zijn van onze eigen materialistische, genotzuchtige levenswijze en territoriumdrift. Het boek Openbaring waarschuwt juist niet de ruiters te kronen die verantwoordelijk zijn voor oorlog, lijden en de dood, maar de eerste ruiter, onze ziel, de leiding te laten nemen, en de andere drie te laten volgen.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (september ’22)
Copyright Anne-Marie Wegh 2022

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Deel dit artikel

Anne-Marie is auteur van het boek: Ecce Homo, de beeldtaal van de Bijbel

Door |2022-08-21T07:38:56+00:00juli 22nd, 2022|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Het einde der tijden?

De rode olifant met de zeven slurven

De rode olifant met de zeven slurven

De diepere betekenis van mythische dieren

De mens heeft altijd geprobeerd het onbeschrijfelijke in beeldtaal uit te drukken. Het onzichtbare, goddelijke, werd begrijpelijk gemaakt met gebruik van wezens en objecten uit de zichtbare wereld. In heilige geschriften en godenmythes wemelt het van de dieren in allerlei soorten en maten. Ze spelen een heldenrol of ze vormen juist een gevaar. Deze dieren vertegenwoordigen bijna altijd aspecten van onze innerlijke wereld. Inzicht krijgen in waar een dier voor staat kan ons helpen op onze spirituele weg. In dit artikel gaan we kijken wat we kunnen leren van de olifant, de slang en de krokodil!

De slang en de olifant

In ons bekken, bij het heiligbeen, bevindt zich een energiebron van goddelijke oorsprong. Als deze energie ontwaakt, en opstijgt door de wervelkolom, is dit het begin van een spiritueel transformatieproces. De kundalini-shakti, zoals de yogi deze energie noemt, heeft een zuiverende en helende werking.

Een bekend symbool voor deze energie is een slang. Een passend beeld, in meerdere opzichten. Een slang vernieuwt (transformeert) zich door te vervellen. Verder heeft de wervelkolom van de mens, vanaf de zijkant gezien, de S-vorm van een bewegende slang. En het vermogen van veel slangen om zich, vanaf de grond, rechtstandig op te heffen, zal ook een rol hebben gespeeld in het feit dat over de hele wereld de slang is terug te vinden als een metafoor voor een kundalini-ontwaken.

Veel minder bekend bij het grote publiek is de olifant als symbool voor een kundalini-ontwaken. Ook hier zijn een aantal goede redenen voor te bedenken. De kundalini is een enorm krachtige energiebron. Als zij ontwaakt in een onvoorbereide spirituele aspirant, kan dit het ontwrichtende effect hebben op lichaam en geest van een spreekwoordelijke olifant in een porseleinkast. Hoewel verleidelijk, gezien de vooruitzichten van het ervaren van God en het verkrijgen van bovennatuurlijke vermogens, maakt dit de kundalini-energie niet iets om lichtzinnig mee te experimenteren!

Onze anatomie roept associaties op met een slang en een olifant

Als we kijken naar de anatomie van de mens zien we nog een mogelijke verklaring voor de keuze van een olifant als symbool voor de goddelijke energie bij ons heiligbeen: de contouren van het bekken en de wervelkolom lijken sprekend op het hoofd en de slurf van een olifant!

De hindoe-god Ganesha. Op zijn slurf is een drietand afgebeeld. Het flesje dat Ganesha vasthoudt met zijn slurf bevat ‘amrita’: de drank der onsterfelijkheid. Amrita is een metafoor voor de verandering van de hersenvloeistof: onder invloed van de kundalini-energie komen opiaten en hormonen vrij die een Godservaring geven.

Ganesha

Het beeld van een olifant past ook bij de bewustzijnsverruiming die een aspect is van het proces van kundalini-ontwaken. De populaire hindoegod Ganesha kan ons hier alles over vertellen. Volgens de mythes heeft hij namelijk niet altijd een olifantenhoofd gehad. Er zijn verschillende versies van dit verhaal, maar het komt meestal hierop neer: de godin Parvati (een personificatie van de kundalini-shakti) maakt tijdens het baden haar zoon Ganesha uit klei (of zeep) en zet hem op wacht terwijl zij haar bad neemt. Als haar man Shiva thuiskomt en bij de deur wordt tegengehouden door Ganesha wordt hij woedend en onthoofdt de jongen met zijn drietand. Als hij er daarna achter komt dat hij zijn eigen zoon heeft gedood, plaatst hij het hoofd van een olifant op zijn schouders en wekt hem weer tot leven.

Shiva en Parvati staan hier voor de mannelijke en vrouwelijke energieën in de mens die moeten versmelten om de eenheid van het goddelijke (samadhi) te ervaren. Tijdens dit heilige huwelijk ‘sterft’ het ego. Dit is wat de mythe ons vertelt in prachtige symboliek.

Het bad van Parvati symboliseert de zuiverende werking van de kundalini-energie. Parvati maakt tijdens het baden Ganesha uit klei: Ganesha staat voor de nieuwe mens die ontstaat door het zuiveringsproces. Shiva wordt bij thuiskomst niet toegelaten tot zijn vrouw (lees: hij kan zich met haar niet ‘verenigen’) en doodt daarom Ganesha. Dit symboliseert het ego dat moet sterven om het heilige huwelijk te kunnen laten plaatsvinden.

Het hoofd is de zetel van het ego. Onthoofding is een klassieke metafoor voor het afleggen van het ego. De drietand (trishula) waarmee de onthoofding van Ganesha plaatsvindt, staat voor de drie energiebanen die betrokken zijn bij een kundalini-ontwaken: de ida-, pingala- en sushumnanadi. In de iconografie wordt vaak op het voorhoofd of de slurf van Ganesha een drietand afgebeeld.

Lees meer over de symboliek van onthoofding in het artikel: ‘De spirituele weg van ontlediging’

Bevrijd van het ego ervaart de mens een verruimd bewustzijn. Het olifantenhoofd staat hier symbool voor. Ook de slurf is heel toepasselijk. Een slurf heeft veel weg van een slang, en reikt bij Ganesha van hoofd naar buik, de weg die de kundalini aflegt naar het kruinchakra.

Niet veel mensen zijn zich ervan bewust dat Ganesha staat voor een proces van kundalini-ontwaken. Hij wordt door de hindoes aanbeden als ‘de verwijderaar van alle obstakels’. Dit beschrijft in feite de werking van de kundalini: het verwijderen van energetische blokkades.

Een drietand staat symbool voor de drie energiebanen die betrokken zijn bij een kundalini-ontwaken.

Ganesha

Een veelzeggende illustratie: de slurf van de olifant is verbonden met een opgerolde (kundalini-) slang, via zeven cirkels (de zeven chakra’s)

Rode olifant

Met name op oudere afbeeldingen is Ganesha vaak rood of oranje van kleur. Dit is een verwijzing naar de kleuren van het eerste (rood) en tweede (oranje) chakra. Deze twee chakra’s bevinden zich in het bekkengebied, waar ook de kundalini verblijft.

Alle puzzelstukjes vallen keurig op hun plaats als we kijken naar de oosterse chakraleer. Deze verbindt elk van de zeven hoofdchakra’s met een specifiek dier. Muladhara (het eerste) chakra wordt geassocieerd met de olifant!

Een roodkleurige Ganesha wordt gebaad door zijn ouders Parvati en Shiva (18e eeuwse miniatuur uit Kangra, India)

Een illustratie van muladhara (het eerste) chakra, met Ganesha, Airavata, met zijn zeven slurven, en de godin Shakti, de personificatie van de kundalini-energie.

Airavata

Een andere mythische olifant, Airavata, heeft maar liefst zeven slurven. Deze verwijzen naar de zeven chakra’s die door de kundalini worden gezuiverd en geactiveerd.

Volgens de legende is Airavata geboren uit het ‘karnen van de oceaan van melk’, hetgeen we mogen lezen als een metafoor voor een kundalini-ontwaken. Het reliëf uit het tempelcomplex Swaminarayan Akshardham in New Delhi laat zien hoe dit in z’n werk ging. Een grote slang met zeven koppen zit gedraaid om een berg (de wervelkolom) en wordt heen en weer bewogen door een team van (half-)goden. We zien Airavata bovenop de golven die ontstaan door de het ‘karnen’. Een mythisch beeld dat zich afspeelt in het bekken van de mens bij het ontwaken van de kundalini.

De olifant Airavata op een reliëf uit het tempelcomplex Swaminarayan Akshardham in New Delhi

Gajendra

Een belangrijke spirituele les kunnen we leren van de olifant Gajendra. Volgens de hindoe-legendes werd Gajendra tijdens het baden gebeten door een krokodil, en deze liet hem niet meer los. Aan het einde van zijn krachten (volgens de legende na meer dan duizend jaar) smeekt hij de god Vishnoe om hulp. Als offer houdt hij hierbij een lotus in de lucht. Vishnoe bevrijdt Gajendra door de krokodil te onthoofden met zijn sudharshana chakra, een ronddraaiende discus met scherpe kartels.

De krokodil staat voor onze meest primitieve driften: de impulsen die komen uit het deel van onze hersenen dat ‘reptielenbrein’ wordt genoemd. Deze dierlijke neigingen zijn een hindernis om het goddelijke te verwezenlijken.

De olifant Gajendra wordt bevrijd door de god Vishnoe. De krokodil wordt onthoofd met een sudharshana chakra.

Een standbeeld van Ganesha in Prambanan, Indonesië. Zijn slurf wordt gepoetst door de vele bezoekers. Er wordt gezegd dat het aanraken van de slurf, en daarna dan je voorhoofd (het zesde chakra), je creativiteit zal vergroten.

Inmiddels weten we al voldoende om de rest van de symboliek te kunnen duiden. Het beeld van Gajendra die wordt vastgehouden door de krokodil, betekent dat zolang als wij ons laten leiden door dierlijke neigingen als agressie, egoïsme, hebzucht en jaloezie, zal de kundalini (Gajendra) niet ontwaken en ‘gevangen blijven’ in het bekken (het meer).

De lotus die Gajendra omhoog houdt met zijn slurf, staat voor het omhoog brengen van de kundalini (slurf) naar het kruinchakra (lotus). De sudharshana chakra waarmee de krokodil wordt onthoofd verwijst naar de spiraalbeweging van de zuiverende kundalini.

De god Vishnoe, die Gajendra te hulp komt, vertelt ons dat als we ons richten op spirituele groei, dan staan we er niet alleen voor. We zullen we hulp krijgen vanuit de goddelijke dimensies!

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (mei ’22)
Copyright Anne-Marie Wegh 2022

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Deel dit artikel

Anne-Marie is auteur van het boek: Kundalini-ontwaken

Door |2022-06-05T08:37:07+00:00april 16th, 2022|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De rode olifant met de zeven slurven

Column over de coronapandemie

Column over de coronapandemie

Deze column is gepubliceerd in Paravisie magazine (febr ’21)
Copyright Anne-Marie Wegh 2021

Deel deze column

Door |2022-03-13T22:38:09+00:00februari 13th, 2021|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Column over de coronapandemie

De spirituele weg van ontlediging

De spirituele weg van ontlediging

De gemiddelde westerse mens zit ‘vol’: vol met gedachten, gevoelens, prikkels, onrust, stress, en vooral ook vol met ego. Wij zijn vol van onszelf. En in wie vol is van zichzelf is geen plaats voor God.

De weg naar God is een weg van leeg worden, in vele opzichten: ontstressen, onthechten, het moeras van het onbewuste droogleggen, en het ‘uitkleden’ van je ego. Alleen naakt kunnen we God zien van aangezicht tot aangezicht.(1)

Meestal wordt het dit proces van ontlediging niet expliciet toegelicht in spirituele tradities, maar worden slechts metaforen gebruikt waaraan de spirituele zoeker zelf geacht wordt een concrete invulling te geven. Voorbeelden hiervan zijn onthoofding, gezichtsbedekking, onzichtbaarheid, en een grote schoonmaak.

Onthoofding

Een prachtig voorbeeld van een onthoofding met een spirituele betekenis is de hindoegod Ganesha. Deze populaire god met het olifantenhoofd belichaamt de verlichte mens. Ganesha wordt volgens de mythes in zijn jonge jaren onthoofd door zijn vader, de god Shiva, tijdens een woede-uitbarsting. Vol berouw plaats deze daarna een olifantenhoofd op de schouders van zijn zoon.

Het hoofd is de zetel van het ego. De spirituele aspirant die bevrijd is van het ego ervaart een geestelijke wedergeboorte. Het olifantenhoofd, met zijn grote oren en hersenen, staat voor de verscherpte zintuigen en het verruimde bewustzijn van deze verlichte mens.

In de hindoe-iconografie ligt vaak een doorkliefde kokosnoot aan de voeten van Ganesha (zie illustratie rechts). Een van de rituelen in het hindoeïsme is het breken van een kokosnoot voor Ganesha. De harige kokosnoot lijkt enigszins op het hoofd van een mens. De achterliggende symboliek van het ritueel is het kraken van de ‘harde noot’ van ons ego voor God.

De hindoe god Ganesha. Slechts één voet rust op de lotus; een verwijzing naar het overstijgen van de dualiteit: hij heeft het goddelijke verwezenlijkt.

David met het hoofd van Goliath.

Een ander voorbeeld is het Bijbelverhaal van de onthoofding van Goliath door de jonge schaapherder David. (2) De enorme reus Goliath staat symbool voor het ego van David dat moet sneuvelen, wil hij koning van Israël (een Bijbelse metafoor voor Godsrealisatie) kunnen worden. Met een steen uit zijn slinger treft David tijdens een tweegevecht zijn tegenstander Goliath precies tegen het voorhoofd; energetisch de plaats in de mens waar het ego sterft, tijdens het proces van spiritueel ontwaken. Daarna onthoofdt hij hem met zijn zwaard.

Gezichtsbedekking

Het laten verdwijnen van een gezicht is ook een vorm van beeldtaal om het verdwijnen van het ego uit te drukken. De profeet Mozes heeft een indrukwekkende ontmoeting met God op een berg (symbool voor bewustzijnsverruiming). Veertig dagen en nachten (symbool voor een periode van transformatie) verblijft hij op de berg. Als hij weer naar beneden komt bedekt hij zijn gezicht met een doek op de momenten dat hij de Israëlieten toespreekt.(4) Met dit beeld willen de Bijbelschrijvers zeggen dat Mozes niet meer spreekt vanuit zijn (verdwenen) ego, maar vanuit een goddelijke bron.

Mozes draagt een sluier

De Bijbelse profeet Elia verbergt zijn gezicht achter zijn mantel

Ook het gezicht van de profeet Elia verdwijnt na een ontmoeting met God op een berg. In een grot, op de top van de berg, voelt Elia eerst een sterke wind voorbijkomen die de bergen splijt en rotsen breekt; daarna volgt een aardbeving en tot slot een vuur. (5) Deze indrukwekkende beelden beschrijven een innerlijke ontlediging: Elia wordt ‘opengebroken’, gezuiverd en getransformeerd.

En na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte.
En het gebeurde, toen Elia dat hoorde, dat hij zijn gezicht met zijn mantel omwikkelde, naar buiten ging en in de ingang van de grot bleef staan. En zie, een stem kwam tot hem, die zei: Wat doet u hier, Elia?(6)

Na het natuurgeweld is het stil. Dit is de innerlijke stilte die de mens ervaart na de voltooiing van het proces van ontlediging. Elia wikkelt zijn mantel om zijn gezicht: zijn ego is ‘onzichtbaar’ geworden door het zuiveringsproces. Het is nu volledig transparant, als een schoongewassen raam. Het goddelijke licht kan er ongehinderd doorheen stromen. Net als bij Mozes stelt dit Elia in staat om de stem van God te horen.(7)

Onzichtbaarheid

Onzichtbaarheid is ook een metafoor voor egoloosheid. De Griekse god Hermes bezit een helm die hem onzichtbaar kan maken; de zogenaamde Helm van Hades. Hermes leent zijn helm uit aan Perseus als deze de confrontatie aangaat met de beruchte gorgo Medusa. Perseus wordt op pad gestuurd om het hoofd van Medusa te bemachtigen; een levensgevaarlijke taak want ieder die haar in de ogen kijkt versteent. Door de Helm van Hades lukt het Perseus om Medusa ongezien te benaderen en haar hoofd af te hakken.

Ook deze onthoofding gaat over ontlediging. Medusa heeft slangen op haar hoofd in plaats van haren; dit staat voor ‘giftige’ gedachten die voortkomen uit het ego, en die contact met God in de weg staan.

Verstening is een prachtige metafoor voor de innerlijke wereld van een mens die ‘vast zit’ in zijn verleden: in ingesleten patronen, oude pijn en valse overtuigingen. Het ego is als het ware ‘versteend’. Het is bewegingloos en levenloos.

Medusa door Caravaggio (circa 1600)

Deze mythe gebruikt zowel de metafoor van onzichtbaarheid als die van onthoofding voor haar spirituele boodschap: de noodzaak van ontlediging voor de verwezenlijking van het goddelijke. De vleugels op de Helm van Hades staan voor een bewustzijnsverruiming.

Perseus met het afgehakte hoofd van Medusa (Cellini 1545–54).

Een alchemistische afbeelding van het Magnum Opus (metafoor voor Godsrealisatie). De Helm van Hades maakt het gezicht onzichtbaar. (Uit het alchemistische traktaat Wasserstein der Weysen van Johann Ambrosius Siebmacher, 1619)

Een grote schoonmaak

Ontlediging wordt soms ook verbeeld door een proces van zuivering. Een bekend voorbeeld is de zondvloed van Noach. De enorme watervloed waar mens en dier in omkomen, staat voor het ‘schoonspoelen’ van de spirituele zoeker (Noach). Al het oude (het ‘zondige’) wordt uitgezuiverd. Als het water weer gaat zakken, strandt de ark van Noach op een bergtop (symbool voor een bewustzijnsverruiming).(8)

Noach’s ark strandt op een bergtop: symbool voor een bewustzijnsverruiming

Een tweede voorbeeld is de schoonmaakklus waar de Griekse halfgod Herakles voor komt te staan: het uitmesten van de stallen van koning Augias. Deze taak is de vijfde van de twaalf ‘werken’ (opdrachten) die Herakles in opdracht van koning Eurystheus moet uitvoeren. De twaalf werken staan voor de uitdagingen waarvoor de mens geplaatst wordt die het goddelijke wil verwezenlijken.

Koning Augias bezat 3000 runderen en de stallen waren al 30 jaar niet schoongemaakt. Een gigantische klus dus, die ons moet vertellen dat spirituele ontlediging geen eenvoudig karweitje is. Het getal 3 verwijst naar de drie aspecten van de mens, die allen moeten worden uitgezuiverd: lichaam, hoofd (denken) en hart (gevoel). Deze mythe heeft zijn weg gevonden naar onze spreekwoorden en uitdrukkingen: een ‘Augiasstal’ staat voor een enorme hoeveelheid vuil.

Johannes de Doper

Het ultieme voorbeeld van een mens die erin is geslaagd om zichzelf volkomen te ontledigen, en waarvan dit tot de rest van de wereld is doorgedrongen, is Johannes de Doper.

Johannes wordt gezien als degene die de komst van de Messias eerst voorspelt en vervolgens Jezus als ‘het Lam van God’ herkent bij zijn doop in de Jordaan. Zo wordt hij in de Bijbel gepresenteerd, en Johannes paste daarmee in het verwachtingspatroon van de Joden die er, op basis van de profetieën in het boek Maleachi, van uitgingen dat de komst van de lang verwachte Messias zou worden voorafgegaan door een grote profeet.

Johannes de Doper was echter niet slechts de aankondiger van Jezus. Hij was Jezus. Hij werd een Christos, een gezalfde, na een lang proces van godsrealisatie, een moment dat in alle evangeliën symbolisch wordt weergegeven als de doop van Jezus door Johannes in de Jordaan.

Jezus wijst met twee vingers (2=1) naar Johannes de Doper: Jezus = Johannes. (Basiliek van San Marco, Venetië, 11e-13e eeuw)

Omdat Johannes niet voldeed aan de verwachtingen die de Joden hadden over de Messias, geven de evangelisten hem postuum een nieuwe naam en een nieuwe identiteit, die verwijst naar een figuur uit het Oude Testament: Joshua (Jezus) de zoon van Nun

De evangeliën staan vol met subtiele aanwijzingen die deze stelling onderschrijven. Hiervoor moet je soms wel terug naar de Griekse bronteksten. Ik heb hierover het boek geschreven Johannes de Doper die Jezus de Christus werd. Er is altijd een groep ingewijden geweest die wist van dit grote geheim. Hieronder vind je een aantal schilderijen waarop verhuld is verwerkt dat Johannes de Doper Jezus was. In mijn boek, en op deze webpagina, nog veel meer voorbeelden.

Johannes de Doper wijst met één vinger naar Jezus en met twee vingers naar het lam aan zijn voeten. Zijn handgebaar betekent: Jezus en hij zijn beide het Lam van God. (Lucas Cranach de Jongere, 1553)

Gewoonlijk wijst Johannes de Doper op schilderijen naar Jezus, omdat hij in de Bijbel degene is die Jezus herkent als het Lam van God. Op dit schilderij wijst hij echter naar zichzelf. (Michelino da Besozzo, circa 1420)

De heilige Lucia wijst met twee vingers tegen elkaar (2=1) naar de doopscène met Johannes en Jezus, op de kazuifel van de bisschop. Haar handgebaar betekent Johannes=Jezus. (Amico Aspertini, 1510)

Onthoofding Johannes

Eén van deze aanwijzingen is dat Jezus begint met zijn openbare leven vanaf het moment dat Johannes de Doper wordt onthoofd door koning Herodes:

Toen Jezus gehoord had dat Johannes overgeleverd was, keerde Hij terug naar Galilea… Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.(9)

Jezus predikt in het bovenstaande citaat met exact dezelfde woorden als Johannes deed. Ook de Doper zegt tegen zijn toehoorders: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.(10)

Johannes wordt gevangen genomen en onthoofd door Herodes vanwege de kritiek die hij openlijk op hem heeft. Dat deze onthoofding ten diepste een feestelijke gebeurtenis is, wordt onderstreept doordat deze plaatsvindt tijdens de viering van de verjaardag van Herodes. Het Griekse bronwoord voor verjaardag is genesios: geboortedag. De ‘geboorte’ die gevierd wordt is de wedergeboorte van Johannes, die na zijn ‘onthoofding’ nu zijn weg zal vervolgen onder de naam ‘Jezus de Christus’.

Als Herodes enige tijd later hoort over de rondtrekkende Jezus die bijzondere genezingen verricht, legt hij een verband met de dood van Johannes:

En koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was bekend geworden) en zei: Johannes die doopte, is uit de doden opgewekt en daarom zijn die krachten werkzaam in Hem. Anderen zeiden: Hij is Elia; en weer anderen zeiden: Hij is een profeet, of Hij is als een van de profeten. Maar toen Herodes het hoorde, zei hij: Dit is Johannes die ik onthoofd heb; die is uit de doden opgewekt.(11)

Duidelijker kan het bijna niet. Herodes zegt met een verbazingwekkende stelligheid, alsof opstandingen uit de dood aan de lopende band voorkwamen in Judea: Jezus is Johannes die uit de dood is opgewekt.
In de Bijbel wordt de mens die zich volledig met zijn ego identificeert gezien als ‘dood’, in spiritueel opzicht. Met het afleggen van het ego (hoofd) vindt een ‘opstanding uit het dodenrijk’ plaats. De apostel Paulus spoort ons allen hiertoe aan: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.(12)

Een van de manieren waarop kunstenaars hebben geprobeerd ons te laten weten dat Johannes de Doper Jezus was, is Johannes het uiterlijk van Jezus te geven. Dit beeld is hiervan een voorbeeld. Johannes draagt niet zijn traditionele kamelenharen kleed en hij lijkt op Jezus.

De volheid van God

Na een jarenlang proces van zuivering en ontlediging neemt God zijn intrek in Johannes/Jezus: …in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.(13) Hij is de ‘volmaakte’ mens. Hij heeft een staat van spirituele heelheid en voltooiing bereikt die de goddelijke dimensies kenmerkt: Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.(14)

Het Griekse teleios, uit dit citaat, betekent volmaakt in de zin van: vervolmaakt, voleindigd, volgroeid, voltooid. Deze volmaaktheid verwijst ook naar ‘eenheid’. Johannes/Jezus is innerlijk niet langer verbonden met de dualiteit; het heilige huwelijk van de tegenstellingen heeft in hem plaatsgevonden.

In de Bijbel wordt deze goddelijke eenheid (het samengaan van) ‘de Alfa en de Omega’ genoemd: Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.(15) Alfa en omega zijn respectievelijk de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. Ze symboliseren in de Bijbel de tegenstellingen (polariteiten) van de schepping.

Het teken van het heilige huwelijk

In de christelijke iconografie wordt Jezus vaak afgebeeld met zijn wijs- en middelvinger opgestoken. Dit handgebaar wordt doorgaans uitgelegd als zijnde zegenend, maar de oorsprong en betekenis ervan zijn onbekend.

Er is door de eeuwen heen altijd een groep ingewijden geweest die wist dat Jezus niet was geboren als de Zoon van God, maar onder de naam Johannes de Doper een spiritueel proces had doorgemaakt. In de iconografie, de kunst, en de vroeg-christelijke catacomben in Rome zien we het bewijs hiervan terug.(16) Het handgebaar van de twee opgestoken vingers drukt de vereniging van de tegenstellingen uit: Jezus heeft ‘van de twee één gemaakt’. In hem heeft het heilige huwelijk plaatsgevonden: de alfa en de omega, het mannelijke en vrouwelijke, de zon en de maan, zijn versmolten tot een eenheid.

Jezus maakt ‘het teken van het heilige huwelijk’. Naast hem staan de Griekse letters Alpha en Omega: deze staan voor de innerlijke polariteiten die zijn versmolten. (Sant Climent de Taüll-kerk, Spanje, circa 1123)

Het heilige huwelijk en een ‘onthoofding’ (het afleggen van de oude mens/het ego) zijn twee met elkaar verbonden aspecten van het proces van spiritueel ontwaken. In veel schilderijen van de onthoofding van Johannes de Doper vinden we ook het (geheime) teken van het heilige huwelijk (2=1) op een of andere manier terug. Vier voorbeelden hieronder.

Andrea Schiavone (16e eeuw)

Johannes lijkt op Jezus in dit schilderij. Antonio Domingo de Sequeira (18e eeuw)

Cesare da Sesto (circa 1515)

Andrea Solario (rond 1500)

Aan de slag

Wat gebeuren moet om God te vinden is terug te vinden in alle belangrijkste religies en spirituele tradities. Spirituele zoekers kunnen dus ophouden met zoeken. Het is een kwestie van aan de slag gaan. De handen uit de mouwen, en beginnen met het uitmesten van je eigen Augiasstal…!

Voetnoten:
(1) 1 Korinthe 13:12
(2) 1 Samuël 16, 17
(3) Voor een uitgebreide analyse van de symboliek in het Bijbelverhaal over het gevecht tussen David en Goliath zie mijn boek Kundalini-ontwaken
(4) Exodus 34:29-35
(5) 1 Koningen 19:9-13
(6) 1 Koningen 19:12-13
(7) Voor een volledige analyse van de ontmoeting die Elia heeft met God op de berg Horeb, zie mijn boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd
(8) Voor een analyse met onderbouwing van de diepere betekenis van het zondvloedverhaal zie mijn boek Kundalini-ontwaken


(9) Matt. 4:12 en 17, zie ook Marcus 1:14-15 en Lucas 3:19-21
(10) Matt. 3:2
(11) Marcus 6:14-16, zie ook Matt. 14:1-3 en Lucas 9:7-9
(12) Efeziërs 5:14
(13) Kol. 2:9-10
(14) Matt. 5:48
(15) Openb. 22:13, zie ook Openb. 1:8
(16) Zie mijn boek Johannes de Doper die Jezus de Christus werd

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie Magazine (jan ’19)
Copyright Anne-Marie Wegh 2019

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Deel dit artikel

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek:
Johannes de Doper die Jezus de Christus werd

Door |2022-03-13T22:46:26+00:00december 21st, 2018|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De spirituele weg van ontlediging

De brullende leeuw in jezelf te baas

De brullende leeuw in jezelf de baas

Als je het goddelijke aan den lijve wilt ervaren, moet je je losmaken van ‘de wereld’, hierover zijn de meeste spirituele tradities het roerend eens. Een belangrijke component in het proces van onthechting, is je ook losmaken van je emoties. Een niet geringe opdracht. In mythes en legendes wordt deze krachtmeting vergeleken met het overmeesteren van een leeuw!

Emoties als boosheid, angst, begeerte en jaloezie houden ons gevangen in ‘de Maya’, de illusie van het aardse leven. Om de onvergankelijke werkelijkheid achter ‘de sluier van Isis’ te kunnen ervaren, is meesterschap over je gevoelsleven een absolute voorwaarde. Je verkrijgt hiermee het vermogen om uit je ‘levensdrama’ te stappen. Het licht in de bioscoopzaal gaat aan en je komt erachter dat het verhaal waar je zojuist nog helemaal in op ging, slechts een film was.

De neiging om emoties te gaan onderdrukken of ontkennen – ‘schijn-heiligheid’ – ligt hierbij op de loer, maar heeft een averechts effect. Emoties zijn krachtige energieën. De kunst is om deze niet ‘af te snijden’, maar om ze te transformeren en te gebruiken in het spirituele proces. Bovendien hebben emoties een boodschap. Ze kunnen je iets leren over jezelf; ze bieden een groeimogelijkheid.

Beeldtaal

Mythes en legendes zijn vaak verhalen in ‘beeldtaal‘ die ons iets willen vertellen over het innerlijk van de mens. Innerlijke roerselen en spirituele processen zijn soms moeilijk in woorden uit te drukken. Beelden zijn een veel krachtiger instrument om het onzichtbare en het transcendente begrijpelijk te maken.

In de beeldtaal – die ook ons onderbewuste gebruikt voor onze dromen – staan wilde dieren vaak voor gevoelens. Met name de leeuw is een universeel symbool voor onze emoties en driften. Een brullende leeuw is een treffend beeld voor hoe onze gevoelswereld zich kan presenteren: overweldigend, beangstigend en met veel kracht!

Het gevecht met een leeuw is een gevecht met jezelf

Hindoegodin Durga

Een prachtig voorbeeld van beeldtaal is de goden-iconografie van het Hindoeïsme. Alle details rondom de uitbeelding van specifieke goden hebben een betekenis: kleding, sieraden, huidskleur, attributen, enzovoorts. Een aantal hindoegoden heeft een vast rijdier, hetgeen ons iets moet vertellen over een specifieke kwaliteit van deze god. Iets wat je kunt berijden, daar heb je meesterschap over, is de achterliggende gedachte.

Het rijdier van Shiva is een witte stier, genaamd Nandi. Een stier staat voor seksuele driften. Shiva heeft zijn seksuele energie uitgezuiverd en onder controle, wil het beeld van een witte stier zeggen. De god Ganesha berijdt een rat of muis, hetgeen staat voor zijn ontwaakte bewustzijn. Ratten en muizen vertegenwoordigen spirituele onwetendheid (leven in het donker) en onzuiverheid.

De godin Durga heeft als rijdier een leeuw. Dat dit staat voor meesterschap over haar emoties mogen we mede afleiden uit haar serene uiterlijk. Het is een vechtlustige godin die met diverse wapens wordt afgebeeld, maar ze blijft innerlijk onbewogen onder het strijdgeweld.

Op de illustratie zien we haar zittend op haar leeuw demonen bevechten: ze gebruikt de oerkrachten van haar emoties voor een spirituele opruiming. Als je je emoties meester bent, heb je ook de kracht om je innerlijke demonen te bevechten, zegt dit beeld.

De hindoegodin Durga met haar rijdier

De hindoegodin Durga met haar rijdier

De godin Durga in gevecht met demonen

De godin Durga in gevecht met demonen

Griekse mythes

Ook in andere godenpantheons zien we de leeuw als rijdier terug. De Griekse moedergodin Rhea (Cybele bij de Romeinen) bijvoorbeeld, wordt afgebeeld zowel zittend op een leeuw, als met twee leeuwen voor haar rijtuig.

De godin Rhea/Cybele (fontein in Madrid)

De godin Rhea/Cybele
(fontein in Madrid)

Herakles met leeuwenhuid,
op een oude Griekse amfora (vaas).

Een variatie op het thema van de leeuw als rijdier, is het doden van een leeuw met bijzondere gevolgen. De Griekse halfgod Herakles moet in opdracht van koning Eurystheus twaalf onmenselijk zware ‘werken’ (opdrachten) uitvoeren; een metafoor voor de uitdagingen waarvoor de mens staat die het goddelijke wil verwezenlijken. De eerste opdracht is het doden van de legendarische leeuw van Nemea. De huid van de leeuw blijkt ondoordringbaar, wapens kunnen hem niet deren. Herakles moet noodgedwongen het dier met zijn blote handen wurgen (je moet eigenhandig je emoties te lijf, niets of niemand kan je daarbij helpen). Na zijn overwinning vilt Herakles de leeuw en draagt hij de huid als mantel, met het leeuwenhoofd als kap: de krachten (energieën) van de leeuw (zijn gevoelsleven) staan nu ten dienste van Herakles.

Bijbel

Ook in de Bijbel lezen we over iemand die met zijn blote handen een leeuw verslaat: de geweldenaar Samson. Later ontdekt hij in het karkas van de leeuw een bijennest met honing. Dit is een verwijzing naar de ‘drank der onsterfelijkheid’ van de goden (amrita in het Hindoeïsme, mede in de Noorse traditie, ambrozijn bij de Oude Grieken) die volgens de mythes naar honing smaakt. Het bijennest symboliseert de verwezenlijking van het goddelijke door Samson; de beloning die hij krijgt voor het overwinnen van zijn emoties.

Weer een andere variatie op dit thema is de profeet Daniël, uit het Oude Testament, die wonderbaarlijk genoeg ongedeerd blijft na een nacht in een leeuwenkuil. Deze man van God wordt niet langer beheerst door zijn emoties en driften, is de boodschap van de Bijbelschrijvers.

Een embleem uit de alchemie (16e eeuw)

Alchemie

In de spirituele traditie van de alchemie, die zich bezig hield met innerlijke transformatie, zien we het beeld van een leeuw die omgevormd moet worden. Alchemistische traktaten staan meestal vol met – voor buitenstaanders – onbegrijpelijke geheimtaal en afbeeldingen. Met kennis van de universele beeldtaal en het proces van godsrealisatie, worden raadselachtige afbeeldingen ineens heel duidelijk, en blijkt ook deze traditie zich aan te sluiten bij alle andere.

Op de illustratie (links) zien we een leeuw die een zon opeet. Een prachtige en krachtige metafoor voor de vergoddelijking (de zon) van de energieën van het gevoelsleven (de leeuw).

Het raadsel van de Sfinx

Het minst begrepen voorbeeld van beeldtaal is misschien wel de majestueuze sfinx op het plateau van Gizeh: een mensenhoofd en -schouders op een leeuwenlichaam. Al vele eeuwen houdt dit raadselachtige beeld egyptologen in haar ban. Wetenschappers zijn het niet eens over wat het precies betekent.

De sfinx is een verbeelding van de mens die zijn emoties en driften heeft overwonnen en het goddelijke heeft gerealiseerd. Dit kunnen we afleiden uit de hoofdtooi – nemes genaamd – die de sfinx draagt, en de baard die aan de kin van het beeld bevestigd heeft gezeten. Deze attributen staan voor een voltooid proces van kundalini-ontwaken: de nemes verbeeldt de gespreide kap van een opstaande cobra (uraeus), en de baard het lijf van de slang. Farao’s droegen een nemes en een (valse) baard om hun goddelijke status te onderstrepen.

De sfinx van Gizeh

De sfinx van Gizeh

Sfinx in museum het Louvre (ca. 2600 voor Chr.)

Sfinx in museum het Louvre (ca. 2600 voor Chr.)

Groeiproces

De sfinx drukt het groeiproces uit waartoe wij allen worden uitgenodigd: het spirituele proces van godsrealisatie. Het is de volgende stap in de evolutie die de homo sapiens gaat maken. Een belangrijk aspect hierbij is dus het verwerven van meesterschap over je gevoelsleven (de innerlijke leeuw).

Ook de Boeddha sluit zich hierbij aan. Hij noemde de staat van verlichting die hij onderwees ‘het nirwana’. Letterlijk betekent nirwana ‘uitgeblust’. Het is een toestand van volkomen rust en kalmte; het gevoelsleven lijkt ‘uitgeblust’. In deze toestand houdt, volgens de Boeddha, alle lijden op te bestaan.

In de Bhagavad Gita, het heilige boek van de yogi, lezen we:

Zij die bevrijd zijn van gehechtheid, angst en woede,
die hun toevlucht hebben genomen tot Mij,
opgaan in Mij, en gezuiverd zijn,
verwezenlijken Mijn goddelijke liefde.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (oktober ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2018

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Deel dit artikel

Anne-Marie Wegh is auteur van o.a. het boek Kundalini-ontwaken.

Door |2022-03-13T22:47:05+00:00september 27th, 2018|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De brullende leeuw in jezelf te baas

De helende handen van God

De helende handen van God

Yoga mag zich momenteel verheugen in een ongekende populariteit. Als een veenbrand verspreidde het yogavuur zich na de millenniumwissel onder alle lagen van de westerse bevolking en in een mum van tijd had elke woonwijk een eigen yogaschool. Met deze hype is ook een nieuw woord doorgedrongen in ons spirituele jargon: kundalini. Een mysterieuze bron van energie in ons bekken, die in het Bijbelboek Job (5:18) poëtisch de helende handen van God wordt genoemd.

De yogi’s verbinden deze krachtbron met de hindoegodin Shakti en noemen haar voluit: kundalini-shakti. Zij wordt gezien als de sleutel tot de felbegeerde staat van verlichting en alle inspanningen van de serieuze yogi zijn er dan ook op gericht om haar te laten ontwaken uit haar ‘slapende’ (inactieve) toestand in het bekken. Eenmaal actief, zet de kundalini een proces van heling en zuivering in werking in de spirituele aspirant. Het onbewuste wordt opgeschoond: vastzittende emoties worden alsnog verwerkt, overbodige psychische ballast wordt afgevoerd, geestelijke verwondingen geheeld. De energie gaat weer blokkadevrij stromen, als in een ongeschonden kind. Deze staat van heelheid is nodig voor het einddoel van het spirituele proces: de vereniging met God.

Hoewel de kennis van het kundalini-proces is terug te vinden in vrijwel alle religies en spirituele tradities wereldwijd, biedt de yogatraditie ons het meeste inzicht in wat er energetisch nu precies plaatsvindt tijdens een ontwaken. De schematische voorstelling van zaken in de yogaliteratuur over dit onderwerp doet bijna wetenschappelijk aan. Een verademing voor de spirituele zoeker die is vastgelopen in mystieke geschriften uit bijvoorbeeld de gnostiek of alchemie.

Een schematische voorstelling van het kundalini-proces

Een schematische voorstelling
van het kundalini-proces

Het energetische proces

Links en rechts langs onze wervelkolom lopen twee belangrijke energiebanen (nadi’s): ida-nadi en pingala-nadi. Deze energiebanen verbinden ons met de tegenstellingen (dualiteit) van de schepping. Waar ida-nadi staat voor bijvoorbeeld het vrouwelijke, donker, koude, passiviteit en het gevoel, staat pingala-nadi voor het mannelijke, licht, warmte, activiteit en de ratio. Als beide energiebanen in evenwicht zijn gebracht – en als God het wil – zal de kundalini ontwaken bij het heiligbeen en opstijgen door de sushumna-nadi, de centrale energiebaan die door de wervelkolom loopt.

Op weg naar het bovenste chakra, het kruinchakra, worden alle andere chakra’s langs de wervelkolom gezuiverd en geactiveerd door het transcendente vuur van de kundalini. Bij het zesde chakra aangekomen, versmelten ida- en pingala-nadi, waardoor op het voorhoofd van de spirituele aspirant het zogenaamde ‘derde oog’ wordt geopend. Het ego ‘sterft’ en goddelijk licht stroomt binnen door het open kruinchakra. De yogi noemt de staat van verruimd bewustzijn die de mens nu ervaart samadhi.

De wereld van de goden

Ons potentieel tot Godsrealisatie vormt de kern van alle godenmythes wereldwijd. Al die onverkwikkelijke avonturen van goden, godinnen en mythische dieren, willen ons iets vertellen over onze mogelijkheid tot een innerlijke transformatie. Als je de symboliek weet te ontrafelen, blijken verhalen die in eerste instantie bizar en nogal primitief aandoen, een grote wijsheid en schoonheid te bevatten.

De kundalini wordt in de meeste tradities gepersonifieerd door de moedergodin. Naast haar kosmische taken, woont de gemalin van de oppergod ook in ieder mens. Andere goden en godinnen van het pantheon verbeelden meestal specifieke aspecten van het transformatieproces. Ik neem de lezer graag mee voor een korte rondreis langs de mythes van het Hindoeïsme, het Boeddhisme, het Oude Egypte, de Oude Grieken, en de Noorse traditie.

Het Hindoeïsme

De basisgedachte achter het kundalini-proces is dat bij onze incarnatie op aarde het goddelijke in de mens wordt opgesplitst in twee polen, die ernaar verlangen zich weer met elkaar te verenigen.
In het Hindoeïsme zijn dit de godin Shakti, slapend in het bekken, en de god Shiva, wonend in het kruinchakra. Als Shakti ontwaakt stijgt zij op naar de kruin waar het heilige huwelijk met haar geliefde plaatsvindt.

Een van de verschijningsvormen van Shakti is Kali. Deze godin met haar afschrikwekkende uiterlijk verbeeldt de zuiverende kracht van de kundalini. Kali vernietigt alles wat tussen de mens en God in staat. Zij wordt traditioneel afgebeeld met een ketting om haar hals van bloederige, afgehakte hoofden. Trofeeën van alle ego’s die zij al heeft vernietigd met de uitbundige en nietsontziende bewegingen van haar armen en benen. Zij is populair bij de hindoes, ondanks haar beangstigende uitstraling en bloedige attributen, omdat haar intenties voortkomen uit moederliefde. Zij verlost haar kinderen van hun gehechtheid aan het ego en het lichaam, en vernietigt Maya (de sluier van illusies).

De godin Kali

De godin Kali

De godin Durga

De godin Durga

Shiva, Parvati en Ganesha

Shiva, Parvati en Ganesha

In haar mildere vorm is Kali Durga, de krijgergodin met het serene uiterlijk. Ook Durga hanteert strijdlustig het zwaard voor ons bestwil. Haar rijdier is een leeuw. Dit symboliseert haar macht over de dierlijke, instinctieve driften; één van de uitdagingen waar de spirituele aspirant voor wordt geplaatst in het proces van kundalini-ontwaken. Een centraal thema dat steeds weer terugkomt in alle geschriften over het kundalini-mysterie is de noodzaak tot het overwinnen van onze dierlijke natuur. Een aspect dat verbonden is met het lichaam dat wij krijgen bij onze incarnatie op aarde. Overwinnen is hier een belangrijk en zorgvuldig gekozen woord. Niet onderdrukken of ontkennen – een grote valkuil op deze weg – maar meesterschap verwerven. Deze dierlijke oerkrachten kunnen ons namelijk, gezuiverd en gesublimeerd, juist helpen om het hogere te verwezenlijken.

De godin Parvati verbeeldt Shakti in haar rol als echtgenote van Shiva. Parvati is zachtmoedig, liefdevol, beeldschoon en toegewijd aan haar man. Prachtig is de mythe hoe haar kind de god Ganesha aan zijn olifantenhoofd is gekomen. Er zijn verschillende versies van dit verhaal, maar het komt meestal hierop neer: Parvati maakt tijdens het baden haar zoon Ganesha uit klei en zet hem op wacht terwijl zij haar bad neemt. Als haar man Shiva thuiskomt en bij de deur wordt tegengehouden door Ganesha wordt hij woedend en onthoofdt de jongen met zijn drietand. Als hij er daarna achter komt dat hij zijn eigen zoon heeft gedood, plaatst hij het hoofd van een olifant op zijn schouders en wekt hem weer tot leven.

Het bad van Parvati symboliseert de zuiverende werking van de kundalini-energie. Parvati maakt tijdens het baden Ganesha uit klei: hij personifieert de nieuwe mens die ontstaat door het zuiveringsproces. Shiva wordt bij thuiskomst niet toegelaten tot zijn vrouw – kan zich met haar niet ‘verenigen’- en doodt daarom Ganesha. Dit symboliseert het ego dat moet sterven om het heilige huwelijk te kunnen laten plaatsvinden.

De spirituele aspirant die bevrijd is van het ego ervaart een geestelijke wedergeboorte. Het olifantenhoofd, met zijn grote oren en hersenen, staat voor de verscherpte zintuigen en het verruimde bewustzijn van deze verlichte mens. De slurf symboliseert de kundalini-energie (vergelijkbaar met de slang).

Parvati en haar zoon Ganesha. De lingam naast hen – die staat op een verhoging – symboliseert de gesublimeerde seksuele energieën.

De Vajrayogini

Het Boeddhisme

In bepaalde stromingen van het Boeddhisme worden ook goden en godinnen vereert. Onbetwist de belangrijkste godin van het tantrisch boeddhisme is de Vajrayogini; de vrouwelijke tegenhanger van de Boeddha. Zij belichaamt de staat van verlichting en wedergeboorte.

In de iconografie is de Vajrayogini meestal naakt en rood van kleur, omkranst door vlammen, het kundalini-vuur (tummo) symboliserend. Haar attributen zijn onder andere een mes, waarmee zij alle gehechtheid doorsnijdt, en een schedelkop waaruit ze de drank der gelukzaligheid (mahasukha) drinkt. Het Hindoeïsme noemt deze drank amrita: als de ontwaakte kundalini is aangekomen bij de hersenen, worden de pijnappelklier, de hypothalamus en de hypofyse gestimuleerd tot het afgeven van hormonen en opiaatachtige stoffen aan het hersenvocht, hetgeen leidt tot een ervaring van extase en een algehele vitalisering van het lichaam.

Op de illustratie (links) zien we dat de schedelkop die de Vajrayogini in haar hand heeft, ook wordt gebruikt om, tezamen met een hexagram, haar gehele beeltenis te ondersteunen. Dit benadrukt dat de Vajrayogini ervaren wordt in de hersenen, waar de tegenstellingen zich hebben verenigd (het hexagram) en de drank der gelukzaligheid de mens voedt.

De Oude Grieken

Ook de Griekse mythes zijn doordrenkt met kundalini-symboliek. Ons medische symbool, de esculaap, is afgeleid van de staf met de slang van de halfgod Asclepius, die geassocieerd wordt met genezing. De slang, met zijn vermogen zich te vernieuwen door vervelling, zien we in vrijwel alle tradities terug als een verbeelding van de kundalini-energie. Een andere staf, de caduceus van de god Hermes, is vanuit de oudheid het klassieke symbool voor een kundalini-ontwaken.

Caduceus

Esculaap

Esculaap

De twee slangen van de caduceus vertegenwoordigen de ida- en pingala-nadi. De staf staat voor de wervelkolom waardoor de kundalini naar boven stroomt, met bovenaan de pijnappelklier in de vorm van een bolletje. De vleugels symboliseren het verruimde bewustzijn van de mens die het proces voltooit.

Van de vele Griekse goden die aspecten vertegenwoordigen van het kundalini-proces, licht ik er voor deze rondreis drie godinnen uit: Hera, Iris en Artemis. Hoewel moedergodin Hera getrouwd is met Zeus en een aantal kinderen heeft, wordt ze toch vereerd als de eeuwige maagd. Dit verwijst naar de opdracht van ‘maagdelijkheid’ (celibaat) van de aspirant. De oerkrachten in het bekken laten zich alleen naar de kruin leiden als zij niet meer afvloeien via de onderste chakra’s. De noodzaak tot celibaat is een onderwerp van verhitte discussie in de hedendaagse spirituele wereld; de mythes wereldwijd zijn hier echter meer dan duidelijk over.

Een van Hera’s attributen is een staf met óf een lotus erop (de wervelkolom met het geopende kruinchakra), óf een versiering die verwijst naar de pijnappelklier. Het drinken van de melk van Hera zou onsterfelijk maken, een verwijzing naar amrita. Haar persoonlijke boodschapper is Iris, de godin van de regenboog (de chakra-kleuren). De eveneens maagdelijke Iris, met de gouden vleugels, verbindt de wereld van de goden en de wereld van de mensen. Een van haar attributen is een caduceus. Details die allemaal naar de kundalini verwijzen.

Links: de godin Hera op een lekythos (oliekruik, 5e eeuw v. Chr.)
1. De vogel met gespreide vleugels verwijst naar de caduceus, het symbool voor een kundalini-ontwaken.
2. De twee linten verwijzen naar de twee energiebanen die versmelten ter hoogte van de pijnappelklier. De lus verwijst naar de pijnappelklier zelf.
3. De schaal met staf staan voor het bekken en de wervelkolom. Bovenaan de staf zit een versiering (een ‘fleur-de-lys’) die verwijst naar de pijnappelklier.

De godin Artemis, een dochter van de oppergod Zeus, belichaamt het meesterschap over de dierlijke driften. Haar zilveren pijl en boog (een afgeschoten pijl symboliseert de werking van de kundalini) zijn gemaakt door Hephaistos, de god van het vuur. Als maagd is zij de beschermgodin van de kuisheid.

Op de illustratie (hiernaast) zien we Artemis een plengoffer brengen: zij giet een vloeistof uit over een dier. Deze vloeistof stroomt in het verlengde van de toorts met (kundalini-)vuur erboven. We mogen hieruit afleiden dat het plengoffer de kundalini-energie symboliseert. Hiermee wordt een belangrijke taak van de kundalini uitgebeeld: de sublimatie (transformatie) van de dierlijke – met name de seksuele – driften.

Rechts: de godin Artemis
(Museum het Louvre)

Osiris wordt opgewekt door Isis

Het Oude Egypte

Een van de belangrijkste godinnen van het Egyptische pantheon is Isis, de godin van het huwelijk, wijsheid en gezondheid (drie kundalini-aspecten). Haar echtgenoot Osiris, is tevens haar broer. Deze eigenaardigheid zien we ook terug bij de Griekse goden: Hera is bijvoorbeeld niet alleen de vrouw van Zeus, maar ook zijn zuster. De broer-zus relatie verwijst naar de opsplitsing van de ene God in twee goddelijke polen bij de incarnatie van de mens op aarde. Hun huwelijk verbeeldt de vereniging van de twee polen in de aspirant die het spirituele transformatieproces tot een goed einde brengt.

De meest bekende Egyptische mythe is de wederopstanding van de god Osiris. Dit verhaal gaat over het sterven van de oude mens en de verrijzenis van de nieuwe mens als gevolg van een kundalini-ontwaken. Osiris was de koning van Egypte. Hij wordt door zijn jaloerse broer Seth gedood en in stukken gesneden. Isis verzamelt alle stukken van zijn lichaam en voegt ze weer bij elkaar. Alleen zijn geslachtsdeel vindt ze niet terug. Via magie weet ze toch een kind met hem te verwekken: hun zoon Horus.

Deze mythe laat zien dat oude mens eerst volledig moet worden afgebroken in het spirituele proces (‘in stukken gesneden’), waarna de kundalini-energie (Isis) een proces van heling in gang zet. Osiris en Isis verwekken daarna samen (het heilige huwelijk) Horus (de nieuwe mens) zonder dat er een penis aan te pas komt. Wederom een vingerwijzing dat de seksuele energie niet meer via de onderste chakra’s dient af te vloeien. Horus volgt zijn vader op als koning van Egypte. Hiermee is de transformatiesymboliek compleet.

Ook de Egyptische goden bezitten allerlei attributen die ons moeten vertellen voor welk aspect van het spirituele proces ze staan. Boeiend is de enorme variatie aan kronen waarmee ze worden afgebeeld. Deze hoofdbedekkingen verwijzen in veel gevallen naar de veranderingen in de hersenen onder invloed van de kundalini.

Osiris draagt vaak de zogenaamde atef-kroon: een witte mijter met bovenop een knop (de pijnappelklier) en aan de zijkanten veren, als symbool van de voltooiing van het kundalini-proces. Op de illustratie zien we de Uraeus-cobra ter hoogte van zijn voorhoofd, met een verbinding naar de knop bovenop de kroon. De kromstaf (de heka) in zijn hand staat voor de wervelkolom met daarin de kundalini-energie. De vlegel met de drie linten (de nekhakha) symboliseert die drie energiebanen die betrokken zijn bij een kundalini-ontwaken.

Osiris

De god Osiris met atef-kroon

De Noorse mythes

Centraal in de Noorse mythologie staat de boom Yggdrasil, die als axis mundi drie verschillende werelden (bewustzijnsniveaus) met elkaar verbindt. Deze levensboom, met de slang Nidhogg tussen zijn wortels, staat symbool voor de wervelkolom, met daarin stromend de kundalini, en alle mythes die ermee verbonden zijn mogen we vertalen naar het innerlijk van de mens.

Om wijsheid te verkrijgen offert de Noorse oppergod Odin zichzelf door zich aan Yggdrasil op te hangen. Dit symboliseert de dood van het ego, of de oude mens, als gevolg van een kundalini-ontwaken. Voor ditzelfde doel offert hij ook een van zijn ogen, waardoor hij nog maar met één oog ziet. Dit verbeeldt de opening van het derde oog. Het paard van Odin, Sleipnir, heeft acht benen. Deze acht benen symboliseren de versmelting van twee krachten (paarden): van de mannelijke energieën en de vrouwelijke energieën (de ida- en pingala-nadi), tot één (kundalini-)superkracht.

Zijn gade, de moedergodin Freya, woont in een lindeboom (wederom de wervelkolom), die daarom als heilig wordt beschouwd. Wat bij de keuze van de linde ongetwijfeld heeft meegespeeld, is dat de zaadjes van deze boom verbonden zijn met een langwerpig blaadje, waardoor zij, als zij naar beneden vallen, een tollende beweging maken. Dezelfde cirkelende beweging die de kundalini-slang maakt, omhoog langs de wervelkolom.

Het kostbaarste bezit van Freya is een ketting, Brinsingamen genaamd. Volgens de mythes moest Freya om deze bijzondere ketting te verkrijgen slapen met de vier dwergen die haar hadden gemaakt. Deze dwergen symboliseren onze aardse (dierlijke) krachten: in de Noorse mythologie staan vier dwergen, met de namen Noord, Zuid, Oost en West, op de uithoeken van de wereld om het hemeldak te ondersteunen.

De kostbare ketting verbeeldt de zeven chakra’s die worden doorstroomd en geactiveerd door de kundalini-energie. Een prachtige metafoor voor een kundalini-ontwaken. Dat Brinsingamen alleen in het bezit kan komen van Freya als zij slaapt met de dwergen, betekent dat voor een voltooid kundalini-proces de dierlijke energieën (gesublimeerd) moeten worden inzet.

In de iconografie zien we haar man Odin vaak met een beker waaruit hij mede drinkt. Mede, of honingwijn, is een alcoholische drank die wordt verkregen door honing en water te laten gisten. Uit de yogatraditie is bekend dat het getransformeerde hersenvocht (amrita) enigszins smaakt als honing.

De godin Freya met haar ketting Brinsingamen

Belangrijke kanttekening

De kundalini is in essentie een helende en zuiverende energie, maar kan, als zij ontwaakt in een omgeving die hierop niet is voorbereid, ook een ravage aanrichten. Vergelijk het met het zetten van krachtstroom op bedrading die hiervoor niet geschikt is. In principe ontwaakt de kundalini-slang vanzelf uit haar winterslaap in het bekken als er een groot verlangen naar God is, gecombineerd met een zuivere levenswijze.

De kundalini ontwaakt vanzelf bij een zuiver en op God gericht leven

De kundalini kan echter ook actief worden door drugsgebruik en kan dan veel negatieve bijwerkingen hebben omdat de energie ontwaakt in een ‘vervuilde omgeving’. Hetzelfde kan gebeuren bij een fysiek of emotioneel trauma. Bij bijvoorbeeld een bijna-doodervaring, zware bevalling of ernstige depressie kan de energie fungeren als een noodaggregaat en actief worden om het leven van deze mens te redden. Dit kan echter naderhand tot complicaties leiden omdat het proces vaak onomkeerbaar is. Als de kundalini-geest uit de fles is, gaat deze er over het algemeen niet meer terug in.

Er zijn ook gevallen bekend van mensen die op hun staartbeen vielen of door een rugletsel ineens met heel vreemde (kundalini-)symptomen werden geconfronteerd. Het zijn deze gevallen die zorgen voor het grote aantal ‘rampverhalen’ op het internet en daarbuiten. Een onverwacht en onbedoeld kundalini-ontwaken kan resulteren in psychoses en allerlei ernstige, fysieke neveneffecten, afhankelijk van de hoeveelheid en de soort van energetische blokkades in de persoon die het ondergaat. Een activering van de kundalini is dus niet iets dat lichtzinnig moet worden nagestreefd!

Conclusie

Bestudering van de godenmythes wereldwijd leidt tot een verrassende ontdekking. Zij willen ons iets vertellen over het doel van ons mens-zijn. Wij worden allen geroepen tot een proces van Godsrealisatie. De diverse goden en godinnen vertegenwoordigen aspecten van onze innerlijke wereld en hun hachelijke avonturen belichten voor ons de fases en valkuilen van een kundalini-ontwaken. Ik nodig de lezer van harte uit een willekeurige mythes te lezen met een kundalini-bril, en zelf erin de rijkdom en relevantie te ontdekken!

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (maart ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2018

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Deel dit artikel

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek Kundalini-ontwaken.

Door |2022-03-13T22:47:33+00:00augustus 2nd, 2018|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De helende handen van God

De innerlijke draak getemd

De innerlijke draak getemd

Een draak is een mythisch wezen dat we in legendes en volksverhalen over de hele wereld terugvinden. Zoals veel andere mythische dieren, verbeeldt de draak krachten die we tegen komen als we op reis gaan in onze binnenwereld. Wie heilig wil worden zal eerst, net als Sint Joris en de heilige Margaretha, de confrontatie aan moeten met het vuurspuwende monster in zichzelf!

De slang in ons bekken

Om te begrijpen waar de draak voor staat, moeten we eerst inzicht krijgen in het spirituele proces dat nodig is om het goddelijke te verwezenlijken: het proces van kundalini-ontwaken. In ons bekken, ter hoogte van het heiligbeen (!), sluimert een energiebron van goddelijke oorsprong die in veel tradities wordt verbeeld als een (opgerolde, slapende) slang. De oosterse tradities noemen deze krachtbron de kundalini-shakti, het christendom spreekt over de Heilige Geest. Een groot verlangen naar God doet deze ‘slang’ ontwaken, waarna zij opstijgt door de wervelkolom naar de kruin. Op weg naar het zevende chakra worden de andere chakra’s, en daarmee de gehele mens, door de goddelijke energie gezuiverd van alles wat ons verhindert om God te ervaren.

Dat een slang, symbolisch gezien, zowel een positieve als een negatieve betekenis kan hebben, heeft te maken met de fases en valkuilen van het kundalini-proces. Als deze energie niet opstijgt, maar in de buik de onderste chakra’s voedt, is het de slang die verleidt en aanzet tot het ‘kwade’, zoals bij Adam en Eva. Opgestegen en verbonden met de hogere chakra’s stelt deze energie de mens in staat om het goddelijke te ervaren en zich ermee te verenigen.

De innerlijke draak

Het woord draak komt van het Griekse drakon (Latijn: draco), dat slang betekent. De draak staat in de westerse tradities voor de kundalini-slang die nog in de buik verblijft. Iedere Godzoeker moet vroeger of later de strijd met de draak in zichzelf aangaan; een langdurig gevecht met de verlokkingen van de materie en de schaduwaspecten van de psyche die zich bevinden in het onderbewuste. De zwaarste strijd moet vaak worden geleverd met de seksuele verlangens.

De rauwe oerenergie in het bekken moet worden uitgezuiverd en ten dienste komen van de hogere natuur. Dan wordt de draak een voertuig voor de mens om te kunnen reizen naar de werelden van het goddelijke. We zien dit beeld terug in het taoïsme waar het staan of rijden op een draak verwijst naar verlichting. Een oude Chinese wijsheid luidt:

Als je de draak negeert, zal hij je opeten. Als je met de draak gaat vechten, zal hij je opeten als je moe wordt en gaat rusten. Als je de draak berijdt, kan je gebruik maken van zijn macht en kracht.

Opgegeten, of gedood, worden door de draak staat voor spirituele onbewustheid: een leven in het teken van genotzucht en egoïsme.

De draak als bewaker

In legendes, mythes en sprookjes heeft de draak vaak een grot als verblijf. Soms bewaakt hij een schat of houdt hij een prinses gevangen. Deze grot is het bekken van de mens, met daarin de goddelijke energie als schat. Wie deze schat wil bemachtigen zal eerst de draak moeten overwinnen.
In de Griekse mythe van Jason en de Argonouten, bijvoorbeeld, bewaakte een nooit slapende draak het Gulden Vlies. En de oppergod Zeus bezat een grot met een heilige waterbron die bewaakt werd door een woeste draak.
Als er een prinses in het spel is, volgt na het verslaan van de draak meestal een huwelijk. Deze vreugdevolle gebeurtenis staat voor het heilige huwelijk: de innerlijke versmelting tussen het mannelijke en het vrouwelijke in de mens.

Sint Joris en de draak

In de legende van Sint Joris dreigt een koningsdochter geofferd te worden aan een draak. De toevallig passerende Joris schiet te hulp. Met het teken van het kruis, en na gebed, weet hij de draak met zijn zwaard te verwonden. Hij geeft de prinses opdracht om haar gordel om de nek van de draak te binden. Het monster volgt haar daarna gedwee terug naar de stad.

De gordel – een riem om de buik – symboliseert het beteugelen van de seksuele energie. De draak wordt niet gedood door Joris, maar ‘aangelijnd’ met een gordel, waarna hij doet wat de prinses wil. Een prachtig beeld dat de kern van onze opdracht weergeeft. De (seksuele) krachten waar de draak voor staat moeten niet worden ‘gedood’, maar er moet meesterschap over verkregen worden.

In het evangelie van Lucas beveelt Jezus zijn toehoorders aan:

Laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend (Lucas 12:35).

Wat hij hiermee bedoelt is: bewaar je seksuele energie voor God. Laat deze energie niet afvloeien via de onderbuik (omgord de lendenen), maar gebruik deze om de chakra’s (lampen) te voeden (te laten branden).

Het kruis en het gebed dat Joris inzet om de draak te overwinnen, staan voor het gericht zijn op God. Door je verlangens te richten op het hogere, verliest de draak zijn macht. Vanuit de goddelijke wereld zul je ook kracht en steun ervaren om deze weg te gaan.

Ook het slot van het verhaal is veelbetekenend. Uit blijdschap dat zijn dochter is gered laat de koning een kerk bouwen. Volgens de legende borrelde er op het altaar een bron van levend water op. Dit symboliseert de kundalini-energie die opstijgt naar de kruin, nu de draak is overwonnen.

De aartsengel Sint Michael in gevecht met de draak door Josse Lieferinxe

De heilige Margaretha en de draak

Ook heilige Margaretha overwon een draak. Over haar zijn verschillende legendes in omloop. Volgens één versie wordt zij in haar cel bezocht door de duivel in de vorm van een draak die haar wil verslinden. Door het maken van het kruisteken verdwijnt het monster. Er is ook een variant waarbij zij haar ceintuur gebruikt om de draak meester te worden.

De diepere betekenis van de draak kunnen we terugvinden in boekillustraties en schilderijen uit de late Middeleeuwen en de Renaissance. Vaak verhuld, omdat deze esoterische (lees: heidense) kennis niet openlijk kon worden gecommuniceerd.

Een sprekend voorbeeld is het schilderij van Josse Lieferinxe uit 1490 (links), waarop we de aartsengel Sint Michael zien in gevecht met de draak. Dat dit een verbeelding is van de innerlijke strijd in de mens tussen zijn hogere, goddelijke natuur en zijn dierlijke, seksuele verlangens, mogen we afleiden uit de poot van de draak die in het kruis van de engel staat.

Een esoterisch teken dat we veel terug zien in schilderijen met verborgen symboliek is het handgebaar van twee opgestoken vingers (de 2=1-code). Dit gebaar symboliseert het heilige huwelijk: het versmelten van het innerlijk mannelijke en vrouwelijke tot een eenheid. Het eindstadium van het proces van Godsrealisatie.

Twee voorbeelden hiervan zijn het schilderij van Sint Michael door Bartolomeo Della Gatta en het schilderij van de heilige Margaretha door Joan Reixach (beide hieronder). De onderliggende boodschap is: het heilige huwelijk heeft plaatsgevonden, de draak is overwonnen!

Een laatste voorbeeld van esoterische symboliek is het schilderij van de heilige Margaretha door Rafaël (rechtsonder). Deze bekende schilder heeft een voor die tijd heel gewaagde manier bedacht om uit te drukken dat de draak staat voor de seksuele verlangens van de heilige zelf. Zijn draak ziet er anders uit dan die van zijn collega’s: het angstwekkende beest lijkt nog het meest op een gigantische worm. De opengesperde muil van het dier is onmiskenbaar een vrouwelijk geslachtsdeel.

De heilige Margaretha door Joan Reixach

Aartsengel St. Michaël door Bartolomeo Della Gatta

De heilige Margaretha door Rafaël

Tot slot

Met seksualiteit is niets mis. Wie echter kiest voor de weg naar God zal deze oerenergie moeten bewaren en transformeren. Omgevormd, wordt de woeste draak tot een rijdier dat je kan brengen naar de poorten van het Koninkrijk van God.

Een omvorming van de draak zien we ook terug in het Magnum Opus van de alchemist. Op deze afbeelding zien we de glazen kolf waarin de alchemist in zijn laboratorium (de energie van) de draak transformeert. De zwarte, witte en rode kop van de draak staan voor de drie fases van het alchemistische proces: nigredo, albedo en rubido. Het kroontje staat voor sublimatie (vergoddelijking). De glazen kolf staat symbool voor de alchemist zelf.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (augustus ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2018

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh is auteur van o.a. het boek Kundalini-ontwaken.

Door |2022-03-13T22:41:09+00:00mei 13th, 2018|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De innerlijke draak getemd

Pijnappelklier, de sleutel tot spiritueel ontwaken

Pijnappelklier, de sleutel tot spiritueel ontwaken

De pijnappelklier, of epifyse, is een orgaantje ter grootte van een rijstkorrel, precies in het midden van ons hoofd, tussen de twee hersenhelften in. Het is met veel mysterie omgeven. Een aantal van zijn functies zijn bekend, maar niet alles is door de wetenschap al in kaart gebracht. EEG’s zijn niet mogelijk door zijn diepe ligging in ons hoofd, wat onderzoek bemoeilijkt. Spirituele zoekers hebben echter millennia geleden al, zonder EEG’s, ontdekt welke functie de pijnappelklier nog meer vervult. Over de hele wereld vinden we in oude beschavingen aanwijzingen terug dat de pijnappelklier werd gezien als de sleutel tot spiritueel ontwaken.

Interessant is dat deze vermeende functie heel dicht ligt bij wat de wetenschap wel weet over de pijnappelklier, namelijk dat hij middels afgifte van het hormoon melatonine invloed heeft op ons bioritme: op slapen en ontwaken op het fysieke niveau.

Wat onderzoekers tevens hebben ontdekt is dat dit kliertje lichtontvangende cellen bevat, die ook in onze ogen aanwezig zijn. Welke functie hebben deze cellen midden in het hoofd, waar licht helemaal niet kan doordringen? Sommige evolutionaire biologen gaan ervan uit dat de pijnappelklier een zogenaamd rudimentair oog is; dat het ooit aan de buitenkant van het hoofd heeft gezeten en toen de functie heeft gehad van een echt oog. Een theorie die bij bijvoorbeeld reptielen aannemelijk zou zijn, maar bij mensen?

De spirituele theorie is dat de pijnappelklier fungeert als een soort innerlijke antenne die fijnstoffelijke energieën (subtielere vormen van licht) kan opvangen en hierop reageert met de productie van DMT, een opiaatachtige stof, familie van het hormoon serotonine, dat zich bijvoorbeeld ook bevindt in de momenteel zo populaire hallucinogene drank ayahuasca.

Amrita, de drank der onsterfelijkheid

De energiebron die deze spirituele functie van de pijnappelklier aanstuurt is de kundalini-energie. Als deze ontwaakt in het bekken en opstijgt door de wervelkolom, verricht zij eerst een voorbereidende zuivering in de mens. Na een aantal jaar bij het voorhoofd aangekomen, activeert zij de pijnappelklier, die op haar beurt weer de hypothalamus en de hypofyse stimuleert om hormonen aan te maken. De stoffen die hiermee vrijkomen in de hersenen zorgen voor een ervaring van extase, tijdloosheid en eenheid.

De yogatraditie noemt deze toevloed van hormonen en opiaatachtigen amrita, de drank der onsterfelijkheid. Tijdens dit proces ontstaat er een overdruk in de hersenen en kan er vocht via een opening in de neusholte achter in de keel komen. Dit hersenvocht is zoet (honingachtig) van smaak. In de godenmythes van onder andere de hindoes, de Grieken en de Noorse traditie, vinden we verwijzingen terug naar een mysterieuze honingdrank of nectar, die zorgt voor de onsterfelijkheid van de goden.

Fontein der Eeuwige Jeugd

Vanaf de puberteit begint de pijnappelklier langzaam te verkalken, waardoor veroudering van het lichaam optreedt. Tijdens het proces van ontwaken vertraagt de verkalking van de pijnappelklier, en de stoffen die door de hypofyse worden afgegeven aan het bloed zorgen voor een algehele vitalisering en verjonging van het lichaam. Dit opmerkelijke proces heeft aanleiding gegeven tot het ontstaan van de mythe van de Fontein der Eeuwige Jeugd. Een fontein die zich dus niet ergens in de buitenwereld bevindt, maar in ons hoofd!

Illustratie: In de iconografie van het hindoeïsme kunnen we verwijzingen naar amrita onder andere terugvinden in het traditionele fonteintje op het hoofd van de god Shiva en de pot met nectar waarmee goden regelmatig worden afgebeeld.

Godsrealisatie

Op het energetische niveau worden tijdens dit ontwaken het zesde chakra – oftewel het derde oog – en het zevende chakra geopend: de vereniging van de mens met zijn Schepper vindt plaats.
Als er één cultuur is waarvan we met zekerheid kunnen zeggen dat deze diepgaande kennis bezat over dit proces van godsrealisatie dan is het wel die van het Oude Egypte. Vrijwel alles wat wij nu nog weten en is overgebleven van deze hoogstaande beschaving is doortrokken van symboliek die verwijst naar de mogelijkheid van de mens om onsterfelijk te worden.

Piramide van Cheops

De beroemde piramide van Cheops maakt duidelijk dat de Egyptenaren zich ook zeer bewust waren van de belangrijke rol van de hersenen in het proces van spiritueel ontwaken. Deze piramide, ook wel genoemd de piramide van Khufu of de Grote Piramide, maakt deel uit van een complex van drie grote en zes kleine piramiden, op het plateau van Gizeh aan de oever van de rivier de Nijl bij Cairo in Egypte. De imposante bouwwerken zijn met veel mysterie omgeven. Er zijn talrijke theorieën in omloop over hoe en wanneer ze zijn gebouwd (vermoedelijk rond 2500 voor Christus). En waarom? Wat is hun functie?

Een gangbare opvatting is dat het begraafplaatsen zijn voor belangrijke personen (farao’s). Maar met name aan de piramide van Cheops wordt ook een heel andere functie toegeschreven: die van initiatie- of inwijdingstempel. Welke aanwijzingen zijn hiervoor? Ten eerste zijn er geen resten gevonden van een begrafenis. Wel een open sarcofaag, maar geen mummie of begrafenisschatten. Ook geen hiërogliefen (inscripties) die verwijzen naar een begrafenis.

Er zijn meerdere bouwkundige aspecten die uitgelegd kunnen worden als transformatiesymboliek. Zoals het vierkante grondvlak van een piramide, dat omhoog loopt naar één punt. Symbool voor het aardse (vier) dat getransformeerd wordt naar het goddelijke (een). Het woord piramide stamt af van het Griekse pyramos. Pyr betekent vuur. Een verwijzing naar het kundalini-vuur: de goddelijke energie die de drijvende kracht is achter het hele proces.

Doorsnede van de piramide van Cheops

Maar het overtuigendste is de doorsnede van het gebouw met daarin de koningskamer, de grote galerij en de koninginnekamer. Als we de piramide zien als het hoofd van een mens, dan ligt de koningskamer precies op de plaats van de pijnappelklier, de koninginnekamer op de plaats van de hypofyse en de grote galerij op de plaats van de (hypo)thalamus!

Horusoog

Een ander sprekend voorbeeld uit het Oude Egypte is het Horusoog. Egyptologen zijn het niet eens over de herkomst en betekenis van dit, onder andere als amulet gebruikte, bekende symbool. Wie het Horusoog echter naast een doorsnede van de hersenen legt, komt tot de verassende ontdekking dat het een gestileerde weergave is van het midden van onze hersenen. Herkenbaar zijn het corpus callosum, de hypofyse, de (hypo)thalamus, en het ruggemerg.

Het Egyptische Horusoog bevindt zich in onze hersenen.

Dennenappel

De pijnappelklier heeft qua vorm wel iets weg van een pijnappel (dennenappel), vandaar zijn naam. De dennenappel is als symbool, verwijzend naar spiritueel ontwaken, in vele tradities terug te vinden. Opmerkelijk genoeg ook in de christelijke schilderkunst. Echter zodanig verwerkt dat de opdrachtgevers van een schilderij (meestal de kerk) dit niet hebben herkend als ‘heidense’ symboliek. Zie drie voorbeelden aan het einde van dit artikel, en klik hier voor nog meer voorbeelden.

Er zijn door de eeuwen heen altijd vrije geesten, kunstenaars en mystici geweest die wisten dat Jezus niet was geboren als de Zoon van God, zoals de dogma’s van de kerk voorschrijven. Hij was een gewoon mens, net als wij, die na het bovenstaande proces van spiritueel ontwaken leefde vanuit God, die hij zijn Vader noemde. Wat in die tijd niet openlijk kon worden gecommuniceerd, spreekt nu tot ons via talloze schilderijen uit de renaissance en erna.

Zelf refereert Jezus indirect aan de pijnappelklier in de evangeliën:

De lamp van het lichaam is het oog. Wanneer dan uw oog oprecht is, is ook heel uw lichaam verlicht; maar als het kwaadaardig is, is ook heel uw lichaam duister.
Zie er dus op toe, dat het licht dat in u is, geen duisternis is.
Als dus uw lichaam helemaal licht is, en geen enkel deel ervan duister is, zal het net zo geheel licht zijn als wanneer de lamp het met zijn schijnsel verlicht.

(Lucas 11:34-36)

Jezus noemt hier het derde oog ‘de lamp van het lichaam’. Als het derde oog is geopend, door de activering van de pijnappelklier, wordt heel het lichaam van binnenuit verlicht. Het wordt tijdens het proces van ontwaken letterlijk steeds lichter achter je gesloten ogen. Jezus waarschuwt ons om zuiver te leven, zodat dit innerlijke licht niet wordt gedoofd.

Het Bijbelboek Openbaring benoemt ook dit innerlijke licht in het volgende citaat:

… en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn.
En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.

(Openb. 22:3-5)

Onthechting

Het derde oog gaat open bij wie bereid is zijn andere twee ogen te sluiten. Oftewel, voor het volbrengen van het proces van godsrealisatie moet het aardse worden losgelaten. Onthechting is de enige weg.

Verborgen kennis in de kunst

Klik op de afbeelding voor een uitvergroting

Giovanni Antonio Boltraffio, Madonna met Kind, 1480, Museum Poldi Pezzoli, Milaan.

Dennenappels op de kleding van de Madonna.

Matteo di Giovanni, Madonna met Kind, heiligen en engelen, ca. 1465, National Gallery of Art, Washington D.C.

Dennenappelmotief op de kleding van de Madonna.

Hans Memling, Madonna en Kind met heiligen en donateurs, ca. 1485, Museum het Louvre, Parijs.

Dennenappels op het kleed achter de Madonna en naast het hoofd van het Kind.

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (december ’17)
Copyright Anne-Marie Wegh 2017

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Deel dit artikel

Anne-Marie Wegh is auteur van het boek Kundalini-ontwaken.

Door |2022-03-13T22:41:38+00:00december 1st, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Pijnappelklier, de sleutel tot spiritueel ontwaken

Sneeuwwitje en de zeven chakra’s

Sneeuwwitje en de zeven chakra’s

Niet veel mensen beseffen dat de verhaaltjes voor het slapen gaan, die we als kind kregen voorgelezen, ons eigenlijk wakker willen maken. Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje en Roodkapje, al die eeuwenoude sprookjes zijn metaforen voor een spiritueel ontwaken. De arme wees met de boze stiefmoeder, de prins en de prinses zonder koninkrijk, het verdwaalde kind in het donkere bos, dat zijn wij. En al deze verhalen willen ons leren wat de weg terug is naar ons eigenlijke thuis, naar God.

Nog minder mensen realiseren zich dat de symboliek in deze sprookjes veelal verwijst naar de kundalini-energie, de mysterieuze bron van oerkracht die ‘sluimert’ in ons bekken, en die heden ten dage vooral wordt geassocieerd met oosterse tradities. Maar ook in onze westerse mythes, legendes en oude volksvertellingen, zit vaak kundalini-symboliek verborgen.

Laten we, als voorbeeld, kijken naar een sprookje dat iedereen kent: Sneeuwwitje. Haar naam verwijst naar de werking van de kundalini-energie: een zuivering van de mens op het niveau van lichaam, geest en emoties. Alleen met een rein hart kunnen wij door de poorten van het Koninkrijk van God.

De boze stiefmoeder

Als Sneeuwwitje wordt geboren, sterft haar moeder, de koningin. Haar vader hertrouwt met een valse vrouw die jaloers is op de schoonheid van Sneeuwwitje. Ze beraamt een plan om haar te doden. De ‘boze stiefmoeder’ komt in veel sprookjes voor. Zij staat voor ‘de materie’, die onze echte ‘moeder’ niet is. Interessant in dit verband is dat het woord materie ook is afgeleid is van mater, het Latijnse woord voor moeder. Onze echte thuis is in de goddelijke dimensies. De mens die incarneert op aarde is als een ‘weeskind’, in de macht van een ‘stiefmoeder’ die haar eigen (egoïstische) agenda erop nahoudt.

De zeven dwergen

De valse koningin geeft een jager de opdracht om Sneeuwwitje te doden. Hij kan dit echter niet over zijn hart verkrijgen en hij laat haar achter in het donkere bos. Moederziel alleen doolt zij rond, totdat zij het huisje vindt van de zeven dwergen:

Daar opeens zag ze een klein huisje; ze wilde erin gaan om uit te rusten. Alles in ‘t huisje was klein, maar sierlijk en keurig; het is niet te zeggen hoe keurig. En er stond een wit gedekt tafeltje, met zeven kleine bordjes, en bij elk bordje een klein lepeltje, en zeven mesjes, en vorkjes en ook zeven bekertjes. Tegen de wand stonden er zeven bedjes naast elkaar, opgemaakt met sneeuwwit beddengoed. En omdat Sneeuwwitje hongerig en dorstig was, at ze van alle zeven bordjes een beetje groente en een beetje brood en dronk uit ieder bekertje een teugje wijn, want ze wilde niet van één alles wegnemen. Daarna – ze was zo moe – probeerde ze een bedje, maar geen van de bedjes paste, het ene te lang en het andere te kort, maar eindelijk, het zevende paste; daarin bleef ze liggen, deed haar gebedje en sliep in.

De zeven dwergen staan voor de zeven belangrijkste chakra’s van ons lichaam. Sneeuwwitje die eet van alle zeven bordjes en bekertjes is een beeld van de kundalini-energie die door onze wervelkolom langs deze zeven chakra’s stroomt. De ronde vorm van borden en bekers correspondeert prachtig met de ‘wiel-vorm’ van chakra’s. Dan laat het sprookje zien hoe de kundalini zich terugtrekt in het bekken, bij het onderste chakra. Dit is het zevende bedje waarin Sneeuwwitje gaat slapen.

Ze mag bij de dwergen blijven wonen en in ruil daarvoor maakt zij hun huisje schoon (kundalini-zuivering), als zij overdag de bergen in gaan om goud (lees: God) te delven. Maar lang duurt haar rust niet. De valse koningin hoort dat Sneeuwwitje nog leeft en gaat op pad om haar alsnog te doden. Het verhaal leert ons nu dat ijdelheid – een van de eigenschappen van het ego – de kundalini ‘slapend’ houdt. Wie gericht is op zichzelf en op de verlokkingen van de materie, krijgt geen toegang tot het goddelijke.

De giftige appel

Verkleed als een verkoopster verleidt de koningin Sneeuwwitje om een ceintuur van haar te kopen, die ze vervolgens zo strak vastsnoert (‘slank willen zijn’) dat haar de adem wordt benomen en zij ‘als dood’ ter aarde stort. De dwergen brengen haar bij thuiskomst echter weer tot leven door de ceintuur los te maken. Daarna probeert de koningin het met een giftige kam (‘mooi willen zijn’), die Sneeuwwitje bewusteloos doet neervallen. Ook nu lukt het de dwergen weer om het meisje bij kennis te brengen. De derde keer slaagt de valse stiefmoeder wel in haar opzet met een giftige appel:

‘Van buiten was hij prachtig, geelwit met rode wangen. Wie ernaar keek, kreeg er trek in. Maar wie er een klein stukje van zou eten – die moest sterven.’

De appel verwijst naar het Bijbelverhaal van Adam en Eva. Deze ‘verboden vrucht’ symboliseert de zintuiglijke verleidingen van ‘de wereld’. Adam en Eva worden na het eten ervan verdreven uit het paradijs (lees: de verbinding met het goddelijke wordt verbroken).

De glazen kist

De dwergen leggen de (schijn)dode Sneeuwwitje in een glazen kist:

‘Zo lag Sneeuwwitje lange, lange tijd in de kist en ze veranderde niet, maar het leek of ze sliep.’

Het goddelijke leidt in de meeste mensen weliswaar een slapend bestaan, maar kan nooit sterven, zegt dit beeld. In ons bekken, bij het heilig been, wacht de kundalini geduldig tot de spirituele zoeker er klaar voor is om een langdurige weg van zuivering en heling te gaan. Zij ontwaakt vanzelf in eenieder die een op God gericht leven leidt, ongeacht zijn of haar religieuze overtuiging of cultuur, om te helpen de juiste voorwaarden te scheppen voor het ‘heilige huwelijk’: een versmelting van het innerlijk mannelijke en vrouwelijke, waarna een vereniging van de mens met zijn Schepper plaatsvindt.

In het sprookje verschijnt een prins op het toneel, die verliefd wordt op Sneeuwwitje. Deze gebeurtenis symboliseert het begin van de fase van kundalini-ontwaken. Hij neemt haar mee, met kist en al:

‘De prins liet de kist nu door zijn dienaren op hun schouders wegdragen. En toen gebeurde het, dat zij struikelden over een boomstronk, en door de schok schoot het giftige stuk appel dat Sneeuwwitje had afgebeten, uit haar keel.’

De boomstronk symboliseert de wervelkolom waardoor de kundalini naar boven stroomt, naar het kruinchakra. De glazen kist waarin Sneeuwwitje ligt verbeeldt een ‘transparant’ ego, dat door de kundalini-energie is uitgezuiverd.
De prins vraagt opgetogen de wakker geworden Sneeuwwitje ten huwelijk:

“Ik heb je lief, meer dan alles op de wereld, kom mee naar ‘t slot van mijn vader, dan zul je mijn vrouw worden.”

Het slot van de vader (de Vader) van de prins, symboliseert het Koninkrijk van God: de verblijfplaats van de mens die het goddelijke meer lief heeft dan ‘alles op de wereld’.

De roodgloeiende pantoffels

Prachtig, tenslotte, is de symboliek van het lot van de valse koningin. Als zij verschijnt op het huwelijk van Sneeuwwitje en de prins, staat haar een zeer onaangename verrassing te wachten:

Maar er waren al ijzeren pantoffels op een kolenvuur gezet en die werden met tangen binnengedragen. Ze moest in de roodgloeiende schoenen gaan staan en zolang dansen, tot ze dood ter aarde viel.

De dansende koningin is een metafoor voor innerlijke kundalini-activiteit. De werking van deze energie wordt vaker uitgebeeld als een dans. De moedergodin Kali uit het hindoeïsme, bijvoorbeeld, die ook de kundalini symboliseert, wordt meestal dansend afgebeeld.

Om haar hals hangt een ketting van bloederige, afgehakte hoofden. Trofeeën van alle ego’s die zij al heeft vernietigd met haar rondzwaaiende armen en benen.

De roodgloeiende pantoffels die de koningin moet dragen, verwijzen naar de zuiverende werking van het kundalini-vuur. Haar dood staat voor de dood van het ego, dat gericht is op de materie, een gebeurtenis die onlosmakelijk is verbonden met het heilige huwelijk.

Alchemie

Het sprookje van Sneeuwwitje roept ons op om de weg van de innerlijke transformatie te gaan. De weg van de alchemist die eenzaam en volhardend in zijn laboratorium probeert lood om te zetten in goud. Een metafoor voor het spirituele groeiproces waarbij het aardse in de mens wordt getransformeerd naar het goddelijke. Het sprookje verwijst subtiel naar de traditie van de alchemie met de beschrijving van Sneeuwwitje: een huid wit als sneeuw, lippen rood als bloed, en haren zwart als ebbenhout.

Negredo (zwart), albedo (wit) en rubedo (rood), zijn de drie fases in het alchemische proces. Negredo, de eerste fase, is als de wereld zijn glans heeft verloren en een afbraakproces begint van de ‘oude mens’. Deze fase wordt in het sprookje verbeeld door Sneeuwwitje die angstig ronddoolt in het donkere bos, op zoek naar een nieuw thuis. Albedo is de fase van uitzuivering. Dit proces wordt gesymboliseerd door Sneeuwwitje die het huis van de zeven dwergen (chakra’s) schoonmaakt, als zij in de bergen zijn om goud te zoeken. In de laatste fase, rubedo, vindt de versmelting van de tegenstellingen plaats, verbeeld in het sprookje door het huwelijk van Sneeuwwitje met de prins.

Spiegeltje, spiegeltje, aan de wand…

Wat dit sprookje ons wil zeggen, via de toverspiegel van de boze koningin, is: maak je niet druk over je buitenkant, richt je liever op je binnenwereld, want wat daarin ligt verborgen is duizendmaal mooier dan al het andere op aarde!

Copyright Anne-Marie Wegh 2017
Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (januari ’17)

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Het meest recente boek van Anne-Marie:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Deel dit artikel

De diepere betekenis van sprookjes

Niet veel mensen realiseren zich dat de klassieke sprookjes die we zo goed kennen, vaak verwijzen naar ons potentieel voor spirituele wedergeboorte. Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel; al die tijdloze verhalen zijn metaforen voor het proces van het ontwaken van de kundalini. De arme wees met de slechte stiefmoeder, de prins en prinses zonder koninkrijk, het verloren kind in het donkere bos; dat zijn wij. En al deze verhalen willen ons leren over de weg terug naar ons eigenlijke huis, naar God.

Door op de volgende sprookjes te klikken, vind je een analyse van het verhaal door Anne-Marie:

SNEEUWWITJE
ASSEPOESTER
BLAUWBAARD
Doornroosje
DOORNROOSJE
DE KIKKERKONING

Door |2022-03-13T22:42:11+00:00november 30th, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Sneeuwwitje en de zeven chakra’s

Het glazen muiltje van Assepoester

Het glazen muiltje van Assepoester

De sprookjes van Grimm die wij allemaal zo goed kennen – Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje – zijn niet zelf bedacht door de twee broers, maar zijn oude volksvertellingen die zij op schrift hebben gesteld. Het zijn verhalen die vaak ook op andere plekken van de wereld rouleerden, soms in een iets andere vorm, maar met frappant veel dezelfde symboliek. Hieruit mogen we afleiden dat er sprake is van een esoterische kennis, die in alle tijden en culturen een ondergronds bestaan heeft geleid, en die via volksverhalen aan elkaar werd doorgegeven.

Ik vermoed dat de gebroeders Grimm zich er niet van bewust zijn geweest dat veel van de sprookjes die in hun boeken zijn terecht gekomen, gaan over een kundalini-ontwaken. Een woord dat in de 19e eeuw ook nog niet was doorgedrongen in de westerse wereld. In het januarinummer van Paravisie konden we lezen dat het sprookje Sneeuwwitje één grote metafoor is voor het kundalini-proces. Deze keer zal ik laten zien dat ook het verhaal van Assepoester gaat over spirituele transformatie met deze mysterieuze energiebron in de hoofdrol.

De boom, de duif, het vuur en het huwelijk

Dit sprookje maakt gebruik van een aantal universele symbolen die we steeds weer terug zien als het kundalini-proces wordt uitgedrukt in beelden: de boom, de witte duif, het vuur en het huwelijk. De boom symboliseert de wervelkolom waardoor de goddelijke energie (vuur) van het bekken naar de kruin stroomt. De duif symboliseert een voltooid proces. Het huwelijk staat voor het versmelten van het mannelijke en vrouwelijke in de mens tot een eenheid, ter hoogte van het zesde chakra, waardoor de deur naar het goddelijke opengaat.

Deze beelden zien we – in een gestileerde vorm – ook terug bij de caduceus, het klassieke kundalini-symbool uit de Griekse godenmythologie. De staf van de caduceus staat voor de wervelkolom van de mens en de twee vleugels voor de bewustzijnsverruiming die het resultaat is van een kundalini-ontwaken. De twee slangen staan voor de twee energiebanen in ons lichaam die ons verbinden met de dualiteit, waaronder het mannelijke en het vrouwelijke (yin en yang in het taoisme). De versmelting van deze energiebanen ter hoogte van ons voorhoofd wordt ook wel het heilige huwelijk genoemd.

Laten we kijken hoe dit alles terugkomt in het verhaal over Assepoester. Net als in het sprookje van Sneeuwwitje, sterft de moeder van Assepoester en haar vader hertrouwt met een kreng van een vrouw. Een boze stiefmoeder staat in sprookjes meestal voor ‘de materie’. Deze interpretatie wordt bevestigd door de etymologie (taalafkomst): het woord materie is afgeleid van het Latijnse mater en betekent moeder. We worden hier op aarde geboren, maar ons werkelijke thuis is in de goddelijke dimensies, is de onderliggende boodschap van het sprookje.

Slapen bij de open haard

Assepoester wordt door haar stiefmoeder opgesloten in de keuken en moet daar zwaar werk doen:

Als ze ‘s avonds moe gewerkt was, mocht ze niet naar bed, maar moest naast de haard in de as liggen. Daardoor was ze altijd stoffig en vuil; en zo noemde ze haar Assepoester.

De letterlijke betekenis van haar oorspronkelijke Duitse naam Aschenputtel is ‘zij die in de as blaast om het vuur aan te wakkeren’. Poesten is oud-Nederlands voor blazen. Een prachtige, treffende naam die ons meteen al op het spoor zet van de diepere betekenis van het sprookje. Het haardvuur is het sluimerende kundalini-vuur in ons bekken.

Het beeld van de opgesloten Assepoester, slapend bij de smeulende haard, symboliseert de kundalini-energie die niet meer vrij stroomt door onze wervelkolom, maar ‘slaapt’ ter hoogte van het heiligbeen, als gevolg van onze incarnatie op aarde.

De gemene stiefzusters

Assepoester heeft twee stiefzusjes. Zij verbeelden de twee energiebanen (nadi’s) in ons lichaam, die in de yogatraditie ida-nadi en pingala-nadi worden genoemd, en die ons de materie en haar dualiteit laten ervaren. ‘De stiefzusjes hadden mooie blanke gezichtjes, maar ze waren lelijk en zwart van hart’, zegt het sprookje. Een leven gericht op de materie lijkt misschien mooi aan de buitenkant, maar is zielloos en leeg.

De boomtak en de hoed

Assepoester gaat dagelijks naar het graf van haar moeder en huilt daar bittere tranen omdat ze zo ongelukkig is.

Toen gebeurde het, dat de vader eens op reis moest, en hij vroeg de twee stiefdochters wat ze wilden, dat hij voor hen meebracht. “Mooie kleren,” zei de eerste; “Parels en edelstenen,” de tweede. “En jij Assepoester,” zei hij, “wat wil jij hebben?” – “Vader, als op uw terugreis een takje tegen uw hoed stoot, breng dat voor me mee.” Hij kocht voor de beide stiefzusters mooie kleren, parels en edelstenen. Op de terugweg reed hij door een bos, daar zwiepte een tak van een hazelaar tegen zijn hoed en stootte die af; die tak brak hij af en nam hem mee. Bij zijn thuiskomst gaf hij de stiefdochters wat ze voor zichzelf hadden gewenst, en aan Assepoester gaf hij de hazeltak. Assepoester bedankte hem, ging naar haar moeders graf en plantte de tak daarop; ze schreide zo, dat haar tranen erop neerkwamen en de aarde vochtig maakten. Het takje sloeg daardoor aan en groeide en werd een
mooie boom. Assepoester ging er elke dag driemaal heen, schreide en bad, en elke keer kwam er een wit vogeltje in de boom, en als ze iets wenste, dan gooide het vogeltje alles wat ze vroeg, naar beneden.

Prachtig hoe de boom als metafoor voor het kundalini-proces in het verhaal is verwerkt! Assepoester vraagt als geschenk het takje dat tegen de hoed van haar vader stoot, een verwijzing naar de ‘kundalini-boom’ die groeit tot in ons hoofd. De hoed die wordt afgestoten, staat voor de opening van het kruinchakra.

Assepoester plant het takje op het graf van haar moeder. De kundalini-energie wordt in veel spirituele tradities gezien als vrouwelijk; als een godin, of als ‘God de Moeder’. Ons bekken is het graf waarin deze energie ligt ‘begraven’. Door de tranen van het bedroefde meisje gaat de boom groeien. Wat nodig is om de kundalini wakker te maken is een oprecht verlangen naar God; heimwee naar de plaats waar we vandaan komen. Verdriet om het leven op aarde – hoe wrang dit ook klinkt – is voeding voor de ‘kundalini-boom’.

Het witte vogeltje in de boom staat voor een voltooid proces. Alles wat Assepoester vraagt gooit het vogeltje naar beneden: we krijgen alles wat ons hart begeert, als we doorzetten en het spirituele transformatieproces tot een goed einde brengen.

De koningszoon

Ook het huwelijk met de prins waar het sprookje mee eindigt zit vol met prachtige symboliek. Assepoester wil graag mee naar het feest dat de koning geeft om een bruid voor zijn zoon te zoeken. Zij mag echter pas mee als zij de linzen uit de as heeft gesorteerd die haar stiefmoeder erin gooit. Assepoester roept de vogels om hulp:

Het meisje ging door de achterdeur naar buiten en riep: “Lieve duifjes, tortelduifjes, alle vogeltjes onder de hemel, kom eens helpen! de goede in het kopje de slechte in je kropje!” Daar kwamen door ‘t keukenraam twee witte duiven aanvliegen en dan de tortelduifjes, en eindelijk warrelden en dwarrelden daar alle vogeltjes uit de lucht en ze streken allemaal in de as neer. En de duiven knikten met hun kopjes en begonnen pik, pik, pik, pik en toen begonnen de andere vogels ook pik, pik, pik, pik, en alle goede linzen kwamen in de grote schotel.

Dit uitsorteren van de ‘goede linzen’ staat voor de innerlijke reiniging die nodig is voor het heilige huwelijk. Een zuivering die tot stand wordt gebracht door de kundalini-enerige (de vogels).

Dan zegt de stiefmoeder dat ze toch niet mee mag naar het bal, omdat ze geen geschikte kleren heeft. Assepoester gaat naar het graf van haar moeder, waar ook dit keer de witte vogel haar helpt door een prachtige goud met zilveren baljurk, met bijpassende schoentjes, naar beneden te gooien. Deze jurk staat voor het ‘lichtkleed’ dat wordt gevormd onder invloed van het kundalini-proces. Door dit onvergankelijke lichtlichaam verwerven we onsterfelijkheid, de ultieme spirituele bestemming van de mens.

De verliefde prins

De prins is zeer gecharmeerd van Assepoester, maar tot drie keer toe (het feest duurt drie dagen) weet zij te ontsnappen aan zijn pogingen om haar naar huis te brengen. De eerste keer door in een duiventil te klimmen en de tweede keer door zich te verbergen in een perenboom. Zowel de duiventil als de perenboom verwijst naar de wervelkolom, met daarin stromend de kundalini-energie. De derde keer verliest Assepoester tijdens haar vlucht een van haar schoentjes:

De prins nam de schoen; klein en sierlijk en van zuiver goud. De volgende morgen ging hij naar de koning en zei: “Niemand wordt mijn vrouw, dan wie dit schoentje past.”

De schoen van Assepoester moet ons iets zeggen over haar ego: klein en van goud. In een andere versie van het sprookje, opgetekend door de Franse schrijver Perrault, is het schoentje van glas. Dit verwijst naar een ‘transparant’, uitgezuiverd ego (net als de glazen kist van Sneeuwwitje).

Wie past de kleine schoen?

De prins gaat op zoek naar degene die het schoentje past. De voeten van de stiefzusters van Assepoester blijken veel te groot. De ene stiefzuster snijdt haar teen af en de ander haar hiel om de prins om de tuin te leiden, maar ze worden verraden door de witte duiven bij het graf van Assepoester’s moeder: “Roekedekoe, roekedekoe, er is bloed in de schoen, deze schoen is veel te klein, ‘t zal de echte bruid niet zijn.”

Als blijkt dat Assepoester het schoentje wel past, neemt de prins haar verheugd mee. Op dat moment komen twee witte vogels aangevlogen en gaan op de schouders van Assepoester zitten: ‘…de ene rechts, de andere links, en daar bleven ze zitten.’ De duiven links en rechts naast het hoofd van Assepoester symboliseren de twee vleugels bovenaan de caduceus: het kundalini-proces is voltooid. Dan lezen we tot slot:

Toen de bruiloft gehouden werd, kwamen de twee stiefzusters, ze wilden meedelen in haar geluk. Toen de bruidsstoet naar de kerk ging, ging de oudste rechts en de jongste links van de bruid zitten; daar pikten de duiven van elk een oog uit. En toen ze weer uit de kerk kwamen, pikten de duiven ieder het andere oog uit. Zo werden ze voor hun lelijk gedrag en hun valsheid voor hun leven met blindheid gestraft!

De stiefzusters gaan tijdens het huwelijk links en rechts van Assepoester zitten. Dit moet bij ons het beeld oproepen van de twee energiebanen – de ida-nadi en pingala-nadi – die aan weerszijde van de wervelkolom stromen. De zusters worden blind gemaakt door de witte duiven: de ontwaakte mens wordt ‘blind’ voor het aardse.

De moraal van het verhaal

Als de stiefmoeder en de stiefzusjes in ons aan de macht zijn, blijft Assepoester opgesloten in de keuken. Oftewel: als wij een leven leiden gericht op de materie en de verlangens van het ego, dan blijft de kundalini-energie ‘slapend’ bij ons heiligbeen.

Copyright Anne-Marie Wegh 2017
Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (maart ’17)

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Het meest recente boek van Anne-Marie:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

Deel dit artikel

De diepere betekenis van sprookjes

Niet veel mensen realiseren zich dat de klassieke sprookjes die we zo goed kennen, vaak verwijzen naar ons potentieel voor spirituele wedergeboorte. Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel; al die tijdloze verhalen zijn metaforen voor het proces van het ontwaken van de kundalini. De arme wees met de slechte stiefmoeder, de prins en prinses zonder koninkrijk, het verloren kind in het donkere bos; dat zijn wij. En al deze verhalen willen ons leren over de weg terug naar ons eigenlijke huis, naar God.

Door op de volgende sprookjes te klikken, vind je een analyse van het verhaal door Anne-Marie:

SNEEUWWITJE
ASSEPOESTER
BLAUWBAARD
Doornroosje
DOORNROOSJE
DE KIKKERKONING

Door |2022-03-13T22:42:38+00:00november 30th, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Het glazen muiltje van Assepoester
Ga naar de bovenkant