Ecce Homo: zie de lijdende mens!

Ecce Homo: zie de lijdende mens!

De centrale boodschap van het Boeddhisme vinden we verrassend genoeg ook terug in de Bijbel: wie vasthoudt aan zijn ego gaat lijdend door het leven.

De evangeliën willen ons vertellen, verpakt in beeldtaal, hoe wij het goddelijke kunnen realiseren in onszelf. Hiervoor is een proces van zuivering en ontlediging nodig, waarbij het ego moet wijken. Dit verklaart waarom de details rondom het lijden en sterven van Jezus zo verschillen per evangelie. De schrijvers ervan hebben geen historisch verslag geschreven, maar hebben Jezus’ dood en verrijzenis gebruikt als metafoor voor het innerlijke sterven en het wedergeboren worden in God van de spirituele zoeker.

De crucifix als metafoor

Het beeld van de gekruisigde Christus is diep verankerd in onze westerse cultuur. Tot voor kort hing er in ieder rooms-katholiek huis wel een crucifix boven de deur of op een andere belangrijke plaats. Als metafoor heeft het houten kruis met de lijdende Jezus eraan een dubbele betekenis. Enerzijds is het een verbeelding van het ego dat moet sterven in degene die het Koninkrijk van God zoekt:

Toen zei Jezus tegen Zijn discipelen: Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen om Mij, die zal het vinden.(1)

Oftewel: wie net als Jezus ook het innerlijke Koninkrijk van God wil verwezenlijken, moet zichzelf verloochenen (zijn ego loslaten) en zijn kruis opnemen (de pijnlijke weg gaan van zuivering en ontlediging). Wie zijn oude leven (de oude mens, het ego) zal willen behouden, zal niet het eeuwige leven bij God verwerven. Wie echter bereid is zijn oude leven op te geven voor God, die zal Hem vinden.

De crucifix is ook een metafoor voor het goddelijke potentieel dat een gekruisigd bestaan leidt in de mens die gericht is op de materie. Een beeld op zielsniveau; een bloedende, lijdende Christus in ons.

Deze dubbele betekenis van de crucifix wordt het duidelijkste beschreven en toegelicht in het evangelie van Johannes. Voorafgaand aan de kruisiging speelt zich een hartverscheurende scène af, als Jezus wordt gegeseld en bespot door de soldaten. Deze passage bevat een belangrijke sleutel, niet alleen voor het begrijpen van de evangeliën, maar voor de gehele Bijbel.

Toen nam Pilatus dan Jezus en geselde Hem. En de soldaten vlochten een kroon van doornen en zetten die op Zijn hoofd, en zij deden Hem een purperen bovenkleed om, en zeiden: Gegroet, Koning van de Joden! En zij gaven Hem slagen in het gezicht. Pilatus dan kwam weer naar buiten en zei tegen hen: Zie, ik breng Hem tot u naar buiten, opdat u weet dat ik geen schuld in Hem vind. Jezus dan kwam naar buiten met de doornenkroon op en het purperen bovenkleed aan. En Pilatus zei tegen hen: Zie, de Mens! Toen dan de overpriesters en de dienaars Hem zagen, schreeuwden zij: Kruisig Hem, Kruisig Hem!(2)

De Pilatus in ons

Pilatus is de gouverneur, de vertegenwoordiger van de Romeinen – de bezetters- in Jeruzalem. Hij vervult op het innerlijke niveau de rol van het ego, dat ook wordt gezien als een buitenstaander en een bezetter in de spiritueel onbewuste mens. Pilatus neemt Jezus en geselt hem, luidt de eerste zin van het bovenstaande citaat. De meeste lezers zullen dit niet letterlijk nemen, maar ervan uitgaan dat Pilatus opdracht geeft aan zijn soldaten om Jezus te geselen. Toch mogen we dit op het symbolische niveau nemen zoals het er staat.

Het ego (Pilatus) met zijn talrijke angsten en onvervulde verlangens zorgt voor veel pijn in de piekerende mens. Striemende, zelfkastijdende gedachten en snijdende, brandende emoties laten wonden achter op de ziel die vaak niet meer genezen en het hele verdere leven worden meegedragen. Ook de doornenkroon drukt dit uit: de mens die gepijnigd wordt door zijn eigen gedachtewereld.

Leven vanuit het ego is lijden, hierover zijn vrijwel alle spirituele tradities het eens. Desalniettemin waant het ego zich koning van het universum. Het stelt zichzelf en zijn verlangens centraal. ‘Hoe kan ik hier beter van worden’ is de vraag die het ego leidt op zijn weg door het leven. Wanneer het ego regeert in het hart, richt de mens zijn vermogen tot liefhebben op zichzelf. Zelfvoldaanheid, ijdelheid en egoïsme zijn het resultaat.

Een kijkje in de spiegel

Ecce Homo! Zie de Mens!, zegt Pilatus, als hij de gegeselde Jezus met doornenkroon en koningsmantel toont aan het publiek: zie de staat waarin de mensheid verkeert! Geslagen, verwond, geboeid. Een gevangene van het ego. Een bloedende en lijdende zelfverklaarde koning. Lijdend, omdat wij ons identificeren met wat vergankelijk is. Jezus staat hier model voor de mensheid. Dit is hoe God ons aantreft als wij op weg gaan om Hem te zoeken.

Kruisig Hem, kruisig Hem!, roept het publiek. De uitweg voor de mens uit het lijden is de kruisiging van het ego. Om te getuigen van deze waarheid is Jezus op de wereld gekomen, zegt hij: Hiervoor ben Ik geboren en hiervoor ben Ik in de wereld gekomen: om voor de waarheid te getuigen. Iedereen die uit de waarheid is, geeft aan Mijn stem gehoor. Pilatus zei tegen Hem: Wat is waarheid?(3)

En dan refereert Pilatus aan iets wat historici nooit in andere geschriften terug hebben kunnen vinden: dat het in die tijd de gewoonte was om tijdens het Pascha een gevangene vrij te laten.(4) Dit is zeer waarschijnlijk een verzonnen element in de evangeliën, dat dient om de kern van het spirituele proces duidelijk te maken. Als Pilatus namelijk vervolgens vraagt of hij Jezus zal vrijlaten, roepen de Joden: Niet Deze, maar Barabbas!.(5)

De bevrijding van de innerlijke Barabbas

De naam Barabbas betekent zoon van de vader. Jezus noemt God in de evangeliën Abba, het Aramese woord voor Vader. Voor ons wordt door middel van de naam van deze misdadiger duidelijk gemaakt dat degene die vrijgelaten moet wordende Zoon van de Vader, oftewel de (innerlijke) Christus, is! (In sommige handschriften van het evangelie van Mattheüs wordt zelfs gesteld dat Barabbas de voornaam Jezus had.)

De rollen zijn dus even omgedraaid in deze scène ten opzichte van de andere verhalen in de evangeliën waarin Jezus meestal het goddelijke vertegenwoordigt. De gegeselde Jezus staat hier symbool voor de mens die gevangen zit in de wereld van het ego. Deze moet gekruisigd worden. En Barabbas vertegenwoordigt – gebaseerd op zijn naam – het goddelijke in de mens. Deze moet bevrijd worden van zijn gevangenschap.

Wat is de waarheid?, laat de evangelist Pilatus vragen.(3) Om meteen daarna de roep om bevrijding van Barabbas en de kruisiging van Jezus te beschrijven. Dit is geen toeval. Dit is het antwoord op de vraag van Pilatus. Het kleine ik moet sterven om plaats te maken voor God.
Hierna volgt een kernzin die als het ware het hele evangelie samenvat. Voor de juiste vertaling moet je naar een Bijbel gaan die dicht bij de Griekse grondtekst blijft. Moderne vertalingen luiden namelijk meestal iets als:

‘Wij hebben een wet,’ antwoordden de Joden, ‘die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich heeft uitgegeven voor de Zoon van God.’ (Groot Nieuws Bijbel 1996) (6)

Letterlijk staat er echter dat Jezus moet sterven omdat huion theou heauton epoiēsen: omdat hij zichzelf Zoon van God heeft gemaakt. Jezus heeft God in zichzelf verwezenlijkt, is Zoon van God geworden, en daarom moet zijn kleine ik, zijn ego sterven.

De wedergeboorte

Elders in het evangelie van Johannes ligt Jezus dit proces van godsrealisatie toe in een opmerkelijk gesprek met de farizeeër Nicodemus  en noemt dit een wedergeboorte (zie kader). Niet alleen is deze passage een peiler geworden onder de christelijke leer, de spirituele zoeker krijgt hier tevens cruciale aanwijzingen van Jezus zelf over de innerlijke verwezenlijking van het Koninkrijk van God.

Het gesprek met Nicodemus

  1. En er was een mens uit de Farizeeën; zijn naam was Nicodemus, een leider van de Joden.
  2. Deze kwam ‘s nachts naar Jezus en zei tegen Hem: Rabbi, wij weten dat U van God gekomen bent als leraar, want niemand kan deze tekenen doen die U doet, als God niet met hem is.
  3. Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.
  4. Nicodemus zei tegen Hem: Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de schoot van zijn moeder ingaan en geboren worden?
  5. Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.
  6. Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.
  7. Verwonder u niet dat Ik tegen u gezegd heb: U moet opnieuw geboren worden.
  1. De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.
  2. Nicodemus antwoordde en zei tegen Hem: Hoe kunnen deze dingen gebeuren?
  3. Jezus antwoordde en zei tegen hem: Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet?
  4. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken over wat Wij weten en getuigen van wat Wij gezien hebben, en toch neemt u Ons getuigenis niet aan.
  5. Als Ik aardse dingen tegen u zei en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik hemelse dingen tegen u zeg?
  6. En niemand is opgevaren naar de hemel dan Hij Die uit de hemel neergedaald is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is.
  7. En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden,
  8. opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

(Joh. 3:1-15)

In vers 5 lezen we: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. De betekenis hiervan is dat de mens eerst een reinigingsproces moet ondergaan, door inwerking van de Heilige Geest (of de kundalini-energie in de oosterse tradities), wil God zijn intrek kunnen nemen in ons.

Ter verduidelijking vervolgt Jezus in vers 8: De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.

Hij legt hiermee uit waartoe het reinigingsproces door de Geest (kundalini) leidt. Hoe een wedergeboorte voelt. Het ego wordt ontdaan van al zijn overbodige ballast en vervuilingen. Het wordt ‘transparant’; schijnbaar afwezig. De wedergeboren mens ervaart slechts puur bewustzijn, zonder gedachten. Het persoonlijk verleden is verdwenen uit de gevoelswereld. Anderen ervaren deze persoon als egoloos; als ‘doorzichtig’, zoals de wind.

In het boek Jesaja benoemd God expliciet dit uitwissen van het persoonlijke verleden:

Want zie, Ik schep een nieuwe hemel
en een nieuwe aarde.
Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden,
ze zullen niet meer opkomen in het hart. (7)

Jezus zegt dat hij weet waarover hij het heeft en dat hij spreekt uit eigen ervaring (vers 11). Ook hij heeft dit proces van wedergeboorte doorgemaakt en zijn ego afgelegd. Wat hij zegt komt vanuit God en niet vanuit zijn ego.

Het gesprek lijkt een andere wending te nemen als Jezus in vers 14 zijn kruisiging aankondigt. Niets is echter minder waar. Ook deze woorden vormen een toelichting op het begrip wedergeboorte. Jezus geeft hiermee aan dat zijn kruisiging en verrijzenis, die hierna volgt, de geestelijke wedergeboorte symboliseren van de mens die zijn ego heeft afgelegd.

Jezus zelf bevestigt deze interpretatie, door in het vers waarin hij zijn kruisiging aankondigt, een verband te leggen met het verhaal van Mozes en de koperen slang: En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden…
Dit is een expliciete verwijzing naar een kundalini-ontwaken!

Mozes en de Koperen slang, en de transfiguratie van Jezus, Cristóbal de Villalpando, 1683

Mozes en de koperen slang

Tijdens hun veertigjarige reis door de woestijn krijgt het volk van Mozes te maken met gifslangen waarvan de beet dodelijk is. God geeft Mozes opdracht om een slang van koper te maken en deze op een paal te zetten. Wie naar de koperen slang kijkt nadat hij is gebeten, blijft in leven. (8)

Het Hebreeuws dat is vertaald met gifslangen –nachash saraph– betekent letterlijk brandende (vurige) slangen. Deze slangen van vuur verbeelden de kundalini -energie. Het verhaal laat zien wat de gevolgen zijn als de goddelijke energie in het bekken wordt aangewend voor de verlangens van de (onder)buik; voor zintuiglijke bevrediging en oppervlakkige pleziertjes.

Als ‘de vurige slang’, na het ontwaken, niet omhoog wordt geleid, maar blijft hangen in het bekken en hier de buik ‘in brand’ zet (‘branden van verlangen’), werkt deze als een dodelijk gif voor de ziel. De mens sterft in spiritueel opzicht. Wordt de slang echter omhoog geleid door de wervelkolom (‘op een paal gezet’) dan blijft de mens ‘leven’.

Met zijn uitspraak dat hij verhoogd moet zoals Mozes de slang heeft verhoogd, wil Jezus ons laten weten dat wij zijn kruisiging moeten zien als een verbeelding van een kundalini-ontwaken. Hij zal dit innerlijke proces van godsrealisatie fysiek tot uitdrukking brengen. Hij zal voor de ogen van de hele wereld het sterven van het ego en de innerlijke ‘opstanding’ zichtbaar maken. Een gruwelijk schouwspel waarvan je je onwillekeurig afvraagt of wij deze spirituele les niet op een andere wijze gepresenteerd hadden kunnen krijgen.

Het onmenselijke lijden en sterven van Jezus heeft in ieder geval zijn uitwerking niet gemist. Het heeft diepe sporen getrokken in ons collectieve bewustzijn en van het christendom een wereldreligie gemaakt.

De verdwijning van Enoch

Onzichtbaar worden, net als de wind, kent een prachtige parallel in het Oude testament: Henoch leidt een vroom leven, tot hij na 365 jaar door God wordt ‘weggenomen’. Het verhaal over Henoch beslaat slechts vier verzen in het boek Genesis:

Henoch leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Methusalach.
En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had, driehonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters.
Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar.
Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.(9)

De ontlediging die nodig is om het Koninkrijk van God te verwerven kan de mens niet op eigen kracht tot stand brengen. Het ego kan niet zichzelf laten verdwijnen. Hiervoor is een zuiveringsproces nodig door Gods Geest. God ‘neemt ons weg’ als wij onszelf hiervoor waardig maken door een aan God toegewijd leven (de naam Henoch betekenttoegewijd).

Dit klinkt ook door in de brief van de apostel Paulus aan zijn medewerker Titus, waarin hij spreekt over het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest:

Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheiddie wij gedaan zouden hebben, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest.(10)

Voor een wedergeboorte en ‘zaligmaking’ zijn wij afhankelijk van Gods genade. Dit is een boodschap die op weerstand stuit bij het ego, dat liever spirituele vorderingen beschouwt als een persoonlijke prestatie en er graag status aan ontleent. Hoogmoed is een valkuil waarin menig spiritueel zoeker belandt.

Wat nodig is voor deze weg, wordt prachtig samengevat door Jezus in zijn Bergrede: een klein ego (‘arm zijn van geest’), zachtmoedigheid, barmhartigheid en een zuiver hart.(11)

Noten:
(1) Matt. 16:24-25
(2) Joh. 19:1-6
(3) Joh. 18:37-38
(4) Joh. 18:39
(5) Joh. 18:40
(6) Joh. 19:7
(7) Jesaja 65:17
(8) Numeri 21:4-9
(9) Gen. 5:21-24
(10) Titus 3:4-5
(11) Matt. 5:1-7

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (lente ’18)
Copyright Anne-Marie Wegh 2018

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh schrijft boeken over de symboliek in de Bijbel, waaronder Ecce Homo, de beeldtaal van de Bijbel.

By |2020-01-19T11:17:04+00:00juli 5th, 2018|Mantra|Reacties uitgeschakeld voor Ecce Homo: zie de lijdende mens!

Trouwen met je broer of zus (de taal van dromen)

Trouwen met je broer of zus

Wilde dieren die je bedreigen, oorlogen en natuurrampen, begrafenissen, huwelijken en geboortes, een spannende reis met hachelijke avonturen. Je maakt het ‘s nachts mee in je dromen, en ook de Bijbel staat er vol mee. Dat is geen toeval. De Bijbel is geschreven in dezelfde beeldtaal als waarin dromen hun boodschappen voor ons verpakken. En beiden gebruiken deze taal, bestaande uit archetypes, metaforen en grondpatronen, voor hetzelfde doel: ons inzicht geven in de weg naar heelheid, oftewel de weg naar God.

De meeste verhalen in de Bijbel zijn niet bedoeld om letterlijk te nemen. Ze verbeelden innerlijke processen van de spirituele zoeker. Jezus die over water loopt bijvoorbeeld, moet ons vertellen dat hij zijn emoties (water) volkomen meester was. In tegenstelling tot zijn leerling Petrus die over het water heen naar Jezus toe wil lopen, maar kopje-onder gaat. (1) Het woeste water en de bijna-verdrinking zijn een verbeelding van de angsten van Petrus. Angst is een groot struikelblok op de spirituele weg. Petrus zal nog meer moeten mediteren, loslaten en onthechten, om met droge kleren de oversteek naar Jezus (God) te kunnen maken. Zo kunnen ook wij dromen over hoge golven, of overstromingen, die ons bedreigen, als we overdag ‘overspoeld’ worden door onze emoties.

Op reis gaan

Een ander klassiek beeld is de reis. Er wordt heel wat afgereisd in de Bijbel en in onze dromen. Dit zijn miniatuurtjes van de weg die we innerlijk afleggen. Ze laten ons iets zien van het spirituele groeiproces waartoe wij allen worden geroepen. Carl Jung noemde dit het individuatieproces. Ondeelbaarheid, heelheid of heiligheid; welke woorden je ook voor het einddoel gebruikt, de beeldtaal die ons wel en wee op deze weg tot uitdrukking brengt in dromen, blijft hetzelfde.

Alle details van een reisdroom kunnen interessante zelfinzichten opleveren. Verloopt de reis soepel, of niet? Hoe ziet het landschap eruit? Is het een kale, dorre boel, of juist levendig en vol groen? Als er sprake is van een voertuig, wie zit er achter het stuur? Ben je dat zelf, of heb je de controle uit handen gegeven aan iemand anders? Weet je de weg, of ben je verdwaald? Dit soort beelden zijn meestal niet moeilijk om te vertalen naar wat er overdag in je leven speelt.

Wilde dieren in een droom zijn je eigen emoties en driften

Jezus begint in de Bijbel zijn reizen met een verblijf van veertig dagen in de woestijn. Deze dorre plek, waar ‘de hemel gesloten blijft’, staat voor het afgesneden zijn van God. Gedurende deze tijd wordt Jezus op de proef gesteld door de Satan (zijn ego) en geconfronteerd met wilde dieren (2). Wilde dieren staan voor onze dierlijke driften, die overwonnen moeten worden. Wie heeft er nog nooit een droom gehad over een angstwekkend dier dat je achtervolgde? Zolang je in je dromen nog bang bent en op de vlucht gaat voor dieren, heb je nog geen meesterschap verworven over je driftleven.

In de Bijbel vinden we veel helden die zich niet lieten afschrikken door een paar roofdieren. De legendarische Samson bijvoorbeeld, verslaat een leeuw met zijn blote handen (3) en de profeet Daniël blijft wonderbaarlijk genoeg ongedeerd na een nacht in een leeuwenkuil. (4) Als je droomt over wilde dieren die totaal geen bedreiging vormen, is dat een prachtige spirituele mijlpaal!

Dag en nacht

Ook de hoeveelheid licht in een droom zegt iets over je groeiproces. Naarmate je bewustzijn ruimer wordt zal het lichter zijn in je dromen. Je zult ook meer details en kleuren gaan waarnemen. Zo nu en dan zul je ook nog dromen van iets dat zich afspeelt in de schemering. Dit gaat dan over een aspect dat zich nog in jouw onderbewuste bevindt.

In de evangeliën komt de Farizeeër Nicodemus ‘s nachts naar Jezus toe en bevraagt hem over het Koninkrijk van God. Jezus reageert verbaasd: Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet? (5) De spirituele onwetendheid van Nicodemus sluit aan bij de vermelding dat het gesprek plaatsvindt bij nacht: zijn bewustzijn is totaal onverlicht, wil de evangelist ons hiermee laten weten. Ook het bewustzijn van de apostel Judas is volgens de Bijbelschrijvers volkomen verduisterd als hij zijn meester verraad aan de vooravond van de kruisiging:

Toen hij dan het stuk brood genomen had, ging hij meteen naar buiten. En het was nacht. (6)

De hoeveelheid licht in een droom zegt iets over jouw bewustzijn

Genezen

Geestelijke genezing is een belangrijk aspect van spirituele groei. Onze geestelijke verwondingen worden in dromen vaak uitgedrukt in lichamelijke aandoeningen. Een buikwond bijvoorbeeld, verbeeld onverwerkte emoties. Geen handen hebben kan wijzen op een onvermogen om je te verbinden. Ook als andere mensen of dieren gewond zijn in een droom, verwijst dit over het algemeen naar je eigen kwetsuren.

Jezus geneest een blinde

In de Bijbel wemelt het van de lammen, blinden, stommen en doven. Jezus heeft het er druk mee! Een groot deel van zijn tijd is hij bezig met genezingen. Al deze ‘wonderen’ die hij verricht mogen we vertalen naar het geestelijke niveau. Hij opent de oren, ogen en mond van degenen die zich afsluiten voor het goddelijke. De spiritueel verlamden zet hij weer in beweging.

Hij geneest ook ziektes als waterzucht (arrogantie) en melaatsheid (onreinheid), en hij drijft demonen (overtollige egostukken) uit. Alles wat tussen de spirituele zoeker en God in staat wordt door hem geheeld of weggenomen. De onderliggende boodschap hiervan is dat heelheid een voorwaarde is voor de innerlijke verwezenlijking van het Koninkrijk van God. We moeten terug naar de staat van ongeschondenheid van een kind:

En Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. (7)

Schoonmaken en opruimen

Zuivering is een ander belangrijk aspect in het groeien naar God. Een huis is in de beeldtaal een zogenaamd ‘ik-symbool’; het staat voor de dromer zelf. Dromen over het schoonmaken of opknappen van een huis, betekent dat je aan het werk bent aan jezelf. Vloeren en muren die geboend worden, een nieuw behang, misschien worden er meubelstukken vervangen. De zolder (symbool voor het hoofd) wordt opgeruimd, of de kelder (het onderbewuste) wordt leeggemaakt. Je komt meestal enorme hoeveelheden vuil tegen. Meer dan je had verwacht.

Als het huis van binnen groter en lichter wordt, wijst dit op een bewustzijnsverruiming. Nieuwe kleuren op de muren of de vloer – vooral als het opvallende kleuren zijn – verwijzen vaak naar een verhoogde activiteit van bepaalde chakra’s, als gevolg van jouw groeiproces.

Deze noodzakelijke innerlijke schoonmaak wordt in de evangeliën op een prachtige manier verbeeld door de befaamde tempelreiniging. In een opwelling van woede jaagt Jezus alle kooplieden en geldwisselaars de tempel van Jeruzalem uit. De tafels en stoelen vliegen daarbij door de lucht, als we de evangelieschrijvers mogen geloven:

En zij kwamen in Jeruzalem; en toen Jezus de tempel binnengegaan was, begon Hij hen die in de tempel verkochten en kochten, naar buiten te drijven; en de tafels van de wisselaars en de stoelen van hen die de duiven verkochten, keerde Hij om…

De handelaren staan symbool voor eigenschappen als materialisme en geldzucht. Hiervan moet het hart (de tempel) worden gereinigd om God te kunnen ervaren. De meubelstukken die omver worden gegooid door Jezus moeten ons het beeld geven van een ‘omwoeling’ van ons innerlijk. Een zuiveringsproces klinkt mooi op papier, maar het is in de praktijk een pittige tijd. Naast opbeurende dromen van schoonmaakprocessen, zullen zich ook de nodige nachtmerries aandienen, die een verbeelding zijn van oude ballast die wordt opgeruimd.

De Tempelreiniging

Loslaten van het oude

Als het zuiveringsproces de kern van je wezen raakt, zal dit in je dromen gepaard gaan met beelden van dood en vernietiging. Aardbevingen, instortende gebouwen, vernietigende branden, en atoombommen die inslaan, symboliseren je ‘oude wereld’ die verdwijnt. Hoe heftig deze nachtmerries ook zijn, ze zijn dus vaak een positief teken.

De wederkomst van Christus wordt in de Bijbel ook in dergelijke beelden geschetst en menig gelovige wacht sindsdien met angst en beven op dit Laatste Oordeel. Een fragment:

En wanneer u hoort van oorlogen en geruchten van oorlogen, word dan niet verschrikt, want dit moet gebeuren, maar het is nog niet het einde. Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen en er zullen hongersnoden zijn en onlusten. Deze dingen zijn het begin van de weeën…
Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven. En de sterren van de hemel zullen daaruit vallen en de krachten in de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen ze de Zoon des mensen zien komen in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid. (9)

Net als in onze dromen gaan deze apocalyptische beelden echter niet over het einde van DE wereld, maar over het einde van de oude wereld van de spirituele zoeker, die voor de poorten van het Koninkrijk van God staat. De wederkomst van Christus gaat over een innerlijk proces. De oorlogen waar Jezus over spreekt is een verbeelding van de innerlijke strijd die geleverd moet worden tussen onze hogere natuur en onze lagere natuur; tussen het goddelijke en het dierlijke in de mens, alvorens God zijn woning kan maken in ons.

Veelbetekenend, is dat Jezus zijn betoog over de verschrikkingen en verwoestingen bij zijn wederkomst, afsluit met de volgende metafoor:

En leer van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak al zacht wordt en de bladeren uitspruiten, dan weet u dat de zomer nabij is. Zo ook u, wanneer u deze dingen zult zien gebeuren, weet dan dat het nabij is, voor de deur. (10)

Met dit lieflijke beeld van uitspruitende takken, bevestigt hij dat we de heftige beelden van oorlog en rampspoed mogen interpreteren als positieve transformatiesymboliek. Nieuw leven – een geboorte van een baby of een dier – verwijst in de beeldtaal naar nieuwe aspecten in het leven van de dromer. Dit kan ook iets betreffen in de buitenwereld. Een nieuwe baan of een nieuwe hobby, bijvoorbeeld. Planten en bomen verwijzen over het algemeen naar innerlijke, spirituele aspecten. Een plant krijgt nieuwe scheuten, of een oude boom wordt omgehakt en een nieuwe boom groeit op de oude stam.

Vernieuwing

De volhardende spirituele aspirant zal ook dromen krijgen over een ‘nieuwe wereld’ die zich aan het vormen is in hem of haar. Een prachtige stad, met indrukwekkende gebouwen en veel groen (de kleur van het hartchakra), bijvoorbeeld. Dit soort transformatiebeelden gaat vaak gepaard met gevoelens van euforie en verwondering.

In het Bijbelboek Openbaring lezen we over het ‘Nieuwe Jeruzalem’ dat uit de hemel neerdaalt:

En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis. (11)

Dit opgetekende visioen is een verbeelding van het spirituele ontwaken van de (onbekende) auteur zelf. Ook hij moest hiervoor eerst het oude volledig loslaten. De passage in Openbaring die dit beschrijft, staat bekend als de Slag van Armageddon:

En er kwamen stemmen, donderslagen en bliksemstralen. En er kwam een grote aardbeving, zo een als er niet is geweest sinds er mensen op de aarde geweest zijn: zo’n aardbeving, zo groot! En de grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden van de heidenvolken stortten in…
En alle eilanden zijn op de vlucht geslagen, en bergen waren er niet meer te vinden. En grote hagelstenen, elk ongeveer een talentpond zwaar, vielen uit de hemel op de mensen neer. (12)

De ontmanteling van het ego

Wie kent niet de uitspraak van Jezus:

Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. (13)

De brede en de smalle weg

De brede, makkelijke weg is kiezen voor het materiële, voor geldzucht en egoïsme. De smalle, moeilijkere weg is kiezen voor het geestelijke, voor soberheid en dienstbaarheid. Alleen de smalle weg leidt naar God. Maar hoe moeten we de wijde en de nauwe poort zien? Een poort is hier een maatstaf voor het ego. Door de nauwe poort, die toegang geeft tot het Koninkrijk van God, kun je alleen als je ego klein genoeg is.

Ook in dromen zien we dit thema terug: de spirituele zoeker wordt geconfronteerd met deuren of gaten die – tot zijn of haar grote frustratie – te klein zijn om doorheen te gaan. Het thema ‘bagage’ sluit hier naadloos bij aan. Wat je bij je hebt in een droom kan veel zelfinzicht opleveren. Volgens Jezus is dit idealiter helemaal niets. Hij stuurt zijn leerlingen op pad met de woorden:

Voorzie u niet van goud of zilver of kopergeld in uw gordels, of van een reiszak voor onderweg of twee stel onderkleren of sandalen of een staf. (14)

Wat is er mis met het meenemen van frisse, schone kleding? Je zou dit zelfs als een vorm van naastenliefde kunnen zien… Ook dit moeten we echter niet letterlijk nemen, maar als beeldtaal: de leerlingen moeten hun ‘ego-bagage’ achterlaten. Met al die ‘spullen’ bij je kun je niet door de nauwe poort.

Het huwelijk

Tot slot, het thema van de bruiloft: de bekroning op de noeste spirituele arbeid. Een verbeelding van de innerlijke versmelting van de tegenstellingen (de dualiteit); van het mannelijke (animus) en vrouwelijke (anima). Deze innerlijke eenwording herstelt de verbinding met God, het ultieme doel van de reis.

Voor de dromer kan de huwelijkspartner voor verrassingen zorgen. Degene waar men mee trouwt kan een broer of zus zijn. Familieleden figureren vaak als anima of animus in een droom, omdat ze zo dichtbij ons staan (‘bloedverwanten’).

De beroemde bruiloft in Kana waar Jezus water in wijn verandert, verbeeldt ook het innerlijke proces van dit zogenaamde heilige huwelijk. Hoewel iedereen wel eens heeft gehoord van het spectaculaire wijnwonder, weet niemand wie het bruidspaar eigenlijk was. De evangelieschrijvers hebben dit verborgen tussen de regels, voor degenen ‘die oren hebben’: het is Jezus zelf die trouwt met zijn moeder, die hij in dit verhaal aanspreekt met het onpersoonlijke ‘vrouw’, om de anima-animus symboliek te onderstrepen. Het water dat in wijn wordt veranderd is een direct gevolg van dit huwelijk. Het symboliseert de vergoddelijking van de mens, die heeft doorgezet tot het uiterste. (15)

De bruiloft in Kana

Het bruiloftsthema kan in een droom worden aangevuld met een feestelijke maaltijd. Een tafel vol met bekenden en onbekenden die samen feest vieren en eten, symboliseert innerlijke integratie. Aspecten van de dromer die nooit tot bloei zijn gekomen, of die zijn verbannen naar het onderbewuste (de onbekende aanwezigen), worden opgenomen in de totale persoonlijkheid. Een feestmaal is een krachtig symbool van heelwording.

Inspiratiebron

Er is nog iets wat dromen en de Bijbel gemeen hebben: ze worden beiden niet altijd op waarde geschat. Ik hoop met dit stuk te hebben aangetoond, dat beiden een grote bron van inspiratie en voeding kunnen zijn voor de spirituele zoeker.

Noten:
1. Mattheüs 14:24-30
2. Marcus 1:12-13
3. Rechters 14:5-6
4. Daniël 6:17-24
5. Johannes 3:10
6. Johannes 13:30
7. Mattheüs 18:3
8. Marcus 11:15


9. Marcus 13:7-8 en 24-26
10. Marcus 13:28
11. Openbaring 21:10-12
12. Openbaring 16:18-21
13. Mattheüs 7:13-14
14. Mattheüs 10:9-10
15. Voor een complete analyse van de bruiloft in Kana, zie mijn boek: Kundalini-ontwaken p 221-227

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (dec ’16)
Copyright Anne-Marie Wegh 2016

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Kundalini-ontwaken

By |2020-04-23T20:08:55+00:00december 21st, 2016|Mantra|0 Comments

Tijdloosheid ervaren kost tijd…

Tijdloosheid ervaren kost tijd…

Op YouTube is een filmpje te zien met neuro-anatomist Jill Bolte Taylor, die verslag doet van haar persoonlijke ervaringen tijdens een herseninfarct. Als hersendeskundige kon zij direct al vrij exact herleiden wat er op die ochtend misging in haar hoofd. Een deel van de functies van haar linkerhersenhelft viel uit en maakte plaats voor een ervaring van eenheid en tijdloosheid, het domein van de rechterhersenhelft. Geëmotioneerd roept Jill Bolte Taylor ons aan het einde van haar betoog op, om te kiezen voor het eenheidsbewustzijn van de rechterhersenhelft. Hoe goed bedoeld ook, zij zet ons hiermee op hetzelfde verkeerde been als al die zelfverklaarde spirituele ervaringsdeskundigen, die ons willen doen geloven dat verlichting een kwestie is van de juiste knop omzetten.

Via onze rechterhersenhelft hebben wij toegang tot het mysterie van het eeuwige. Maar door de dominantie van de linkerhersenhelft, de zetel van het ego, ervaren de meeste mensen alleen het tijdelijke en vergankelijke. De linkerkant van onze hersenen zorgt ervoor dat we onszelf ervaren als afgescheiden van de rest van het universum, hetgeen volgens het boeddhisme de grondslag is van ons lijden. De constante innerlijke monoloog van ons denken verhindert ons contact te maken met onze rechterhersenhelft en daarmee met God.

De spirituele weg is, kort samengevat, een bewustzijnsverschuiving van de linker- naar de rechterhersenhelft. Ook Jezus wist dit. Als de leerlingen na een nacht vissen terugkomen zonder vangst, adviseert hij hun het net uit te werpen aan de rechterkant van het schip. En hij laat erop volgen: en u zult vinden … (1) De leerlingen doen wat hij zegt en hun net zit daarna vol met vissen; exact honderddrieënvijftig stuks, weet de evangelist. (2) Een cijfer dat al eeuwenlang exegeten boeit. Hoe aannemelijk is het dat de leerlingen de vangst hebben nageteld? Het getal moet welhaast een symbolische betekenis hebben, maar welke? Van de christelijke kerkvaders tot moderne occultisten, velen hebben in de afgelopen tweeduizend jaar hier zo hun eigen theorie over gevormd en uitgesproken.

Ik denk dat honderddrieënvijftig verwijst naar de vesica piscis, het klassieke symbool voor de versmelting van de tegenstellingen: twee cirkels van gelijke grootte die half over elkaar heen liggen. Archimedes berekende in de derde eeuw voor Chr. dat de verhouding van de hoogte tot de breedte van het overlappende gedeelte, oftewel de ‘vis’, 153:265 is.

De Vesica Piscis

Een verwijzing naar de vesica piscis zou passen in de symboliek van het uitwerpen van het net aan de rechterkant van het schip. Letterlijk zegt Jezus in de brontekst: gooi het net uit OP (of NAAR) de rechterkant van het schip. Hij doelt hiermee op de rechterkant van onze hersenen. Om de eenheid van de vesica piscis te ervaren moeten de leerlingen zorgen voor een bewustzijnsverschuiving naar de rechterhersenhelft. Dat is wat Jezus hun – en ons! – wil leren.

Een bevestiging van deze interpretatie krijgen we in de zin die volgt in het Johannes-evangelie: De discipel dan die Jezus liefhad, zei tegen Petrus: Het is de Heere! (3) Dan pas herkennen de leerlingen de opgestane Jezus, die hen aan de oever toespreekt. Oftewel, het uitwerpen van het net aan de rechterkant zorgt voor een Godservaring.

Spirituele transformatie kost tijd

Een spirituele piekervaring kan iedereen toevallen. Een epileptische aanval, of een herseninfarct zoals in het geval van Jill Bolte Taylor, kan de deur naar het goddelijke even openzetten, net als LSD en een BDE (bijna-doodervaring). Hoewel een dergelijke ervaring een enorme impact kan hebben op iemands leven, het is toch iets anders dan een spirituele wedergeboorte. Een permanente bewustzijnsverschuiving kost tijd.

In de Bijbel worden vaak tijdsaanduidingen met een symbolische betekenis gebruikt, als het om een persoonlijke transformatieperiode gaat. De getallen veertig en drie zien we vaak terug.

Nadat Mozes en zijn volk door de Rode Zee zijn getrokken, verdrinken de Egyptenaren.

De diepere betekenis van veertig

Mozes en zijn volk dolen veertig jaar rond in de woestijn voordat zij het Beloofde Land bereiken. De ark van Noach drijft veertig dagen op het vloedwater, en Jezus verblijft na zijn doop veertig dagen in de woestijn, waar hij door de satan wordt beproefd. Het getal veertig is vier maal tien en staat voor de vier aspecten van de mens die tot perfectie (tien) moeten worden gebracht, voor een vereniging met God: lichaam (instincten), hart (gevoel), hoofd (denken) en ziel.

De mens moet volledig worden gezuiverd. Het getal veertig wordt daarom in de Bijbel vaak verbonden aan het thema water. De exodus van de Israëlieten uit Egypte, onder leiding van Mozes, begint met een doortocht door de Rode Zee. Deze splitst zich in twee helften om de Israëlieten door te laten en sluit zich weer achter hen, waardoor de achtervolgende Egyptenaren met paard en al verdrinken. (4) De Egyptenaren en hun dieren staan voor de lagere natuur van de spirituele zoekers (de Israëlieten) die moet worden uitgezuiverd.

In het geval van de zondvloed, verdrinkt zelfs de hele mensheid, op Noach en zijn familie na. Als het waterniveau weer daalt en Noach uit de ark aan land stapt, is het eerste wat hij doet een dierenoffer brengen. (5) De diepere betekenis hiervan is dat onze dierlijke natuur moet worden ‘geofferd’ om het goddelijke te kunnen ervaren.

De schilder Michelangelo heeft deze diepere betekenis van Noach’s offer prachtig verwerkt in zijn beroemde plafondschilderingen in de Sixtijnse kapel, maar niemand die het ziet. (6) Afgebeeld zijn Noach’s twee zonen, beiden naakt, met de offerdieren tussen hun benen geklemd. Bij Noach zelf zien we het offervuur precies ter hoogte van zijn onderbuik. Het is bizar dat deze overduidelijke verwijzing naar onze seksuele driften al eeuwen, door zowel gelovigen als kunsthistorici, niet wordt gezien.

Noach’s offer, Michelangelo, Sixtijnse kapel, Rome

Misschien is het ook een kwestie van het niet willen zien. Kom de mens niet aan zijn orgasme. Ook heden ten dage waagt geen spirituele leraar zich eraan. Wil je nog volgelingen overhouden, of boeken verkopen, dan zal je niet te veel moeten vragen van de spirituele zoeker. ‘We zijn allemaal één’ (non-dualisme) en ‘we zijn al verlicht’, daar kun je wel mee aankomen. Gewoon oefenen in een andere mindset, je bent namelijk al goddelijk. Een zeer misleidende boodschap die alleen maar aanzet tot een nog grotere verheerlijking van het ego.

Veertig dagen in de woestijn

Jezus wordt na zijn doop door de Geest de woestijn in gevoerd, zeggen de evangeliën. De doop symboliseert het begin van de zuiveringsfase. De woestijn is een beeld voor onze innerlijke belevingswereld tijdens deze fase. In eerste instantie is dit een periode van (spirituele) droogte en hongersnood en waarin wij worden beproefd op ons uithoudingsvermogen en onze principes, net als Jezus.

De evangelisten Mattheüs en Lucas schrijven over drie specifieke verzoekingen door de duivel, die Jezus met glans doorstaat. (7) Symbolisch zijn dit beproevingen op drie niveaus – lichaam, hart (gevoel) en hoofd (denken) – die ieder mens op de weg naar God ondergaat. De duivel met zijn verleidende praatjes, staat symbool voor het ego, dat in de zuiveringsfase aan de haal probeert te gaan met de spirituele vorderingen.

We hebben het een en ander gelezen en spirituele kennis vergaard. Misschien hebben we al wat ervaren van God. We voelen ons bijzonder, ja misschien wel uitverkoren dat we iets hebben ervaren van het Eeuwige. We gaan neerkijken op al die blinde mensen om ons heen die geld, macht en kortstondige pleziertjes najagen. Mensen met andere spirituele opvattingen zitten er helemaal naast, vinden we. We denken de wijsheid in pacht te hebben, en in plaats van dat ons ego wordt ontmanteld om ruimte te maken voor God, wordt het juist vergroot, opgeblazen.

Jezus wordt beproefd in de woestijn

Meesterschap verwerven over lichaam, gevoel en denken, is een stevige opdracht. De meeste spirituele zoekers doen er dan ook stukken langer over dan veertig dagen om hun dierlijke driften te overwinnen en de stem van het ego het zwijgen op te leggen. Het kan in dit verband verhelderend werken om het woord beproevingen te vervangen door training. Onszelf oefenen. Een periode van leren en de juiste keuzes maken. Van onderscheid leren maken tussen de verlangens van het ego, en de verlangens van de ziel, die gericht is op de wil van God.

Een nieuwe mens in drie dagen

Ook drie dagen staat in de Bijbel voor een periode van transformatie, vernieuwing. De bekendste gebeurtenis na drie dagen is de verrijzenis van Jezus uit het graf. In het Oude Testament moet Jona drie dagen in de buik van een grote vis verblijven, voor hij wordt uitgespuwd op de kust. (8) En de apostel Paulus is drie dagen blind, nadat hij een boodschap van Jezus ontvangt in een visioen. (9) Deze symbolische tijdsperiode van drie dagen die volgens de Bijbel nodig is voor een transformatie, hangt samen met de veranderingen van de maan: de nieuwe maan die steeds weer verschijnt nadat het drie dagen donker is geweest. (10)

Maar wat gebeurt er nu eigenlijk concreet in deze periode? Daarover zeggen de verhalen zo goed als niets. Het is in ieder geval een tijd van grote duisternis, daar zijn alle drie de metaforen duidelijk over. In de buik van een vis en in een graf dringt geen sprankje licht door. En ook een blinde is verstoken van licht. De beelden en woorden van alle drie de gebeurtenissen weerspiegelen tevens een neerwaartse beweging. Saulus valt tijdens het visioen op de grond. Jona wordt in de diepte van de zee geworpen, en Jezus verblijft ‘in het hart van de aarde’:

Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn. (11)

Een nederdaling ter helle

Het staat niet in de Bijbel, maar volgens de christelijke geloofsbelijdenis vindt gedurende Jezus’ tijd in het graf een ‘nederdaling ter helle’ plaats. De rooms-katholieke versie van de geloofsbelijdenis luidt:

1. Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde,
2. en in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer,
3. die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria,
4. die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven,
5. die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden,
6. die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,
7. vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
8. Ik geloof in de Heilige Geest,
9. de heilige Katholieke Kerk, de gemeenschap van de heiligen,
10. de vergiffenis van de zonden,
11. de verrijzenis van het lichaam,
12. het eeuwig leven.
Amen.

De officiële leer van de kerk verstaat onder deze neerdaling in de hel, de reis die Jezus heeft gemaakt naar het rijk der doden om daar de dolende zielen te verlossen.

In mijn boek Ecce Homo laat ik zien dat de evangeliën zo zijn geschreven, dat het leven, de dood en de opstanding van Jezus, symbool staan voor de innerlijke weg naar het Koninkrijk van God. Voor een spirituele wedergeboorte waarbij de mens sterft aan zichzelf en zich verenigt met zijn Schepper. Esoterische (innerlijk) gezien, staat Jezus’ neerdaling in de hel voor een onderdompeling in het onderbewuste en een confrontatie met alle daarin opgeslagen oude pijn en onzuiverheden. Een reis die iedere spirituele aspirant maakt tijdens de fase van zuivering en genezing.

Laat ik meteen duidelijk zijn: dit is geen reis van drie dagen, maar van jaren! Onverwerkte emoties worden losgemaakt en met name ’s nachts geeft dit de vreselijkste nachtmerries. Onderdrukte boosheid, verdriet en machteloosheid komen vrij en worden vertaald in hartverscheurende droombeelden. De metafoor van een verblijf in de hel is niets te veel gezegd.

Over een periode van meerdere jaren wordt de mens volledig omgewoeld. Een zware tijd waarin hij of zij de weg moet zien te vinden in het figuurlijke duister, omdat het licht van God nog niet of nauwelijks zichtbaar is. Een eenzame tijd ook. Net als Jona ben je uit je comfortzone (het schip) gegooid. De dingen van de wereld zeggen je niets meer, maar een nieuwe houvast is er nog niet. Je koerst op God, maar ervaart Hem nog nauwelijks. Reisgenoten, mensen om je te steunen en je aan te spiegelen, zijn er meestal niet.

Talloze mythes, legendes en sprookjes van over de hele wereld verhalen over deze reis. Het is het universeel heldenepos, waarbij de hoofdpersoon eerst alles verliest en veel obstakels moet overwinnen, voor hij plaats kan nemen op de koningstroon.

De spirituele reis kan eenzaam zijn en voelen alsof je verdwaald bent in een donker bos (Gustave Doré, 1861).

De buik als hel

De hel, of ‘onderwereld’, verwijst ook naar de energie van de lagere chakra’s. Naar onze onderbuik, waar lustgevoelens ervoor zorgen dat de ziel geen rust kent en wordt afgehouden van God. ‘Branden in de hel’ is gedreven worden door de begeertes van de lagere natuur. Ook met deze krachten moeten we de confrontatie aan.

Judas en Jezus staan voor het duister en het licht in ieder mens (Emile Bernard, 1935).

In de evangeliën staat Judas, de verrader van Jezus, voor onze lagere natuur, voor onze onderbuik. Hij staat symbool voor die aspecten in ons die ons ervan weerhouden de weg van God te gaan. Het is geen toeval dat Judas degene is die de beurs van de apostelen beheerde. (12) Judas staat voor gehechtheid aan de materie, voor geldzucht en voor spirituele onbewustheid. Als Judas het avondmaal verlaat om Jezus te gaan verraden, schrijft Johannes: En het was nacht. (13) Het bewustzijn van Judas is totaal onverlicht, wil hij hiermee zeggen. Judas verraadt Jezus voor geld. Hij staat voor de mens die het Goddelijke verkwanselt voor het materiële. De vreemde details over zijn dood bevestigen deze interpretatie:

… en nadat hij voorovergevallen was, barstte hij in het midden open en kwamen al zijn ingewanden naar buiten. (14)

Judas valt voorover op de aarde en zijn buik barst open. Een merkwaardige dood. Symbolisch gezien echter vol betekenis. Judas die plat op zijn gezicht valt is een dubbele verwijzing naar spirituele onbewustheid. De horizontale positie symboliseert een ‘slapend’ bewustzijn en zijn gezicht is op de aarde (de materie) gericht. Zijn buik barst open en zijn ingewanden liggen op de grond. Een verwijzing naar onze dierlijke impulsen, buikgevoelens, die gericht zijn op de aardse geneugten. De buik die omgord moet worden als wij het Koninkrijk van God willen realiseren. (15)

Soberheid, stilte en overgave

Als we ook honderddrieënvijftig vissen willen vangen (eenheid en eeuwigheid willen ervaren), net als de leerlingen van Jezus, zullen we ons net moeten uitgooien aan de rechterkant. Concreet betekent dit: gedisciplineerde en langdurige meditatie. Je innerlijke monoloog laten voor wat deze is en leven vanuit lichaamsbewustzijn en voelen (functies van de rechterhersenhelft). Je aandacht houden in het hier-en-nu (mindfulness). Stoppen met het zoeken naar zintuiglijke bevrediging (inclusief seksuele bevrediging).

Je krijgt geen goede conditie door naar sport te kijken op tv, en je valt niet af door een kleinere maat kleding te kopen. De weg naar God vraagt een grote inzet van de mens. Maar hoe groot onze inzet ook is, we kunnen de zuivering die nodig is niet volledig op eigen kracht tot stand brengen. Het is grotendeels iets wat aan de mens gebeurt, een genadedaad van de Geest van God (de kundalini in de oosterse tradities). Overgave, soberheid en verstilling zijn sleutelwoorden. Dat is wat wordt bedoeld met de woorden van Mozes tegen zijn volk, voordat zij oversteken door de Rode Zee: De HEERE zal voor u strijden, en ú moet stil zijn.

Noten:
1. Johannes 21:6
2. Johannes 21:11
3. Johannes 21:7
4. Exodus 14:28-29
5. Genesis 8:20
6. Michelangelo behoorde tot de groep ingewijden die wist dat de Bijbelverhalen gelezen moesten worden als symboliek. Hij heeft dit verwerkt in diverse van zijn kunstwerken. Zie hiervoor mijn boeken.
7. Mattheüs 4:1-11 en Lucas 4:1-13
8. Jona 2:1 en 2:11


9. Handelingen 9:3-9
10. Voor een uitgebreidere analyse van Jona’s verblijf in de grote vis en het visioen van Paulus, zie mijn boek: Johannes de Doper die Jezus de Christus werd
11. Mattheüs 12:40
12. Johannes 13:29
13. Johannes 13:30
14. Handelingen 1:18
15. Lucas 12:35
16. Exodus 14:14

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (juni ’16)
Copyright Anne-Marie Wegh 2016

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Johannes de Doper die Jezus de Christus werd

By |2020-04-24T15:48:56+00:00juni 27th, 2016|Mantra|0 Comments

Zalig de zachtmoedigen…

Zalig de zachtmoedigen…

… want zij zullen de aarde beërven. Zo luidt de derde zaligspreking uit de befaamde Bergrede van Jezus. Dat God de deuren van Zijn Koninkrijk voor zachtmoedigen opent zal niemand bevreemden, maar: de aarde beërven…? Is dit een realistisch toekomstvisioen? We zijn nu tweeduizend jaar verder en het zijn nog steeds voornamelijk de hardvochtigen die de dienst uitmaken op onze planeet. Was Jezus een naïeve pacifist en moeten we zijn woorden niet te letterlijk opvatten, of weerspiegelen ze wellicht een spirituele waarheid, die iets laat zien van Gods plan met de mensheid?

Ook in het Oude Testament vinden we woorden van gelijke strekking terug:

Want de kwaaddoeners zullen uitgeroeid worden,
maar wie de HEERE verwachten,
die zullen de aarde bezitten.
Nog even, en de goddeloze zal er niet meer zijn;
u zult op zijn plaats letten, maar hij zal er niet wezen.
Maar de zachtmoedigen zullen de aarde bezitten
en vreugde scheppen in grote vrede. (1)

Een nogal paradoxale tekst: de kwaaddoeners zullen uitgeroeid worden en de zachtmoedigen zullen de aarde bezitten… De God van de joden, JHWH, komt überhaupt niet erg zachtzinnig over als je de verhalen letterlijk neemt. Hele volksstammen worden op Zijn bevel om zeep geholpen, om nog maar niet te spreken van Zijn zondvloed die, op Noach en zijn familie na, alle mensen op aarde doodde. Het bloed van mensen en dieren druipt van het papier van het Oude Testament af.

Toch is ook het Oude Testament een prachtige, fascinerende en zeer leerzame verzameling mythes, poëzie en profetieën. De diepere betekenis van de teksten wordt alleen al eeuwen lang niet begrepen. Zowel het Oude als het Nieuwe testament is voor het grootste deel geschreven in beeldtaal. De verhalen zijn metaforen die ons iets moeten vertellen over onze innerlijke wereld en over de weg naar God.

Innerlijk spanningsveld

Een centraal thema hierbij is onze tweeledige natuur. Wij worden deels gestuurd door dierlijke driften, onze lagere natuur genoemd; een logisch uitvloeisel van onze dierlijke afkomst. En wij hebben bij onze geboorte op aarde ook een Goddelijk potentieel meegekregen. Deze tweedeling geeft een continu innerlijk spanningsveld, of wij dit nu beseffen of niet. De impulsen van onze dierlijke instincten, die geworteld zijn in ons lichaam, staan vaak haaks op de verlangens van onze ziel, die verbonden is met het Goddelijke.

Als Adam en Eva gedwongen worden het paradijs te verlaten, kleedt God hen met dierenhuiden (2). Dit symboliseert wat er gebeurt als wij incarneren op aarde. De mens verliest het contact met zijn hogere natuur (het paradijs, God) en krijgt hiervoor in de plaats een lichaam met dierlijke instincten. Vrijwel alle Bijbelverhalen over oorlogen, tirannieke koningen, wrede bezetters en heroïsche helden zijn beschrijvingen van de universele strijd in ieder mens: die tussen de hypnotische krachten van zijn lagere natuur en de roep van zijn Goddelijke natuur.

Het dierlijke versus het goddelijke

Dieren, hoe lief en prachtig soms ook, zijn in staat tot grote wreedheid. Zwakkere soortgenoten worden verstoten, rivalen verwond, onvolmaakte kinderen gedood. We kunnen ze het echter niet kwalijk nemen. Hun gedrag is instinctief en ten behoeve van het voortbestaan van de soort, niet het resultaat van een vrije keuze. Wij mensen hebben echter wel het vermogen om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden, ons in te leven in anderen en barmhartigheid te tonen. Wij zien onszelf dan ook als de kroon op de schepping, ver verheven boven het primitieve dierenrijk. Toch is heel veel van ons gedrag te herleiden naar onze dierlijke afkomst.

Wie een willekeurig tijdschrift openslaat, ziet dat wij gepreoccupeerd zijn door vooral ons uiterlijk (het pronken en poetsen van dieren), seks en voedsel. Wie naar sport kijkt, ziet gesublimeerde territoriumdrift en wedijver. Ook eigenschappen als hebberigheid, agressie, jaloezie en egoïsme zijn dierlijke neigingen. En niet te vergeten ons kuddegedrag. Wie zich daar niet aan schuldig maakt, die werpe de eerste steen!

En tussen die chaos van dierlijke neigingen door roept de zachte stem van onze hogere natuur, die zetelt in ons hart, ons op tot zachtmoedigheid, vergeving, rechtvaardigheid en delen met anderen.

De innerlijke ezel

Onze de spirituele opdracht als mens is het overwinnen van het dierlijke en ons Goddelijke potentieel te realiseren. Overwinnen is hier een belangrijk en zorgvuldig gekozen woord. Niet onderdrukken of ontkennen – een grote valkuil op deze weg – maar meesterschap verwerven. Deze dierlijke oerkrachten kunnen ons namelijk – gezuiverd en gesublimeerd – juist helpen om het hogere te verwezenlijken.

Een prachtige metafoor hiervan in de evangeliën is Jezus die, aan de vooravond van zijn kruisiging, Jeruzalem binnentrekt gezeten op een ezel.  Hij wordt door een juichende menigte als een koning onthaald. Jeruzalem is de hoofdstad, het centrum van het land, en staat symbool voor het hart van de mens. Jezus die op een ezel zit, moet ons laten zien dat voor deze Goddelijke intocht onze dierlijke krachten nodig zijn. De uitzinnige menigte verbeeldt onze innerlijke wereld, waarin een grote vreugde en gelukzaligheid voelbaar is als het Goddelijke ons hart binnenkomt. Mattheüs schrijft: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin… (3)

De intocht in Jeruzalem

Het Lam van God

Armageddon

Hoe onwaarschijnlijk het misschien ook lijkt als je dagelijks het wereldnieuws volgt, toch is het Gods plan dat uiteindelijk onze hogere natuur het wint van onze dierlijke impulsen. In de Bijbel wordt deze innerlijke eindstrijd verbeeld door het Armageddon uit het boek Openbaringen. In deze opgetekende visoenen van de apostel Johannes, wordt in indrukwekkende beelden geschetst hoe het Lam van God zegeviert over een enorme vuurrode draak en twee ontzagwekkende beesten.

Deze drie beesten staan voor verschillende aspecten van onze dierlijke natuur. Ze zijn overweldigend groot, machtig en krachtig. Met één zwiep van zijn staart veegt de draak een derde deel van de sterren van het firmament (4). En toch zal het Lam, symbool van kwetsbaarheid, puurheid en zachtheid, volgens dit visioen het van hen winnen:

Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam – want Heere der heren is Hij en Koning der koningen – zal hen overwinnen, en zij die samen met Hem zijn, geroepenen, uitverkorenen en gelovigen. (5)

666

Vertaald naar het innerlijk van de mens houdt de deze overwinning een transformatie van bewustzijn in. In de Bijbelse symboliek is dit een verschuiving van het getal zes naar het getal zeven. In het boek Genesis schept God op de zesde dag de landdieren en de mens. De zevende dag neemt Hij rust en Hij zegent deze dag, die daarom een bijzondere dag is voor joden (de sabbat) en voor christenen (de zondag). Gebaseerd op deze Genesis-passage (6) staat het getal zes voor de onvolmaakte mens die leeft vanuit zijn lagere, dierlijke natuur, en het getal zeven voor de voltooide mens die leeft vanuit zijn hogere, Goddelijke natuur.

Over het beest zegt de auteur van het boek Openbaring: Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig. (7) Al tweeduizend jaar wordt er gespeculeerd wie of wat Johannes bedoelt met het getal zeshonderdzesenzestig. Het staat er echter onomwonden: 666 is het getal van een mens. Of beter gezegd: van het beest in de mens, van de mens die leeft vanuit zijn lagere natuur. De drievoudige zes staat voor de drie aspecten van de mens waarmee deze dierlijke natuur zich heeft verbonden: lichaam, gevoel en denken.

De prins op het witte paard

Dat het een onderdeel van Gods plan met Zijn schepping is dat wij meesterschap verwerven over onze dierlijke natuur, mag blijken uit het feit dat we dit thema in vrijwel elke spirituele traditie terug vinden. Van de yogi die wordt afgebeeld mediterend op een tijgervel, en de hindoegod Shiva die de witte stier Nandi tot zijn beschikking heeft als rijdier, tot de joodse Elia die een mantel droeg van dierenhaar en een leren gordel om zijn middel gebonden.

Universeel is ook het beeld van de spirituele held zittend op een wit paard. Het witte paard symboliseert de uitgezuiverde dierlijke driften en goed in het zadel zitten verwijst naar meesterschap over deze krachten. De Boeddha bezat het witte paard Kanthaka. Mohammed maakte zijn beroemde Meraj (hemelreis) op Al Buraq, een wit gevleugeld paard met het hoofd van een vrouw. De gevechtswagen van Arjuna in de Bhagavad Gita werd getrokken door witte paarden. In het boek Openbaring keert Christus terug op aarde op een wit paard:

En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid … En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. (8)

Een yogi mediterend op een tijgervel

Kalki, een incarnatie van de hindoegod Vishnoe wordt, evenals Christus, aan het einde der tijden terugverwacht als een ruiter op een wit paard. Dit archetype is zo doorgedrongen in het collectieve onbewuste van de mensheid, dat het een ideaal is geworden van iedere vrouw, zonder dat zij er de diepere betekenis van beseft: de prins op het witte paard. De ideale man heeft zijn driften gezuiverd en onder controle.

De Boeddha en zijn paard Kanthaka

Kalki, een incarnatie van de hindoegod Vishnoe

Het brute versus het zachte

De apostel Paulus zet de brute oerkrachten van het dierlijke (‘het vlees’) onversneden tegenover de zachte krachten van de Geest in zijn brief aan de christenen in Galatië:

Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven. De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.(9)

Paulus zegt dat wie de dingen van het vlees doet, het Koninkrijk van God niet zal beërven. De boodschap van Jezus was dat dit Koninkrijk zich niet ergens in een andere dimensie bevindt, maar binnen in ons (10), en hier op aarde al kan worden verwezenlijkt.

De wolf zal liggen met het lam

Ook in het bekende visioen van de profeet Jesaja belooft God ons het zegevieren van het hogere:

En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een klein jongske zal ze drijven. De koe en de berin zullen te zamen weiden, haar jongen zullen te zamen nederliggen, en de leeuw zal stro eten, gelijk de os. En een zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijn hand uitsteken in de kuil van den basilisk. Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. (11)

Deze overwinning zal ons echter niet zomaar in de schoot worden geworpen. We moeten hiervoor het noodzakelijke innerlijke werk verrichten en de juiste keuzes te maken. Eenvoudig is het niet om van zes naar zeven te gaan. Een lange weg die moed en doorzettingsvermogen vraagt. Onze dierlijke instincten zijn diep geworteld. Niet kiezen voor kortstondig zintuiglijk genot in het hier en nu, in de hoop dat je er in de toekomst iets anders moois voor terug krijgt, is niet altijd makkelijk.

Dat een transformatie van het dierlijke een cruciale stap is in geestelijk ontwaken, horen we maar weinig terug in de hedendaagse spirituele literatuur. Vaak is men eenzijdig gericht op het hogere. Meditatie, yoga, of je ego doorzien c.q. loslaten, is echter niet voldoende. We moeten ook de confrontatie aan met het beest in ons.

De tien geboden van Mozes weerspiegelen dit op een heldere wijze. Deze geboden zijn volgens het boek Exodus door God geschreven op twee stenen tafelen (tabletten), verwijzend naar de tweedeling in de mens. De eerste vijf geboden houden verband met onze hogere natuur, de tweede vijf zijn onmiskenbaar bedoeld om onze lagere natuur te beteugelen.

1. Ik ben de eeuwige, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heeft.
2. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
3. Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
4. Gedenk de Sjabbat, dat gij die heiligt.
5. Eert uw vader en uw moeder.
6. Gij zult niet moorden.
7. Gij zult niet echtbreken.
8. Gij zult niet stelen.
9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
10. Gij zult niets begeren dat van uw naaste is.
(Indeling volgens de joodse traditie) (12)

Samen met God

De weg naar God is vol valkuilen en vaak eenzaam. Het is de smalle weg met de nauwe poort, die maar weinigen vinden:

Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. (13)

Maar God en Zijn engelen zullen je bijstaan. Neem je Zijn juk op je, dan zul je hulp ervaren op onverwachte manieren en momenten.

Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht. (14)

Je zult gaandeweg een rust en vrede gaan ervaren die de dingen van de wereld je niet kunnen geven. Een zachtmoedige geest geeft grote innerlijke rijkdom en is kostbaar voor God:

Uw sieraad moet niet bestaan in iets uiterlijks: het vlechten van het haar, het dragen van gouden sieraden of het aantrekken van mooie kleren; maar uw sieraad moet zijn de verborgen mens van het hart, met het onvergankelijke sieraad van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is voor God. (15)

Kies de smalle weg met de nauwe poort

Noten:
(1) Psalmen 37:9-11
(2) Genesis 3:21
(3) Mattheüs 21:5
(4) Openbaring 12:4
(5) Openbaring 17:14
(6) Genesis 2:2-3
(7) Openbaring 13:18
(8) Openbaring 19:11+14


(9) Galaten 5:19-22
(10) Lucas 17:21
(11) Jesaja 11:6-9
(12) https://nl.wikipedia.org/wiki/Tien_geboden
(13) Matt. 7:13-14
(14) Mattheüs 11:28-30
(15) 1 Petrus 3:3-4

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (dec ’14)
Copyright Anne-Marie Wegh 2014

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Ecce Homo, de beeldtaal van de Bijbel

By |2020-05-08T07:23:01+00:00maart 8th, 2016|Mantra|0 Comments

Van Aapmens tot Godmens

Van Aapmens tot Godmens

Twee geniën uit de menselijke geschiedenis, Michelangelo en Leonardo Da Vinci, hebben ons willen wijzen op een groot geheim dat verborgen zit in de mens. In ons bekken bevindt zich een energiebron die ons kan leiden naar een volgende stap in de evolutie: de transformatie van aapmens tot godmens. Een mogelijkheid tot bewustzijnsverruiming die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Een potentieel van onsterfelijkheid.

In mijn vorige bijdrage voor Mantra (thema Relaties) ben ik dieper ingegaan op de esoterische symboliek die Leonardo Da Vinci heeft verborgen in zijn schilderij Het Laatste Avondmaal. Niet alleen het heilige huwelijk, uitgebeeld door Jezus en Maria Magdalena, kunnen we erin terugvinden, ook de blauwdruk van een kundalini-ontwaken is onmiskenbaar in de laatste maaltijd van Jezus met zijn apostelen verwerkt. Een verrassende ontdekking, omdat deze mystieke kennis van oudsher wordt toegeschreven aan oosterse tradities.

Land- en tijdgenoot Michelangelo beschikte over dezelfde kennis. Ook in zijn schilder- en beeldhouwwerken vinden we verwijzingen naar kundalini terug. Laten we eerst eens kijken naar zijn wereldberoemde fresco De Schepping van Adam, op het plafond van de Sixtijnse kapel in Vaticaanstad.

In 1990 publiceerde de arts Frank Lynn Meshberger zijn ontdekking dat in deze voorstelling, waarbij God zijn hand uitstrekt naar Adam, een dwarsdoorsnede van de menselijke hersenen lijkt verwerkt. Wie nauwkeurig en met verstand van zaken kijkt naar het rozerode doek met God en zijn engelen herkent inderdaad in het lijnenspel een anatomische weergave van de hersenen. Meshbergers eigen conclusie was dat de kunstenaar wellicht op deze wijze de schepping van het intellect van de mens wilde benadrukken. Ik zou zelf graag een lans breken voor een andere interpretatie.

Een luie Adam

Het fresco heet De Schepping van Adam, maar wat we zien is een mens die al geschapen is en met wie God probeert contact te maken. De lichaamstaal van Adam drukt echter niet het verlangen naar aanraking uit dat we wel zien bij zijn Schepper. Hij maakt zelfs een tamelijk ongeïnteresseerde en luie indruk.

Wat Michelangelo mijns inziens ons wil vertellen is dat wij God kunnen ervaren (aanraken) via onze hersenen; dat God hier ook naar verlangt, maar dat de mens hier maar amper interesse voor toont; hiervoor niet veel moeite wil doen. De lichaamshouding van Adam drukt de spiritueel ‘slapende’ of onbewuste toestand uit waarin de meeste mensen zich bevinden.

God heeft zijn linkerarm om een volwassen vrouwenfiguur geslagen. Zij vertegenwoordigt het vrouwelijke aspect van God: de Shekinah van de joden, Shakti van de hindoes, de Heilige Geest (God de Moeder) van de christenen, Sophia van de gnostici, de kundalini van de yogi’s.

Het kundalini-proces

Als de kundalini-energie (Shakti, Shekinah, Sophia, God de Moeder, et cetera) ontwaakt in het bekken en via de wervelkolom opstijgt naar het kruinchakra, waar de mannelijke pool van God (Shiva, JHWH, God de Vader) wacht op een hereniging met zijn gade, worden de pijnappelklier (epifyse), hypofyse en hypothalamus gestimuleerd om stoffen aan te maken die bijdragen aan een Godservaring en algehele vitalisering van het lichaam.

In de oosterse tradities noemt men de hormonen en endogene opiaatachtigen die op dat moment vrijkomen amrita, dat onsterflijkheid betekent. Deze transformatie van het hersenvocht is de diepere betekenis van zalvingsrituelen. Als koningen en priesters worden gezalfd met olie symboliseert dit het innerlijke spirituele proces waarbij de mens een gezalfde wordt door de veranderingen in de cerebrale spinale vloeistof (CSV). Een ritueel dat een overblijfsel is uit de tijd dat voor de functie van koning(in) en priester(es) nog mannen en vrouwen werden gekozen die daadwerkelijk verbonden waren met het Goddelijke.

Ook zien we op het fresco van Michelangelo dat Gods linkerwijsvinger nadrukkelijk ligt op het kind dat naast zijn gezellin zit. Dit is het Christuskind, dat geboren wordt in ons hart nadat zich het heilige huwelijk in ons heeft voltrokken. De mens die dit spirituele proces ondergaat wordt zelf een Christus, een gezalfde, een zoon of dochter van God. Hij of zij keert terug naar het paradijs waaruit Adam en Eva zijn verdreven.

De Hof van Eden

Het Genesis-verhaal van Adam en Eva is een metafoor voor het innerlijke proces dat ertoe heeft geleid dat de ‘kundalini-slang’ terecht is gekomen in het bekken (‘op uw buik zult u voortaan gaan’). In mijn boek Kundalini-ontwaken onderbouw ik deze stelling.

In den beginne vormt God Adam – Hebreeuws voor mens – uit het stof van de aarde, blaast hem zijn levensadem in en plaatst hem in de Hof van Eden, een naam die genoegen betekent (1). Eden symboliseert de bewustzijnsstaat van de mens die (nog) een directe verbinding met God ervaart, iets wat zich maar moeilijk in woorden laat uitdrukken. Met de Hof van Eden verschijnt in onze verbeelding een wereld van schoonheid, overvloed en zorgeloosheid.

Een opmerkelijke illustratie uit het 10e eeuwse manuscript Escorial Beatus. De energiebanen die betrokken zijn bij een kundalini-ontwaken zijn verwerkt in de boom van Adam en Eva.

Van een naar twee

Als de mens nog verwijlt bij God is er geen onderscheid tussen man en vrouw. Deze staat van androgynie verandert bij het incarneren op aarde en het leven in de dualiteit. In het Genesis-verhaal wordt de androgyne eerste mens opgesplitst in man en vrouw: God schept Eva uit de tesla van Adam. De Bijbelvertalers hebben gekozen voor rib, maar het Hebreeuwse woord tesla kan ook betekenen kant, zijde.

Hoewel zijde als vertaling een evenwichtiger beeld zou geven van dit scheppingsmoment, namelijk dat Adam verdeeld wordt in twee helften, blijft ook als we uitgaan van rib het resultaat dat er van één (mens) twee (mensen) wordt gemaakt. Een beschrijving in beelden van een overgang van de dimensie van de eenheid (bij God) naar de dimensie van de dualiteit (op aarde).

Deze overgang heeft niet alleen gevolgen voor de uiterlijke belevingswereld van de mens, ook innerlijk wordt de mens verdeeld in tweeën: in een vrouwelijke en een mannelijke helft. Dit kunnen we terugvinden op het lichamelijke niveau (twee hersenhelften met verschillende functies), op het geestelijke niveau ( archetypische karaktereigenschappen) en het energetische niveau (de energiebanen ida en pingala).

De boom der dualiteit

Om deze voor de mens nieuwe ervaring van leven in de dualiteit uit te drukken gebruikt Genesis de metafoor van het eten van de boom van inzicht in goed en kwaad. ‘Goed en kwaad’ is een voorbeeld van een der uitersten waarmee de mens nu wordt geconfronteerd. We zouden deze boom ook kunnen noemen: de boom der dualiteit. De mens maakt kennis met de materie en het spanningsveld tussen de uitersten. De mogelijkheid tot het maken van keuzes is ontstaan en daarmee de mogelijkheid om te leren, om inzicht te verwerven.

De mens ontdekt ook het verschil tussen man en vrouw en de aantrekkingskracht die hiermee gepaard gaat. De puurheid en onschuld van Adam en Eva maken plaats voor schaamte en ze bedekken hun naaktheid met vijgenbladeren. (3)

Spirituele onbewustheid

Eenmaal op aarde vergeet de mens zijn Goddelijke herkomst. In de Bijbel wordt dit beschreven als een diepe slaap waarin Adam door God wordt gebracht. (4) Slapen is net als sterven in de Bijbel een metafoor voor spirituele onbewustheid. Dit brengt ons meteen naar de diepere betekenis van Gods overbekende waarschuwing: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven. (5)

Dat we dit sterven niet letterlijk moeten nemen blijkt wel uit het feit dat Adam en Eva nog heel lang leefden nadat zij toch hadden gegeten van de verboden boom. Het resultaat van hun daad was echter wel dat ze het paradijs moesten verlaten. De verbinding met God werd verbroken. Ze ‘stierven’ in spiritueel opzicht.

De slang die Eva verleidde was de vurige kundalini-slang (William Blake, 1800).

God kleedt hen vervolgens met dierenhuiden (6), hetgeen de dierlijke natuur symboliseert waar zij nu mee zijn verbonden. In plaats van het paradijs met zijn overvloed en zorgeloosheid worden zij nu geconfronteerd met het harde leven op aarde. Met zwoegen en zweten voor voedsel, en met (barens)pijn. (7)

Straf of opdracht?

De Bijbel spreekt van een vervloeking en de christelijke kerk van een zondeval. Wie echter Genesis op voorgaande wijze interpreteert, ziet tussen de beelden van het verhaal door eerder een Goddelijk plan opdoemen dan een Goddelijke vervloeking; de aarde die door God geschapen is voor de mens om een groeiproces door te maken. Het leven in de dualiteit maakt dat wij inzicht krijgen in goed en kwaad, waardoor wij de mogelijkheid krijgen om vanuit een vrije keuze steeds meer te worden zoals Hij ons heeft bedoeld: naar Zijn beeld en gelijkenis. (8) Of zoals de slang het formuleert: zodat wij als God zullen zijn, goed en kwaad kennend. (9)

God kleedt Adam en Eva met dierenhuiden, dat doen zij niet zelf. Het is iets wat aan hen gebeurt. De mens wordt door God in een staat van onbewustheid (diepe slaap) gebracht, verliest het contact met zijn hogere natuur (God) en krijgt hiervoor in de plaats een lichaam met dierlijke instincten.

Wie liever gelooft in een liefdevolle, alwetende God dan in een wraakzuchtige, feilbare God zal in het Genesis-verhaal eerder een opdracht willen zien dan een straf; de opdracht om met onze moeizaam verkregen levenswijsheid de weg terug te vinden naar het verloren paradijs. Om te stoppen met eten van de boom van goed en kwaad, dat willen zeggen de dualiteit te overstijgen en te zoeken naar de boom des levens, waarvan de vruchten ons weer verbinden met God.

Met twee vingers van zijn linkerhand maakt Adam het (geheime) teken van het heilige huwelijk (2=1). Deze hand ligt op de (kundalini-)slang, die ons kan verbinden met óf de dualiteit, óf de eenheid van het goddelijke. (William Blake, 1810)

De boom des levens

In het midden van het paradijs staat de boom des levens – oftewel de boom der eenheid – waarvan de vruchten de mens eeuwig leven geven. (10) Deze boom is een metafoor voor de wervelkolom met daarin de sushumna-nadi waardoor de kundalini-energie stroomt.

Ook de boom van inzicht in goed en kwaad staat in het midden van de Hof van Eden. Op het energetische niveau staat deze boom voor de ida- en pingala-nadi, de twee energiebanen die aan weerszijde van de wervelkolom stromen en die ons de dualiteit laten ervaren.

De moraal van het Genesis-verhaal is dat, zolang de mens bezig is met ervaringen opdoen op aarde en als gevolg daarvan nog eet van de boom van inzicht in goed en kwaad (de ida– en pingala-energieën), hem de toegang tot de boom des levens (de sushumna-nadi) wordt geweigerd. De mens kan maar van één boom tegelijk eten.

Wat de kerk een zondeval noemt, is een val in de materie. We zijn in slaap gevallen en zijn vergeten waar we vandaan zijn gekomen. Ook de kundalini-slang in ons is ‘gevallen’ in het bekken en in diepe slaap. Dit alles zodat we inzicht krijgen in goed en kwaad. En we mogen in alle vrijheid keuzes hierin maken, elk moment van de dag opnieuw. Maar alleen de weg van het goede leidt terug naar het paradijs.

Michelangelo en de drie nadi’s

Kort en bondig zou je kunnen zeggen dat wij worden geroepen om van de twee weer een te maken. Een ander kunstwerk van Michelangelo beeldt deze goddelijke opdracht uit: zijn wereldberoemde beeld van Mozes, dat zich bevindt in de basiliek San Pietro in Vincoli in Rome.

Al vele eeuwen wordt geprobeerd een positieve uitleg te verbinden aan de twee hoorns op het hoofd van Mozes. Geen gemakkelijke opgave, omdat van oudsher de satan wordt afgebeeld met twee hoorns.

De hoorns staan in beide gevallen voor de ida- en pingala-nadi. Alleen waar de satan – die staat voor onze lagere natuur – leeft in de dualiteit, heeft Mozes van de twee een gemaakt. Michelangelo heeft dit op ingenieuze wijze verwerkt in het beeld. Met zijn handen houdt Mozes twee slierten van zijn baard tot één streng, verwijzend naar de innerlijke versmelting en de sushumna-nadi, die op deze plaats in zijn bovenlichaam stroomt.

Rechts: Mozes door Michelangelo (circa 1516)

Het is wonderlijk dat deze symboliek in al die tijd, voor zover ik weet, nog nooit door iemand is opgemerkt. Enigszins pijnlijk zelfs gezien het feit dat dit beeld zich bevindt in het hart van Rome, waar het jaarlijks wordt bewonderd door miljoenen gelovigen en spirituele zoekers, maar niemand die beseft dat het beeld hun wil vertellen hoe God gevonden kan worden.

In de schilderkunst zien we dat Mozes regelmatig staat afgebeeld met twee lichtstralen die uit zijn hoofd komen. Ook hierover tasten experts in het duister. De lezer van dit stuk kan hierop nu het eenvoudige antwoord geven.

Links:
Mozes door Gustave Doré (1866)

Terug naar Eden

We mogen niet alleen leren, maar ook genieten van het leven in de dualiteit. De vruchten van de boom des levens komen echter alleen binnen ons bereik als we stoppen met eten van de boom van goed en kwaad. We worden geroepen om uiteindelijk de dualiteit te overstijgen. Daarom leggen veel spirituele tradities de nadruk op alles accepteren zoals het is. Oordelen trekt je in het krachtenveld van de tegenstellingen: leuk of niet-leuk, mooi of lelijk, enzovoorts.

Onze ogen die door het eten van de verboden vruchten zijn opengegaan voor het materiële moeten we weer sluiten. Blind worden voor de verlokkingen in de buitenwereld en oog krijgen voor de weg naar God. Dat is wat Jezus bedoelt met zijn raadselachtige uitspraak in het evangelie van Johannes: Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden. (11)

Dat is niet altijd even eenvoudig. Zolang de kundalini-slang nog in het bekken woont en de lagere chakra’s voedt, is hij de verleider uit het Genesis-verhaal. Met zijn hypnotiserende stem haalt hij ons over om te kiezen voor kortstondig, zintuiglijk plezier. Ontsnappen aan het krachtenveld van de begeertes vraagt moed, discipline en vooral motivatie van de spirituele aspirant.

In de Koran vinden we een prachtig equivalent van de boom van goed en kwaad: Zaqqoem. De gelovigen worden gewaarschuwd voor de bittere vruchten van deze boom, die een hevige brand veroorzaken in de buik van degene die ze eet. Sommige van de vruchten lijken op dieren: draken, beren, leeuwen, kamelen, enzovoorts.

De boom van Zaqqoem,
Zal het voedsel voor de zondaar zijn,
Als gesmolten koper zal het in de buik koken,
Gelijk het koken van ziedend water.
(Koran 44:43-46)

Sprekende beelden die beschrijven hoe lust en begeerte onze buik in brand kunnen zetten en ons verbonden houden met onze dierlijke natuur; ons aanzetten tot het kiezen voor de weg die dieper de materie in leidt en weg van God.

Eva neemt een verboden vrucht aan van de
slang. Adam’s hand ligt op de borst van Eva. De afbeelding suggereert een verband tussen seksualiteit en het eten van de verboden vruchten. (Lambert Hopfer, 16e eeuw)

Het is echter geen onmogelijke opgave. Wie zich begeeft op dit pad zal worden geholpen door God zelf. Hij strekt zijn arm al verlangend naar ons uit. Aan ons de keuze: God of de wereld. Er is geen middenweg.

Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.(12)

Noten:
(1) Gen. 2:6-9
(2) Gen. 2:8
(3) Gen. 3:7
(4) Gen. 2:21
(5) Gen. 2:17
(6) Gen. 3:21


(7) Gen. 3:16-19
(8) Gen. 1:27
(9) Gen. 3:5
(10) Gen. 2:9
(11) Joh. 9:39
(12) 1 Joh. 2:15-17

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (dec ’15)
Copyright Anne-Marie Wegh 2015

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Kundalini-ontwaken

By |2020-05-09T12:23:54+00:00september 3rd, 2015|Mantra|0 Comments

De omhelzing van Jezus en Maria Magdalena

De omhelzing van Jezus en Maria Magdalena

In een themanummer over relaties mag een stuk over DE relatie aller tijden niet ontbreken: die van Jezus en Maria Magdalena… Het is een onderwerp dat tot onze verbeelding spreekt en al vele verhitte discussies heeft opgeleverd. Hadden ze nu een intieme relatie of niet? Een aantal jaar geleden harkte de fictieschrijver Dan Brown links en rechts wat losse feiten en geruchten bij elkaar, en maakte er met zijn bedreven pen een spannend verhaal van: Jezus en Maria Magdalena waren getrouwd en hadden zelfs een kind! Het boek werd een wereldwijde bestseller en er volgde zelfs een bioscoopfilm. De Da Vinci Code is met zijn oppervlakkigheid en sensatiezucht niets voor de serieuze spirituele zoeker, maar het is wel Dan Browns verdienste dat hij ons op het schilderij van Het laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci heeft gewezen, waarin zich inderdaad een verborgen ‘code’ bevindt, alleen die wijst in een volledig andere richting dan Browns conclusies!

Voor we naar het schilderij van Da Vinci gaan kijken, hoe waarschijnlijk is het dat Jezus überhaupt een intieme relatie had met een vrouw? De Bijbel zegt niets over een echtgenote, maar dat wil nog niet zeggen dat deze er niet was. Wel kunnen we er in lezen hoe Jezus dacht over het hebben van een seksuele relatie. Als zijn leerlingen hem vragen of het beter is om niet te trouwen, is zijn antwoord:

Niet allen vatten dit woord, maar alleen zij aan wie het gegeven is. Want er zijn ontmanden die uit de moederschoot zo geboren zijn; en er zijn ontmanden die door de mensen ontmand zijn; en er zijn ontmanden die zichzelf ontmand hebben om het Koninkrijk der hemelen. Wie dit vatten kan, laat die het vatten. (1)

Het woord dat Jezus in de bovenstaande tekst gebruikt voor een ontmande is eunuch (Grieks: eunouchos). De eunuchs waren gecastreerde mannen die de vrouwen bewaakten van welgestelde machthebbers. Jezus bedoelt deze ontmanning het niet letterlijk, maar gebruikt het als een metafoor voor het celibaat, dat hij aanbeveelt aan degenen die het Koninkrijk der Hemelen willen verwezenlijken.

De centrale boodschap in Jezus’ predikingen was die van het Koninkrijk van God. Uit zijn woorden mogen we afleiden dat hij zelf leefde vanuit God en hij wilde ons leren hoe ook wij deze bewustzijnsstaat kunnen bereiken. Hoe ook wij ons ego, dat gericht is op de materie en verbonden is met onze dierlijke natuur, kunnen overwinnen. Door de eeuwen heen zijn er echter maar weinigen geweest die dit begrepen.

Jezus verpakte veel van zijn lessen in parabels en gelijkenissen, maar ook de evangelisten zelf hebben veel van wat zij van hem hebben geleerd over het goddelijke, verborgen in metaforen en woordspelingen, bedoeld voor de serieuze zoeker naar God. Wie zich in deze diepere laag van de Bijbel verdiept, gaat begrijpen dat Jezus zich op een bewustzijnsniveau bevond dat niet meer verbonden was met seksuele verlangens. Of zoals hij zelf zei:

‘In deze wereld trouwen mensen,’ antwoordde Jezus, ‘maar wie waardig gekeurd worden om deel te hebben aan de andere wereld en aan de opstanding uit de dood, trouwen niet. Ze sterven toch ook niet meer; ze zijn als de engelen. Ze zijn kinderen van God, omdat ze uit de dood zijn opgestaan.(2)

Maria Magdalena

Het is echter niet onlogisch dat er vraagtekens zijn ontstaan rond Maria Magdalena. Op cruciale momenten in Jezus’ leven is zij aanwezig. Zij is degene die hem zalft. Als zijn leerlingen op de vlucht zijn geslagen, staat zij bij Jezus onder het kruis. Zij is bij degenen die als eerste bij het graf van Jezus zijn, om te ontdekken dat hij daar niet meer ligt. In het evangelie van Johannes en Marcus is zij zelfs de eerste aan wie hij verschijnt na zijn verrijzenis.

Eeuwenlang is zij afgeschilderd als een zondares, een prostituee. Dit beeld is vooral ontstaan doordat de Bijbel zegt dat uit haar zeven demonen waren gedreven. (3) We mogen dit echter zien als een kundalini-inwijding. De zeven uitgedreven demonen zijn een metafoor voor de uitzuivering van haar zeven chakra’s. Ze was geen gevallen vrouw dus, maar een hoge ingewijde, en waarschijnlijk een vertrouwelinge van Jezus.

De evangelieschrijvers gebruiken haar aanwezigheid om in hun teksten de symboliek van het heilig huwelijk tot uitdrukking te brengen. Jezus en Maria staan in een aantal verhalen voor respectievelijk het mannelijke en het vrouwelijke in de mens, waarbij de verborgen boodschap is dat de versmelting van beiden – ter hoogte van het zesde chakra – leidt tot een hereniging met God. We zullen hiervan  straks een prachtig voorbeeld uit het Johannes-evangelie zien.

Maar nu eerst terug naar het schilderij van Leonardo Da Vinci. Alles wijst erop dat Da Vinci niet alleen wist welke symbolische rol Maria Magdalena speelde in de evangeliën, maar grondige kennis bezat over de innerlijke processen die samenhangen met een kundalini-ontwaken. In zijn schilderij het Laatste Avondmaal zijn verwijzingen naar energetische, fysiologische, en mystieke aspecten van dit transformatieproces verwerkt.

Het Laatste Avondmaal, Leonardo da Vinci

De Kundalini Code

In mijn vorige bijdrage voor Mantra (themanummer Yoga) heb ik het energetische principe van een kundalini-ontwaken uiteengezet. Samengevat, bevinden zich links en rechts langs onze wervelkolom twee belangrijke energiebanen: deze worden ida en pingala-nadi genoemd in de Yogatraditie. Zij zijn als het ware de energetische blauwdruk van de dualiteit in ons lichaam. Zij vertegenwoordigen de tegenstellingen, vergelijkbaar met yin en yang uit het Taoïsme. Ida-nadi staat daarbij voor het vrouwelijke, pingala-nadi voor het mannelijke.

In ons bekken, ter hoogte van het heilig been, bevindt zich ‘slapend’ een krachtige energiebron van goddelijke oorsprong. In de oosterse tradities heet zij kundalini, in de Bijbel wordt zij de Heilige Geest genoemd. Als de spirituele aspirant het vrouwelijke en mannelijke in zichzelf (ida- en pingala-nadi) in volmaakt evenwicht heeft gebracht – én als God het wil – ontwaakt de kundalini en stijgt zij op vanuit het bekken door de sushumna-nadi, de centrale energiebaan die door de wervelkolom loopt.

Op weg naar het kruinchakra – het zevende chakra – worden alle andere chakra’s langs de wervelkolom gezuiverd en geactiveerd door het transcendente vuur van de kundalini. Bij het zesde chakra aangekomen, versmelten de ida- en pingala-nadi’s. De vereniging van de mens en zijn Schepper vindt plaats.

Dit energetische proces heeft ook een belangrijke fysieke component. In de hersenen worden de pijnappelklier, hypofyse en hypothalamus gestimuleerd om stoffen aan te maken die zorgen voor een Godservaring en vitalisering van het lichaam. In de oosterse traditie heten deze endogene opiaatachtigen en hormonen die vrijkomen amrita, wat ‘onsterfelijkheid’ betekent. In christelijke termen ondergaat de mens een innerlijke zalving door de Heilige Geest.

De drie energiebanen die betrokken
zijn bij een kundalini-ontwaken

Het Laatste Avondmaal

Al het bovenstaande kunnen we terugvinden in Da Vinci’s schilderij. Laten we eerst kijken naar de persoon die – voor de kijker –  links naast Jezus zit. Is dit de apostel Johannes (de traditionele opvatting) of is dit Maria Magdalena (het boek van Dan Brown)?

Alles wijst er naar mijn mening op dat het Maria is. Niet alleen haar uiterlijk, maar ook de symboliek. Jezus en Maria complementeren elkaar in dit schilderij in alle opzichten. Zoals bijvoorbeeld het feit dat de kleuren rood en blauw van hun kleding gespiegeld zijn. Da Vinci gebruikt haar aanwezigheid – net als de evangelisten – om het heilig huwelijk in beeld uit te drukken, als onderdeel van een nog grotere boodschap die we zo dadelijk zullen zien.

Terwijl alle apostelen in een overduidelijke staat van opwinding verkeren – ze hebben net gehoord dat iemand van hen Jezus gaat verraden – zit Maria er, met haar ogen neergeslagen, als het ware gericht op haar binnenwereld, net zo sereen bij als Jezus. Waar Jezus met zijn open armen een duidelijke driehoek met de punt naar boven uitbeeldt, symbool voor het goddelijke, drukt Maria subtiel met haar gevouwen handen een driehoek met de punt naar beneden uit. Daarmee vormen ze tezamen een hexagram (zespuntige ster), het klassieke symbool voor het versmelten van de tegenstellingen.

Met hun lichaamshouding vormen ze de letter M, van matrimonium, het Latijns voor huwelijk. Dan Brown zag dit ook en trok meteen zijn conclusies. Het gaat hier echter niet om een huwelijk in de traditionele zin, maar om een geestelijk, een goddelijk huwelijk; alle overige symboliek bevestigt dit.

Een hexagram

Als we Maria verplaatsen naar de andere kant van Jezus, dan passen hun lichamen precies tegen elkaar, zodanig dat het ontroerende beeld ontstaat van een innig stel. Rechts naast hen wordt dit nader toegelicht. Een van de apostelen steekt op de achtergrond zijn wijsvinger omhoog richting de hemel en een andere wijst met twee handen naar zijn hart: Jezus en Maria vormen een Goddelijk stel en hun woonplaats is ons hart.

Een extra bevestiging dat het Maria Magdalena is naast Jezus, komt van een ander schilderij dat Da Vinci tien jaar eerder vervaardigde:  de Madonna in de Grot (hiernaast). Het gezicht van de madonna, en de wijze waarop ze haar hoofd houdt, is bijna identiek aan dat van de mysterieuze persoon aan tafel bij de apostelen.

Adembenemend is echter dat het energetische principe van een kundalini-ontwaken ook in het schilderij is terug te vinden. Op de achtergrond zien we drie ramen. Deze staan voor de drie energiekanalen: ida-, pingala-, en sushumna-nadi. Jezus, als de verpersoonlijking van God, zit precies voor het middelste raam: de sushumna-nadi, waardoor de goddelijke kundalini-energie naar de kruin stroomt. Ook Maria Magdalena voor het linkerraam (de ida-nadi) en een mannelijke leerling voor het rechterraam (de pingala-nadi), klopt met de ligging van de energiebanen ten opzichte van de wervelkolom.

Als je vervolgens rechte lijnen doortrekt langs de bovenkant van de donkere vlakken op de zijmuren en de balken in het plafond, dan komen al deze lijnen tezamen ter hoogte van het voorhoofd van Jezus: de plaats waar de ida- en pingala-nadi  in de mens versmelten en het heilig huwelijk plaatsvindt. Buiten, achter het hoofd van Jezus, loopt ook precies hier de horizon; de plaats waar hemel en aarde elkaar ontmoeten.  Opnieuw een verwijzing naar een vereniging van de polariteiten, maar ook een beeld van de mens (het aardse) die wordt aangeraakt door het goddelijke (de hemel).

De Maagd op de rotsen, Leonardo da Vinci

Bij Maria zien we op de achtergrond bergen, symbool voor een verruimd bewustzijn. Ook zit zij aan de rechterhand van Jezus. Da Vinci heeft hiermee willen bijdragen aan haar eerherstel als apostola apostolorum; de hoogst ingewijde onder de apostelen.

Vesica piscis

Op de tafel zien we twee borden met vis. Een detail dat niet afkomstig is uit de Bijbel. Daarin wordt slechts gesproken over brood en wijn. Het past in de rest van de symboliek als Da Vinci hiermee de vesica piscis heeft willen afbeelden: de twee gestileerde vissen die zichtbaar zijn in het patroon van twee elkaar gedeeltelijk overlappende cirkels. Een oud mystiek symbool dat ook weer de vereniging van de tegenstellingen verbeeldt.

Een van de vele vraagtekens rond dit schilderij is waarom Jezus niet is afgebeeld met de traditionele wijnbeker – de heilige graal – waar tot op de dag van vandaag nog naar wordt gezocht, en die centraal staat in bijvoorbeeld de Koning Arthur legende. De conclusie die Dan Brown heeft getrokken uit dit schilderij is dat de baarmoeder van Maria Magdalena de heilige graal is, omdat hier Jezus’ nageslacht uit is voortgekomen.

Alles in dit schilderij wijst er echter op dat Da Vinci ons wilde vertellen dat de legendarische drinkbeker zich ten diepste bevindt in ons hoofd. Als in de mens de versmelting der tegenstellingen plaatsvindt, en de eenheid met God wordt hersteld, verandert het hersenvocht in amrita, in ‘het bloed van Christus’, dat eeuwig leven geeft.

Geen geheime baarmoeder dus, maar een boodschap die al door alle tijden heen, en vanuit alle uithoeken van de wereld, tot ons klinkt: mens, ontwaak! De heilige graal bevindt zich in jou. Keer naar binnen en ontdek je goddelijke potentieel!

De opstanding

Dit is ook wat de gehele Bijbel, van kaft tot kaft, verpakt in beeldtaal, tot ons roept. Passend bij het onderwerp van dit stuk, wil ik hier graag één prachtig voorbeeld van geven. In de gebeurtenissen rondom de kruisiging van Jezus hebben de evangelisten veel symboliek verwerkt die ons moet vertellen dat Jezus’ dood en opstanding, op een dieper niveau, staan voor processen in de mens: het sterven van de ‘oude mens’ (het ego) en de wedergeboorte van de ‘nieuwe mens’ die leeft vanuit God.

In het Johannes-evangelie wordt de legendarische ontmoeting van de verrezen Jezus met Maria Magdalena bij het lege graf beschreven. Op geraffineerde wijze is hierin een verwijzing naar het heilige huwelijk (de innerlijke versmelting van het mannelijke en het vrouwelijke) verwerkt:

‘Waarom huilt u?’ vroeg Jezus haar. ‘Wie zoekt u?’ Zij dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Meneer, als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan haal ik hem daar weg.’
‘Maria!’ zei Jezus tegen haar. Zij draaide zich om en zei in het Aramees: ‘Rabboeni!’ Dat betekent: ‘Meester!’
‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet naar de Vader opgestegen. Ga naar mijn broeders, en vertel hun: Ik stijg op naar mijn Vader die ook jullie Vader is, naar mijn God die ook jullie God is.’
Maria van Magdala ging de leerlingen vertellen dat ze de Heer had gezien en wat hij tegen haar gezegd had. (4)

Waarom wil Jezus niet dat Maria hem vasthoudt? Het is één van de grote raadsels rond zijn opstanding. Ik denk dat het Johannes’ bedoeling is dat wij door de beroemde woorden Noli me tangere (houd me niet vast) júíst het beeld op ons netvlies krijgen van een man en een vrouw die elkaar kortstondig, maar hartstochtelijk, vasthouden. Iets wat hij niet rechtstreeks kon opschrijven omdat het in die tijd als ongepast zou worden gezien: een ongebonden vrouw die in het openbaar een man om de hals valt. Het zou afbreuk hebben gedaan aan het glorieuze beeld van de opgestane Christus.

Jezus wijst op het voorhoofd van Maria Magdalena: hun ontmoeting vindt plaats in het hoofd!
(Jacopo dal Ponte, 1546)

Jezus wijst op het voorhoofd van Maria Magdalena: hier vindt het samengaan van het mannelijke en het vrouwelijke plaats. (Albrecht Dürer, 1509-1511)

Zowel Jezus als Maria Magdalena maakt met twee vingers het teken van het heilige huwelijk (2=1): een verhulde verwijzing naar de werkelijke betekenis van hun ontmoeting in de Bijbel.
(Sperindio Cagnoli, 16e eeuw)

Deze interpretatie wordt ondersteund door het evangelie van Mattheüs, dat een andere versie geeft van de ontmoeting tussen Jezus en Maria Magdalena, na zijn verrijzenis. In dit verhaal is Maria niet alleen, maar bezoekt ze samen met een andere vrouw het graf. Ze horen van een engel dat Jezus uit de dood is opgewekt:

En zij gingen haastig van het graf weg, met vrees en grote blijdschap, en zij snelden weg om het Zijn discipelen te berichten. Toen zij weggingen om het aan Zijn discipelen bekend te maken, zie, Jezus kwam hun tegemoet en zei: Wees gegroet! Zij gingen naar Hem toe, grepen Zijn voeten en aanbaden Hem. Toen zei Jezus tegen hen: Wees niet bevreesd; ga heen, bericht Mijn broeders dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien. (5)

Nu mag Maria blijkbaar wel Jezus vasthouden, want de vrouwen grijpen zijn voeten, zegt de tekst, en hij lijkt het goed te vinden. Deze schijnbare inconsequentie past echter geheel in de bovenstaande redenatie. Het vasthouden van voeten is een gebaar van onderdanigheid en aanbidding. Een aanraking die volledig gepast is onder de omstandigheden. Als metafoor voor het heilig huwelijk voldoet het echter niet. Johannes had een krachtiger, intiemer beeld nodig dan vrouwen die aan Jezus’ voeten liggen. Hij suggereert daarom een omhelzing die er niet expliciet staat. Alleen degenen voor wie de symboliek ook is bedoeld zullen het begrijpen. Geniaal!

Conclusie

Maria Magdalena en Jezus hebben een belangrijke rol gespeeld in elkaars leven. Het is echter heel onwaarschijnlijk dat zij een intieme relatie hadden. Het is mijns inziens het onvermogen de bewustzijnsstaat van Jezus te bevatten, dat maakt dat hieraan wordt getwijfeld. De evangelisten hebben Maria Magdalena en Jezus willen afbeelden als archetypen die in ieder mens aanwezig zijn. In ons klinkt de stem van Jezus die roept: Maria! In ons roept Maria: Rabboeni! Ze verlangen er naar elkaar te omhelzen. Om op te gaan in elkaar en nooit meer los te laten. In ons.

Noten:
(1) Mattheüs 19:11-12
(2) Lukas 20:34-36
(3) Lukas 8:2 en Markus 16:9
(4) Joh 20:15-18
(5) Mattheüs 28:8-10
Alle bovengenoemde citaten zijn afkomstig uit de Herziene Statenvertaling.

Sperindio Cagnoli, 16e eeuw.

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (sept ’15)
Copyright Anne-Marie Wegh 2015

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie heeft het boek geschreven:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

By |2020-04-20T16:15:32+00:00juni 20th, 2015|Mantra|0 Comments

Gaan met God

Gaan met God

Wat een geweldig nieuws: een doorstart – nieuw leven – voor het tijdschrift Prana onder de naam Mantra. Het getuigt van moed, bezieling en passie van de redactieleden om zo’n stap te nemen in deze voor tijdschriften toch moeilijke tijd. Je hart volgen, ook al ga je daarmee tegen de stroom in. Een prachtig voorbeeld van spiritualiteit in de praktijk brengen! Wat zou ik de Bijbel ook zo’n mooie, nieuwe doorstart gunnen …

Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik retraites kan aanbieden in een imposante, veertiende-eeuwse kerk. Het serene monument werkt als een magneet op de mens die naar rust en verdieping zoekt. Gelovig, ongelovig of andersgelovig, dat maakt niet uit. Het traditioneel rooms-katholieke interieur, compleet met altaar, biechtstoel en beelden van heiligen en engelen, imponeert en inspireert. Maar oh wee als ik tijdens mijn begeleiding de Bijbel citeer of de naam van Jezus van Nazareth laat vallen. Ongemakkelijke stiltes en argwanende gezichten van deelnemers zijn het gevolg. Hoe anders zijn de reacties als ik de Boeddha noem of als ik put uit het chakrajargon van de yogatraditie: glimmende ogen en gretige vragen. Dat doet mij pijn.

Tijdens mijn eigen spirituele zoektocht ben ik gaandeweg steeds meer onder de indruk geraakt van de rijkheid van het Nieuwe Testament. De ontdekking dat de Bijbel op verschillende niveaus gelezen kan worden en dat de weg naar God in beeldtaal is verwerkt in de evangelieverhalen heeft een enorm enthousiasme bij mij losgemaakt. Het heeft mijn kijk op Jezus van Nazareth compleet veranderd en mijn eigen relatie met God gevoed en verdiept.

Hoe blij was ik dan ook met de uitnodiging van de redactie van Mantra om een bijdrage te schrijven voor het eerste nummer. Als er mensen zijn met wie ik mijn ontdekkingen en enthousiasme zou kunnen delen dan zijn het de Prana-Mantra lezers wel! Graag neem ik u dan ook nu mee op een korte ontdekkingsreis door de beeldtaal van de Bijbel. Het toepasselijke thema van deze Mantra is leven. Wat heeft Jezus, bij monde van de evangelisten, ons hierover willen leren?

De zoon van de weduwe uit Naïn

Laat de doden hun doden begraven [1] is een van de gevleugelde uitspraken van de man van Nazareth. Deze woorden sluiten aan bij een opvatting die we in bijna alle spirituele tradities terugvinden: wie een leven leidt dat is gericht is op de buitenwereld, op de materie, wordt gezien als een dode, een slapende. Ook termen als dronken, blind, verdwaald en gevangen worden gebruikt voor deze staat van spirituele onbewustheid. Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten kunnen we lezen in een brief van de apostel Paulus [2]. Leven betekent in de evangeliën: gaan met God. Een bewustzijn dat doorstraald wordt met het licht van Christus.

Spiritueel ontwaken is helaas niet zo simpel als het proces van wakker worden en opstaan dat we iedere ochtend meemaken. En evenmin is het iets wat we geheel zelfstandig tot stand kunnen brengen, zoals sommige moderne goeroes ons willen doen geloven. Het is een weg die je samen met God gaat. Een jarenlange weg van zuivering en onthechting, waarbij het uiteindelijk God zelf is die jou uit ‘de dood’ opwekt. Een genadedaad die niet kan worden afgedwongen, maar geduldig moet worden afgewacht.

In de evangeliën (de eerste vier boeken van het Nieuwe Testament: Mattheüs, Marcus, Lucas, Johannes) kunnen we dit spirituele principe terugvinden in de verhalen over Jezus die een aantal dode mensen weer tot leven wekt. De beschrijvingen van deze spectaculaire gebeurtenissen zijn alle doortrokken van inwijdingssymboliek die erop duidt dat het in deze verhalen niet gaat om het reanimeren van dode lichamen, maar dat het Goddelijke initiaties betreft die de ingewijde laten opstaan uit de geestelijke dood. De ziel van de spirituele aspirant wordt tot leven gewekt, niet zijn lichaam. Wat is dan de symboliek die aanleiding geeft om deze conclusie te trekken?

In het verhaal over de gestorven zoon van de weduwe uit Naïn bijvoorbeeld wordt de dode net door een stadspoort naar buiten gedragen als Jezus langskomt [3]. Een poort of deur is hét klassieke symbool voor de overgang naar een nieuwe fase, naar een andere staat van bewustzijn. Een weduwe is een spirituele metafoor voor iemand die het contact met God heeft verloren. In dat opzicht worden wij allemaal een weduwe op het moment dat wij incarneren op aarde, aangezien wij dan de bewuste verbinding met het Goddelijke kwijtraken. Dat weduwe in dit opzicht de benaming is voor zowel een man als een vrouw is omdat het weduwschap een verwijzing is naar de staat waarin de ziel verkeert; de ziel van de mens wordt van oudsher gezien als vrouwelijk, als ontvangend. In de mystieke traditie wordt de uitverkoren ziel aangeraakt door God en verenigt zij zich met Hem in het heilige huwelijk.

De dode zoon van de weduwe in dit verhaal is de slapende Goddelijke vonk (Christus) die we allemaal met ons meedragen in onze ziel. Dit mogen we onder andere afleiden uit de toevoeging in de tekst dat de jongen monogenēs [4] is, hetgeen eniggeboren maar ook eengeboren (een verwijzing naar het Goddelijke) kan betekenen. Een beschrijving die ook voor Christus zelf wordt gebruikt in de evangeliën.

De opwekking van de gestorven zoon van de weduwe uit Naïn

Jezus raakt de baar aan waarop de dode ligt en zegt: sta op! Tot grote ontsteltenis van de omstanders gaat de jongen overeind zitten en begint te praten. Jezus personifieert in dit verhaal God, Die ons aanraakt en laat opstaan uit de doden. De evangelist Lucas schrijft dat hij innerlijk met ontferming bewogen is over de bedroefde weduwe [5]. We krijgen hierdoor het beeld van een God Die zich het lot van iemand aantrekt. Een God dus Die bewogen kan worden door een mens; onze houding en onze inspanningen kunnen een verschil maken. Het feit dat het tot leven wekken een genadedaad is, wil nog niet zeggen dat het geen zin heeft om zelf ook moeite te doen om uit ‘de dood’ op te staan.

Een poort is een symbool voor transformatie

Terugkomend op de stadspoort waardoor de dode naar buiten wordt gedragen: indien we uitgaan van de bovenstaande symboliek is het feitelijk de weduwe zelf die tot leven wordt gewekt. Als we de Bijbelse metaforen aanhouden, wordt met de aanraking in haar ziel het Christuskind – het latente Goddelijke principe in de mens – geboren. We mogen er echter van uitgaan dat deze weduwe niet zomaar een willekeurig mens was. De Goddelijke inwijding was als het ware het sluitstuk van een weg die de stad uit leidde. De stad staat symbool voor het leven in de wereld; voor het aardse en het materialisme.

Dit is het stuk van het spirituele proces waarover wij zelf de regie hebben. Wij moeten zelf het initiatief nemen om de stad, met zijn vertrouwdheid en weelde, te verlaten en de weg terug naar huis te gaan zoeken. In de hele geschiedenis van de mensheid zijn er in alle landen en culturen mythes en verhalen terug te vinden die deze reis beschrijven. Ook de Bijbel – zowel het Oude als het Nieuwe Testament – staat vol met wegwijzers als je de symboliek weet te interpreteren. In de Bijbelvertalingen door de eeuwen heen is echter veel van deze diepere laag verloren gegaan, omdat de (inwijdings)symboliek vaak verborgen zit in een subtiele woordkeuze of geraffineerde zinsconstructie.

De opwekking van het dochtertje van Jaïrus

Om een nog beter idee te krijgen van de rijkheid en gelaagdheid van de evangeliën gaan we ook eens kijken naar een andere opwekking van een dode door Jezus; die van het twaalfjarige dochtertje van de overste van de synagoge, Jaïrus [6]. Het is een intrigerend verhaal, omdat het vervlochten is met een tweede wonder: dat van de genezing van de vrouw die al twaalf jaar aan bloedingen lijdt. Op het eerste gezicht lijken de incidenten niet met elkaar in verband te staan, maar juist door de twee verhalen naast elkaar te leggen wordt de symboliek duidelijk en verschijnt de boodschap aan de lezer.

Ook de opwekking van het dochtertje van Jaïrus is een inwijdingsverhaal dat ten diepste gaat over de ziel van Jaïrus zelf. Welke aanwijzingen zijn hiervoor? Allereerst Jezus die zegt tegen de jammerende aanwezigen dat het kind niet gestorven is, maar slaapt [7]. Het dochtertje staat voor de sluimerende Godsvonk in ieder mens, het Christuskind. Dit kan niet sterven, maar is bij de meeste mensen in een diepe slaap.

Wij zijn door het levensverhaal van Jezus als de Zoon van God er zo aan gewend om te denken aan een mannelijk Christuskind dat het even een gedachtesprong vereist dat ook een dochter symbool kan zijn voor het archetype van de Christus. Toch is dat precies wat hier bedoeld wordt. God de dochter, de Christus, die tot leven wordt gewekt in Jaïrus. In feite is de Christus in ons man noch vrouw, want het Goddelijke is boven de dualiteit van het mannelijke en het vrouwelijke verheven.

Jezus gaat het huis van Jaïrus binnen (God die binnenkomt in de mens), pakt de hand van het meisje en beveelt haar: Talita, koemi! Meisje, sta op! Dan schrijft Marcus iets merkwaardigs: En meteen stond het meisje op en het liep, want het was twaalf jaar; en zij waren geheel buiten zichzelf. Twaalf is het getal van de spirituele volheid. Door het getal twaalf op deze manier te gebruiken wil de evangelist ons vertellen dat het hier gaat om de voltooiing van een spiritueel proces waarin de ziel tot leven wordt gewekt.

De opwekking van het dochtertje van Jaïrus

Dit wordt bevestigd door een tweede genezing in hetzelfde evangeliehoofdstuk waarin het getal twaalf ook een prominente rol speelt. Op weg naar het dochtertje van Jaïrus wordt Jezus van achteren benaderd door een vrouw die al twaalf jaar aan bloedingen lijdt. Zij heeft zich een weg gebaand door de menigte en raakt zijn bovenkleed aan: … want zij zei: Als ik maar Zijn kleren kan aanraken, zal ik gezond worden. En meteen droogde de bron van haar bloed op, en merkte zij aan haar lichaam dat zij van die aandoening genezen was [8]. Wanneer stopt een vrouw met vloeien? Als ze zwanger wordt! Uit de aanraking van Jezus (lees: God) vloeit een verwekking van het Goddelijke kind voort. Ook nu weer verwijst het getal twaalf naar een voltooid spiritueel proces.

De genezing van de bloedvloeiende vrouw

In deze gebeurtenis zit tevens de symboliek van zuivering door de inwerking van de Heilige Geest besloten. Een vrouw die menstrueerde werd in die tijd als ritueel onrein gezien en afgezonderd van de gemeenschap. Niemand raakte haar tijdens de maandelijkse periode aan en er bestonden specifieke geboden en verboden voor de menstruerende vrouw. Het oudtestamentische boek Leviticus zegt expliciet [9]: Wanneer een vrouw vele dagen buiten de tijd van haar afzondering een bloedvloeiing heeft, of wanneer zij langer vloeit dan de tijd van haar afzondering, dan is zij al de tijd dat zij vloeit onrein, net zo als de dagen van haar afzondering.

Doordat de vrouw Jezus van achteren benadert en alleen zijn kleren aanraakt, voelt hij niet bewust haar uitgestrekte hand. Hij voelt echter wel het wegvloeien van zijn kracht: En meteen toen Jezus merkte dat er kracht van Hem uitgegaan was, keerde Hij Zich om in de menigte en zei: Wie heeft Mijn kleren aangeraakt? [10]

Door het verhaal op deze manier te beschrijven ligt de nadruk in deze scene op mysterieuze krachten van Jezus die overgaan op de vrouw. Hiermee licht de evangelist een tipje van de sluier op over wat er gebeurt als wij contact maken met God. Door de aanraking vloeit Goddelijke kracht (energie) over naar de vrouw en het bloeden stopt onmiddellijk: zij is vanaf dat moment ritueel rein. We zien hier de zuiverende werking van het Goddelijke licht in lichaam, geest en ziel van de spirituele aspirant, resulterend in een geestelijke ‘zwangerschap’.

Door de vervlechting van de twee genezingsverhalen ontstaat het beeld van een verwekking en een geboorte. De vloeiende vrouw symboliseert de ziel die zwanger wordt van God. Na de zwangerschap, die we mogen zien als een periode van uitzuivering, komt het dochtertje van Jaïrus tot leven: wordt het Goddelijke kind geboren in de ziel.

In het eerste verhaal steekt Jezus zijn hand uit naar het meisje, gaat het initiatief van hem uit. In het tweede verhaal neemt de vrouw het initiatief. Marcus wil hiermee zeggen dat het geen kwestie is van passief afwachten, hoewel de spirituele zoeker afhankelijk is van de genade van God. Genade moet verdiend worden. De vrouw spant zich in, zij baant zich met moeite een weg door de menigte en heeft een groot vertrouwen in God. Zij staat voor Hem open, waardoor genezing ook mogelijk wordt: Uw geloof heeft u gered, mijn kind. Ga in vrede; u bent van uw kwaal genezen [11].

De geboorte van het goddelijke kind

Ook het vertrouwen van Jaïrus is belangrijk. Jezus zegt tegen hem: Wees niet bevreesd, geloof alleen [12]. Beide verhalen benadrukken tevens een houding van nederigheid. De vrouw werpt zich neer aan Jezus’ voeten en Jaïrus knielt voor hem, als hij hem smeekt om zijn dochter te genezen. Je (ego) klein maken; beseffen dat je het zonder Gods hulp niet kunt.

Voordat hij het meisje geneest, stuurt Jezus eerst de huilende en jammerende menigte naar buiten [13]. Deze luidruchtige aanwezigen symboliseren innerlijk tumult. Bij zoveel drukte en onrust kan het Goddelijke niet tot leven komen in de mens. Daarna neemt Jezus de vader en moeder mee in de kamer van het kind. Deze kamer mogen we zien als het hart waarin de ziel zetelt. Door de aanwezigheid van de vader en moeder verschijnt het beeld van het heilige huwelijk: de versmelting van het mannelijke en het vrouwelijke in de mens, waardoor het Goddelijke kind geboren wordt.

Jezus neemt ook drie van zijn leerlingen mee naar binnen: Petrus, Jakobus en Johannes. Hierdoor bevinden zich in totaal zes volwassenen om het bed van het meisje. Dat is geen toeval. Zij vormen tezamen het hexagram, de zespuntige ster. Deze verschijnt steeds weer in Bijbelverhalen maar ook in andere spirituele geschriften als er sprake is van een voltooid spiritueel proces. Het hexagram bestaat uit twee in elkaar geschoven driehoeken, hetgeen het versmelten van de tegenstellingen symboliseert. Dit universele symbool drukt daarmee tevens het heilige huwelijk uit dat plaatsvindt in het hart van de mens.

Een hexagram

Het evangelieverhaal geeft een prachtig compleet beeld. De symboliek laat geen twijfel bestaan over wat er is gebeurd in de slaapkamer van het meisje. In de volhardende spirituele zoeker vindt door de aanraking van God een wonder plaats. Uit een innerlijk huwelijk, een samengaan van het mannelijke en vrouwelijke, wordt een Goddelijk kind geboren. Een wedergeboorte die van de aspirant een nieuwe mens maakt met een ontwaakt hart. Deze nieuwe mens draagt het zegel van Salomon, het hexagram, op zijn voorhoofd [14].

Het is opvallend dat het in dit verhaal de dochter van de overste van de synagoge betreft. Op verschillende plaatsen in de evangeliën verwijt Jezus de schriftgeleerden en farizeeërs hypocrisie en machtsmisbruik. Bekers en schalen, mooi gepoetst aan de buitenkant, maar van binnen vol roofzucht en onmatigheid. Gewitte grafkelders die er van buiten mooi uitzien, maar van binnen vol liggen met knekels en vergane resten [15]. Jaïrus vormt blijkbaar een uitzondering. Wellicht dat we uit zijn functie een hoge mate van spirituele dienstbaarheid en godsvrucht mogen afleiden en dat deze inwijding hem daarom ten deel valt.

Uit het gedrag van Jaïrus kunnen we in ieder geval opmaken dat hij de juiste innerlijke houding en ontvankelijkheid bezit om deze Goddelijke genadedaad mogelijk te maken. Hij valt voor Jezus op zijn knieën, erkent zijn krachten en stelt zich voor hem open. De naam Jaïrus betekent God verlicht hem. Ook een vingerwijzing dat we deze genezing mogen nemen als een metafoor voor een geestelijke inwijding.

Het verhaal eindigt met Jezus die zegt: Geef haar wat te eten. Een mooie en belangrijke boodschap: God kan onze ziel tot leven wekken, maar wij moeten haar zelf blijven voeden. Weer wordt een actieve houding van de spirituele zoeker benadrukt.

Nieuw leven voor de Bijbel

Het is heel jammer dat maar zo weinigen weten dat de Bijbel ook op deze manier kan worden gelezen. Juist in onze tijd spreekt een boodschap van het latent Goddelijke in de mens – en dit tot leven brengen door innerlijk werk – de serieuze spirituele zoeker aan. Bovendien worden de Bijbelverhalen door deze uitleg verbonden met wat alle profeten door de tijd heen hebben verkondigd, ook die van andere religies en tradities. Dit universele karakter van de (blijde) boodschap overtuigt en verbroedert. We zijn allemaal kinderen van dezelfde God en worden allemaal door Hem geroepen om naar huis te komen. Net zoals de Verloren Zoon uit het evangelie van Lucas [16].

Ik wil deze bijdrage daarom graag eindigen met het uitspreken van de vurige hoop dat ook de Bijbel in deze tijd van ontkerkelijking een doorstart maakt. En dat al degenen op deze wereld die nu in naam van God spreken en werken openstaan voor de diepere boodschap van de evangeliën. Zodat Jezus van Nazareth voor alle toekomstige generaties kan worden wat hij ook wilde zijn: een leermeester en levend voorbeeld van hoe ook wij kunnen opstaan uit de spirituele dood!

Noten:
(1) Mattheüs 8:21-22 en Lucas 9:59-60
(2) Efeziërs 5:14
(3) Lucas 7:11-17
(4) Griekse grondtekst
(5) Lucas 7:13
(6) Marcus 5:21-43
(7) Marcus 5:39
(8) Marcus 5:28-29


(9) Lev. 15:25
(10) Marcus 5:30
(11) Marcus 5:34
(12) Marcus 5:36
(13) Marcus 5:38-40
(14) Openbaring 7:3
(15) Mattheüs 23:25-27
(16) Lucas 15:11-32

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (dec ’14)
Copyright Anne-Marie Wegh 2014

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Ecce Homo, de beeldtaal van de Bijbel

By |2020-04-20T10:10:31+00:00maart 29th, 2015|Mantra|0 Comments

Kundalini-ontwaken

Kundalini-ontwaken

In het bekken van ieder mens, ter hoogte van het heiligbeen, bevindt zich een ontzagwekkend groeipotentieel dat ons in staat stelt tot een volgende stap in de evolutie. Een krachtbron van goddelijke oorsprong, waarvan de directe kennis in spirituele tradities alleen werd gedeeld met een klein groepje ingewijden.

De grote massa heeft hierover door de eeuwen slechts versluierd aanwijzingen gekregen via de symboliek in mythes, sprookjes, legendes en andere folklore. Ook in de heilige geschriften van religies wordt  over dit onderwerp met grote voorzichtigheid en meestal alleen in metaforen gesproken.

Alleen in de yogawereld, en dan vooral heden ten dage, spreekt men onomwonden en expliciet over deze zeer krachtige energiebron: de kundalini. Westerse beoefenaars zijn zich er meestal  niet van bewust, maar het hele achtvoudige pad van Yoga is erop gericht deze latente krachtbron te laten ontwaken.

Speciale oefeningen hiervoor zijn echter in principe niet nodig en rechtstreekse stimulering is sowieso niet verstandig. De kundalini wordt actief als de spirituele aspirant hier klaar voor is. Als er een oprechte interesse is in een groeien naar God, en een bereidheid daarbij het persoonlijke zelf op te geven. En als er al enige mate van zuiverheid is bereikt op het niveau van lichaam, denken en doen.

De Yogafilosofie, met al haar leefregels en nadruk op meditatie, is met name gericht op deze voorbereidende fase. Patanjali, degene die als eerste in de 2e eeuw voor Chr. het gedachtegoed van de Yogatraditie op schrift stelde in 196 sutra’s, rept met geen woord over kundalini. Ongetwijfeld vanuit het standpunt dat kennis hierover in verkeerde handen desastreuze gevolgen kan hebben.

De Caduceus (kundalini)
Een beeld van kunstenaar James Muir

Eenmaal actief, zet de kundalini namelijk een intensief zuiveringsproces in gang. Wie hier niet op is voorbereid kan te maken krijgen met uiteenlopende lichamelijke en/of psychische klachten. De kundalini -energie is echter niet de oorzaak van eventuele ongemakken, het vergroot alleen een bestaande disbalans uit. Het kundalini-proces is ten diepste een helend proces.

Psychologisch gezien, wordt het ego ontdaan van al zijn ‘verontreinigingen’, kwetsuren en onnodige ballast, opgebouwd vanaf de kindertijd. Daar waar sommige tradities een vernietiging van het ego propageren om het goddelijke te realiseren, zou het beter zijn om te spreken van het nastreven van een transparantie van het ego. Een persoonlijk zelf dat zo is gereinigd dat het, net als een schoon raam, al het (goddelijke) licht ongehinderd doorlaat.

Dit is een proces van jaren dat uitmondt in een staat van onthechting, die gepaard gaat met grote innerlijke vrede en vreugde. Dit proces van zuivering en ontlediging is een noodzakelijke voorwaarde voor een eventuele volgende stap: de hereniging met God.

Er is over de kundalini heel veel te zeggen. En recht te zetten, want de ongrijpbare, transcendente natuur van het fenomeen heeft ook voor veel misverstanden gezorgd. In mijn boek Kundalini-ontwaken ga ik hier uitgebreid op in. In dit stuk wil ik je graag laten zien dat kundalini niet slechts iets is voor yogi’s, monniken en asceten, maar dat wij allemaal zijn voorbestemd tot deze weg, en dat bijna alle wereldreligies gegrondvest zijn een kundalini-ontwaken van hun profeten.

Het energetische proces

Links en rechts langs onze wervelkolom lopen twee belangrijke nadi’s (energiebanen); ida en pingala genaamd in de Yogatraditie. Deze energiebanen zijn als het ware de energetische blauwdruk van de dualiteit in ons lichaam. Zij vertegenwoordigen de tegenstellingen, vergelijkbaar met yin en yang uit het Taoïsme.

Waar ida-nadi staat voor bijvoorbeeld het vrouwelijke, donker, koude, passiviteit, de maan, en het gevoel, staat pingala-nadi voor het mannelijke, licht, warmte, activiteit, de zon, en de ratio. Let wel: het gaat hier om archetypische tegenstellingen die los staan van het geslacht van een individu! Ieder mens heeft een ida- en pingala-nadi, en dus een mannelijke en een vrouwelijke kant.

Als de kundalini ontwaakt en vanuit het bekken opstijgt door de sushumna – de energiebaan die door de wervelkolom loopt – naar het bovenste chakra, het kruinchakra, worden alle andere chakra’s langs de wervelkolom gezuiverd en geactiveerd.

Bij het zesde chakra aangekomen, versmelten de ida- en pingala-nadi, waardoor op het voorhoofd van de spirituele aspirant het zogenaamde ‘derde oog’ wordt geopend. Deze vereniging van het innerlijk mannelijke en vrouwelijke leidt ook tot de opening van het kruinchakra: het mystieke huwelijk van de mens en zijn Schepper vindt plaats.

Een schematische weergave van het kundalini-proces

Universele symboliek

De slang is een universele metafoor voor deze energiebron. Het Sanskriet woord kundalini is afkomstig uit de Yogatraditie en betekent ‘opgerold’, verwijzend naar een slang die opgerold ligt te slapen. Het beeld van een slang, met zijn vermogen om zich te vernieuwen door zijn huid af te werpen, weerspiegelt ook het transformerende en helende aspect van kundalini.

Ons medische symbool de aesculaap is afgeleid van de staf van Aesclepius, de halfgod die geassocieerd wordt met astrologie, genezing en medicijnen. Maar weinig artsen zullen zich realiseren dat de aesulaap de helende werking van de kundalini-energie uitdrukt.

Andere symbolen voor de kundalini zijn bijvoorbeeld vuur, een rivier, een fontein en een witte duif.

Symbolen die gebruikt worden voor de wervelkolom waardoor de ontwaakte energie stroomt, zijn onder andere  een boom, een struik, een stok, een scepter, een toverstaf en een ladder.

Boeddhisme

In de officiële leer van de Boeddha wordt niet verwezen naar kundalini. Maar ook niet naar chakra’s, nadi’s of welk energetisch principe ook. Het oorspronkelijke boeddhisme is vooral een filosofie met leerstellingen over een juiste mindset.

De Boeddha leefde in de religieuze omgeving van het Hindoeïsme en zijn godenverering. Hij zag om zich heen dat de mens niet gelukkig was en heeft een leer geformuleerd waarmee het lijden overstegen kan worden. De kern van zijn boodschap is dat het ego een illusie is die doorzien moet worden om van het lijden verlost te worden en het  nirwana te realiseren.

Hij plaatste hiermee het nirwana als mogelijkheid in het hier-en-nu en niet na de dood ergens in een andere dimensie. Om dit te bereiken is het nodig dat de mens zijn gehechtheid aan allerlei rituelen, (energie)systemen en goden, die ten diepste het ego in stand houden, los laat.

De Boeddha heeft zich niet uitgelaten over het al dan niet bestaan van een God of goden. Hij bracht leerprincipes die voor de mens in die tijd en in die cultuur nodig waren om het persoonlijke te overstijgen en de onderliggende eenheid van de schepping te ervaren. We mogen er echter van uit gaan dat hij zelf een kundalini-ontwaken heeft doorgemaakt. Aanwijzingen hiervoor kunnen we terugvinden in de mythes over de Boeddha en de iconografie.

De legende over de slang Mucalinda bijvoorbeeld. De Boeddha zou na zijn verlichting, mediterend onder de Bodhi boom, zijn beschermd tegen een hevige storm door de cobra Mucalinda, die achter hem oprees uit de wortels van de boom en zijn ‘kap’ boven hem uitspreidde.

Het is niet moeilijk om uit dit verhaal kundalini-symboliek te filteren. De boom staat voor de wervelkolom van de Boeddha zelf, en de cobra is de ‘slangen-energie’ die door het sushumna-kanaal omhoog stroomt.

Op sommige afbeeldingen zien we een zevenkoppige cobra achter de Boeddha opreizen. Deze zeven slangenkoppen staan voor de zeven hoofd-chakra’s die zich langs de wervelkolom bevinden. In de Yogatraditie geeft het aantal slangenkoppen het spirituele niveau van een yogi weer: het aantal gezuiverde en geopende chakra’s. Zeven staat voor een voltooid proces.

Dit verhaal maakt ook in mooie, kernachtige beelden duidelijk wat het resultaat is van een kundalini-zuiveringsproces. De hevige storm die opsteekt is een metafoor voor heftige emoties. De boodschap voor ons is dat de Boeddha weliswaar emoties heeft, maar hij wordt er niet meer door meegesleurd, ze raken hem niet meer wezenlijk. Terwijl de storm om hem heen woedt, zit hij droog en uit de wind onder de kap van de cobra. vanuit een innerlijke plek van stilte neemt hij deze emoties in zichzelf waar en laat ze voor wat ze zijn.

Deze stabiliteit en onverstoorbaarheid kan deels bereikt worden door meditatie, maar ook het kundalini-proces draagt hieraan bij. Verdriet, boosheid en angsten die nog aanwezig waren onder de grens van het bewuste zijn ‘opgeruimd’. Er is hierdoor geen oude pijn meer die aangeraakt kan worden door gebeurtenissen in het nu. Ingesleten gedachtepatronen en overtuigingen zijn ‘opgelost’. Schaduwaspecten zijn aan het licht gebracht en geïntegreerd; er is geen materiaal meer om te projecteren op anderen. De neiging om te oordelen is verdwenen.

Het ego is vederlicht en transparant geworden. Het is daardoor gemakkelijk om uit het ego te stappen en de emoties die er nog zijn vanuit een positie van getuige waar te nemen. Ze te laten opkomen en weer te laten weg ebben, net zoals de gedachten. Het is dus niet zo dat de verlichte mens geen gevoelsleven meer heeft. Het bovenstaande verhaal  is hierin duidelijk: Mucalinda laat niet de storm liggen, hij beschermt de Boeddha tegen de storm!

De spreekwoordelijke stabiliteit en onverstoorbaarheid van de Boeddha mogen we dus zien als gedeeltelijk het resultaat van noeste spirituele arbeid, maar ook gedeeltelijk Godgegeven.

Naast de klassieke metafoor van de slang zien we in de iconografie ook kundalini-vuur op het hoofd van de Boeddha (zie hiernaast).

Voor zover wij nu nog kunnen nagaan, heeft de Boeddha dus niet expliciet onderwezen over kundalini, maar hij heeft wel  – hoogst waarschijnlijk puttend uit eigen ervaring – een leer achtergelaten die zorgt voor de levenshouding en mindset die nodig is om de goddelijke cobra in ons bekken wakker te maken uit haar slaap.

Het achtvoudige pad van het Boeddhisme omvat heldere en effectieve richtlijnen om het ego van zijn ballast te ontdoen en een zuiver leven te leiden. Wie dit pad oprecht en standvastig volgt, zal op een dag ook dit goddelijke geschenk ontvangen.

Jodendom

Het hart van het Jodendom wordt gevormd door de Torah. In de ruimste betekenis van dit woord omvat de Torah het geheel  van Joodse wetten en leringen. In de beperktere zin worden er de eerste vijf boeken van Mozes mee bedoeld: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. In het Christendom zijn deze geschriften opgenomen in het Oude Testament, een benaming die de joden – uiteraard –  niet gebruiken.

In de boeken van Mozes wordt het begrip kundalini niet expliciet genoemd, maar veel verhalen gaan ten diepste over dit proces van ontwaken. Sceptici wijzen erop dat je met symboliek alle kanten op kunt. In zekere zin is dit waar. Het is vooral de herhaling van het thema, de steeds weer terugkerende metaforen, en de overeenkomst met heilige geschriften van andere religies, die overtuigen.

Dat Mozes, de belangrijkste profeet uit het Jodendom, een kundalini ontwaken heeft doorgemaakt kunnen we opmaken uit meerdere passages uit het boek Exodus. Bijvoorbeeld het moment dat Mozes de opdracht krijgt van God om de Hebreeërs (joden) weg te halen uit Egypte en naar het beloofde land te brengen:

En de Engel van de HEERE verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een doornstruik. Hij keek toe, en zie, de doornstruik brandde in het vuur, maar de doornstruik werd niet verteerd. Mozes zei: Laat ik nu naar dat indrukwekkende verschijnsel gaan kijken, waarom de doornstruik niet verbrandt. Toen de HEERE zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes! Hij zei: Zie, hier ben ik! (Ex. 3:2-4)

Deze brandende struik van waaruit de stem van God klinkt, bevindt zich niet buiten Mozes, maar in hem. Het twee keer noemen van het woord midden in deze korte tekst, is één van de vingerwijzingen dat er een diepere betekenis in schuilt. Het gaat hier om het midden van Mozes: om zijn wervelkolom die ‘in brand staat’ met het niet-verterende  kundalini-vuur. Zijn bewustzijn dat hierdoor is verruimd, stelt hem in staat boodschappen van God te ontvangen.

De interpretatie dat de struik in werkelijkheid de wervelkolom en het sushumna-kanaal zijn van Mozes wordt bevestigd door wat volgt in Exodus 4. Mozes stribbelt eerst tegen. Hij voelt zich niet geschikt voor de opdracht die hij krijgt van God. En de Egyptenaren zullen de Hebreeërs nooit laten gaan, werpt hij tegen:

Toen antwoordde Mozes en zei: Maar zie, zij zullen mij niet geloven en niet naar mijn stem willen luisteren, want zij zullen zeggen: De HEERE is niet aan u verschenen. De HEERE zei tegen hem: Wat hebt u daar in uw hand? Hij zei: Een staf. Hij zei: Werp hem op de grond. En hij wierp hem op de grond en hij werd een slang. En Mozes vluchtte ervoor. Maar de HEERE zei tegen Mozes: Strek uw hand uit, en grijp hem bij zijn staart, – toen stak hij zijn hand uit en greep hem vast, en hij werd weer een staf in zijn hand – opdat zij geloven dat de HEERE aan u verschenen is, de God van hun vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob.

De HEERE zei verder tegen hem: Steek toch uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem en haalde hem weer tevoorschijn, en zie, zijn hand was melaats, wit als sneeuw. Hij zei: Steek uw hand opnieuw in uw boezem. En hij stak zijn hand opnieuw in zijn boezem, en toen hij hem weer uit zijn boezem trok, zie, hij was weer als zijn overige vlees. En het zal gebeuren, als zij u niet geloven en niet naar de boodschap van het eerste teken willen luisteren, dat zij dan toch wel de boodschap van het laatste teken zullen geloven.
(Ex 4:1-8)

We zien in dit citaat twee verwijzingen naar een kundalini-ontwaken. Allereerst natuurlijk de staf van Mozes die in een slang verandert.  En ook de hand die Mozes in zijn boezem steekt en daarna sneeuwwit is van melaatsheid, is een kundalini metafoor. Zijn boezem mogen we lezen als zijn hart. De kleur wit verwijst naar zuivering. Het hart van Mozes is uitgezuiverd, wil dit beeld zeggen. Het feit dat de – ongeneeslijk geachte – melaatsheid ook weer verdwijnt, verwijst naar de helende werking van kundalini.

De staf van Mozes kan in een slang veranderen

Islam

Volgens de legende zou de vader van Mohammed, Abdulah, een droom hebben gehad over zijn toen nog ongeboren zoon. Hij zag hoe uit de rug van het kind een boom groeide richting de hemel. Deze boom verspreidde een licht over de hele wereld. De meeste moslims interpreteren deze boom als de Islam, de religie die door de profeet Mohammed is gesticht. Het licht is zijn leer en zijn wijsheid, die zich over de wereld hebben verspreid.

Het argument om de boom echter te interpreteren als kundalini-symboliek, wordt versterkt door  de beschrijving van de hemelreis (Isra en Meraj) die Mohammed maakte op volwassen leeftijd. Er zijn meerdere verhalen over deze beroemde hemelvaart terug te vinden in de Hadith and Sirah (levensbeschrijvingen van de profeet Mohammed), waarbij de details kunnen  verschillen. De grote lijnen komen hierop neer:

Al-Buraq

In een visioen, als hij ligt te slapen, wordt Mohammed meegenomen door de aartsengel Gabriël. Gezeten op Buraq, een wit paardachtig wezen met vleugels, vliegt Mohammed door de zeven hemelen naar het paradijs waar hij oog in oog komt te staan met Allah, de Allerhoogste. Hij krijgt zijn openbaringen en ziet hier ook de prachtige sidratil-muntaha: de lotusboom van de eindbestemming.

Het gevleugelde witte paard waarop Mohammed zijn hemelreis maakt, komt vaker terug in mythes als rijdier van goden en profeten. De onderliggende symboliek is dat de berijder zijn dierlijke krachten (het paard) heeft gezuiverd (wit) en gesublimeerd (de vleugels). Deze krachten staan nu tot zijn dienst en stellen hem in staat het goddelijke (in zichzelf) te verwezenlijken.

Als  God met Mohammed wil communiceren hoeft dit niet met zo’n omslachtig visioen. Deze beelden moeten vooral ook ons iets duidelijk maken. Ze bevatten een boodschap voor de serieuze spirituele zoeker, die in staat is de symboliek te begrijpen.

Vertaald naar oosterse terminologie vertelt het verhaal ons dat Mohammed met behulp van kundalini-krachten  een reis maakt door de zeven chakra’s (de zeven hemelen) naar het kruinchakra (het paradijs). Het voltooide kundalini-proces (de lotusboom) stelt hem in staat met God te communiceren.

De Islam verbiedt het afbeelden van de profeet. Op de spaarzame schilderingen die er van hem zijn, wordt hij vaak afgebeeld met vuurvlammen om zijn hoofd of lichaam.

Christendom

Het Nieuwe Testament bevat talrijke versluierde verwijzingen naar kundalini-aspecten. Je zou zelfs kunnen zeggen dat vrijwel alle verhalen in de evangeliën zijdelings of direct hiermee te maken hebben. De centrale boodschap van Jezus van Nazareth was hoe wij het Koninkrijk van God kunnen verwezenlijken.  Dit bevindt zich volgens hem niet buiten ons (‘hier of daar’, Lucas 17:20,21) maar in ons.

In één van zijn bekendere uitspraken vergelijkt hij het Koninkrijk van God met een mosterdzaadje dat een boom wordt:

Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat iemand nam en in zijn akker zaaide. Dat is wel het kleinste van al de zaden, maar als het opgegroeid is, is het het grootste van de tuingewassen en het wordt een boom, zodat de vogels in de lucht een nest komen maken in zijn takken.
Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het helemaal doorzuurd was.
(Matt. 13:31-33)

Een mosterdzaadje groeit uit tot een plant, niet tot een boom.  Weliswaar een grote plant, maar zeker niet met takken waarin vogels nesten kunnen maken. Jezus vergist zich hier echter niet, hij gebruikt het woord boom met opzet. De  verborgen symboliek is die van het kleine goddelijke zaadje  (de slapende kundalini-energie) waarin een enorme groeikracht schuilgaat; het kan uitgroeien tot de Boom des Levens (symbool voor een voltooid kundalini-proces) als het gezaaid wordt in de akker (in de mens).

Vogels zijn een universeel symbool voor het geestelijke, voor onze gedachtewereld. Vogels die nestelen, komen tot rust. Jezus schept hiermee het beeld van de innerlijke stilte en vrede die de mens ervaart na een kundalini-ontwaken.

Links: de alchemisten wisten dat Jezus een proces
van kundalini-ontwaken had doorgemaakt.
Dit vertaalden ze naar alchemistische metaforen.
(Ars Magna lucis et umbrae, Athanasius Kircher, 1646)

De gelijkenis van het zuurdesem die meteen erna volgt, verwijst ook naar de werking van kundalini. Om het Koninkrijk van God binnen te kunnen gaan moet de gehele mens worden gezuiverd. Het zuurdesem is de kundalini. De drie maten meel staan voor het lichaam, het hart (gevoelsleven) en het hoofd (gedachten), die helemaal worden doortrokken met de goddelijke krachten. Hierdoor vindt een transformatieproces van deeg naar brood plaats; de mens wordt wedergeboren in God.

In Jezus brandde het heilige vuur van de kundalini is zijn volle hevigheid en hij bezat het meesterschap om ook anderen hierin in te wijden. Johannes de Doper zegt over hem:

Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan is in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel zuiveren en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.
(Matt 3:11-12)

In het evangelie van Johannes vinden de volgende uitspraak Jezus:

En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.) (Joh 7:37-39)

Een belofte die al op vele manieren is geïnterpreteerd door exegeten. Waar we meestal uitspraken van Jezus figuurlijk moeten nemen, mogen we het nu letterlijk opvatten, als we levend water vervangen voor kundalini-energie. Het Griekse woord koilias, hier vertaald met binnenste, betekent buik.

De evangelist zelf legt een verbinding met de Heilige Geest. Hoewel de Heilige Geest in de Bijbel steevast wordt omschreven als het goddelijke dat neerdaalt op de mens, zijn er veel argumenten zijn om haar te interpreteren als de opstijgende kundalini.

En zo zijn er nog talrijke verwijzingen te vinden in de evangeliën naar het goddelijke in ons, ‘voor wie oren heeft en wil horen’. Nog een laatste prachtig en veelzeggend citaat uit het evangelie van Johannes waarin Jezus tegen een Samaritaanse vrouw, die bij een waterput zit, zegt:

Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven. (Joh. 4:13-14)

Een alchemistische illustratie met Maria als Sophia (personificatie van de kundalini), onder het kruis van haar zoon. Een verwijzing naar het kundalini-proces van Jezus. (Buch der heiligen Dreifaltigkeit, 15e eeuw)

Conclusie

Ieder mens heeft het potentieel om een grote spirituele groeistap te maken met behulp van een zeer krachtige energiebron in ons bekken. De Boeddha, Mozes, Mohammed en Jezus van Nazareth hebben zelf een kundalini-ontwaken doorgemaakt, maar hebben ervoor gekozen hierover niet rechtstreeks te spreken. Hun leer van zuiverheid, liefde en barmhartigheid legt wel de basis die nodig is om de heilige slang vanzelf te laten ontwaken.

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (maart ’15)
Copyright Anne-Marie Wegh 2015

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek: Kundalini-ontwaken

By |2020-05-06T10:45:30+00:00maart 29th, 2015|Mantra|0 Comments