About Anne-Marie Wegh

De auteur van dit boek, Anne-Marie Wegh, woont en werkt in de veertiende-eeuwse Sint Bonifatiuskerk in Horssen. Hier begeleidt zij onder andere retraites. In haar boeken combineert zij haar kennis van beeldtaal in het algemeen en haar eigen spirituele ervaringen met de beeldtaal van de bijbel en die van andere wereldreligies.

Om God te vinden moet je eerst een kikker kussen!

Om God te vinden moet je eerst een kikker kussen

Veel bekende sprookjes gaan over een kundalini-ontwaken. Dat is opmerkelijk, want deze opgetekende volksverhalen stammen uit een tijd dat dit oosterse begrip nog niet tot het westerse collectieve bewustzijn was doorgedrongen. En hoewel heden ten dage, met name door de verhoogde belangstelling voor yoga, ook in dit deel van de wereld de kundalini in het spirituele jargon is beland, wordt deze geheimzinnige bron van energie toch voornamelijk gezien als iets exotisch, horend bij de ascetische yogi die allerlei ingewikkelde oefeningen (kriya’s) uitvoert om deze ‘slangenkracht’ in zijn bekken op te wekken.

Wie er oog voor krijgt gaat echter zien dat in de heilige geschriften en iconografie van vrijwel alle religies en spirituele tradities verwijzingen zijn terug te vinden – meestal verhuld – naar een goddelijke vuur in ons bekken (bij het heiligbeen!). Het beeld dat ontstaat als je al deze ‘sporen’, achtergelaten door ingewijden en mystici, naast elkaar legt, is dat wij bij onze incarnatie in de stof een goddelijke waakvlam hebben meegekregen, die, indien tot ontbranden gebracht, de mens kan leiden naar een volgende stap in de evolutie. Een mogelijkheid tot bewustzijnsverruiming die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Een potentieel van onsterfelijkheid.

Speciale oefeningen zijn in principe niet nodig om de kundalini te laten ontwaken. Veel belangrijker is een zuivere leefwijze en een oprecht verlangen naar God. En een bereidheid om alles wat in het onderbewuste ligt opgeslagen onder ogen te zien. Over dit laatste gaat het bekende sprookje van de Kikkerkoning.

De gouden bal

Het verhaal begint met een prinses die haar gouden bal in het water laat vallen:

Vlak bij het slot van de koning lag een groot donker bos en in dat bos bevond zich onder een oude linde een bron. Als het nu overdag heel warm was liep het koningskind het bos in en ging aan de rand van de koele bron zitten – en als zij zich verveelde nam zij een gouden bal die zij omhoog wierp en weer opving; en dat was haar liefste spel.Nu gebeurde het op een keer dat de gouden bal van de koningsdochter niet in haar handje viel, dat zij omhoog hield, maar er naast op de grond terechtkwam en regelrecht in het water rolde.

Alle elementen van dit citaat verwijzen naar de kundalini-energie. Een boom is hét klassieke symbool voor de wervelkolom waarin de ontwaakte kundalini omhoog stroomt naar de kruin. De waterbron onder de boom staat voor de goddelijke energie zelf. De gouden bal die de koningsdochter omhoog gooit bij de bron, verbeeldt de opstijgende beweging van de kundalini. Zowel de cirkelvorm als het goud van de bal verwijzen naar het goddelijke.

De prinses laat de bal in de bron vallen en deze verdwijnt onder water; oftewel de kundalini-energie trekt zich terug in het bekken. Ze huilt bittere tranen en is ontroostbaar. Dan komt er uit het water een kikker omhoog die aanbiedt haar te helpen, maar daar wil hij wel iets voor terug:

De kikker antwoordde: “Je kleren, je parels en edelstenen en je gouden kroon wil ik niet hebben, maar als je mij wilt liefhebben en ik je vriendje en speelkameraad mag zijn, naast je aan je tafeltje mag zitten, van je gouden bordje eten, uit je bekertje drinken en in je bedje slapen: als je mij dat belooft, dan zal ik naar de diepte afdalen en je gouden bal weer naar boven brengen.” – “Ach, ja,” zei zij, “ik beloof je alles wat je wilt, als je mij mijn bal maar weer terugbrengt.”

Kikkerkoning

De prinses komt echter haar belofte niet na. Als ze de bal terugheeft laat ze de kikker achter bij de bron. De volgende dag klopt hij op de deur van het paleis, maar de prinses laat hem niet binnen. Als de koning hoort wat er is gebeurd, draagt hij zijn dochter op zich te houden aan wat ze heeft beloofd. Met grote tegenzin opent ze daarna de deur voor de kikker.

Het dierlijke in de mens

De kikker staat voor al onze eigenschappen, neigingen en driften, waarvan we het bestaan het liefst ontkennen. Meestal gaat het hierbij om aspecten van onze dierlijke natuur. Denk hierbij aan agressie, jaloezie, hebberigheid, lust en egoïsme. Een centraal thema dat steeds weer terugkomt in alle geschriften over het kundalini-mysterie, is het overwinnen van onze dierlijke instincten en deze krachten aanwenden voor de realisatie van ons goddelijke potentieel.

Kikkerkoning

Een van de valkuilen op de spirituele weg is het onderdrukken of ontkennen van neigingen die niet passen in het ideaalbeeld dat wij hebben van iemand de heilig of verlicht is. Deze energieën van onze ‘lagere’ of aardse natuur kunnen ons echter – gezuiverd en gesublimeerd – juist helpen om het hogere te verwezenlijken. Sterker nog, zonder deze oerkrachten blijven de poorten van het Koninkrijk van God gesloten. Dit is wat dit sprookje ons wil laten zien.

De kikker die uit het water (lees: het onderbewuste) omhoog komt, symboliseert de bewustwording van deze ‘schaduwaspecten’. Bewustwording alleen is echter niet voldoende: de kikker wil vriendjes worden met de prinses en wil dat zij hem lief heeft, anders krijgt ze haar gouden bal niet terug. Willen wij God vinden, dan zullen wij de ‘onaantrekkelijke’ aspecten van onszelf moeten omarmen en liefhebben. De kikker wil ook van het bordje eten van de prinses en in haar bedje slapen. Dit zijn integratiebeelden; de lagere natuur moet worden opgenomen in de (energie van de) totale persoonlijkheid.

Kikker wordt prins

kikkerkoning

De prinses worstelt met deze opdracht, want ze vindt de kikker maar een vies, lelijk beest. Als ze, tegenstribbelend, het dier meeneemt naar haar slaapkamer, staat haar echter een grote verrassing te wachten:

Toen pakte zij hem met twee vingers op, droeg hem naar boven en smakte hem zo hard zij kon
tegen de muur. “Nu kan je rusten, jij lelijke kikker.” Maar toen hij naar beneden viel was hij geen kikker meer, maar een koningszoon met mooie vriendelijke ogen. En nu was hij zoals haar vader wilde, haar lieve metgezel en echtgenoot. Toen vertelde hij haar dat hij door een boze heks was betoverd en dat niemand hem uit de bron had kunnen verlossen dan zij alleen en morgen zouden zij samen naar zijn rijk gaan.

Eenmaal in de slaapkamer (geïntegreerd) verandert de kikker in een aantrekkelijke prins, met wie de prinses daarna trouwt. Dit huwelijk staat voor de vereniging van de mens met God – het zogenaamde heilige huwelijk – waarbij het mannelijke (de prins) en vrouwelijke (de prinses) in de mens versmelten.

In de oorspronkelijke versie van het sprookje gooit de prinses de kikker tegen de muur. Dit is in latere versies aangepast naar een diervriendelijker beeld: de prinses die de kikker kust.

Het ontwaken van het hart

Dan volgt er nog een prachtig en betekenisvol slot:

De volgende ochtend toen de zon hen wekte kwam er een wagen aanrijden, bespannen met acht witte paarden die witte struisveren op het hoofd hadden en in gouden kettingen liepen en achterop stond de dienaar van de jonge koning, dat was de trouwe Hendrik. De trouwe Hendrik was zo bedroefd geweest toen zijn heer in een kikker werd veranderd, dat hij drie ijzeren banden om zijn hart had laten slaan opdat het niet van smart en droefenis zou breken. De wagen moest de jonge koning afhalen om hem naar zijn rijk te brengen. De trouwe Hendrik hielp hen beiden instappen, ging weer achterop staan en was zeer verheugd over de verlossing.
En toen zij een eind gereden hadden, hoorde de koningszoon een gekraak achter zich alsof er iets brak. Toen draaide hij zich om en riep: “Hendrik, de wagen breekt!”

Kikkerkoning

“Nee, Heer, het is de wagen niet,
Maar een ring van mijn hart,
Die mij steunde in mijn smart,
Toen u in de bron ging wonen
En u als kikker moest vertonen.”

Nóg een keer en nóg een keer brak er ijzer op de weg en de prins dacht steeds dat de koets brak, maar het waren de ijzeren ringen die van het hart van de trouwe Hendrik afvielen, omdat zijn heer nu bevrijd en gelukkig was.

De witte paarden die het verliefde stel naar het koninkrijk van de prins (lees: God) brengen staan voor de uitgezuiverde (witte) dierlijke krachten. De struisvogelveren op hun hoofd hebben dezelfde betekenis als de vleugels van het mythische paard Pegasus: de sublimatie (vergeestelijking) van het aardse. De gouden kettingen waarmee de paarden zijn aangespannen verwijzen naar het goddelijke.

De koetsier van de wagen, de trouwe Hendrik, staat voor de mens in wie deze transformatie plaatsvindt. Het breken van de drie ijzeren banden om zijn hart symboliseert het volledig (drie) open gaan van het hartchakra, als de vereniging met God plaatsvindt. De mens wordt van zijn knellende aardse banden verlost . Een grote gelukzaligheid doorstroomt zijn wezen. De betovering van de heks (de illusie van het Maya) is verbroken.

Noorse godenmythes

Freya

Dit sprookje heeft duidelijke wortels in de Noorse mythologie. De lindeboom (bij de bron) uit het verhaal heeft een heilige status in de Keltische en Germaanse traditie. De moedergodin Freya (onze vrijdag is naar haar vernoemd) zou wonen in deze boom. Freya personifieert – net als veel moedergodinnen uit andere tradities (Kali, Vajrayogini, Aphrodite, Isis, Inanna) – de kundalini-energie. Zij staat voor het vrouwelijke aspect van de ene God, wonend in de wervelkolom (de Lindeboom) van de mens.

Wat bij de keuze van de Linde ongetwijfeld heeft meegespeeld, is dat de zaadjes van deze boom verbonden zijn met een langwerpig blaadje, waardoor zij, als zij naar beneden vallen, een tollende beweging maken. Dezelfde cirkelende beweging die de kundalini-energie maakt, omhoog langs de wervelkolom.

Volgens de mythes wilde Freya kost wat kost een bijzondere ketting genaamd Brinsingamen bezitten. Om deze te verkrijgen moest ze slapen met de vier afzichtelijke dwergen die haar hebben gemaakt. Een verhaallijn die overeenkomt met een prinses die haar bed moet delen met een vieze kikker.
Ook de vier dwergen symboliseren onze aardse (lagere) natuur: in de Noorse mythologie staan vier dwergen, met de namen Noord, Zuid, Oost en West, op de uithoeken van de wereld om het hemeldak te ondersteunen. De kostbare ketting verbeeldt de zeven chakra’s die worden doorstroomd en geactiveerd door de kundalini-energie. Een prachtige metafoor voor een kundalini-ontwaken!

Het sprookje laat de koninklijke koets trekken door acht paarden. In de Noorse mythologie verplaatst de Noorse oppergod Odin zich op het achtbenige paard Sleipnir. De acht benen symboliseren de versmelting van twee krachten (paarden): van de mannelijke energieën en de vrouwelijke energieën, tot één (kundalini-)superkracht.

De moraal

Het sprookje van de kikkerkoning wil ons duidelijk maken dat de weg naar God niet een kwestie is van het aardse overstijgen, maar dwars door de blubber van al je zeer menselijke neigingen leidt. Schijn-heiligheid is een grote valkuil op deze weg!

Dit artikel is eerder verschenen in Paravisie magazine (juli ’17)
Copyright Anne-Marie Wegh 2017

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Het meest recente boek van Anne-Marie:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

De diepere betekenis van sprookjes

Niet veel mensen realiseren zich dat de klassieke sprookjes die we zo goed kennen, vaak verwijzen naar ons potentieel voor spirituele wedergeboorte. Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel; al die tijdloze verhalen zijn metaforen voor het proces van het ontwaken van de kundalini. De arme wees met de slechte stiefmoeder, de prins en prinses zonder koninkrijk, het verloren kind in het donkere bos; dat zijn wij. En al deze verhalen willen ons leren over de weg terug naar ons eigenlijke huis, naar God.

Door op de volgende sprookjes te klikken, vind je een analyse van het verhaal door Anne-Marie:

SNEEUWWITJE
ASSEPOESTER
BLAUWBAARD
Doornroosje
DOORNROOSJE
DE KIKKERKONING

By |2020-02-21T13:32:04+00:00juni 26th, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Om God te vinden moet je eerst een kikker kussen!

De onwettige tweeling van Doornroosje

De onwettige tweeling van Doornroosje

Het sprookje Doornroosje heeft door de eeuwen heen een aantal interessante wijzigingen ondergaan. Van een verhaal voor volwassenen, inclusief een verkrachting van de prinses terwijl ze slaapt, is de variant van de gebroeders Grimm een feelgood-sprookje, geschikt voor kinderen geworden. Laten we eerst kijken naar de gekuiste versie van Grimm, om daarna de symboliek van de obscure, oudere versie onder de loep te nemen.

De verhaallijn is eenvoudig en de betekenis is niet moeilijk te duiden. Een jonge prinses prikt zich aan een spinnewiel en valt in slaap. Iedereen in het paleis – de koning, de koningin en de hele hofhouding – valt ook in slaap. Na honderd jaar wordt Doornroosje wakker gekust door een prins. Het verliefde stel trouwt en ze leven nog lang en gelukkig.

De koningsdochter

Een koning en zijn koningin staan in een sprookje vrijwel altijd voor het goddelijke: het Koninkrijk van God. De plek waar de mens vandaan komt en waarnaar onze ziel nog altijd heimwee heeft. Wij worden allen geroepen om, nog tijdens ons leven op aarde, de verbroken verbinding met ons echte thuis te herstellen. Sprookjes laten ons het spirituele groeiproces zien dat hiervoor nodig is.

In ons bekken bevindt zich een sluimerende energiebron van goddelijke herkomst: de oosterse tradities noemen haar de kundalini-shakti, in de Joodse mystiek heet zij de Shekinah en het christendom spreekt over de Heilige Geest. Veel spirituele tradities zien deze krachtbron als het vrouwelijke aspect van God. In mythes en legendes is zij vaak een godin, een koningin of een prinses.

Zolang de mens gericht is op de aardse genoegens en zintuiglijke bevrediging, leidt deze krachtbron een ‘slapend’ bestaan. Een verlangen naar God en een zuivere leefwijze doet deze energie ontwaken, waarna een intensief reinigingsproces op gang komt, dat uiteindelijk leidt tot een versmelting van het innerlijk mannelijke en vrouwelijke: het zogenaamde heilige huwelijk. De deuren van het Koninkrijk van God gaan open en de mens wordt herenigd met zijn Schepper.

De slapende kundalini-shakti hebben we in vorige Paravisies teruggezien als Sneeuwwitje die in coma lag (januari ’17) en als Assepoester die opgesloten zat in de keuken, bij het smeulende haardvuur (maart ’17). Dit keer wordt zij verbeeld door de in slaap gevallen prinses Doornroosje.

Het spinnewiel

Op een dag loopt de prinses wat te dwalen in het paleis:

Om iets te doen, liep zij ‘t hele paleis door, bekeek alle zalen en alle kamers, net zoals ‘t haar inviel.
Tenslotte kwam ze bij een oude toren. Een nauwe wenteltrap ging daar omhoog, ze beklom die en ze kwam bij een smalle deur. In het slot stak een roestige sleutel; die draaide ze om: de deur sprong open. Daar zat in een klein kamertje een oude vrouw met een spinnewiel en ze spon ijverig haar vlas. “Goedendag, oud moedertje,” zei de prinses, “wat doe je daar?” – “Wel, ik ben aan ‘t spinnen,” zei het oudje en knikte haar eens toe. “En wat is dat voor een ding dat zo grappig uitsteekt?” vroeg het meisje en ze wilde ook eens proberen te spinnen. Nauwelijks had ze ‘t spinrokken aangeraakt of de toverspreuk ging in vervulling: ze stak zich in de vinger. Op ’t zelfde ogenblik dat ze gestoken was, viel ze neer op het bed dat er stond, en ze lag meteen in een vaste slaap.

De toren van het paleis staat voor de wervelkolom van de mens. De wenteltrap staat voor de spiraalbeweging die de kundalini-energie maakt als deze ontwaakt en opstijgt. Dit wordt in veel tradities verbeeld als een slang die omhoog kronkelt langs de wervelkolom.

Het oude vrouwtje met het spinnewiel staat voor ‘moedertje tijd’ die de ‘draad van het leven’ spint. De prik aan het spinnewiel is een metafoor voor de incarnatie van de mens in de materie. De verbinding met het goddelijke wordt op dat moment verbroken: de goddelijke prinses in ons bekken valt in slaap.

De 100-jarige slaap

Als de kundalini slaapt, verkeert de gehele mens in een ‘slaaptoestand’, oftewel een staat van spirituele onbewustheid. Dit wordt in het sprookje verbeeld door alle mensen en dieren in het kasteel die ook in slaap vallen. Zelfs het haardvuur (lees: het kundalini-vuur) slaapt in.

Rondom het slot begon een doornenhaag te groeien. Elk jaar werd hij hoger, eindelijk omringde hij
het hele paleis en sloot het in, en groeide er boven uit. Er was niets meer van te zien, zelfs niet de vlag op de toren.

Het paleis wordt aan het zicht ontrokken: het goddelijke verdwijnt uit beeld. Vele prinsen proberen de slapende prinses te bereiken, maar slagen er niet in door de doornenhaag te komen. Dit symboliseert dat het goddelijke zich niet makkelijk laat heroveren. De kundalini ontwaakt pas als de tijd hiervoor rijp is; als de spirituele zoeker het nodige voorbereidende werk heeft gedaan. In het sprookje zien we dat na precies 100 jaar (het getal 1 staat voor het goddelijke), de zoveelste prins die het probeert, dit keer moeiteloos door de haag heen loopt:

De prins naderde de doornhaag, maar het waren mooie, grote bloemen die van zelf uiteen weken en hem ongehinderd doorlieten. Achter hem sloten ze zich weer volkomen. Hij ging verder: hij kwam in de grote zaal; daar lag de hele hofstoet, ze sliepen allen; en naast de troon lagen de koning en de koningin. Verder ging hij, alles was zo stil dat hij zijn adem kon horen; eindelijk kwam hij bij de toren, hij liep de wenteltrap op en opende de deur en kwam in het kamertje waar Doornroosje sliep. Daar lag ze; zij was zo mooi dat hij zijn ogen niet van haar afwenden kon, en hij bukte zich, en hij kuste haar. Toen hij haar met een kus had aangeraakt, sloeg Doornroosje de ogen op, werd wakker en keek hem allerliefst aan.

De kundalini-symboliek is onmiskenbaar: boven in de toren (de wervelkolom) vindt de versmelting van het mannelijke en vrouwelijke plaats (de kus), waarna het heilige huwelijk volgt:

Toen werd de bruiloft gehouden van de prins met Doornroosje, vol pracht en praal, en zij leefden nog lang en gelukkig tot het einde van hun dagen.

De x-rated versie

De oudste geschreven versie van Doornroosje stamt uit 1632, en draagt de naam ‘Zon, maan en Talia’. In dit verhaal legt de vader van prinses Talia het slapende lichaam van zijn dochter in het bos. Een merkwaardige gang van zaken, maar symbolisch gezien sluit het naadloos aan bij de bovenstaande interpretatie van het sprookje. Het donkere bos staat voor ‘de wereld’; het spirituele duister, waarin de mens incarneert.

Een edelman vindt tijdens de jacht de slapende prinses en hij verkracht haar. Negen maanden later krijgt zij een tweeling genaamd Zon en Maan. Deze bizarre verhaallijn staat voor het energetische proces in de mens na zijn geboorte op aarde. Zon en maan staan voor de twee energiebanen die in de yogatraditie ida-nadi en pingala-nadi worden genoemd. Deze energiebanen stromen langs onze wervelkolom en vertegenwoordigen de dualiteit in de mens: het mannelijke en het vrouwelijke, warm en koud, licht en donker, enzovoorts. De zon en de maan (het actieve en het passieve) zijn twee klassieke symbolen die deze dualiteit uitdrukken.

Bosfeeën leggen de tweeling ieder aan een borst van Talia. Dit beeld laat ons zien dat de kundalini-energie wegvloeit via de ida- en pingala-nadi, in plaats van op te stijgen door de wervelkolom, en de mens daarmee gevangen houdt in de dualiteit. In feite is het de mens zelf die een ‘tweeling’ wordt.

Ook nu komt het echter allemaal goed. Als de edelman na een paar maanden terug keert naar het bos om nog een keer seks te hebben met Talia, treft hij haar wakker aan. Talia trouwt met hem (het heilige huwelijk) en ze leven nog lang en gelukkig, samen met de tweeling. Ze zijn nu één gezin; symbool voor het overstijgen van de dualiteit.

Rapunzel

Wie de vertaalslag van de symboliek in sprookjes eenmaal te pakken heeft, ziet veel overeenkomsten in de verhalen wereldwijd.

Het sprookje Rapunzel, bijvoorbeeld, vertoont veel gelijkenis met Doornroosje. Rapunzel is door een heks opgesloten in een toren. Een smachtende prins klimt omhoog via de vlechten van het meisje, die zij uit de torenkamer naar beneden laat hangen. Een prachtige metafoor voor de kundalini-energie die omhoog stroomt door de wervelkolom en leidt tot een versmelting van het mannelijke en vrouwelijke ter hoogte van het voorhoofd (het zesde chakra).

Als de heks achter deze geheime ontmoeting komt, knipt ze het haar van Rapunzel af (de kundalini verdwijnt in het bekken) en ze verbant haar naar een woestenij; een beeld dat, net als het donkere bos, het leven op aarde symboliseert.

De heks wacht de prins op in de toren en laat hem schrikken, waardoor hij in een doornstruik valt en blind wordt. Hij dwaalt de wereld rond tot hij Rapunzel weer vindt. Ze heeft inmiddels een tweeling van hem gekregen.

De blindheid van de prins staat voor het blind worden voor de verlokkingen van de wereld. Een voorwaarde voor het kunnen plaatsvinden van het heilige huwelijk. De tweeling die Rapunzel heeft gekregen, heeft dezelfde diepere betekenis als bij het verhaal over Talia.

Ook dit keer eindigt het verhaal met een koninklijk huwelijk en een lang en gelukkig leven (verbonden met God).

De moraal van deze verhalen

De mens is een slaapwandelaar, die het aardse leven veel te serieus neemt en sprookjes niet. Hoog tijd voor het omgekeerde!

Dit artikel is verschenen in Paravisie magazine (mei 2017)
Copyright Anne-Marie Wegh 2017

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Het meest recente boek van Anne-Marie:
Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie

De diepere betekenis van sprookjes

Niet veel mensen realiseren zich dat de klassieke sprookjes die we zo goed kennen, vaak verwijzen naar ons potentieel voor spirituele wedergeboorte. Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel; al die tijdloze verhalen zijn metaforen voor het proces van het ontwaken van de kundalini. De arme wees met de slechte stiefmoeder, de prins en prinses zonder koninkrijk, het verloren kind in het donkere bos; dat zijn wij. En al deze verhalen willen ons leren over de weg terug naar ons eigenlijke huis, naar God.

Door op de volgende sprookjes te klikken, vind je een analyse van het verhaal door Anne-Marie:

SNEEUWWITJE
ASSEPOESTER
BLAUWBAARD
Doornroosje
DOORNROOSJE
DE KIKKERKONING

By |2020-02-21T13:27:50+00:00mei 22nd, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor De onwettige tweeling van Doornroosje

Een healer worden als Jezus

Een healer worden als Jezus

Maar weinig mensen zullen bij het zoeken naar een goede coach of therapeut denken aan Jezus van Nazareth. Toch is dat wat hij in wezen was: een geestelijk genezer, en de verhalen over hem kunnen ook nu nog cliënten en hun begeleiders inspireren op het gebied van persoonlijke groei en heelwording.

Steeds meer groeit het besef dat het grootste deel van de Bijbel niet letterlijk genomen moeten worden, maar geschreven is in beeldtaal. Jezus die over water liep bijvoorbeeld is een metafoor voor zijn meesterschap over zijn gevoelsleven (water is een archetype voor emoties).

De centrale boodschap van Jezus was hoe wij het Koninkrijk van God kunnen verwezenlijken. Dit was volgens hem niet een bepaalde plek op aarde of in de hemel (hier of daar), maar bevond zich in ons.

En men zal niet zeggen: Zie hier of zie daar, want, zie,
het Koninkrijk van God is binnen in u. (Lucas 17:21)

Jezus was een verlicht mens en hij wilde ons leren hoe ook wij de dualiteit kunnen overstijgen en de eenheid met God kunnen ervaren. Dit is een weg die met name in het teken staat van heling. Onze innerlijke verwondingen genezen en weer heel worden als een kind. Een van Jezus’ gevleugelde uitspraken is:

Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. (Matt. 18:3)

Genezen van een geestelijke verlamming

Het woord heilig is etymologisch verwant aan heel. Een heilig mens is in wezen een geheeld mens. We lezen in evangeliën over een scala aan kwalen die door Jezus wordt genezen, waarbij het opvalt dat het allemaal chronische aandoeningen zijn: verlamming, blindheid, doofheid, etc.  De diepere (werkelijke) betekenis van deze verhalen wordt duidelijk als we de lichamelijke ziektes en invaliditeit vertalen naar het geestelijke vlak. Een geestelijke verlamming bijvoorbeeld: vastzitten, niet meer weten waar naartoe. Geestelijke doofheid: niet willen luisteren, de stem van je hart niet kunnen horen, etcetera.

Genezen van geestelijke doofheid

Geestelijke genezing

Waarom zou Jezus een geestelijke genezing zo belangrijk vinden? Als we onze verwondingen fysiek gemaakt zouden zien op ons lichaam, dan zouden we diep geschokt zijn. Wij zelf, maar ook iedereen om ons heen: vol met striemen, blauwe plekken en littekens. Geslagen, bloedend, geamputeerd. Door al deze oude pijn die we met ons meedragen zijn we in onszelf gekeerd. Als een gewond dier, onze wonden likkend, onze kwetsbaarheid verbergend voor de buitenwereld. Dit is de staat waarin God ons aantreft.

Hij wil ons helpen, maar wij zien of horen Hem niet. Het huilen van het gewonde kind in ons overstemt alles. De muur die we hebben opgebouwd om onszelf te beschermen tegen de buitenwereld houdt ook God buiten. Wij roepen Hem en zijn teleurgesteld dat we geen teken ontvangen, maar we zijn zelf degenen die de deur van ons hart hebben geblokkeerd.

Geestelijke genezing brengt ons dichter bij God. Na veel van Jezus’ wonderen volgt de genezen man of vrouw hem daarna op zijn weg. Dat is geen toeval. De weg naar God en genezing zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Laten we eens een wonderbaarlijke genezing uit de Bijbel, en de werkelijke betekenis ervan, nader bekijken.

De genezing van een blindgeborene

In het evangelie van Johannes lezen we over een blindgeboren man die Jezus weer laat zien.

1 En in het voorbijgaan zag Hij iemand die blind was van de geboorte af.
2 En Zijn discipelen vroegen Hem: Rabbi, wie heeft er gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden?
3 Jezus antwoordde: Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet, maar dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden.
4 Ik moet de werken doen van Hem Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht waarin niemand kan werken.
5 Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het Licht der wereld.
6 Nadat Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte slijk met het speeksel en streek het slijk op de ogen van de blinde,
7 en Hij zei tegen hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (wat vertaald wordt met: Uitgezonden). Hij dan ging weg en waste zich en kwam ziende terug.
(Joh 9:1-7)

Genezen van spirituele blindheid

Mensen die in medisch opzicht prima kunnen zien, kunnen toch volgens de Bijbelse normen blind zijn als zij in spiritueel opzicht nog in een staat van duisternis en onwetendheid verkeren. Blindheid is dan Gods aanwezigheid ontkennen en in plaats daarvan gericht zijn op de materie.

In die tijd geloofde men dat ziektes het gevolg waren van zondigen. Een straf van God. Maar hoe zit dat dan bij iemand die al vanaf zijn geboorte blind is, vragen de leerlingen van Jezus zich af. Komt dat misschien omdat zijn ouders hebben gezondigd? Het antwoord van Jezus is raadselachtig als je de blindheid letterlijk neemt: dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden. Is de man blind zodat hij als proefkonijn kan dienen voor Jezus?

Modder

Jezus doelt met zijn woorden op een spirituele blindheid: de man kan het licht van God niet zien omdat Hij Zijn werk nog niet in hem heeft gedaan. Dat werk gaat Jezus nu verrichten, zegt hij, en hij voegt meteen de daad bij het woord. Hij spuwt op de grond, maakt modder met het speeksel en strijkt dit op de ogen van de blinde. Daarna stuurt hij hem weg naar het bad van Siloam om zijn ogen uit te wassen. Er zit een aantal merkwaardigheden aan deze gang van zaken.

Genezen met speeksel symboliseert de inwerking van het goddelijke in de mens

Waarom heeft Jezus, als vertegenwoordiger van God op aarde, modder nodig om de blinde te genezen? En hoe moet de man de weg vinden naar Siloam, nog steeds blind en nu ook nog eens met zijn ogen vol slijk? Als we de blindheid nemen als figuurlijk en de modder afwassen als symbolisch, wordt het een stuk logischer en duidelijker.

De man krijgt opdracht het aardse af te wassen. Hij wordt gezuiverd van zijn gehechtheid aan materiële zaken en zijn ogen gaan open voor het spirituele.  Siloam betekent uitgezonden zegt de tekst (vers 7). De naam stamt af van het Hebreeuwse werkwoord shalah, dat inderdaad uitzenden betekent. Dit kan van toepassing zijn op een stromende waterbron, maar shalah betekent ook uitzenden, wegzenden in de zin van loslaten. Daarom wordt de blinde door Jezus naar Siloam gestuurd: hij moet de materie en zijn oude, beperkte zienswijze loslaten.

Jezus die zijn speeksel vermengt met zand moet ons een beeld geven van de inwerking van het goddelijke (het speeksel van Jezus) in de mens. Een genezing kan plaatsvinden als wij bereid zijn om los te laten, en als wij open staan voor het goddelijke.

Blindgeboren

Het is goed om je bij de wonderverhalen in de Bijbel te blijven realiseren dat deze ook over ons gaan. Wij zijn allen blindgeboren totdat we spiritueel ontwaken. Vragen die je jezelf zou kunnen stellen zijn: welke vastgeroeste overtuigingen zou ik kunnen loslaten? Heb ik mij beelden gevormd van God die mijn groeiproces misschien in de weg zitten? Op welke gebieden zou ik nog wat meer kunnen onthechten? Gebruik ik mijn spiritualiteit om indruk te maken op anderen? Voel ik mij beter dan een ander die zich niet met God bezighoudt? Doe ik mij anders voor dan ik me voel? De antwoorden hierop vragen om een groot zelfinzicht, een belangrijke voorwaarde om een ziener te worden.

Want u zegt: Ik ben rijk en steeds rijker geworden en heb aan niets gebrek, maar u weet niet dat juist u ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt bent. Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt, en witte kleren, opdat u bekleed bent en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt. En zalf uw ogen met ogenzalf, opdat u zult kunnen zien.
(Openb. 3:17-20)

Stel je open voor het goddelijke

De rol van een coach of therapeut

Een geestelijke crisis is bij een cliënt vaak het begin van spirituele bewustwording en groei. Dat is de winst die men noemt als men terugkijkt op een donkere periode. In een spiritueel ontwaken kan de coach of therapeut een belangrijke begeleidende rol spelen. Bijvoorbeeld door het onderwerp bespreekbaar te maken en tips te geven. Alle religies en spirituele tradities kunnen in principe ondersteunend werken in een proces van heling. Ik merk echter dat men vaak aangenaam verrast is dat ook onze christelijke wortels een bron kunnen zijn van voeding en groei!

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie magazine (november ’17)
Copyright Anne-Marie Wegh 2017

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie Wegh schrijft boeken over de symboliek in de Bijbel, waaronder:
Ecce Homo, de beeldtaal van de Bijbel.

By |2020-05-03T17:25:10+00:00januari 1st, 2017|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Een healer worden als Jezus

Trouwen met je broer of zus (de taal van dromen)

Trouwen met je broer of zus

Wilde dieren die je bedreigen, oorlogen en natuurrampen, begrafenissen, huwelijken en geboortes, een spannende reis met hachelijke avonturen. Je maakt het ‘s nachts mee in je dromen, en ook de Bijbel staat er vol mee. Dat is geen toeval. De Bijbel is geschreven in dezelfde beeldtaal als waarin dromen hun boodschappen voor ons verpakken. En beiden gebruiken deze taal, bestaande uit archetypes, metaforen en grondpatronen, voor hetzelfde doel: ons inzicht geven in de weg naar heelheid, oftewel de weg naar God.

De meeste verhalen in de Bijbel zijn niet bedoeld om letterlijk te nemen. Ze verbeelden innerlijke processen van de spirituele zoeker. Jezus die over water loopt bijvoorbeeld, moet ons vertellen dat hij zijn emoties (water) volkomen meester was. In tegenstelling tot zijn leerling Petrus die over het water heen naar Jezus toe wil lopen, maar kopje-onder gaat. (1) Het woeste water en de bijna-verdrinking zijn een verbeelding van de angsten van Petrus. Angst is een groot struikelblok op de spirituele weg. Petrus zal nog meer moeten mediteren, loslaten en onthechten, om met droge kleren de oversteek naar Jezus (God) te kunnen maken. Zo kunnen ook wij dromen over hoge golven, of overstromingen, die ons bedreigen, als we overdag ‘overspoeld’ worden door onze emoties.

Op reis gaan

Een ander klassiek beeld is de reis. Er wordt heel wat afgereisd in de Bijbel en in onze dromen. Dit zijn miniatuurtjes van de weg die we innerlijk afleggen. Ze laten ons iets zien van het spirituele groeiproces waartoe wij allen worden geroepen. Carl Jung noemde dit het individuatieproces. Ondeelbaarheid, heelheid of heiligheid; welke woorden je ook voor het einddoel gebruikt, de beeldtaal die ons wel en wee op deze weg tot uitdrukking brengt in dromen, blijft hetzelfde.

Alle details van een reisdroom kunnen interessante zelfinzichten opleveren. Verloopt de reis soepel, of niet? Hoe ziet het landschap eruit? Is het een kale, dorre boel, of juist levendig en vol groen? Als er sprake is van een voertuig, wie zit er achter het stuur? Ben je dat zelf, of heb je de controle uit handen gegeven aan iemand anders? Weet je de weg, of ben je verdwaald? Dit soort beelden zijn meestal niet moeilijk om te vertalen naar wat er overdag in je leven speelt.

Wilde dieren in een droom zijn je eigen emoties en driften

Jezus begint in de Bijbel zijn reizen met een verblijf van veertig dagen in de woestijn. Deze dorre plek, waar ‘de hemel gesloten blijft’, staat voor het afgesneden zijn van God. Gedurende deze tijd wordt Jezus op de proef gesteld door de Satan (zijn ego) en geconfronteerd met wilde dieren (2). Wilde dieren staan voor onze dierlijke driften, die overwonnen moeten worden. Wie heeft er nog nooit een droom gehad over een angstwekkend dier dat je achtervolgde? Zolang je in je dromen nog bang bent en op de vlucht gaat voor dieren, heb je nog geen meesterschap verworven over je driftleven.

In de Bijbel vinden we veel helden die zich niet lieten afschrikken door een paar roofdieren. De legendarische Samson bijvoorbeeld, verslaat een leeuw met zijn blote handen (3) en de profeet Daniël blijft wonderbaarlijk genoeg ongedeerd na een nacht in een leeuwenkuil. (4) Als je droomt over wilde dieren die totaal geen bedreiging vormen, is dat een prachtige spirituele mijlpaal!

Dag en nacht

Ook de hoeveelheid licht in een droom zegt iets over je groeiproces. Naarmate je bewustzijn ruimer wordt zal het lichter zijn in je dromen. Je zult ook meer details en kleuren gaan waarnemen. Zo nu en dan zul je ook nog dromen van iets dat zich afspeelt in de schemering. Dit gaat dan over een aspect dat zich nog in jouw onderbewuste bevindt.

In de evangeliën komt de Farizeeër Nicodemus ‘s nachts naar Jezus toe en bevraagt hem over het Koninkrijk van God. Jezus reageert verbaasd: Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet? (5) De spirituele onwetendheid van Nicodemus sluit aan bij de vermelding dat het gesprek plaatsvindt bij nacht: zijn bewustzijn is totaal onverlicht, wil de evangelist ons hiermee laten weten. Ook het bewustzijn van de apostel Judas is volgens de Bijbelschrijvers volkomen verduisterd als hij zijn meester verraad aan de vooravond van de kruisiging:

Toen hij dan het stuk brood genomen had, ging hij meteen naar buiten. En het was nacht. (6)

De hoeveelheid licht in een droom zegt iets over jouw bewustzijn

Genezen

Geestelijke genezing is een belangrijk aspect van spirituele groei. Onze geestelijke verwondingen worden in dromen vaak uitgedrukt in lichamelijke aandoeningen. Een buikwond bijvoorbeeld, verbeeld onverwerkte emoties. Geen handen hebben kan wijzen op een onvermogen om je te verbinden. Ook als andere mensen of dieren gewond zijn in een droom, verwijst dit over het algemeen naar je eigen kwetsuren.

Jezus geneest een blinde

In de Bijbel wemelt het van de lammen, blinden, stommen en doven. Jezus heeft het er druk mee! Een groot deel van zijn tijd is hij bezig met genezingen. Al deze ‘wonderen’ die hij verricht mogen we vertalen naar het geestelijke niveau. Hij opent de oren, ogen en mond van degenen die zich afsluiten voor het goddelijke. De spiritueel verlamden zet hij weer in beweging.

Hij geneest ook ziektes als waterzucht (arrogantie) en melaatsheid (onreinheid), en hij drijft demonen (overtollige egostukken) uit. Alles wat tussen de spirituele zoeker en God in staat wordt door hem geheeld of weggenomen. De onderliggende boodschap hiervan is dat heelheid een voorwaarde is voor de innerlijke verwezenlijking van het Koninkrijk van God. We moeten terug naar de staat van ongeschondenheid van een kind:

En Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. (7)

Schoonmaken en opruimen

Zuivering is een ander belangrijk aspect in het groeien naar God. Een huis is in de beeldtaal een zogenaamd ‘ik-symbool’; het staat voor de dromer zelf. Dromen over het schoonmaken of opknappen van een huis, betekent dat je aan het werk bent aan jezelf. Vloeren en muren die geboend worden, een nieuw behang, misschien worden er meubelstukken vervangen. De zolder (symbool voor het hoofd) wordt opgeruimd, of de kelder (het onderbewuste) wordt leeggemaakt. Je komt meestal enorme hoeveelheden vuil tegen. Meer dan je had verwacht.

Als het huis van binnen groter en lichter wordt, wijst dit op een bewustzijnsverruiming. Nieuwe kleuren op de muren of de vloer – vooral als het opvallende kleuren zijn – verwijzen vaak naar een verhoogde activiteit van bepaalde chakra’s, als gevolg van jouw groeiproces.

Deze noodzakelijke innerlijke schoonmaak wordt in de evangeliën op een prachtige manier verbeeld door de befaamde tempelreiniging. In een opwelling van woede jaagt Jezus alle kooplieden en geldwisselaars de tempel van Jeruzalem uit. De tafels en stoelen vliegen daarbij door de lucht, als we de evangelieschrijvers mogen geloven:

En zij kwamen in Jeruzalem; en toen Jezus de tempel binnengegaan was, begon Hij hen die in de tempel verkochten en kochten, naar buiten te drijven; en de tafels van de wisselaars en de stoelen van hen die de duiven verkochten, keerde Hij om…

De handelaren staan symbool voor eigenschappen als materialisme en geldzucht. Hiervan moet het hart (de tempel) worden gereinigd om God te kunnen ervaren. De meubelstukken die omver worden gegooid door Jezus moeten ons het beeld geven van een ‘omwoeling’ van ons innerlijk. Een zuiveringsproces klinkt mooi op papier, maar het is in de praktijk een pittige tijd. Naast opbeurende dromen van schoonmaakprocessen, zullen zich ook de nodige nachtmerries aandienen, die een verbeelding zijn van oude ballast die wordt opgeruimd.

De Tempelreiniging

Loslaten van het oude

Als het zuiveringsproces de kern van je wezen raakt, zal dit in je dromen gepaard gaan met beelden van dood en vernietiging. Aardbevingen, instortende gebouwen, vernietigende branden, en atoombommen die inslaan, symboliseren je ‘oude wereld’ die verdwijnt. Hoe heftig deze nachtmerries ook zijn, ze zijn dus vaak een positief teken.

De wederkomst van Christus wordt in de Bijbel ook in dergelijke beelden geschetst en menig gelovige wacht sindsdien met angst en beven op dit Laatste Oordeel. Een fragment:

En wanneer u hoort van oorlogen en geruchten van oorlogen, word dan niet verschrikt, want dit moet gebeuren, maar het is nog niet het einde. Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen en er zullen hongersnoden zijn en onlusten. Deze dingen zijn het begin van de weeën…
Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven. En de sterren van de hemel zullen daaruit vallen en de krachten in de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen ze de Zoon des mensen zien komen in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid. (9)

Net als in onze dromen gaan deze apocalyptische beelden echter niet over het einde van DE wereld, maar over het einde van de oude wereld van de spirituele zoeker, die voor de poorten van het Koninkrijk van God staat. De wederkomst van Christus gaat over een innerlijk proces. De oorlogen waar Jezus over spreekt is een verbeelding van de innerlijke strijd die geleverd moet worden tussen onze hogere natuur en onze lagere natuur; tussen het goddelijke en het dierlijke in de mens, alvorens God zijn woning kan maken in ons.

Veelbetekenend, is dat Jezus zijn betoog over de verschrikkingen en verwoestingen bij zijn wederkomst, afsluit met de volgende metafoor:

En leer van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak al zacht wordt en de bladeren uitspruiten, dan weet u dat de zomer nabij is. Zo ook u, wanneer u deze dingen zult zien gebeuren, weet dan dat het nabij is, voor de deur. (10)

Met dit lieflijke beeld van uitspruitende takken, bevestigt hij dat we de heftige beelden van oorlog en rampspoed mogen interpreteren als positieve transformatiesymboliek. Nieuw leven – een geboorte van een baby of een dier – verwijst in de beeldtaal naar nieuwe aspecten in het leven van de dromer. Dit kan ook iets betreffen in de buitenwereld. Een nieuwe baan of een nieuwe hobby, bijvoorbeeld. Planten en bomen verwijzen over het algemeen naar innerlijke, spirituele aspecten. Een plant krijgt nieuwe scheuten, of een oude boom wordt omgehakt en een nieuwe boom groeit op de oude stam.

Vernieuwing

De volhardende spirituele aspirant zal ook dromen krijgen over een ‘nieuwe wereld’ die zich aan het vormen is in hem of haar. Een prachtige stad, met indrukwekkende gebouwen en veel groen (de kleur van het hartchakra), bijvoorbeeld. Dit soort transformatiebeelden gaat vaak gepaard met gevoelens van euforie en verwondering.

In het Bijbelboek Openbaring lezen we over het ‘Nieuwe Jeruzalem’ dat uit de hemel neerdaalt:

En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis. (11)

Dit opgetekende visioen is een verbeelding van het spirituele ontwaken van de (onbekende) auteur zelf. Ook hij moest hiervoor eerst het oude volledig loslaten. De passage in Openbaring die dit beschrijft, staat bekend als de Slag van Armageddon:

En er kwamen stemmen, donderslagen en bliksemstralen. En er kwam een grote aardbeving, zo een als er niet is geweest sinds er mensen op de aarde geweest zijn: zo’n aardbeving, zo groot! En de grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden van de heidenvolken stortten in…
En alle eilanden zijn op de vlucht geslagen, en bergen waren er niet meer te vinden. En grote hagelstenen, elk ongeveer een talentpond zwaar, vielen uit de hemel op de mensen neer. (12)

De ontmanteling van het ego

Wie kent niet de uitspraak van Jezus:

Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. (13)

De brede en de smalle weg

De brede, makkelijke weg is kiezen voor het materiële, voor geldzucht en egoïsme. De smalle, moeilijkere weg is kiezen voor het geestelijke, voor soberheid en dienstbaarheid. Alleen de smalle weg leidt naar God. Maar hoe moeten we de wijde en de nauwe poort zien? Een poort is hier een maatstaf voor het ego. Door de nauwe poort, die toegang geeft tot het Koninkrijk van God, kun je alleen als je ego klein genoeg is.

Ook in dromen zien we dit thema terug: de spirituele zoeker wordt geconfronteerd met deuren of gaten die – tot zijn of haar grote frustratie – te klein zijn om doorheen te gaan. Het thema ‘bagage’ sluit hier naadloos bij aan. Wat je bij je hebt in een droom kan veel zelfinzicht opleveren. Volgens Jezus is dit idealiter helemaal niets. Hij stuurt zijn leerlingen op pad met de woorden:

Voorzie u niet van goud of zilver of kopergeld in uw gordels, of van een reiszak voor onderweg of twee stel onderkleren of sandalen of een staf. (14)

Wat is er mis met het meenemen van frisse, schone kleding? Je zou dit zelfs als een vorm van naastenliefde kunnen zien… Ook dit moeten we echter niet letterlijk nemen, maar als beeldtaal: de leerlingen moeten hun ‘ego-bagage’ achterlaten. Met al die ‘spullen’ bij je kun je niet door de nauwe poort.

Het huwelijk

Tot slot, het thema van de bruiloft: de bekroning op de noeste spirituele arbeid. Een verbeelding van de innerlijke versmelting van de tegenstellingen (de dualiteit); van het mannelijke (animus) en vrouwelijke (anima). Deze innerlijke eenwording herstelt de verbinding met God, het ultieme doel van de reis.

Voor de dromer kan de huwelijkspartner voor verrassingen zorgen. Degene waar men mee trouwt kan een broer of zus zijn. Familieleden figureren vaak als anima of animus in een droom, omdat ze zo dichtbij ons staan (‘bloedverwanten’).

De beroemde bruiloft in Kana waar Jezus water in wijn verandert, verbeeldt ook het innerlijke proces van dit zogenaamde heilige huwelijk. Hoewel iedereen wel eens heeft gehoord van het spectaculaire wijnwonder, weet niemand wie het bruidspaar eigenlijk was. De evangelieschrijvers hebben dit verborgen tussen de regels, voor degenen ‘die oren hebben’: het is Jezus zelf die trouwt met zijn moeder, die hij in dit verhaal aanspreekt met het onpersoonlijke ‘vrouw’, om de anima-animus symboliek te onderstrepen. Het water dat in wijn wordt veranderd is een direct gevolg van dit huwelijk. Het symboliseert de vergoddelijking van de mens, die heeft doorgezet tot het uiterste. (15)

De bruiloft in Kana

Het bruiloftsthema kan in een droom worden aangevuld met een feestelijke maaltijd. Een tafel vol met bekenden en onbekenden die samen feest vieren en eten, symboliseert innerlijke integratie. Aspecten van de dromer die nooit tot bloei zijn gekomen, of die zijn verbannen naar het onderbewuste (de onbekende aanwezigen), worden opgenomen in de totale persoonlijkheid. Een feestmaal is een krachtig symbool van heelwording.

Inspiratiebron

Er is nog iets wat dromen en de Bijbel gemeen hebben: ze worden beiden niet altijd op waarde geschat. Ik hoop met dit stuk te hebben aangetoond, dat beiden een grote bron van inspiratie en voeding kunnen zijn voor de spirituele zoeker.

Noten:
1. Mattheüs 14:24-30
2. Marcus 1:12-13
3. Rechters 14:5-6
4. Daniël 6:17-24
5. Johannes 3:10
6. Johannes 13:30
7. Mattheüs 18:3
8. Marcus 11:15


9. Marcus 13:7-8 en 24-26
10. Marcus 13:28
11. Openbaring 21:10-12
12. Openbaring 16:18-21
13. Mattheüs 7:13-14
14. Mattheüs 10:9-10
15. Voor een complete analyse van de bruiloft in Kana, zie mijn boek: Kundalini-ontwaken p 221-227

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (dec ’16)
Copyright Anne-Marie Wegh 2016

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Kundalini-ontwaken

By |2020-04-23T20:08:55+00:00december 21st, 2016|Mantra|0 Comments

Dromen en spirituele groei

Dromen en spirituele groei

Dromen zijn fascinerend. Naarmate je er meer over weet en er meer mee werkt, groeit je ontzag voor de vindingrijkheid en de wijsheid van ons onderbewuste. Dromen kunnen je troosten, aanmoedigen, de weg wijzen, antwoorden aanreiken, inzichten geven, en een spiegel voorhouden. Kortom, voor een uitstekende coach hoef je de deur niet uit!

Ons onderbewuste is meer dan alleen een opslagplaats van verdrongen herinneringen en emoties. Het staat in verbinding met een mysterieuze bron van intelligentie en alwetendheid, die ons wil leiden op onze levensweg. Daarom is het zo jammer dat maar heel weinig mensen belang hechten aan hun dromen en de moeite nemen de symboliek ervan te ontcijferen. Vaak moet namelijk wel eerst een vertaalslag worden gemaakt van de droombeelden naar het leven van overdag, maar met een beetje kennis en oefening kan iedereen dit onder de knie krijgen.

We dromen over wat we hebben meegemaakt (een verwerkingsdroom) of over wat ons bezighoudt. Dromen zijn een visuele weergave van onze gevoelswereld, soms aangevuld met een advies of waarschuwing. Als je een leven leidt, vooral gericht op de buitenwereld, dan spreken de droombeelden meestal voor zichzelf: je moeder is je moeder, en de buurman is de buurman. Naarmate je meer interesse hebt voor je innerlijke roerselen en spirituele groei, worden je dromen complexer en staan droomfiguren vaker voor deelaspecten van je persoonlijkheid of van je gevoelens. Je moeder staat dan bijvoorbeeld voor jouw zorgzaamheid, en je buurman – die een kort lontje heeft – staat voor jouw boosheid.

De diepere betekenis van een droombeeld hangt af van de associaties en gevoelens die de dromer erbij heeft. Maar naast de persoonlijke inkleuring die een droominhoud ondergaat, zijn er wel  universele thema´s en archetypen te onderscheiden, die als grondpatroon dienen voor dromen, en die een algemene betekenis hebben, onafhankelijk van de dromer. Ik geef een paar voorbeelden.

Op reis gaan

Wie zich – gewild of ongewild – in een groeiproces bevindt, heeft grote kans op dromen met het thema ‘reizen’. Je bent onderweg ergens naartoe, vaak naar het buitenland of onbekend gebied, en de avonturen die je hierbij beleeft kunnen je iets vertellen over hoe jouw groeiproces ervoor staat. Verloopt de reis soepel of juist niet? Welke hobbels moet je nemen? Je bent misschien verdwaald of je komt op een kruispunt waarbij je een keuze moet maken. Wie zijn er bij je? Als je in een auto zit, wie zit er achter het stuur? Ben je dat zelf of heb je  de controle van jouw proces uit handen gegeven aan iemand anders?

Een verbouwing

Een ander klassiek groeithema is de verbouwing van een huis. Een huis is een zogenaamd ‘ik-symbool’; het staat voor de dromer zelf. Een verbouwing of opknapbeurt betekent dat je aan het werk bent aan jezelf. Dit kan je eigen huis zijn of een onbekend huis. Het interieur wordt misschien vernieuwd, of er worden ruimtes bij gebouwd. Je ontdekt nieuwe kamers waarvan je het bestaan niet wist. Je ruimt wellicht de zolder (symbool voor het hoofd) eens goed op, of jouw kelder (je onderbewuste) wordt schoongemaakt. Als het huis van binnen groter en lichter wordt, wijst dit op een bewustzijnsverruiming. Nieuwe kleuren op de muren of de vloer – vooral als het opvallende kleuren zijn – verwijzen meestal naar een verhoogde activiteit van bepaalde chakra’s, veroorzaakt door jouw groeiproces.

Een geboorte

Nieuw leven is ook zo’n klassiek droomthema. Zwangerschappen en geboortes – van zowel jonge dieren als van baby’s – kunnen samenhangen met iets nieuws in de buitenwereld (werk, hobby’s of verhuizing) en met innerlijke vernieuwing. Planten en bomen verwijzen meestal naar innerlijke, spirituele aspecten. Er komen nieuwe scheuten aan een plant, of een oude boom wordt omgehakt en een nieuwe boom groeit op de oude stam. Ook nu kunnen de details van de droom je inzicht geven in je groeiproces. Krijgt de plant wel genoeg water (word je voldoende ‘gevoed’)? Heeft de plant goede wortels, is de pot niet te klein (ben je geaard)?

Nieuwe kleding

Veranderprocessen kunnen ook worden verbeeld door nieuwe kleding. Wat iemand draagt in een droom zegt iets over zijn persoonlijkheid of emotionele staat. Belangrijk bij de duiding van kleding (of het ontbreken ervan), is hoe het voelt. Naakt zijn in de droom kan voelen als iets positiefs – als bevrijdend, bijvoorbeeld – maar kan er ook voor zorgen dat je je schaamt of kwetsbaar voelt.

De oversteek

Een spirituele zoeker die zich bezighoudt met het goddelijke, zal dromen van een oversteek. Je moet ergens overheen om weer thuis te komen. Je moet een brug over, of je vaart met een boot naar de overkant van het water, bijvoorbeeld. Ook nu zullen er verwikkelingen zijn. Slecht weer (je emoties zitten in de weg), hoogtevrees of dieptevrees (je angsten spelen op), je maakt geen vorderingen, of je wordt tegengehouden door iets of iemand. In mijn eigen dromen heb ik steevast veel te veel bagage om mee te kunnen nemen in het vliegtuig, voor de reis terug naar huis. Ik moet dus nog het een en ander loslaten, is de boodschap van de droom.

Soms word je tijdens een oversteek bijgestaan door een vreemdeling, waarvan je voelt dat het een bijzondere persoon is. Dit verbeeldt de hulp van een hoger wezen, of God zelf, die we tijdens onze zoektocht ontvangen. Je eigen vader kan in dit soort dromen staan voor God de Vader. Het ontroert mij steeds weer als ik een heftige droom heb gehad en mijn vader was tijdens de hachelijke droomavonturen bij me, als een stille aanwezige op de achtergrond. Zelden haalt Hij voor mij de kooltjes uit het vuur, we moeten onze eigen boontjes doppen, maar de droom laat zien dat we liefdevol worden bijgestaan.

Loslaten van het oude

De keerzijde van een nieuwe fase in je leven, is dat het oude moet worden achtergelaten. In dromen vertaalt dit zich in beelden van dood en vernietiging. Aardbevingen, instortende gebouwen, vernietigende branden, en atoombommen die inslaan, zijn beelden van een innerlijke transformatie. Je ‘oude wereld’ verdwijnt. Hoe heftig deze beelden ook zijn, ze zijn dus vaak een positief teken.

Een groeiproces gaat meestal gepaard met de nodige innerlijke worstelingen. Je onderbewuste vertaalt dit in gevechten met sinistere tegenstanders of met complete oorlogen. Je droomtegenstander kan je veel inzicht geven in jezelf. Het kunnen personen zijn (meestal onbekend), maar ook kwaadaardige dieren, of zelfs monsterachtige verschijningen. Deze tegenstanders staan voor deelaspecten van jezelf. In de droomanalyse worden dit ‘schaduwaspecten’ genoemd. Stukken van jezelf die je hebt verbannen naar het onderbewuste.

Veel mensen schrikken als ze dromen over de dood van iemand die ze kennen, maar dit zijn (gelukkig) over het algemeen  geen voorspellende dromen. Ook dit mag je vertalen naar je eigen innerlijk. Wat zijn je associaties bij deze persoon; wat is het eerste waar je aan denkt bij hem of haar? Dit kan je de sleutel geven voor de diepere betekenis. Een oude schoolvriendin die overlijdt kan bijvoorbeeld staan voor oude pijn, uit je schooltijd, die alsnog wordt verwerkt.

Eenheid en heelheid

Een droom van een (op handen zijnd) huwelijk is reden voor grote blijdschap. Een langdurig spiritueel groeiproces wordt bekroond met een beeld van versmelting en eenheid. Schrik niet als dit huwelijk plaatsvindt met iemand waarmee je in het dagelijks leven nooit zou trouwen; met je broer of zus bijvoorbeeld. Het gaat hier om een in beelden uitgedrukte versmelting van de tegenstellingen (de dualiteit), van het innerlijke mannelijke en vrouwelijke, vertegenwoordigd in de droom door broer en zus. Deze eenwording heet het heilige of mystieke huwelijk, het ultieme doel van spirituele groei.

Het bruiloftsthema kan worden aangevuld met een feestelijke maaltijd. Een tafel vol met bekenden en onbekenden die feest vieren en samen eten, symboliseert innerlijke integratie.  Aspecten van jou die nooit tot bloei zijn gekomen, of die zijn verbannen naar het onderbewuste (de aanwezigen), worden opgenomen in de totale persoonlijkheid. Een feestmaal is een krachtig symbool van heelwording.

Vingerwijzingen

Een noodzaak tot heling kan op verschillende manieren aan jou duidelijk worden gemaakt. Je droomt van een bouwvallig huis of van een auto met problemen. Planten, dieren of kinderen in een droom zijn ernstig verwaarloosd en op sterven na dood. Allerlei soorten van lichamelijke verwondingen, mogen over het algemeen worden vertaald naar geestelijke verwondingen. Een gat in je buik is een beeld van emoties die nog niet verwerkt zijn. Geen handen hebben kan wijzen op een onvermogen om je te verbinden met mensen. Geen benen of voeten hebben kan duiden op onvoldoende geaard zijn. Gezonde haren en tanden zijn symbolen voor levenskracht. Als je tanden loszitten of je haren vallen uit, kan dit duiden op te weinig energie hebben, op uitputting. Enzovoorts.

Aan de slag met je droom

Als je wilt weten wat een droom betekent, kan het helpen om deze eerst in zijn geheel op te schrijven, met alle details die je je kunt herinneren. Al schrijvende krijg je vaak al de eerste inzichten. Ga er van uit dat de droom gaat over jou, ook al kom jij er zelf misschien niet eens in voor. Onderzoek of je de objecten en personen in het verhaal kunt vertalen naar innerlijke aspecten van jezelf. Als je het centrale thema van de droom hebt achterhaald (mijn angst voor…, mijn  verlangen naar…, mijn moeite met…), vallen daarna vaak de overige puzzelstukjes van de droom vanzelf op hun plaats.

Heel veel succes, inzicht en droomplezier!  🙂

Dit artikel is gepubliceerd in Paravisie (okt ’16)
Copyright Anne-Marie Wegh 2016

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Kundalini-ontwaken

By |2020-04-24T15:10:03+00:00september 29th, 2016|Paravisie|0 Comments

Tijdloosheid ervaren kost tijd…

Tijdloosheid ervaren kost tijd…

Op YouTube is een filmpje te zien met neuro-anatomist Jill Bolte Taylor, die verslag doet van haar persoonlijke ervaringen tijdens een herseninfarct. Als hersendeskundige kon zij direct al vrij exact herleiden wat er op die ochtend misging in haar hoofd. Een deel van de functies van haar linkerhersenhelft viel uit en maakte plaats voor een ervaring van eenheid en tijdloosheid, het domein van de rechterhersenhelft. Geëmotioneerd roept Jill Bolte Taylor ons aan het einde van haar betoog op, om te kiezen voor het eenheidsbewustzijn van de rechterhersenhelft. Hoe goed bedoeld ook, zij zet ons hiermee op hetzelfde verkeerde been als al die zelfverklaarde spirituele ervaringsdeskundigen, die ons willen doen geloven dat verlichting een kwestie is van de juiste knop omzetten.

Via onze rechterhersenhelft hebben wij toegang tot het mysterie van het eeuwige. Maar door de dominantie van de linkerhersenhelft, de zetel van het ego, ervaren de meeste mensen alleen het tijdelijke en vergankelijke. De linkerkant van onze hersenen zorgt ervoor dat we onszelf ervaren als afgescheiden van de rest van het universum, hetgeen volgens het boeddhisme de grondslag is van ons lijden. De constante innerlijke monoloog van ons denken verhindert ons contact te maken met onze rechterhersenhelft en daarmee met God.

De spirituele weg is, kort samengevat, een bewustzijnsverschuiving van de linker- naar de rechterhersenhelft. Ook Jezus wist dit. Als de leerlingen na een nacht vissen terugkomen zonder vangst, adviseert hij hun het net uit te werpen aan de rechterkant van het schip. En hij laat erop volgen: en u zult vinden … (1) De leerlingen doen wat hij zegt en hun net zit daarna vol met vissen; exact honderddrieënvijftig stuks, weet de evangelist. (2) Een cijfer dat al eeuwenlang exegeten boeit. Hoe aannemelijk is het dat de leerlingen de vangst hebben nageteld? Het getal moet welhaast een symbolische betekenis hebben, maar welke? Van de christelijke kerkvaders tot moderne occultisten, velen hebben in de afgelopen tweeduizend jaar hier zo hun eigen theorie over gevormd en uitgesproken.

Ik denk dat honderddrieënvijftig verwijst naar de vesica piscis, het klassieke symbool voor de versmelting van de tegenstellingen: twee cirkels van gelijke grootte die half over elkaar heen liggen. Archimedes berekende in de derde eeuw voor Chr. dat de verhouding van de hoogte tot de breedte van het overlappende gedeelte, oftewel de ‘vis’, 153:265 is.

De Vesica Piscis

Een verwijzing naar de vesica piscis zou passen in de symboliek van het uitwerpen van het net aan de rechterkant van het schip. Letterlijk zegt Jezus in de brontekst: gooi het net uit OP (of NAAR) de rechterkant van het schip. Hij doelt hiermee op de rechterkant van onze hersenen. Om de eenheid van de vesica piscis te ervaren moeten de leerlingen zorgen voor een bewustzijnsverschuiving naar de rechterhersenhelft. Dat is wat Jezus hun – en ons! – wil leren.

Een bevestiging van deze interpretatie krijgen we in de zin die volgt in het Johannes-evangelie: De discipel dan die Jezus liefhad, zei tegen Petrus: Het is de Heere! (3) Dan pas herkennen de leerlingen de opgestane Jezus, die hen aan de oever toespreekt. Oftewel, het uitwerpen van het net aan de rechterkant zorgt voor een Godservaring.

Spirituele transformatie kost tijd

Een spirituele piekervaring kan iedereen toevallen. Een epileptische aanval, of een herseninfarct zoals in het geval van Jill Bolte Taylor, kan de deur naar het goddelijke even openzetten, net als LSD en een BDE (bijna-doodervaring). Hoewel een dergelijke ervaring een enorme impact kan hebben op iemands leven, het is toch iets anders dan een spirituele wedergeboorte. Een permanente bewustzijnsverschuiving kost tijd.

In de Bijbel worden vaak tijdsaanduidingen met een symbolische betekenis gebruikt, als het om een persoonlijke transformatieperiode gaat. De getallen veertig en drie zien we vaak terug.

Nadat Mozes en zijn volk door de Rode Zee zijn getrokken, verdrinken de Egyptenaren.

De diepere betekenis van veertig

Mozes en zijn volk dolen veertig jaar rond in de woestijn voordat zij het Beloofde Land bereiken. De ark van Noach drijft veertig dagen op het vloedwater, en Jezus verblijft na zijn doop veertig dagen in de woestijn, waar hij door de satan wordt beproefd. Het getal veertig is vier maal tien en staat voor de vier aspecten van de mens die tot perfectie (tien) moeten worden gebracht, voor een vereniging met God: lichaam (instincten), hart (gevoel), hoofd (denken) en ziel.

De mens moet volledig worden gezuiverd. Het getal veertig wordt daarom in de Bijbel vaak verbonden aan het thema water. De exodus van de Israëlieten uit Egypte, onder leiding van Mozes, begint met een doortocht door de Rode Zee. Deze splitst zich in twee helften om de Israëlieten door te laten en sluit zich weer achter hen, waardoor de achtervolgende Egyptenaren met paard en al verdrinken. (4) De Egyptenaren en hun dieren staan voor de lagere natuur van de spirituele zoekers (de Israëlieten) die moet worden uitgezuiverd.

In het geval van de zondvloed, verdrinkt zelfs de hele mensheid, op Noach en zijn familie na. Als het waterniveau weer daalt en Noach uit de ark aan land stapt, is het eerste wat hij doet een dierenoffer brengen. (5) De diepere betekenis hiervan is dat onze dierlijke natuur moet worden ‘geofferd’ om het goddelijke te kunnen ervaren.

De schilder Michelangelo heeft deze diepere betekenis van Noach’s offer prachtig verwerkt in zijn beroemde plafondschilderingen in de Sixtijnse kapel, maar niemand die het ziet. (6) Afgebeeld zijn Noach’s twee zonen, beiden naakt, met de offerdieren tussen hun benen geklemd. Bij Noach zelf zien we het offervuur precies ter hoogte van zijn onderbuik. Het is bizar dat deze overduidelijke verwijzing naar onze seksuele driften al eeuwen, door zowel gelovigen als kunsthistorici, niet wordt gezien.

Noach’s offer, Michelangelo, Sixtijnse kapel, Rome

Misschien is het ook een kwestie van het niet willen zien. Kom de mens niet aan zijn orgasme. Ook heden ten dage waagt geen spirituele leraar zich eraan. Wil je nog volgelingen overhouden, of boeken verkopen, dan zal je niet te veel moeten vragen van de spirituele zoeker. ‘We zijn allemaal één’ (non-dualisme) en ‘we zijn al verlicht’, daar kun je wel mee aankomen. Gewoon oefenen in een andere mindset, je bent namelijk al goddelijk. Een zeer misleidende boodschap die alleen maar aanzet tot een nog grotere verheerlijking van het ego.

Veertig dagen in de woestijn

Jezus wordt na zijn doop door de Geest de woestijn in gevoerd, zeggen de evangeliën. De doop symboliseert het begin van de zuiveringsfase. De woestijn is een beeld voor onze innerlijke belevingswereld tijdens deze fase. In eerste instantie is dit een periode van (spirituele) droogte en hongersnood en waarin wij worden beproefd op ons uithoudingsvermogen en onze principes, net als Jezus.

De evangelisten Mattheüs en Lucas schrijven over drie specifieke verzoekingen door de duivel, die Jezus met glans doorstaat. (7) Symbolisch zijn dit beproevingen op drie niveaus – lichaam, hart (gevoel) en hoofd (denken) – die ieder mens op de weg naar God ondergaat. De duivel met zijn verleidende praatjes, staat symbool voor het ego, dat in de zuiveringsfase aan de haal probeert te gaan met de spirituele vorderingen.

We hebben het een en ander gelezen en spirituele kennis vergaard. Misschien hebben we al wat ervaren van God. We voelen ons bijzonder, ja misschien wel uitverkoren dat we iets hebben ervaren van het Eeuwige. We gaan neerkijken op al die blinde mensen om ons heen die geld, macht en kortstondige pleziertjes najagen. Mensen met andere spirituele opvattingen zitten er helemaal naast, vinden we. We denken de wijsheid in pacht te hebben, en in plaats van dat ons ego wordt ontmanteld om ruimte te maken voor God, wordt het juist vergroot, opgeblazen.

Jezus wordt beproefd in de woestijn

Meesterschap verwerven over lichaam, gevoel en denken, is een stevige opdracht. De meeste spirituele zoekers doen er dan ook stukken langer over dan veertig dagen om hun dierlijke driften te overwinnen en de stem van het ego het zwijgen op te leggen. Het kan in dit verband verhelderend werken om het woord beproevingen te vervangen door training. Onszelf oefenen. Een periode van leren en de juiste keuzes maken. Van onderscheid leren maken tussen de verlangens van het ego, en de verlangens van de ziel, die gericht is op de wil van God.

Een nieuwe mens in drie dagen

Ook drie dagen staat in de Bijbel voor een periode van transformatie, vernieuwing. De bekendste gebeurtenis na drie dagen is de verrijzenis van Jezus uit het graf. In het Oude Testament moet Jona drie dagen in de buik van een grote vis verblijven, voor hij wordt uitgespuwd op de kust. (8) En de apostel Paulus is drie dagen blind, nadat hij een boodschap van Jezus ontvangt in een visioen. (9) Deze symbolische tijdsperiode van drie dagen die volgens de Bijbel nodig is voor een transformatie, hangt samen met de veranderingen van de maan: de nieuwe maan die steeds weer verschijnt nadat het drie dagen donker is geweest. (10)

Maar wat gebeurt er nu eigenlijk concreet in deze periode? Daarover zeggen de verhalen zo goed als niets. Het is in ieder geval een tijd van grote duisternis, daar zijn alle drie de metaforen duidelijk over. In de buik van een vis en in een graf dringt geen sprankje licht door. En ook een blinde is verstoken van licht. De beelden en woorden van alle drie de gebeurtenissen weerspiegelen tevens een neerwaartse beweging. Saulus valt tijdens het visioen op de grond. Jona wordt in de diepte van de zee geworpen, en Jezus verblijft ‘in het hart van de aarde’:

Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn. (11)

Een nederdaling ter helle

Het staat niet in de Bijbel, maar volgens de christelijke geloofsbelijdenis vindt gedurende Jezus’ tijd in het graf een ‘nederdaling ter helle’ plaats. De rooms-katholieke versie van de geloofsbelijdenis luidt:

1. Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde,
2. en in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer,
3. die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria,
4. die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven,
5. die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden,
6. die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,
7. vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
8. Ik geloof in de Heilige Geest,
9. de heilige Katholieke Kerk, de gemeenschap van de heiligen,
10. de vergiffenis van de zonden,
11. de verrijzenis van het lichaam,
12. het eeuwig leven.
Amen.

De officiële leer van de kerk verstaat onder deze neerdaling in de hel, de reis die Jezus heeft gemaakt naar het rijk der doden om daar de dolende zielen te verlossen.

In mijn boek Ecce Homo laat ik zien dat de evangeliën zo zijn geschreven, dat het leven, de dood en de opstanding van Jezus, symbool staan voor de innerlijke weg naar het Koninkrijk van God. Voor een spirituele wedergeboorte waarbij de mens sterft aan zichzelf en zich verenigt met zijn Schepper. Esoterische (innerlijk) gezien, staat Jezus’ neerdaling in de hel voor een onderdompeling in het onderbewuste en een confrontatie met alle daarin opgeslagen oude pijn en onzuiverheden. Een reis die iedere spirituele aspirant maakt tijdens de fase van zuivering en genezing.

Laat ik meteen duidelijk zijn: dit is geen reis van drie dagen, maar van jaren! Onverwerkte emoties worden losgemaakt en met name ’s nachts geeft dit de vreselijkste nachtmerries. Onderdrukte boosheid, verdriet en machteloosheid komen vrij en worden vertaald in hartverscheurende droombeelden. De metafoor van een verblijf in de hel is niets te veel gezegd.

Over een periode van meerdere jaren wordt de mens volledig omgewoeld. Een zware tijd waarin hij of zij de weg moet zien te vinden in het figuurlijke duister, omdat het licht van God nog niet of nauwelijks zichtbaar is. Een eenzame tijd ook. Net als Jona ben je uit je comfortzone (het schip) gegooid. De dingen van de wereld zeggen je niets meer, maar een nieuwe houvast is er nog niet. Je koerst op God, maar ervaart Hem nog nauwelijks. Reisgenoten, mensen om je te steunen en je aan te spiegelen, zijn er meestal niet.

Talloze mythes, legendes en sprookjes van over de hele wereld verhalen over deze reis. Het is het universeel heldenepos, waarbij de hoofdpersoon eerst alles verliest en veel obstakels moet overwinnen, voor hij plaats kan nemen op de koningstroon.

De spirituele reis kan eenzaam zijn en voelen alsof je verdwaald bent in een donker bos (Gustave Doré, 1861).

De buik als hel

De hel, of ‘onderwereld’, verwijst ook naar de energie van de lagere chakra’s. Naar onze onderbuik, waar lustgevoelens ervoor zorgen dat de ziel geen rust kent en wordt afgehouden van God. ‘Branden in de hel’ is gedreven worden door de begeertes van de lagere natuur. Ook met deze krachten moeten we de confrontatie aan.

Judas en Jezus staan voor het duister en het licht in ieder mens (Emile Bernard, 1935).

In de evangeliën staat Judas, de verrader van Jezus, voor onze lagere natuur, voor onze onderbuik. Hij staat symbool voor die aspecten in ons die ons ervan weerhouden de weg van God te gaan. Het is geen toeval dat Judas degene is die de beurs van de apostelen beheerde. (12) Judas staat voor gehechtheid aan de materie, voor geldzucht en voor spirituele onbewustheid. Als Judas het avondmaal verlaat om Jezus te gaan verraden, schrijft Johannes: En het was nacht. (13) Het bewustzijn van Judas is totaal onverlicht, wil hij hiermee zeggen. Judas verraadt Jezus voor geld. Hij staat voor de mens die het Goddelijke verkwanselt voor het materiële. De vreemde details over zijn dood bevestigen deze interpretatie:

… en nadat hij voorovergevallen was, barstte hij in het midden open en kwamen al zijn ingewanden naar buiten. (14)

Judas valt voorover op de aarde en zijn buik barst open. Een merkwaardige dood. Symbolisch gezien echter vol betekenis. Judas die plat op zijn gezicht valt is een dubbele verwijzing naar spirituele onbewustheid. De horizontale positie symboliseert een ‘slapend’ bewustzijn en zijn gezicht is op de aarde (de materie) gericht. Zijn buik barst open en zijn ingewanden liggen op de grond. Een verwijzing naar onze dierlijke impulsen, buikgevoelens, die gericht zijn op de aardse geneugten. De buik die omgord moet worden als wij het Koninkrijk van God willen realiseren. (15)

Soberheid, stilte en overgave

Als we ook honderddrieënvijftig vissen willen vangen (eenheid en eeuwigheid willen ervaren), net als de leerlingen van Jezus, zullen we ons net moeten uitgooien aan de rechterkant. Concreet betekent dit: gedisciplineerde en langdurige meditatie. Je innerlijke monoloog laten voor wat deze is en leven vanuit lichaamsbewustzijn en voelen (functies van de rechterhersenhelft). Je aandacht houden in het hier-en-nu (mindfulness). Stoppen met het zoeken naar zintuiglijke bevrediging (inclusief seksuele bevrediging).

Je krijgt geen goede conditie door naar sport te kijken op tv, en je valt niet af door een kleinere maat kleding te kopen. De weg naar God vraagt een grote inzet van de mens. Maar hoe groot onze inzet ook is, we kunnen de zuivering die nodig is niet volledig op eigen kracht tot stand brengen. Het is grotendeels iets wat aan de mens gebeurt, een genadedaad van de Geest van God (de kundalini in de oosterse tradities). Overgave, soberheid en verstilling zijn sleutelwoorden. Dat is wat wordt bedoeld met de woorden van Mozes tegen zijn volk, voordat zij oversteken door de Rode Zee: De HEERE zal voor u strijden, en ú moet stil zijn.

Noten:
1. Johannes 21:6
2. Johannes 21:11
3. Johannes 21:7
4. Exodus 14:28-29
5. Genesis 8:20
6. Michelangelo behoorde tot de groep ingewijden die wist dat de Bijbelverhalen gelezen moesten worden als symboliek. Hij heeft dit verwerkt in diverse van zijn kunstwerken. Zie hiervoor mijn boeken.
7. Mattheüs 4:1-11 en Lucas 4:1-13
8. Jona 2:1 en 2:11


9. Handelingen 9:3-9
10. Voor een uitgebreidere analyse van Jona’s verblijf in de grote vis en het visioen van Paulus, zie mijn boek: Johannes de Doper die Jezus de Christus werd
11. Mattheüs 12:40
12. Johannes 13:29
13. Johannes 13:30
14. Handelingen 1:18
15. Lucas 12:35
16. Exodus 14:14

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (juni ’16)
Copyright Anne-Marie Wegh 2016

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Johannes de Doper die Jezus de Christus werd

By |2020-04-24T15:48:56+00:00juni 27th, 2016|Mantra|0 Comments

Artikel Anne-Marie over haar drie boeken

Je kunt hier de PDF downloaden<

Ik had nooit gedacht dat ik dit nog eens zou zeggen, maar ik verlang sinds enige tijd naar een gespreksgroep. Naar contact met lotgenoten die, net als ik, ook dachten een vondst te hebben gedaan die de wereld voorgoed zou veranderen, maar die na het aansteken van de duizendklapper teleurgesteld moesten constateren dat er geen spectaculair vuurwerk volgde. Alleen een zacht sissend geluid en daarna niets meer. Geen ministers die wakker werden gebeld midden in de nacht. Geen drukpersen die overuren maakten. Geen over elkaar buitelende journalisten die zich verdrongen voor een interview… Mijn conclusie: de wereld wil helemaal niet veranderen!

By |2018-07-05T16:20:05+00:00juni 1st, 2016|Paravisie|0 Comments

Zalig de zachtmoedigen…

Zalig de zachtmoedigen…

… want zij zullen de aarde beërven. Zo luidt de derde zaligspreking uit de befaamde Bergrede van Jezus. Dat God de deuren van Zijn Koninkrijk voor zachtmoedigen opent zal niemand bevreemden, maar: de aarde beërven…? Is dit een realistisch toekomstvisioen? We zijn nu tweeduizend jaar verder en het zijn nog steeds voornamelijk de hardvochtigen die de dienst uitmaken op onze planeet. Was Jezus een naïeve pacifist en moeten we zijn woorden niet te letterlijk opvatten, of weerspiegelen ze wellicht een spirituele waarheid, die iets laat zien van Gods plan met de mensheid?

Ook in het Oude Testament vinden we woorden van gelijke strekking terug:

Want de kwaaddoeners zullen uitgeroeid worden,
maar wie de HEERE verwachten,
die zullen de aarde bezitten.
Nog even, en de goddeloze zal er niet meer zijn;
u zult op zijn plaats letten, maar hij zal er niet wezen.
Maar de zachtmoedigen zullen de aarde bezitten
en vreugde scheppen in grote vrede. (1)

Een nogal paradoxale tekst: de kwaaddoeners zullen uitgeroeid worden en de zachtmoedigen zullen de aarde bezitten… De God van de joden, JHWH, komt überhaupt niet erg zachtzinnig over als je de verhalen letterlijk neemt. Hele volksstammen worden op Zijn bevel om zeep geholpen, om nog maar niet te spreken van Zijn zondvloed die, op Noach en zijn familie na, alle mensen op aarde doodde. Het bloed van mensen en dieren druipt van het papier van het Oude Testament af.

Toch is ook het Oude Testament een prachtige, fascinerende en zeer leerzame verzameling mythes, poëzie en profetieën. De diepere betekenis van de teksten wordt alleen al eeuwen lang niet begrepen. Zowel het Oude als het Nieuwe testament is voor het grootste deel geschreven in beeldtaal. De verhalen zijn metaforen die ons iets moeten vertellen over onze innerlijke wereld en over de weg naar God.

Innerlijk spanningsveld

Een centraal thema hierbij is onze tweeledige natuur. Wij worden deels gestuurd door dierlijke driften, onze lagere natuur genoemd; een logisch uitvloeisel van onze dierlijke afkomst. En wij hebben bij onze geboorte op aarde ook een Goddelijk potentieel meegekregen. Deze tweedeling geeft een continu innerlijk spanningsveld, of wij dit nu beseffen of niet. De impulsen van onze dierlijke instincten, die geworteld zijn in ons lichaam, staan vaak haaks op de verlangens van onze ziel, die verbonden is met het Goddelijke.

Als Adam en Eva gedwongen worden het paradijs te verlaten, kleedt God hen met dierenhuiden (2). Dit symboliseert wat er gebeurt als wij incarneren op aarde. De mens verliest het contact met zijn hogere natuur (het paradijs, God) en krijgt hiervoor in de plaats een lichaam met dierlijke instincten. Vrijwel alle Bijbelverhalen over oorlogen, tirannieke koningen, wrede bezetters en heroïsche helden zijn beschrijvingen van de universele strijd in ieder mens: die tussen de hypnotische krachten van zijn lagere natuur en de roep van zijn Goddelijke natuur.

Het dierlijke versus het goddelijke

Dieren, hoe lief en prachtig soms ook, zijn in staat tot grote wreedheid. Zwakkere soortgenoten worden verstoten, rivalen verwond, onvolmaakte kinderen gedood. We kunnen ze het echter niet kwalijk nemen. Hun gedrag is instinctief en ten behoeve van het voortbestaan van de soort, niet het resultaat van een vrije keuze. Wij mensen hebben echter wel het vermogen om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden, ons in te leven in anderen en barmhartigheid te tonen. Wij zien onszelf dan ook als de kroon op de schepping, ver verheven boven het primitieve dierenrijk. Toch is heel veel van ons gedrag te herleiden naar onze dierlijke afkomst.

Wie een willekeurig tijdschrift openslaat, ziet dat wij gepreoccupeerd zijn door vooral ons uiterlijk (het pronken en poetsen van dieren), seks en voedsel. Wie naar sport kijkt, ziet gesublimeerde territoriumdrift en wedijver. Ook eigenschappen als hebberigheid, agressie, jaloezie en egoïsme zijn dierlijke neigingen. En niet te vergeten ons kuddegedrag. Wie zich daar niet aan schuldig maakt, die werpe de eerste steen!

En tussen die chaos van dierlijke neigingen door roept de zachte stem van onze hogere natuur, die zetelt in ons hart, ons op tot zachtmoedigheid, vergeving, rechtvaardigheid en delen met anderen.

De innerlijke ezel

Onze de spirituele opdracht als mens is het overwinnen van het dierlijke en ons Goddelijke potentieel te realiseren. Overwinnen is hier een belangrijk en zorgvuldig gekozen woord. Niet onderdrukken of ontkennen – een grote valkuil op deze weg – maar meesterschap verwerven. Deze dierlijke oerkrachten kunnen ons namelijk – gezuiverd en gesublimeerd – juist helpen om het hogere te verwezenlijken.

Een prachtige metafoor hiervan in de evangeliën is Jezus die, aan de vooravond van zijn kruisiging, Jeruzalem binnentrekt gezeten op een ezel.  Hij wordt door een juichende menigte als een koning onthaald. Jeruzalem is de hoofdstad, het centrum van het land, en staat symbool voor het hart van de mens. Jezus die op een ezel zit, moet ons laten zien dat voor deze Goddelijke intocht onze dierlijke krachten nodig zijn. De uitzinnige menigte verbeeldt onze innerlijke wereld, waarin een grote vreugde en gelukzaligheid voelbaar is als het Goddelijke ons hart binnenkomt. Mattheüs schrijft: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin… (3)

De intocht in Jeruzalem

Het Lam van God

Armageddon

Hoe onwaarschijnlijk het misschien ook lijkt als je dagelijks het wereldnieuws volgt, toch is het Gods plan dat uiteindelijk onze hogere natuur het wint van onze dierlijke impulsen. In de Bijbel wordt deze innerlijke eindstrijd verbeeld door het Armageddon uit het boek Openbaringen. In deze opgetekende visoenen van de apostel Johannes, wordt in indrukwekkende beelden geschetst hoe het Lam van God zegeviert over een enorme vuurrode draak en twee ontzagwekkende beesten.

Deze drie beesten staan voor verschillende aspecten van onze dierlijke natuur. Ze zijn overweldigend groot, machtig en krachtig. Met één zwiep van zijn staart veegt de draak een derde deel van de sterren van het firmament (4). En toch zal het Lam, symbool van kwetsbaarheid, puurheid en zachtheid, volgens dit visioen het van hen winnen:

Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam – want Heere der heren is Hij en Koning der koningen – zal hen overwinnen, en zij die samen met Hem zijn, geroepenen, uitverkorenen en gelovigen. (5)

666

Vertaald naar het innerlijk van de mens houdt de deze overwinning een transformatie van bewustzijn in. In de Bijbelse symboliek is dit een verschuiving van het getal zes naar het getal zeven. In het boek Genesis schept God op de zesde dag de landdieren en de mens. De zevende dag neemt Hij rust en Hij zegent deze dag, die daarom een bijzondere dag is voor joden (de sabbat) en voor christenen (de zondag). Gebaseerd op deze Genesis-passage (6) staat het getal zes voor de onvolmaakte mens die leeft vanuit zijn lagere, dierlijke natuur, en het getal zeven voor de voltooide mens die leeft vanuit zijn hogere, Goddelijke natuur.

Over het beest zegt de auteur van het boek Openbaring: Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig. (7) Al tweeduizend jaar wordt er gespeculeerd wie of wat Johannes bedoelt met het getal zeshonderdzesenzestig. Het staat er echter onomwonden: 666 is het getal van een mens. Of beter gezegd: van het beest in de mens, van de mens die leeft vanuit zijn lagere natuur. De drievoudige zes staat voor de drie aspecten van de mens waarmee deze dierlijke natuur zich heeft verbonden: lichaam, gevoel en denken.

De prins op het witte paard

Dat het een onderdeel van Gods plan met Zijn schepping is dat wij meesterschap verwerven over onze dierlijke natuur, mag blijken uit het feit dat we dit thema in vrijwel elke spirituele traditie terug vinden. Van de yogi die wordt afgebeeld mediterend op een tijgervel, en de hindoegod Shiva die de witte stier Nandi tot zijn beschikking heeft als rijdier, tot de joodse Elia die een mantel droeg van dierenhaar en een leren gordel om zijn middel gebonden.

Universeel is ook het beeld van de spirituele held zittend op een wit paard. Het witte paard symboliseert de uitgezuiverde dierlijke driften en goed in het zadel zitten verwijst naar meesterschap over deze krachten. De Boeddha bezat het witte paard Kanthaka. Mohammed maakte zijn beroemde Meraj (hemelreis) op Al Buraq, een wit gevleugeld paard met het hoofd van een vrouw. De gevechtswagen van Arjuna in de Bhagavad Gita werd getrokken door witte paarden. In het boek Openbaring keert Christus terug op aarde op een wit paard:

En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid … En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. (8)

Een yogi mediterend op een tijgervel

Kalki, een incarnatie van de hindoegod Vishnoe wordt, evenals Christus, aan het einde der tijden terugverwacht als een ruiter op een wit paard. Dit archetype is zo doorgedrongen in het collectieve onbewuste van de mensheid, dat het een ideaal is geworden van iedere vrouw, zonder dat zij er de diepere betekenis van beseft: de prins op het witte paard. De ideale man heeft zijn driften gezuiverd en onder controle.

De Boeddha en zijn paard Kanthaka

Kalki, een incarnatie van de hindoegod Vishnoe

Het brute versus het zachte

De apostel Paulus zet de brute oerkrachten van het dierlijke (‘het vlees’) onversneden tegenover de zachte krachten van de Geest in zijn brief aan de christenen in Galatië:

Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven. De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.(9)

Paulus zegt dat wie de dingen van het vlees doet, het Koninkrijk van God niet zal beërven. De boodschap van Jezus was dat dit Koninkrijk zich niet ergens in een andere dimensie bevindt, maar binnen in ons (10), en hier op aarde al kan worden verwezenlijkt.

De wolf zal liggen met het lam

Ook in het bekende visioen van de profeet Jesaja belooft God ons het zegevieren van het hogere:

En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een klein jongske zal ze drijven. De koe en de berin zullen te zamen weiden, haar jongen zullen te zamen nederliggen, en de leeuw zal stro eten, gelijk de os. En een zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijn hand uitsteken in de kuil van den basilisk. Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. (11)

Deze overwinning zal ons echter niet zomaar in de schoot worden geworpen. We moeten hiervoor het noodzakelijke innerlijke werk verrichten en de juiste keuzes te maken. Eenvoudig is het niet om van zes naar zeven te gaan. Een lange weg die moed en doorzettingsvermogen vraagt. Onze dierlijke instincten zijn diep geworteld. Niet kiezen voor kortstondig zintuiglijk genot in het hier en nu, in de hoop dat je er in de toekomst iets anders moois voor terug krijgt, is niet altijd makkelijk.

Dat een transformatie van het dierlijke een cruciale stap is in geestelijk ontwaken, horen we maar weinig terug in de hedendaagse spirituele literatuur. Vaak is men eenzijdig gericht op het hogere. Meditatie, yoga, of je ego doorzien c.q. loslaten, is echter niet voldoende. We moeten ook de confrontatie aan met het beest in ons.

De tien geboden van Mozes weerspiegelen dit op een heldere wijze. Deze geboden zijn volgens het boek Exodus door God geschreven op twee stenen tafelen (tabletten), verwijzend naar de tweedeling in de mens. De eerste vijf geboden houden verband met onze hogere natuur, de tweede vijf zijn onmiskenbaar bedoeld om onze lagere natuur te beteugelen.

1. Ik ben de eeuwige, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heeft.
2. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
3. Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
4. Gedenk de Sjabbat, dat gij die heiligt.
5. Eert uw vader en uw moeder.
6. Gij zult niet moorden.
7. Gij zult niet echtbreken.
8. Gij zult niet stelen.
9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
10. Gij zult niets begeren dat van uw naaste is.
(Indeling volgens de joodse traditie) (12)

Samen met God

De weg naar God is vol valkuilen en vaak eenzaam. Het is de smalle weg met de nauwe poort, die maar weinigen vinden:

Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. (13)

Maar God en Zijn engelen zullen je bijstaan. Neem je Zijn juk op je, dan zul je hulp ervaren op onverwachte manieren en momenten.

Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht. (14)

Je zult gaandeweg een rust en vrede gaan ervaren die de dingen van de wereld je niet kunnen geven. Een zachtmoedige geest geeft grote innerlijke rijkdom en is kostbaar voor God:

Uw sieraad moet niet bestaan in iets uiterlijks: het vlechten van het haar, het dragen van gouden sieraden of het aantrekken van mooie kleren; maar uw sieraad moet zijn de verborgen mens van het hart, met het onvergankelijke sieraad van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is voor God. (15)

Kies de smalle weg met de nauwe poort

Noten:
(1) Psalmen 37:9-11
(2) Genesis 3:21
(3) Mattheüs 21:5
(4) Openbaring 12:4
(5) Openbaring 17:14
(6) Genesis 2:2-3
(7) Openbaring 13:18
(8) Openbaring 19:11+14


(9) Galaten 5:19-22
(10) Lucas 17:21
(11) Jesaja 11:6-9
(12) https://nl.wikipedia.org/wiki/Tien_geboden
(13) Matt. 7:13-14
(14) Mattheüs 11:28-30
(15) 1 Petrus 3:3-4

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (dec ’14)
Copyright Anne-Marie Wegh 2014

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Ecce Homo, de beeldtaal van de Bijbel

By |2020-05-08T07:23:01+00:00maart 8th, 2016|Mantra|0 Comments

Interview met Anne-Marie Kerstnummer Paravisie

Je kunt hier de PDF downloaden

De Bijbel een saai en achterhaald boek? Vergeet het maar! De Heilige Schrift bevat, in versluierde, symbolische taal, de blauwdruk voor de volgende stappen in onze evolutie. In het Gelderse Horssen woont en werkt iemand die zegt de sleutel gevonden te hebben ter ontsluiting van veel van deze symboliek. Conclusie? De hele Bijbel gaat in wezen over een energetisch verlichtingsproces. Deze visie verbindt oude godsdienstige tradities met moderne spirituele inzichten. Opdat het kindeke niet met het badwater weggegooid wordt.

By |2018-07-05T16:21:13+00:00december 18th, 2015|Paravisie|Reacties uitgeschakeld voor Interview met Anne-Marie Kerstnummer Paravisie

Van Aapmens tot Godmens

Van Aapmens tot Godmens

Twee geniën uit de menselijke geschiedenis, Michelangelo en Leonardo Da Vinci, hebben ons willen wijzen op een groot geheim dat verborgen zit in de mens. In ons bekken bevindt zich een energiebron die ons kan leiden naar een volgende stap in de evolutie: de transformatie van aapmens tot godmens. Een mogelijkheid tot bewustzijnsverruiming die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Een potentieel van onsterfelijkheid.

In mijn vorige bijdrage voor Mantra (thema Relaties) ben ik dieper ingegaan op de esoterische symboliek die Leonardo Da Vinci heeft verborgen in zijn schilderij Het Laatste Avondmaal. Niet alleen het heilige huwelijk, uitgebeeld door Jezus en Maria Magdalena, kunnen we erin terugvinden, ook de blauwdruk van een kundalini-ontwaken is onmiskenbaar in de laatste maaltijd van Jezus met zijn apostelen verwerkt. Een verrassende ontdekking, omdat deze mystieke kennis van oudsher wordt toegeschreven aan oosterse tradities.

Land- en tijdgenoot Michelangelo beschikte over dezelfde kennis. Ook in zijn schilder- en beeldhouwwerken vinden we verwijzingen naar kundalini terug. Laten we eerst eens kijken naar zijn wereldberoemde fresco De Schepping van Adam, op het plafond van de Sixtijnse kapel in Vaticaanstad.

In 1990 publiceerde de arts Frank Lynn Meshberger zijn ontdekking dat in deze voorstelling, waarbij God zijn hand uitstrekt naar Adam, een dwarsdoorsnede van de menselijke hersenen lijkt verwerkt. Wie nauwkeurig en met verstand van zaken kijkt naar het rozerode doek met God en zijn engelen herkent inderdaad in het lijnenspel een anatomische weergave van de hersenen. Meshbergers eigen conclusie was dat de kunstenaar wellicht op deze wijze de schepping van het intellect van de mens wilde benadrukken. Ik zou zelf graag een lans breken voor een andere interpretatie.

Een luie Adam

Het fresco heet De Schepping van Adam, maar wat we zien is een mens die al geschapen is en met wie God probeert contact te maken. De lichaamstaal van Adam drukt echter niet het verlangen naar aanraking uit dat we wel zien bij zijn Schepper. Hij maakt zelfs een tamelijk ongeïnteresseerde en luie indruk.

Wat Michelangelo mijns inziens ons wil vertellen is dat wij God kunnen ervaren (aanraken) via onze hersenen; dat God hier ook naar verlangt, maar dat de mens hier maar amper interesse voor toont; hiervoor niet veel moeite wil doen. De lichaamshouding van Adam drukt de spiritueel ‘slapende’ of onbewuste toestand uit waarin de meeste mensen zich bevinden.

God heeft zijn linkerarm om een volwassen vrouwenfiguur geslagen. Zij vertegenwoordigt het vrouwelijke aspect van God: de Shekinah van de joden, Shakti van de hindoes, de Heilige Geest (God de Moeder) van de christenen, Sophia van de gnostici, de kundalini van de yogi’s.

Het kundalini-proces

Als de kundalini-energie (Shakti, Shekinah, Sophia, God de Moeder, et cetera) ontwaakt in het bekken en via de wervelkolom opstijgt naar het kruinchakra, waar de mannelijke pool van God (Shiva, JHWH, God de Vader) wacht op een hereniging met zijn gade, worden de pijnappelklier (epifyse), hypofyse en hypothalamus gestimuleerd om stoffen aan te maken die bijdragen aan een Godservaring en algehele vitalisering van het lichaam.

In de oosterse tradities noemt men de hormonen en endogene opiaatachtigen die op dat moment vrijkomen amrita, dat onsterflijkheid betekent. Deze transformatie van het hersenvocht is de diepere betekenis van zalvingsrituelen. Als koningen en priesters worden gezalfd met olie symboliseert dit het innerlijke spirituele proces waarbij de mens een gezalfde wordt door de veranderingen in de cerebrale spinale vloeistof (CSV). Een ritueel dat een overblijfsel is uit de tijd dat voor de functie van koning(in) en priester(es) nog mannen en vrouwen werden gekozen die daadwerkelijk verbonden waren met het Goddelijke.

Ook zien we op het fresco van Michelangelo dat Gods linkerwijsvinger nadrukkelijk ligt op het kind dat naast zijn gezellin zit. Dit is het Christuskind, dat geboren wordt in ons hart nadat zich het heilige huwelijk in ons heeft voltrokken. De mens die dit spirituele proces ondergaat wordt zelf een Christus, een gezalfde, een zoon of dochter van God. Hij of zij keert terug naar het paradijs waaruit Adam en Eva zijn verdreven.

De Hof van Eden

Het Genesis-verhaal van Adam en Eva is een metafoor voor het innerlijke proces dat ertoe heeft geleid dat de ‘kundalini-slang’ terecht is gekomen in het bekken (‘op uw buik zult u voortaan gaan’). In mijn boek Kundalini-ontwaken onderbouw ik deze stelling.

In den beginne vormt God Adam – Hebreeuws voor mens – uit het stof van de aarde, blaast hem zijn levensadem in en plaatst hem in de Hof van Eden, een naam die genoegen betekent (1). Eden symboliseert de bewustzijnsstaat van de mens die (nog) een directe verbinding met God ervaart, iets wat zich maar moeilijk in woorden laat uitdrukken. Met de Hof van Eden verschijnt in onze verbeelding een wereld van schoonheid, overvloed en zorgeloosheid.

Een opmerkelijke illustratie uit het 10e eeuwse manuscript Escorial Beatus. De energiebanen die betrokken zijn bij een kundalini-ontwaken zijn verwerkt in de boom van Adam en Eva.

Van een naar twee

Als de mens nog verwijlt bij God is er geen onderscheid tussen man en vrouw. Deze staat van androgynie verandert bij het incarneren op aarde en het leven in de dualiteit. In het Genesis-verhaal wordt de androgyne eerste mens opgesplitst in man en vrouw: God schept Eva uit de tesla van Adam. De Bijbelvertalers hebben gekozen voor rib, maar het Hebreeuwse woord tesla kan ook betekenen kant, zijde.

Hoewel zijde als vertaling een evenwichtiger beeld zou geven van dit scheppingsmoment, namelijk dat Adam verdeeld wordt in twee helften, blijft ook als we uitgaan van rib het resultaat dat er van één (mens) twee (mensen) wordt gemaakt. Een beschrijving in beelden van een overgang van de dimensie van de eenheid (bij God) naar de dimensie van de dualiteit (op aarde).

Deze overgang heeft niet alleen gevolgen voor de uiterlijke belevingswereld van de mens, ook innerlijk wordt de mens verdeeld in tweeën: in een vrouwelijke en een mannelijke helft. Dit kunnen we terugvinden op het lichamelijke niveau (twee hersenhelften met verschillende functies), op het geestelijke niveau ( archetypische karaktereigenschappen) en het energetische niveau (de energiebanen ida en pingala).

De boom der dualiteit

Om deze voor de mens nieuwe ervaring van leven in de dualiteit uit te drukken gebruikt Genesis de metafoor van het eten van de boom van inzicht in goed en kwaad. ‘Goed en kwaad’ is een voorbeeld van een der uitersten waarmee de mens nu wordt geconfronteerd. We zouden deze boom ook kunnen noemen: de boom der dualiteit. De mens maakt kennis met de materie en het spanningsveld tussen de uitersten. De mogelijkheid tot het maken van keuzes is ontstaan en daarmee de mogelijkheid om te leren, om inzicht te verwerven.

De mens ontdekt ook het verschil tussen man en vrouw en de aantrekkingskracht die hiermee gepaard gaat. De puurheid en onschuld van Adam en Eva maken plaats voor schaamte en ze bedekken hun naaktheid met vijgenbladeren. (3)

Spirituele onbewustheid

Eenmaal op aarde vergeet de mens zijn Goddelijke herkomst. In de Bijbel wordt dit beschreven als een diepe slaap waarin Adam door God wordt gebracht. (4) Slapen is net als sterven in de Bijbel een metafoor voor spirituele onbewustheid. Dit brengt ons meteen naar de diepere betekenis van Gods overbekende waarschuwing: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven. (5)

Dat we dit sterven niet letterlijk moeten nemen blijkt wel uit het feit dat Adam en Eva nog heel lang leefden nadat zij toch hadden gegeten van de verboden boom. Het resultaat van hun daad was echter wel dat ze het paradijs moesten verlaten. De verbinding met God werd verbroken. Ze ‘stierven’ in spiritueel opzicht.

De slang die Eva verleidde was de vurige kundalini-slang (William Blake, 1800).

God kleedt hen vervolgens met dierenhuiden (6), hetgeen de dierlijke natuur symboliseert waar zij nu mee zijn verbonden. In plaats van het paradijs met zijn overvloed en zorgeloosheid worden zij nu geconfronteerd met het harde leven op aarde. Met zwoegen en zweten voor voedsel, en met (barens)pijn. (7)

Straf of opdracht?

De Bijbel spreekt van een vervloeking en de christelijke kerk van een zondeval. Wie echter Genesis op voorgaande wijze interpreteert, ziet tussen de beelden van het verhaal door eerder een Goddelijk plan opdoemen dan een Goddelijke vervloeking; de aarde die door God geschapen is voor de mens om een groeiproces door te maken. Het leven in de dualiteit maakt dat wij inzicht krijgen in goed en kwaad, waardoor wij de mogelijkheid krijgen om vanuit een vrije keuze steeds meer te worden zoals Hij ons heeft bedoeld: naar Zijn beeld en gelijkenis. (8) Of zoals de slang het formuleert: zodat wij als God zullen zijn, goed en kwaad kennend. (9)

God kleedt Adam en Eva met dierenhuiden, dat doen zij niet zelf. Het is iets wat aan hen gebeurt. De mens wordt door God in een staat van onbewustheid (diepe slaap) gebracht, verliest het contact met zijn hogere natuur (God) en krijgt hiervoor in de plaats een lichaam met dierlijke instincten.

Wie liever gelooft in een liefdevolle, alwetende God dan in een wraakzuchtige, feilbare God zal in het Genesis-verhaal eerder een opdracht willen zien dan een straf; de opdracht om met onze moeizaam verkregen levenswijsheid de weg terug te vinden naar het verloren paradijs. Om te stoppen met eten van de boom van goed en kwaad, dat willen zeggen de dualiteit te overstijgen en te zoeken naar de boom des levens, waarvan de vruchten ons weer verbinden met God.

Met twee vingers van zijn linkerhand maakt Adam het (geheime) teken van het heilige huwelijk (2=1). Deze hand ligt op de (kundalini-)slang, die ons kan verbinden met óf de dualiteit, óf de eenheid van het goddelijke. (William Blake, 1810)

De boom des levens

In het midden van het paradijs staat de boom des levens – oftewel de boom der eenheid – waarvan de vruchten de mens eeuwig leven geven. (10) Deze boom is een metafoor voor de wervelkolom met daarin de sushumna-nadi waardoor de kundalini-energie stroomt.

Ook de boom van inzicht in goed en kwaad staat in het midden van de Hof van Eden. Op het energetische niveau staat deze boom voor de ida- en pingala-nadi, de twee energiebanen die aan weerszijde van de wervelkolom stromen en die ons de dualiteit laten ervaren.

De moraal van het Genesis-verhaal is dat, zolang de mens bezig is met ervaringen opdoen op aarde en als gevolg daarvan nog eet van de boom van inzicht in goed en kwaad (de ida– en pingala-energieën), hem de toegang tot de boom des levens (de sushumna-nadi) wordt geweigerd. De mens kan maar van één boom tegelijk eten.

Wat de kerk een zondeval noemt, is een val in de materie. We zijn in slaap gevallen en zijn vergeten waar we vandaan zijn gekomen. Ook de kundalini-slang in ons is ‘gevallen’ in het bekken en in diepe slaap. Dit alles zodat we inzicht krijgen in goed en kwaad. En we mogen in alle vrijheid keuzes hierin maken, elk moment van de dag opnieuw. Maar alleen de weg van het goede leidt terug naar het paradijs.

Michelangelo en de drie nadi’s

Kort en bondig zou je kunnen zeggen dat wij worden geroepen om van de twee weer een te maken. Een ander kunstwerk van Michelangelo beeldt deze goddelijke opdracht uit: zijn wereldberoemde beeld van Mozes, dat zich bevindt in de basiliek San Pietro in Vincoli in Rome.

Al vele eeuwen wordt geprobeerd een positieve uitleg te verbinden aan de twee hoorns op het hoofd van Mozes. Geen gemakkelijke opgave, omdat van oudsher de satan wordt afgebeeld met twee hoorns.

De hoorns staan in beide gevallen voor de ida- en pingala-nadi. Alleen waar de satan – die staat voor onze lagere natuur – leeft in de dualiteit, heeft Mozes van de twee een gemaakt. Michelangelo heeft dit op ingenieuze wijze verwerkt in het beeld. Met zijn handen houdt Mozes twee slierten van zijn baard tot één streng, verwijzend naar de innerlijke versmelting en de sushumna-nadi, die op deze plaats in zijn bovenlichaam stroomt.

Rechts: Mozes door Michelangelo (circa 1516)

Het is wonderlijk dat deze symboliek in al die tijd, voor zover ik weet, nog nooit door iemand is opgemerkt. Enigszins pijnlijk zelfs gezien het feit dat dit beeld zich bevindt in het hart van Rome, waar het jaarlijks wordt bewonderd door miljoenen gelovigen en spirituele zoekers, maar niemand die beseft dat het beeld hun wil vertellen hoe God gevonden kan worden.

In de schilderkunst zien we dat Mozes regelmatig staat afgebeeld met twee lichtstralen die uit zijn hoofd komen. Ook hierover tasten experts in het duister. De lezer van dit stuk kan hierop nu het eenvoudige antwoord geven.

Links:
Mozes door Gustave Doré (1866)

Terug naar Eden

We mogen niet alleen leren, maar ook genieten van het leven in de dualiteit. De vruchten van de boom des levens komen echter alleen binnen ons bereik als we stoppen met eten van de boom van goed en kwaad. We worden geroepen om uiteindelijk de dualiteit te overstijgen. Daarom leggen veel spirituele tradities de nadruk op alles accepteren zoals het is. Oordelen trekt je in het krachtenveld van de tegenstellingen: leuk of niet-leuk, mooi of lelijk, enzovoorts.

Onze ogen die door het eten van de verboden vruchten zijn opengegaan voor het materiële moeten we weer sluiten. Blind worden voor de verlokkingen in de buitenwereld en oog krijgen voor de weg naar God. Dat is wat Jezus bedoelt met zijn raadselachtige uitspraak in het evangelie van Johannes: Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden. (11)

Dat is niet altijd even eenvoudig. Zolang de kundalini-slang nog in het bekken woont en de lagere chakra’s voedt, is hij de verleider uit het Genesis-verhaal. Met zijn hypnotiserende stem haalt hij ons over om te kiezen voor kortstondig, zintuiglijk plezier. Ontsnappen aan het krachtenveld van de begeertes vraagt moed, discipline en vooral motivatie van de spirituele aspirant.

In de Koran vinden we een prachtig equivalent van de boom van goed en kwaad: Zaqqoem. De gelovigen worden gewaarschuwd voor de bittere vruchten van deze boom, die een hevige brand veroorzaken in de buik van degene die ze eet. Sommige van de vruchten lijken op dieren: draken, beren, leeuwen, kamelen, enzovoorts.

De boom van Zaqqoem,
Zal het voedsel voor de zondaar zijn,
Als gesmolten koper zal het in de buik koken,
Gelijk het koken van ziedend water.
(Koran 44:43-46)

Sprekende beelden die beschrijven hoe lust en begeerte onze buik in brand kunnen zetten en ons verbonden houden met onze dierlijke natuur; ons aanzetten tot het kiezen voor de weg die dieper de materie in leidt en weg van God.

Eva neemt een verboden vrucht aan van de
slang. Adam’s hand ligt op de borst van Eva. De afbeelding suggereert een verband tussen seksualiteit en het eten van de verboden vruchten. (Lambert Hopfer, 16e eeuw)

Het is echter geen onmogelijke opgave. Wie zich begeeft op dit pad zal worden geholpen door God zelf. Hij strekt zijn arm al verlangend naar ons uit. Aan ons de keuze: God of de wereld. Er is geen middenweg.

Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.(12)

Noten:
(1) Gen. 2:6-9
(2) Gen. 2:8
(3) Gen. 3:7
(4) Gen. 2:21
(5) Gen. 2:17
(6) Gen. 3:21


(7) Gen. 3:16-19
(8) Gen. 1:27
(9) Gen. 3:5
(10) Gen. 2:9
(11) Joh. 9:39
(12) 1 Joh. 2:15-17

Dit artikel is gepubliceerd in Mantra magazine (dec ’15)
Copyright Anne-Marie Wegh 2015

DOWNLOAD ARTIKEL (PDF)

Anne-Marie is auteur van het boek:
Kundalini-ontwaken

By |2020-05-09T12:23:54+00:00september 3rd, 2015|Mantra|0 Comments